Ierse Oranjefan verlangt al naar Belarus-uit

By | 11 september 2019

Achter de bal aan (57/3): Tallinn

Maandag 9 september 2019

Matchday. Op de dag af 38 jaar na mijn eerste interland spring ik bij Estland – Nederland voor de 204e keer in de houding voor het Wilhelmus. Op de bewuste 9 september 1981 zie ik het Nederlands elftal met Go Ahead Eagles-spits Cees van Kooten in de punt van de aanval in de Kuip niet verder komen dan een 2-2 gelijkspel tegen Ierland. In de A. Le Coq Arena van Tallinn vormen de Esten niet meer een tussendoortje op weg naar de EK-eindronde van 2020.

Omdat de bal pas om 21.45 uur lokale tijd gaat rollen, is er tijd voor een uitgebreide ‘warming-up’. Hoeveel Tallinn toeristen te bieden heeft, daarvan kon ik me zes jaar geleden al van vergewissen. In het gezelschap van de kersverse Oranje-hoffotograaf van ProShots, die gisteren eveneens is gearriveerd, ga ik enkele onbekende stukjes van de Estse hoofdstad af. We stijgen tot grote hoogten in de Teletorn, de lokale televisietoren aan de oostrand van de stad.  Tevens dalen we af in de beruchte kelders op Pogori 1, waar de KGB in goeie ouwe Sovjet-tijden op nogal beestachtige wijze ‘subversieve elementen’ een toontje lager liet zingen en – in tienduizenden gevallen – voorbereidde op een enkele reis Siberië. Interessant tijdverdrijf.

De 314 meter hoge Teletorn ligt een twintigtal minuten per bus verwijderd van het centrum. De chauffeur van lijn 34a zet ons keurig bij de gelijknamige halte in Pirita af. Vanaf daar loopt het enigszins mis… Achter de bomen doemt de enorme toren in al z’n grootsheid op. Valt niet te missen, zou je denken. Ons besluit om achter enkele andere passagiers aan te lopen, brengt ons desondanks niet bij de ingang! We komen terecht op een modderig bospad, naderen de toren ook wel steeds dichter, maar dichte hekken versperren de toegang! Pas na een tiental minuten moddertrappelen en tevergeefs zoeken naar de ingang wijst een Spaanssprekende meneer ons de juiste weg. Omdat het hele eind terug door de bagger ons weinig trekt, klimmen we ergens over een hekje heen. Scheelt smerige schoenen. En zo komen we uiteindelijk waar we wezen willen. Het adembenemende uitzicht vanaf bijna 200 meter hoogte maakt veel goed. Al vind ik 13 euro om eventjes op en neer met de lift te mogen behoorlijk prijzig. Qua prijzen zijn ze in Estland sowieso bezig met een inhaalslag.

Bij de vorige trip naar Estland in 2013 leverden visites aan het KGB Museum in Hotel Viru en het ‘Bezettings Museum’ al verhelderende inzichten op over de Sovjet-heerschappij ter plaatse. Sinds 2017 is ook het voormalige KGB-cellencomplex voor het publiek toegankelijk. Het adres Pogori 1 staat symbool voor één van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van Estland. In de kelders van het pand brachten medewerkers van de geheime dienst van Stalin en zijn opvolgers afvallige Esten trouw en gehoorzaamheid aan de Communistische Partij bij. Zachtzinnig ging het er daarbij allerminst aan toe. De methodes verschillen in weinig van wat ik in de voormalige martelcentra in Riga en Vilnius eerder al mocht aanschouwen. Dat veel inwoners in de Tweede Wereldoorlog Hitlers Nazi-legers als bevrijders verwelkomden, zegt alles over hoe de Sovjets zich vier decennia lang hebben misdragen in de Baltische staten.

Vanaf 16.00 uur bestaat voor de naar Estland gereisde Oranje-supporters de mogelijkheid om hun wedstrijdkaarten op te halen. Zoals gebruikelijk hebben de distributeurs van de KNVB zich genesteld in een horeca-gelegenheid. Keuze genoeg in het historische centrum van de voormalige Hanzestad Tallinn. De keuze is ditmaal gevallen op een etablissement met de naam Nimeta Baar (met dubbel a). Als stamgast hoef ik me niet meer te legitimeren. Stefan van de KNVB kent me inmiddels wel. Hij drukt me de envelop met het wedstrijdticket in de handen en wenst me een prettige wedstrijd. Aangezien de kroeg afgeladen vol zit met uitbundige Oranje-clowns, is dat een goede reden om er niet te lang te blijven hangen en me meteen weer uit de voeten te maken.

Twee uur voordat er wordt afgetrapt, wandel ik op mijn dooie akkertje naar de A. Le Coq Arena. Hemelsbreed bedraagt de afstand van mijn hotel naar het stadion slechts 350 meter volgens Google Maps. De omweg langs de houten woningen van Lilleküla en de spoorlijn verlengt het traject enigszins. Het mag geen naam hebben. De wandeling neemt niet meer dan een kwartiertje in beslag. Het terrein rondom het stadion is volledig van de buitenwereld afgegrendeld. De Estse gendarmerie heeft een heuse beveiligingsring om het stadion heengelegd.

De dames en heren van de bewakingsdienst tonen zich van hun meest wakkere kant. Ze nemen hun taak wel erg serieus. Ik moet zelfs mijn autosleutel uit mijn halsbuidel halen bij het betreden van de arena. Voetballiefhebbers moeten zich al dat irritante gefriemel maar laten welgevallen. Anders kom je het stadion niet binnen. Wanneer iemand bij andere gelegenheden zo onder handen wordt genomen, zoals die ijverige stewards het doen, noemen beroepsklagers dat tegenwoordig al gauw ongewenste intimiteiten of seksuele intimidatie. Als activistengeteisem of andere gekwetste zielen op eenzelfde onvriendelijke en lachwekkende manier worden bejegend, doen de stakkers meteen aangifte bij de politie en krijgen ze een schadevergoeding.

Ik bezoek A. Le Coq Arena voor de tweede keer. Bij mijn eerste Estland – Nederland kwam de WK-finalist van 2010 met de schrik vrij in Tallinn. Zes jaar en drie dagen geleden beleeft het door Louis van Gaal gecoachte Oranje er een narrow escape. In de 90e minuut zorgt Robin van Persie destijds vanaf de strafschopstip voor het enigszins geflatteerde 2-2 gelijkspel. Ditmaal kost het het Nederlands elftal beduidend minder moeite om de makke Esten de baas te blijven. Het mag niet baten dat de Estse voetbalbond buiten de stadionmuren een compleet feestterrein uit de grond heeft laten stampen, compleet met podium en optredende artiesten. Veel te vieren valt er niet voor alles en iedereen dat Estland welgezind is. Of het moet het voorrecht zijn om in eigen achtertuin live te mogen genieten van Virgil van Dijk, Frenkie de Jong, Mathijs de Ligt, Memphis en de overige toekomstige Europese kampioenen.

Voor een spetterend spektakel heb je twee ploegen nodig die willen (of kunnen) voetballen. En nou wil ik niet beweren dat Nederland de sterren van de hemel speelt. Is ook helemaal niet nodig. Wat Estland op de mat legt, is uitermate pover. Die jongens doen hun stinkende best, maar ze lopen nou niet bepaald over van kwaliteit. Ligt keeper Lepmets niet meerdere keren hinderlijk in de weg, dan kan Nederland ook maar zo met dubbele cijfers winnen in plaats van de zuinige 0-4 die nu na 90 minuten op het scorebord staat.

Het is illustratief dat de Henrik Ojamaa, tegenwoordig contractspeler bij het Poolse MKS Miedź Legnica, een voortrekkersrol vervult bij het thuisland. Bij Go Ahead Eagles voldeed de inmiddels 28-jarige draver niet helemaal aan de verwachtingen. In het nationale elftal van Estland moet de brave Henrik voor aanvoer naar de aanvallers zorgen. Verder herbergt het keurkorps van bondscoach Karel Voolaid weinig bekende namen. Naast Ojamaa ken ik alleen Ragnar Klaven (ex-Heracles en -AZ). Verdediger Artur Pikk (met dubbel k), uitkomend voor dezelfde club als Ojamaa, heeft ook wel een achternaam waarvan je verwacht dat hij vaker diep dan breed gaat, maar Pikk verstijft 90 minuten op de reservebank.

Ik houd de hele avond toezicht op mijn oude bekenden van de harde kern van Roda JC. Het mag gezegd worden, het duo gedraagt zich voorbeeldig. Binnen de stadionmuren kan ik tenminste nergens de stickers ontdekken waarmee ze Tallinn op talrijke andere plekken wel versierd hebben. De opdrukken op de plakplaatjes verwijzen naar de gevoelens van de heren voor de overige twee profclubs in het diepe zuiden van ons land, de Sjengen uit Maastricht en het al evenmin geliefde Fortuna Sittard. Afgaande op de sentimenten die leven onder de supporters zal een FC Limburg er nooit komen.

Ik raak ook aan de praat met Diarmuid Hayes. Ik had hem al eens eerder gesproken in Marokko en Wit-Rusland. Nou tref ik bij interlands meer ‘gekken’ die het Nederlands elftal overal achternareizen. De altijd in een Marco van Basten-shirt gestoken Diarmuid komt echter helemaal uit… Ierland! Vrijdagavond zag hij zijn Oranje-helden in Hamburg al de Duitsers over de knie leggen. Vervolgens reisde hij door naar Finland voor de clash tegen de Italianen. Vanuit Tallinn vervolgt hij zijn reis met Litouwen – Portugal als afsluiter. Een echte liefhebber mag ik zo iemand gerust noemen. Hij kijkt al vol verlangen uit naar Oranjes volgende uitwedstrijd, in Minsk in Belarus. “Will I see you there too?”, vraagt hij.

Het Estse nationale stadion zit niet helemaal vol. Welgeteld 11.006 toeschouwers bevolken volgens de officiële lezing de tribunes. Er zijn opvallend veel lege plekken. Het late aanvangstijdstip doet veel Estse voetballiefhebbers besluiten om thuis te blijven op deze maandagavond. Dinsdagochtend gaat weer vroeg de wekker. Tijdens de wedstrijd wil de stemming er niet echt inkomen, hoe verwoed het hoempaorkestje in het Estse sfeervak daartoe ook pogingen onderneemt. De aanwezige Oranje-aanhang achter de goal gaat ook niet uit haar dak. De positieve opleving van het Oranje-legioen is beperkt gebleven tot het feest van drie dagen eerder in Hamburg.

Naarmate ‘onze jongens’ blijven winnen zal het aantal kaasdragende gelegenheidssupporters, in Volendamse klederdracht uitgedoste hittepetitjes en dorpsgekken in generaalskostuum in toenemende aantallen uit hun holen tevoorschijn gaan komen, zo vrees ik. En reken maar dat iedere ‘echte’ Oranje-supporter volgend jaar voor het EK weer kaarten moét hebben.

Dinsdag 10 september

De thuisreis verloopt zonder noemenswaardige incidenten. Om 10 uur stap ik op Tallinna Bussijaam in de bus van Lux Express naar Riga. De twee films waar ik me onderweg mee zoethoud laten de meer dan vier uur durende reis voorbij vliegen. Een tussenstop in Pärnu en het vastlopend verkeer van de grootste stad van de Baltische landen van zorgen voor ruim een kwartier vertraging bij aankomst. De bijna vijf uur die me nog resten tot aan het vertrek van mijn vlucht naar Duitsland verlekker ik met twee worstenbroodjes uit de Markthallen en een wandeling door langs de overblijfselen uit de rijke en bewogen Letse geschiedenis. Evenals Tallinn is ook het historische centrum Riga een dagje uit meer dan waard. Ondanks de lange wachtrijen bij de security-controle enkele minuten Verspätung bij de Abflug laat ik aan het begin van de avond ook Lidosta Airport voor wat het is. Voor negenen zet de piloot van Ryanair zijn Boeing 737-800 aan de grond op Köln-Bonn. Ruim voor middernacht komt Apeldoorn in zicht en behoort ook dit andermaal onvergetelijke uitstapje weer tot het verleden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *