Monthly Archives: oktober 2019

Randzaken

Wie mij kent, weet wel iets af van mijn ‘verslaving’. Beroepshalve staat het helaas al geruime tijd op een laag pitje. De frequentie van mijn bezoekjes aan de velden lijdt er totaal niet onder. In stadions of sportpaleizen doe ik wat ik altijd al heb gedaan: ik houd de ogen wijd open, inhaleer gretig wat zowel binnen als buiten de lijnen gebeurt én geniet.

Juist die kleine dingen zijn vaak het mooist om waar te nemen. Vaak niet meer dan onbenullige randzaken. Ogenschijnlijk onopvallende gebeurtenissen die zich afspelen buiten het spiedende oog van de tegenwoordig alom aanwezige camera’s. In Minsk, waar ik het Nederlands elftal een reuzenstap zag nemen naar het EK voetbal van volgend jaar, scoorden na afloop de wisselspelers. Met name Steven Berghuis liet zich daarbij van zijn meest sociale kant zien. Apeldoorner, hè. Het blijft toch een bijzonder slag volk…

Berghuis had zojuist uitgelopen met de overige Oranje-reserves in het inmiddels zo goed als leeg gestroomde Dinamostadion. Op weg terug richting kleedkamers toonden zij zich niet doof voor de smeekbedes om handtekeningen of een selfie van de bij de catacomben verzamelde Wit-Russische jeugd. Berghuis ging zelfs een stapje verder. Hij trok zijn trainingsshirt uit en deed het cadeau aan één van de geduldig wachtende kinderen. Geweldig hoe Apeldoorns beste voetballer met één simpel gebaar een klein Wit-Rusje dolgelukkig kan maken. Zoiets vind ik nou mooi om te zien. En ondertussen blijven allerlei azijnzeikers maar klagen over hoe arrogant die verwende voetbalmiljonairs wel niet zijn.

Woensdagavond na afloop van de door Draisma Dynamo verloren wedstrijd tegen Orion ook zoiets. Zelden zullen de Apeldoornse volleyballers na de laatste balwisseling zó snel in de kleedkamer hebben gezeten als ditmaal. Wát hadden ze er de smoor in. Verliezen van de regerend landskampioen kan gebeuren, zou je als buitenstaander misschien denken. Maar niks daarvan. Ambitieuze topsporters redeneren anders. Ondanks dat het pas de eerste wedstrijd van het seizoen betrof, waren de Dynamo-volleyballers er meteen van doordrongen dat ze vooral hadden verloren van zichzelf. Zeker niet omdat ze overklast waren door hun Doetinchemse tegenstanders.

De Dynamo-spelers verkeren in de wetenschap dat hun team nog lang niet aan z’n plafond zit. Ach, en dan kan het weleens gebeuren dat ze keihard hun kop stoten. Meer willen dan waartoe ze zo vroeg in het seizoen in staat zijn, valt moeilijk te accepteren. Zo’n tikje komt dan hard aan. Maar wie wil winnen moet eerst leren verliezen, zo luidt een oude sportwijsheid. De beste van het land word je niet zonder slag of stoot.

Geloof mij nou maar, er is geen enkele reden tot paniek. Zet die huldiging op het Apeldoornse stadhuis maar vast in de agenda. Ergens in het voorjaar van 2020 ontkomt De Stentor er niet aan om uitgebreid te berichten over hoe sportminnend Apeldoorn de landskampioenen een onvergetelijk onthaal bereidt. Mij persoonlijk zou het niets verbazen wanneer kampioenscoach Strikwerda dan bij een al bij voorbaat legendarische toespraak tot de menigte op het Raadhuisplein de winst van die bewuste nederlaag in Doetinchem nog eens aanstipt.

Apeldoorn telt mee, vergis je niet. Gedurende mijn korte oponthoud in Wit-Rusland zag ik op tv op een Duitstalige zender zowaar een aankondiging van het EK baanwielrennen dat het openbare leven in de hoofdstad van de Veluwe momenteel verlamt. Een maffe gewaarwording, daarmee zo ver van huis geconfronteerd te worden. Ik geef eerlijk toe dat ik zelf helemaal niets heb met baanwielrennen. Desondanks vind ik het als Apeldoorner mooi dat zo’n evenement in ‘mijn’ dorp plaatsvindt. Ik word alleen doodmoe van hoe het gemeentebestuur zich telkens weer tracht te profileren bij dit soort gelegenheden. Als ik voorafgaand aan het zoveelste fietsfeest in het Gemeentelijk Sportpaleis zo’n troela hoor praten over de kernsporten waarmee de gemeente Apeldoorn op de kaart wil zetten, dan mag er voor mij alweer een teiltje worden klaargezet.

Eerder deze week is er een boek gepresenteerd over verdwenen profvoetbalclubs in Nederland. Dit boek bevat ook een hoofdstuk in over AGOVV. Ik ben er nota bene zelf nog voor geïnterviewd. Samen met enkele andere ‘insiders’ heb ik mijn deskundige mening mogen verkondigen over hoe het betaalde voetbal ter plaatse ter ziele is gegaan. En niet in het minst over de bedenkelijke rol die de Gemeente Apeldoorn daarbij heeft gespeeld. Zo’n gemeentebestuur kan zichzelf dan wel afficheren als sportstad en onzinnige termen uitkramen als kernsporten, het blijft opmerkelijk hoe vaak de knappe koppen bij het stadsbestuur in al hun hooghartigheid hun doel voorbij schieten.

Echt, er zijn sportieve randzaken in overvloed. Er valt meer dan genoeg te schrijven over hoeveel opmerkelijks onopgemerkt blijft en wat er in de sportstad Apeldorp gebeurt. Jammer dat het slechts mondjesmaat gebeurt.

© RK

Maandagavondvoetbal moet verboden worden

Achter de bal aan (59/3): Vilnius

Maandag 14 oktober 2019

Litouwen staat nou niet bepaald bekend als een voetbalnatie. Wie aan sport in Litouwen denkt, denkt eerder aan de 2,21 meter lange reus Arvydas Sabonis die op de basketbalcourts jarenlang met kop en schouders boven zijn tegenstanders uitstak. Desondanks zie ik het als 131e op FIFA World Ranking geklasseerde nationale elftal door toeval alweer voor de derde keer in vijf jaar op het kunstgras van het eigen LFF Stadionas ploeteren. Een interlandbezoek in Vilnius begint langzamerhand stiekem wat weg te krijgen van een traditie.

Om in de meest zuidelijke van de drie Baltische staten te komen dien ik eerst Wit-Rusland weer te verlaten. In alle denkbare opzichten is er geen vuiltje aan de lucht op deze stralende maandag. Evenals de heenreis verloopt de terugreis zonder wanklank. Via de reserveringssite booking.com had ik vooraf een transfer naar het ruim 40 kilometer buiten Minsk gelegen vliegveld kunnen regelen. Maar evenals bij aankomst op zaterdagavond maak ik gebruik van de speciale luchthavenbus 300e. Voor slechts 4 roebel laat ik me aan het begin van de middag vanaf het centrale busstation naar Minsk National Airport vervoeren. Omgerekend staat dat gelijk aan zo’n 1,75 euro. Booking.com brengt liefst 38 euro in rekening voor de vliegveldtransfers. Tel uit je winst. Als je niet zelf de regie neemt, naaien ze je waar je bijstaat. Vrije ondernemersgeest.

De douaneformaliteiten blijven eveneens gevrijwaard van vervelende obstakels. De douanier neemt het inlegvelletje in dat ik bij het inchecken in mijn hotel had gekregen. Daarna zet hij een stempel. That’s all! Ik mag het land verlaten. De vlucht naar Vilnius stelt opnieuw niets voor. Een half uurtje billenknijpen. Opnieuw onthaalt Belavia haar gasten met zuurtjes en appelsap. Om nou te zeggen dat er veel passagiers aan boord zitten. Nee, niet werkelijk. Met slechts 50 plaatsen biedt het CRJ 100/200-toestelletje plek aan nóg minder mensen dan de Embraer van de heenvlucht. Omdat ik als eerste heb ingecheckt, zit ik op rij 1. Bij aankomst in Vilnius, kort na zessen, geven de thermometers een temperatuur aan van negentien graden. Mijn winterjas had ik bij nader inzien best thuis kunnen laten.

In Groep B van de kwalificatiecyclus voor EURO2020 treedt Litouwen op deze maandagavond op als gastheer van Servië. Voor de wind gaat het het keurkorps van bondscoach Valdas Urbonas niet bepaald. Aan kwalificatie voor de eindronde hoeft in Litouwen niemand meer te denken, voor zover ze daar al ooit aan gedacht hebben. De zes tot dusverre gespeelde wedstrijden leverden welgeteld één schamel puntje op. Litouwens voetbaltrots staat troosteloos onderaan in de poule. Zelfs Luxemburg staat er beter voor.

Het wordt alweer de derde keer dat ik een uitwedstrijd van het Nederlands elftal in een voormalige Sovjetrepubliek combineer met een thuisduel van de Litouwers. Een onvervalste hattrick. In juni 2015 zie ik de hekkensluiter van Groep B daags na Letland – Nederland met 1-2 verliezen van Zwitserland. Na de vorige Wit-Rusland – Nederland heb ik me twee jaar geleden nat laten regenen bij Litouwen – Engeland (0-1). Tegen Servië ga ik er opnieuw goed voor zitten. Voor liefst 17 euro heb ik me al vooraf online verzekerd van een stoeltje op de hoofdtribune van het idyllische complex van de Lietuvos Futbolo Federacijos. Ik ben zeker niet de enige Groundhopper ter plaatse. Om me heen hoor ik bijna alleen maar Duits praten. De Jungs zijn rechtstreeks overgekomen uit Estland, waar hun Nationalmannschaft een etmaal eerder in kwalificatiegroep C dankzij een 3-0 zege gelijke tred blijft houden met koploper Oranje.

Wie het in vredesnaam verzint om op een maandagavond EK-kwalificatieduels af te werken, is weer een ander thema. Bonden en tv-maatschappijen lijken mij de enigen die er belang bij hebben. En dan die aanvangstijden! Lokale tijd: 21.45 uur! Kwart voor tien ’s avonds! Daar doe je toch niemand een plezier mee, stel ik me zo voor. Voetballen heeft altijd bestaan bij de gratie van het publiek, maar dat is al lang niet meer het geval. Op dit soort dagen en bovenal onchristelijke tijdstippen jaag je het publiek juist de stadions uit. Al trekken de almachtige zendgemachtigden en voetbalbonzen zich weinig aan van de verlangens van de stadionbezoekers. De ‘promotors’ van het voetbal kijken alleen naar de reclameopbrengsten. Ordinaire voetballiefhebbers zullen er niet rouwig om zijn wanneer dat maandagavondvoetbal voor eens en altijd verdwijnt.

Dat het ‘gewone volk’ niet meer meetelt, blijkt ook uit het feit dat er bij Litouwen – Servië geen programmaboekjes worden verkocht. Dat wil zeggen: de LFF heeft wel programmaboekjes laten drukken, maar die zijn alleen verkrijgbaar voor genodigden en mediavertegenwoordigers. Via een alleraardigste jongedame van de Litouwse voetbalbond weet ik in de rust van de wedstrijd alsnog een programmaboekje te bemachtigen. Als je ergens maar van werk van maakt en het netjes vraagt…

Het nationale voetbalstadion van Litouwen beschikt over een capaciteit van niet meer dan 6.000 plaatsen. Het verbaast nauwelijks dat het ditmaal slechts half vol loopt. Toch heeft zo’n klein, knus stadionnetje ontegenzeggelijk z’n charmes. Waar maak je in het moderne voetbal nog mee dat kort voor de aftrap een onderhoudsmedewerker met een zwabber de eretribune betreedt om nog gauw eventjes de ramen van de commentaarcabines te soppen?

Wit-Rusland – Nederland was al niet al te best, Litouwen tegen Servië is – laat ik het diplomatiek verwoorden – zeker niet beter… Jammer dat Dusan Tadic niet meedoet. Nu valt er wel héél weinig te genieten. Twee goals van Mitrovic kort na rust helpen de povere Serviërs aan de drie punten. De Balkanformatie blijft door deze zege in het spoor van Oekraïne en Portugal. De Litouwse eretreffer valt te laat om de 2787 toeschouwers in staat van opperste extase te brengen. Na zo’n slaapverwekkende partij voetbal, zou een welverdiende nachtrust wel het minste zijn om je op te verheugen. Mijn noodzakelijke schoonheidsslaapje omvat hooguit vijf uur.  Mijn terugvlucht met Wizzair naar Eindhoven staat geprogrammeerd om 7.40 uur. Een korte nacht én vroeg dag derhalve.

Dinsdag 15 oktober

Al om gaat 5.00 uur gaat het alarm van mijn telefoon af. Veertig minuten later zit ik in de trein van Vilnius CS naar het vliegveld. Het veiligheidspersoneel, dat al vroeg paraat is, kan in mijn rugzak niets vinden dat een mogelijke verlenging van mijn verblijf in Litouwen zou betekenen. Ik moet zowaar mijn schoenen erbij uittreken. Zelfs mijn zweetvoeten kunnen de security-mensen niet op andere gedachten brengen. Ready to go home.

Bij het boarden bekruipt me kort het angstige gevoel dat de terugreis naar Nederland weleens de mist in kan gaan. Het is buiten in korte tijd wel érg mistig geworden. Het trekt goed dicht. Het gereedstaande vliegtuig van Wizzair staat letterlijk en figuurlijk in nevelen gehuld. Het zicht blijkt gelukkig niet dermate vertroebeld dat het vertrek moet worden uitgesteld. Ruim twee uur later bij aankomst in Einhoven regent het. Dat kan er ook nog wel bij.

De onstuitbare heimwee naar Sergei Aleinikov

Achter de bal aan (59/2): Minsk

Zondag 13 oktober 2019

Het is maar goed dat ik in 2017 al de nodige toeristische attracties in Minsk heb afgelopen. Met het bezoeken van twee voetbalwedstrijden op een dag komt er weinig terecht van sightseeing. Nou kan ik er totaal naastzitten, maar ik krijg het idee dat het er in de Wit-Russische hoofdstad op straat wat losser aan toegaat dan twee jaar geleden. Groepen toeristen die op het Onafhankelijkheidsplein het standbeeld van Lenin vastleggen, was bij mijn eerste Minsk-bezoek compleet ondenkbaar.

Ik weet niet wat niet wat ik meemaak als ik op de late zondagochtend met eigen ogen zie hoe een groep dagjesmensen ‘met scherp schiet’ op het plein waarop de Russische revolutionaire leider onveranderd op zijn sokkel staat. Ze lopen zonder dralen op de uit de kluiten gewassen uitvoering van Vladimir Iljitsj af om onze geachte vriend te fotograferen. Ik weet niet beter dat dit ten strengste verboden is (of was). De wachtposten bij het presidentiele paleis staan dit staaltje onvervalste decadentie echter tot mijn niet geringe verbazing toe. Niemand wordt opgepakt of neergeschoten. En als anderen iets doen, dan ga ik er voor de goede orde maar vanuit dat ik het ook mag…

De Wit-Rus verschilt in weinig van medemensen elders op de wereld. Ook de Wit-Rus maakt anno 2019 selfies met zijn mobiele telefoon. Het is dat er in verreweg de meeste gevallen een behoorlijke taalbarrière bestaat, maar bij de voetbalwedstrijd tussen NFK en FC Khimik Svetlogorsk verbaas ik me opnieuw. Ditmaal over de openhartigheid waarmee ik als buitenlandse bezoeker tegemoet wordt getreden op het SOK Olimpiyskiy-complex. De tijden waarin de locals er verstandiger aan doen om buitenlanders angstvallig te mijden, behoren kennelijk tot het verleden. Voetbal verbroedert, zo ervaar ik niet voor het eerst. Wanneer enkele supporters van de thuisclub in de gaten krijgen dat ze Oranjefans over de vloer hebben, steken ze hun bewondering voor het Nederlandse voetbal niet onder stoelen of banken.

In onvervalst steenkolen Engels en met handen en voeten prijzen ze onze nationale voetbalhelden de hemel in. Leuk om te vernemen dat Virgil van Dijk en Frenkie de Jong zelfs in Belarus over veel bewonderaars beschikken. Ook verhaalt de NFK-supporter die mij een beetje wegwijs maakt door het Wit-Russische voetbal vol trots over Sergej Aleinikov. De middenvelder maakte deel uit van het Sovjet-team dat in de EK-finale van 1988 struikelde over Nederland. De man uit Minsk zorgde voor de balans in het door Dinamo Kiev-toppers gedomineerde sterrenteam van Valerij Lobanovsi. In een land dat arm is aan een rijke voetbalhistorie geniet zo’n voetballer een bijzonder status. Voor Wit-Russische voetballiefhebbers geldt Sjarhej Alejnikaw, zoals zijn naam in het Wit-Russisch luidt, tot in de eeuwigheid als een held van het volk.

NFK Krumkachy speelt haar thuiswedstrijden in de Wit-Russische Keuken Kampioen divisie op een complex dat toebehoort aan het nationale Olympisch Comite. Geld voor een eigen stadion heeft de club niet. De twee provisorische tribunetjes aan weerszijden van het veld vullen zich om 13.00 uur met enkele tientallen voetbalfanaten. Waaronder in totaal zes Nederlanders! De boys binnen de lijnen doen hun stinkende best op het redelijk bespeelbare natuurgras. Ze trakteren het publiek op twee treffers. Beide in het voordeel van de thuisploeg. Met name de tweede goal is er eentje om in te lijsten. Een afstandsknal strak in het kruis. De 4 roebels (anderhalve euro) entreegeld zijn goed besteed. Het ontbreekt aan niets. NFK verblijdt haar gasten zelfs met een officieel programma. Een heuse clubmascotte, een nogal vreemde vogel, heet iedereen persoonlijk welkom.

De metro blijft het meest ideale vervoersmiddel om het centrum van Minsk te ontdekken. De treinen rijden om de zoveel minuten en zelfs het Cyrillische schrift van de stationsnamen went. De chipcard waarmee we in 2017 gebruik konden maken van het openbaar vervoer ter plaatse, is uit de roulatie genomen. In plaats daarvan moeten passagiers paarskleurige plastic muntjes gebruiken om ondergronds door Minsk te kunnen reizen. Een enkele reis per metro kost 65 kopeken, 25 eurocent of zoiets. Niet bepaald duur naar Nederlandse maatstaven gemeten.

Het optreden van het Nederlands elftal, dat om 19.00 uur lokale tijd aftrapt in het gerenoveerde Dinamostadion, laat enigszins te wensen over. Wegens de grondige verbouwing ter gelegenheid van de eerder dit jaar in Minsk gehouden Europese Spelen moesten we voor de WK-kwalificatiewedstrijd in 2017 uitwijken naar het stadion van Bate Borisov. De vernieuwde Dinamo arena kan de vergelijking met elk willekeurig ‘vijf sterren-stadion’ in West-Europa moeiteloos doorstaan. Het heeft ongetwijfeld een paar roebels gekost, het ontbreekt de clientele aan niets. Eigenlijk heb ik een kaartje voor het voor de ongeveer 400 meegereisde Nederlandse supporters bestemde uitvak, Sector 23. Omdat er van afscheiding tussen de verschillende tribunedelen geen sprake is en de aanwezige stewards niemand een strobreed in de weg leggen, zoek ik ergens anders een plekje. Er zijn fijnere dingen te bedenken dan 90 minuten in hetzelfde vak te moeten zitten met zoveel lolbroeken.

Punten mee naar huisnemen en verder niet zeuren. Deelname aan het EK gloort. Na twee gemiste eindtoernooien zal Oranje komende zomer weer van de partij zijn. Dat kan niet meer misgaan. De EK-kaarten kunnen worden besteld. En als ´we´ dan volgend jaar Europees kampioen worden, is iedereen dit optreden in Minsk al lang weer vergeten.

Er leiden meerdere wegen naar Wit-Rusland

Achter de bal aan (59/1): Vilnius/Minsk

Zaterdag 12 oktober 2019

Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik na 2017 ooit nog eens in Belarus zou komen. Maar zoals Bredero eeuwen geleden al oreerde kan het verkeren. De EK-kwalificatiewedstrijd van het Nederlands elftal brengt me twee jaar na dato voor een tweede keer in mijn leven naar Minsk.

Wit-Rusland is vanuit Nederland wat moeilijker te bereiken dan pak ‘m beet Barcelona of Londen. Het aantal vluchten erheen is beperkt. Het kost daarom het nodige gepuzzel om een – betaalbaar – reisschema in elkaar te draaien. Uiteindelijk besluit ik om met Wizzair van Eindhoven naar Vilnius te vliegen. Vanuit de Litouwse hoofdstad leg ik vervolgens met de Wit-Russische luchtvaartmaatschappij Belavia het laatste stukje af. Bij de vorige gelegenheid – samen met Proshots eigen Oranjefotograaf – ging de reis eveneens via Litouwen. Destijds via Frankfurt/Hahn. In Vilnius pakten we aansluitend de trein naar Minskas, zoals de Litouwers het noemen. Er leiden meerdere wegen naar Minsk.

Dat tegenwoordig de mogelijkheid bestaat om zonder visum toegang te krijgen tot het land maakt Wit-Rusland makkelijker bereikbaar. Aantrekkelijker om naartoe te reizen vooral. En niet in het minst goedkoper. Zo’n stickertje en een paar stempels in het paspoort lopen immers behoorlijk in de papieren. Wie anno 2019 vijf dagen op Wit-Russissche bodem verblijft en het land via de internationale luchthaven van de hoofdstad Minsk binnenkomt, heeft geen visum meer nodig. De rompslomp om het doucment te verkrijgen, blijft ditmaal gelukkig achterwege.

Als ik tegen de klok van half zeven richting Eindhoven rijd, geeft het kwik 15 graden aan. Ongekend voor de tijd van het jaar. Het scheelt wel dat de ochtendspits weekendverlof heeft. Files blijven me op deze zaterdagochtend bespaard. De drukte op Eindhoven Airport is er niet minder om. In Zuid-Nederland barst de Herfstvakantie los. Dat is te merken. De rijen bij de veiligheidscontroles zijn nog langer dan gebruikelijk. Tientallen gezinnen gaan er eventjes lekker een paar dagen tussenuit.

Het wordt pas de tweede keer dat ik met Wizzair vlieg. Zeven jaar geleden heeft de Hongaarse lowbudgetmaatschappij me al eens van Dortmund naar Boekarest vervoert – en weer terug. Ik moet zeggen dat het me niet tegenvalt. Al plaats ik wel meteen het voorbehoud dat me nog wel een terugvlucht te wachten staat… Er is in elk geval geen gezanik over handbage en het vliegtuig vertrekt keurig op tijd. We hebben de wind mee. In plaats van de geplande aankomsttijd van 13.00 uur lokale tijd landen we zelfs al 25 minuten eerder in Vilnius. Een en ander heeft wel de prettige (of vervelende?) bijkomstigheid dat ik in plaats van vijf uur en 40 minuten nu meer dan zes uur op mijn aansluiting naar Minsk moet wachten.

Ik maak van de nood een deugd. Aangezien ik er toch ben, maak ik van de gelegenheid gebruik tot een korte citytrip. Voor de kosten hoef ik het niet te laten. Een treinkaartje van station Oro Uostas kost niet meer dan 70 eurocent. En ook bij een plaatselijk specialiteitenrestaurant met een grote M liggen de tarieven behoorlijk lager dan in Jesse Klavers groene paradijs. Het historische centrum van Vilnius is de moeite alleszins waard, weet ik al uit ervaring. Jammer dat het regent. Ik ga bijna denken dat het altijd regent in Vilnius! Evenals tijdens die twee voorgaande visites houd ik het wederom niet droog. Maar dat mag de pret verder niet drukken. Mooie stad, Vilnius.

Dat Belavia vlucht B2804 vertrekt met twintig minuten vertraging neem ik ook maar op de koop toe. Het vliegtuig is een heuse bezienswaardigheid. Al kan ik het beter een vliegtuigje noemen. De Embraer 175 biedt slechts plaats aan 76 passagiers. En zelfs dat aantal zit niet aan boord. Oude KLM City Hopper-tijden herleven… De service aan boord is prima. Voor vertrek deelt een stewardess zuurtjes uit. En ook krijgen alle passagiers een sapje. Gratis en voor niets! Eenmaal in de lucht laat de krachtige wind het gevaarte flink heen en weer schudden. Ook dat overleef ik wonderwel.

Na een vlucht van slechts 35 minuten heb ik al Wit-Russische bodem onder de voeten. Een hele geruststelling. Bij de paspoortcontrole gaat het er een stuk relaxter aan toe dan twee jaar geleden. Bij de reis van Vilnius naar Minsk keerde destijds een heel peloton overijverige leden van de grenspolitie de trein binnenstebuiten. Nu wil de leuke jongedame aan de balie alleen maar weten wat ik in haar land kom doen. Als ik haar vertel dat ik voetballen kom kijken lijkt ze gerustgesteld. Ze zet een stempel in mijn paspoort en heet me welkom in Wit-Rusland.

Wachtrijen voor E95 benzine bij Duitse pomp

Achter de bal aan (58): Lippstadt/Gelsenkirchen

Zaterdag 5 oktober 2019

Een ouderwets dagje voetballen kijken in Duitsland. Twee potjes op één zaterdag. ’s Middags de confrontatie tussen SV Lippstadt 08 en TuS Haltern in de Regionalliga West. Op de terugweg als krakende afsluiter de klassieker Schalke 04 – 1. FC Köln. Veel ‘benzinetoeristen’ wippen op deze zonnige herfstdag eveneens de Duitse grens over om in hun behoeften te voorzien.

Zoals vaker op weg naar de Ruhrpott maak ik een pitstop in Elten, de eerste afslag na grenspost Bergh. De korte tussenstop valt iets langer uit dan gebruikelijk. Door de kermis in het dorp kan ik niet parkeren op de Eltener Markt. Voor mijn lunch, overheerlijke Käsebrötchen van bakker Horsthemke, moet ik derhalve een korte wandeling op de koop toenemen. Tanken bij de gebroeders Derksen aan de Kattengatweg zorgt daarna voor meer vertraging. Nou is het bij de Aral Tankstelle altijd wel vrij druk met Nederlanders die afkomen op voordeligere brandstof aan de Duitse kant van de grens. Zó druk als ditmaal heb ik het er niet eerder meegemaakt.

De bio-ethanol jaagt duidelijk nóg meer mensen richting Heimat dan gebruikelijk. Ofwel hoe help je de economie in eigen land om zeep… Aan de Duitse pomp is nog gewoon ‘ordinaire’ E95 superbenzine te koop. Mij is verteld dat dat E10-spul, waar Nederlandse tankstations hun klanten sinds 1 oktober van voorzien, mijn Focus wat zwaar op de maag ligt. Vandaar dat ik van het buitenkansje gebruik maak en in Elten de nodige toverdrank in de tank giet. Scheelt per liter bovendien al gauw 20 cent met de prijs thuis. Ik ben duidelijk niet de enige. Het is Schlange stehen voor de Zapfsäulen. Na ruim een kwartier wachten ben ik pas aan de beurt.

Al met al zorgen mijn kaasbroodjes en de tankpauze voor bijna een half uur onvoorzien oponthoud. Het betekent wel dat enige haast is geboden om nog tijdig voor de aftrap in Lippstadt aan te komen. In de iets meer dan anderhalf uur die me nog resten, moet ik zo’n 160 kilometer overbruggen. Nou kan ik op de A2 gelukkig goed doorrijden. Langs Dortmund wil ik sowieso altijd het liefst zo snel mogelijk voorbij razen. Alleen aan de laatste 30 kilometers vanaf de afrit Hamm-Uentrop lijken maar geen einde te komen. Lippborg, Kesseler, Herzfeld en Cappel zijn ongetwijfeld leuke plaatsjes, maar je zou er eigenlijk wat sneller doorheen moeten kunnen rijden.

Het spant erom, maar ik weet het tijdsverlies binnen de perken houden. Als ik mijn bolide aan de Wiedenbrücker Strasse naast de Liebelt Arena parkeer, heeft de scheidsrechter juist voor het beginsignaal gefloten. Ik mis nauwelijks iets. De nummers zeventien en dertien van de Regionalliga West bakken er weinig van. Slecht veld. Slecht voetbal. Vier weken nadat ik de Lippstädter vijf keer heb zien scoren in Bergisch-Gladbach, schieten ze ditmaal niet met scherp. Evenals de thuisploeg stelt ook de promovendus uit Haltern am See alles in het werk om vooral niét te verliezen. Al op de twaalfde speeldag lijkt elk puntje meegenomen in de strijd om het klassebehoud. Tot overmaat van ramp is de kwaliteit van de in het stadionnetje verkochte braadworsten ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Wat dat betreft zit er in allerlei opzichten kraak noch smaak aan.

De makers van het programmaboekje verdienen daarentegen wel een compliment. In tijden waarin menig club het niet meer de moeite waard vindt om haar bezoekers ouderwets te informeren, scoort Lippstadt wel met het 40 pagina’s tellende SV Magazin. Met het stadionnetje is verder ook weinig mis. Keurig hoofdtribunetje. Fel meelevende supporters. De Aliados in het Supporter Block LP zingen zich 90 minuten lang de longen uit het lijf. Zo zit er tenminste nog iets van muziek in. Het bezoek aan het Stadion am Bruchbaum brengt mijn totaal aan bezochte stadions in de Regionalliga West op zeventien. Alleen Bonner SC en de U21 van 1.FC Köln nog, dan heb ik de complete speelklasse afgewerkt.

Na afloop gaat het linea recta verder naar Gelsenkirchen. Om 18.30 uur begint daar het feest. Met een afstand van iets meer dan 100 kilometer tussen Lippstadt en de Veltins Arena zou je denken dat ruim tweeënhalf uur tussen het einde van de ene wedstrijd en het begin van de volgende moet volstaan. Had je gedacht. File bij Recklinghausen-Süd. Het verkeer staat er muurvast. Bijna 40 minuten duurt de ongein. Het wordt zodoende wederom kielekiele. Gelukkig ken ik na 402 bezochte thuiswedstrijden van Schalke 04 wel een beetje de weg rondom het Schalker Feld. Naar een parkeerplek hoef ik niet lang te zoeken. Voor aanvang kan ik zelfs nog even vlug een schnitzeltje verorberen.

Er is enorm veel politie op de been. Waar Keulen komt, is het altijd carnaval. Op een ME’ertje meer of minder kijken ze in Duitsland niet bij dit soort risicoduels. Met 61.833 toeschouwers zitten er ongeveer 60 keer zoveel toeschouwers als eerder op de middag in Lippstadt. Die Hütte ist restlos ausverkauft. Door enkele verrassende uitslagen bij de middagwedstrijden kan Schalke bij winst zelfs de koppositie pakken. Ongelooflijk dat zo’n knakenelftal zó hoog op de ranglijst staat. Veel gedraaf, weinig vernuft. Maar op de een of andere manier weet de nieuwe Schalke-trainer David Wagner de juiste snaar te raken bij zijn spelers. Verfrissend in vergelijking met dat opgewonden Italiaantje met wie S04 in het afgelopen rampseizoen bijna degradeerde.

Tot de laatste seconden mogen de Königsblauen zich Spitzenreiter wanen. In extremis scoren de veel te laag geklasseerde Geissböcke alsnog de 1-1 gelijkmaker. Dik verdiend. Het blijft dan wel Blau und Weiss ein Leben lang, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn in totaal 559e Schalke-duel dit seizoen veel navolging gaat krijgen. Klasse á la Olaf Thon, Andy Möller of Raúl staat er tegenwoordig niet meer op het veld auf Schalke. Dat Arenabezoekers uitgerekend bij deze wedstrijd voor het eerst moeten betalen voor een parkeerplaats (5 euro) komt de publieksvriendelijkheid evenmin ten goede. Zonde van het geld.

En dan denk je dat je alles wel gehad hebt. Maar nee hoor. Als ik op de weg terug naar Nederland mijn inmiddels halflege tank wil bijvullen, wordt bij het afrekenen zowel mijn creditcard als bankpas niet geaccepteerd. Tsja, en daar sta je dan op een zaterdagavond in een uitgestorven gat als Isselburg. Het biljet van 20 euro dat nog wél in mijn portemonnee zit volstaat niet om de rekening te betalen. Bij de geldautomaat twee straten verder kan ik gelukkig wél het benodigde bedrag pinnen en cash afrekenen. Een teken dat er niets mankeert aan mijn bankpas, maar dat de apparatuur bij het tankstation niet deugt. Maar daar oordeelt de eigenaar van het tankstation anders over. Tsja, je moet je tegenwoordig in heel wat bochten wringen om ergens een beetje Euro loodvrij vandaan te toveren.

Zeurpieten

De roep om genderneutraal speelgoed brengt de redding van de mensheid vast en zeker weer een stapje dichterbij. Nederland hoeft nu alleen nog maar te wachten op de komst van de genderneutrale roetveegpiet. Zolang er hoop is, is er leven.

Van de grote Jesse Klaver mag elke boer stikken. Door toedoen van een volledig op hol geslagen milieu-maffia raken honderdduizenden Nederlanders binnen afzienbare tijd aan de bedelstaf. Om een liquidatietje meer of minder maalt het gemeentebestuur van onze hoofdstad al niet eens meer. Een onbezorgde oude dag kunnen gepensioneerden in het Rijk van Rutte zo zoetjes aan op hun buik schrijven. Ook mag iedereen zich binnenkort nóg meer laten uitkleden door inhalige zorgverzekeraars.

Maar ach, aan dat soort futiliteiten moeten we niet te zwaar tillen. Elke dombo behoort wel goed in de oren te knopen waar de prioriteiten liggen. En met Sinterklaas weer in aantocht, valt vanzelfsprekend niet te redetwisten over zaken die er écht toe doen!

Ik wil de heilige Jessias van Groen Links en dat Zweedse moedertje Teresa niet tekortdoen, maar is het niet ongelooflijk dat de bedenker van de roetveegpiet nog niet is voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede? Een regelrechte schande! Een belediging voor iedereen in Nederland die strijdt tegen de stelselmatige onderdrukking van zorgvuldige geselecteerde en gefaciliteerde groepen slaven. Dat er nog geen quotum is gesteld aan de hoeveelheid vrouwelijke Sinterklazen, ook al zoiets. Te vrouwonvriendelijk voor woorden! Houd er maar rekening mee dat de chocoladeletter eerdaags ook uit de schappen van de supermarkten verdwijnt. Racisme in de meest pure vorm. Eveneens verkrijgbaar in melkchocola, witte chocola en met nootjes. Nog eventjes en we mogen helemaal nergens meer van snoepen. Die politieke correctheid krijgt een steeds bitterder bijsmaak.

Bij ons in Apeldorp zitten we ondertussen maar mooi met de gebakken peren. Nou komt berouw meestal na de zonde, maar doen de selfkickers in het Apeldoornse college van B en W er wel zo verstandig aan om op 16 november die nationale Sinterklaasintocht in huis te halen? Hadden zij om hun onstuitbare drang naar erkenning en aandacht te stillen niet beter een poging kunnen ondernemen om het Eurovisie Songfestival naar de hoofdstad van de Veluwe te halen? Zo’n Sinterklaasintocht levert alleen maar ellende en negatieve publiciteit op. Zo’n traditierijk kinderfeest trekt tegenwoordig een slag volk aan dat elk gemeentebestuur liever kwijt dan rijk is.

Voor de plaatselijke bevolking wordt het een hels karwei om zich tegen dat naderende onheil te wapenen. Om de zwerm strontvliegen te weren die tijdens zulke gelegenheden dreigen neer te strijken, moet zowel de A1 als de A50 worden geblokkeerd. Een logistieke operatie van niet te onderschatten omvang. Nou zal het, zo schat ik in, weinig problemen kosten om vrijwilligers voor deze dankbare taak op de been te brengen. Maar het kost zoveel gedoe. Allemaal gedoe om niks. Reken maar dat er een heel blik politieagenten moet worden opengetrokken om de helden van Kick out Zwarte Piet tegen zichzelf in bescherming te nemen. Een verspilling van belastinggeld. Waren het voetbalsupporters geweest, dan zou een burgemeester ze op basis van vage signalen al op voorhand de toegang tot haar stad ontzeggen.

Joh, die activisten nemen zichzelf veel te serieus. Ze komen ongetwijfeld met de beste bedoelingen. Maar is het niet frappant dat lieden die het hardst schreeuwen om tolerantie en verdraagzaamheid juist zelf vaak de tegenovergestelde weg bewandelen? Het is óf zwart. Óf wit. Een tussenweg bestaat niet. Enige nuance kennen deze onverbeterlijke zeurpieten niet. Doof voor elk tegengeluid. Blind voor andere zienswijzen. Qua inlevingsvermogen hapert het aanzienlijk. Ze voelen zichzelf torenhoog verheven boven het ordinaire klootjesvolk. De oogkleppen zitten zo strak dat de ze zuurstoftoevoer naar de hersenen afsluiten. En daar komt dat probleem van alle overvloedige stikstof bovenop. Al die CO2 tast de verstandelijke vermogens extra aan.

Iedereen zijn eigen gelijk en zijn eigen waarheden, zeg ik altijd maar. Alleen telt voor deze verongelijkte mensjes enkel hun eigen gelijk. Hartverscheurend hoe de boze buitenwereld de tere zieltjes voortdurend kwetst. Bijzonder kwalijk dat niet iedereen de boodschappen serieus neemt die dat handjevol oprechte freaks met zoveel elan verkondigen. Al dat onrecht waar zij exclusief onder lijden hakt er vanzelfsprekend flink in. Uiteraard is het daarom hun goed recht om afvalligen tot vervelens toe een spiegel voor te houden waar zij zelf nooit in kijken. Als slaven van hun eigen waanbeelden, vastgeroest aan ketenen waaraan ze zelf nooit hebben vastgezeten, mogen zij elke andersdenkende zonder aanziens des persoons een etiket opplakken. Zodat het tot alle slavendrijvers, racisten, seksisten, populisten of opportunisten doordringt hoe fout ze wel niet zijn.

Het oneens zijn met anderen kan natuurlijk altijd. Maar zelfs dat mag tegenwoordig blijkbaar niet meer. Het meest opmerkelijke vind ik dat alle onverdraagzaamheid altijd maar van één kant komt. Het is allemaal zó verschrikkelijk kort door de bocht. Op zich is zo’n meneer uit Ghana die al die racistische Nederlanders eventjes de wet komt voorschrijven best vermakelijk. Bekijk je het wat serieuzer, dan wekt zo’n zielepiet toch vooral medelijden. Het is diep triest. Een afschrikkend bewijs van hoezeer alle bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg van de afgelopen jaren steeds meer hun tol eisen.

Maar ja, wanneer iemand het waagt om de verstandelijke vermogens van zulke over de schimmel van de Sint getilde kunstenmakers in twijfel te trekken, heb je meteen de poppen aan het dansen. Dan begint het hele armetierige zooitje meteen te piepen. Dan is Nederland te klein. Het is nooit goed. Niets deugt. Terwijl in de hele wereld nota bene geen enkel land bestaat waar schreeuwende minderheden zóveel vrijheid krijgen om anderen te betuttelen, schofferen of zelfs intimideren als in ons eigen polderparadijs. Bestaat er trouwens ook een naam voor het structureel zwartmaken van al die verderfelijke witte mannen?

En dan te bedenken dat zoveel stress en opwinding helemaal niet goed zijn voor het menselijk gestel. Chill. Doe eens rustig aan. Wind je niet zo op. Zoek een leuke hobby, denk ik dan. Besteed je tijd op een zinvollere manier. Ga lekker sporten. Dan kun je je lekker op ontspannen wijze inspannen en inspannend ontspannen. Het houdt het lichaam en de geest fit en brengt de afgestompte hersencellen weer in beweging.

Het is dat schijnheiligheid al zo oud is als de mensheid zelf, anders was het ongetwijfeld in Nederland uitgevonden.

© RK