Maandelijks archief: juni 2020

Engelsman Nathan Fullerton completeert selectie Draisma Dynamo

De 22-jarige Engelsman Nathan Fullerton completeert de selectie waarmee Draisma Dynamo in het nieuwe eredivisiejaar een gooi wil doen naar de landstitel. De afgelopen twee seizoenen speelde de twee meter lange diagonaalspeler in de Oostenrijkse competitie voor Union Volleyball Raiffeisen Waldviertel.

Thuis in Willesden, in het noordwesten van Londen, kreeg de kersverse aanwinst van de Apeldoorse club het volleybal met de paplepel ingegoten. Zijn ouders Stuart en Charmaine waren in het verleden beide Engels international. Ook tweelingzus Paige en zijn oudere zus Stacey hebben het volleybaltalent niet van vreemden. Alvorens hij zijn sportieve geluk zocht in Oostenrijk, verdedigde Fullerton in eigen land de kleuren van Team Northumbria.

De Londenaar van Jamaicaanse komaf is danig in zijn nopjes met zijn overgang naar Nederland, zo laat hij op de website van zijn nieuwe club weten. “Ik ben heel erg blij met deze kans. Ik ben overtuigd dat ik in Apeldoorn door trainingen en wedstrijden kan uitgroeien tot een betere volleyballer. Ik zal er binnen en buiten het veld hard aan werken om zo snel mogelijk in het systeem te integreren en competitieklaar te zijn.”

Wim Jonker, bestuurslid technische zaken van de Stichting Topvolleybal Dynamo, verwacht ook veel van Draisma Dynamo’s nieuwe Engelse aanwinst. “Hoewel Nathan nog relatief jong is, heeft hij zijn sporen al ruimschoots verdiend. Hij is een atletische speler en bezit veel potentie om zich te verbeteren. Bij ons kan hij zich door het programma en de kwaliteit van de groep volop verder ontwikkelen.”

Volleybalkrant.nl woensdag 24 juni 2020/Foto Volleyball-Waldviertel.at

In Belgrado kan Ewoud Gommans wel naar de sportschool

Om de toekomst te moeten overdenken zijn er zelfs in een door virussen en spanningen geteisterd Europa vervelendere steden denkbaar dan Belgrado. Hoe lang Ewoud Gommans in de Servische hoofdstad kan genieten van de hereniging met echtgenote Sanja Bursac, hangt af van waar hun sportieve beslommeringen beide broodvolleyballers eerdaags heenvoeren.

Voor de uit Voorschoten afkomstige Oranje-international verliep het volleybaljaar 2019-2020 niet geruisloos. Na een half seizoen bij het Franse Chaumont vertrok hij in januari naar United Volleys Frankfurt. Na het begin van de Covid-19 ellende en de beëindiging van de competitie in de Bundesliga volgde een gedwongen corona-scheiding van zijn Sanja.

“Momenteel ben ik in Servië bij mijn vrouw. We zaten drie maanden zonder elkaar thuis. Dat was heel moeilijk natuurlijk. In die drie maanden heb ik binnen veel work-outs gedaan en buiten hard gelopen. De laatste weken heb ik in Den Haag krachttraining gedaan en gebeacht met de jonge jongens van BTN. Nu beach ik bijna dagelijks in Belgrado en doe ik drie tot vier keer in de week krachttraining. Hier zijn de fitnesscentra alweer open”, laat de 29-jarige Gommans weten dat hij alles behalve stil zit.

De geroutineerde passer/loper heeft goede hoop weldra ergens onderdak te vinden. “Het is zeker lastig om in deze periode een goede club te vinden. Er zijn wel gesprekken gaande. Ik krijg het gevoel dat in een aantal landen de gesprekken begin juni zijn begonnen. En overal hoor je dat er zeker twintig procent minder budget is voor spelers en trainers. Desondanks heb ik wel het gevoel dat het binnenkort goed komt en dat ik een club naar mijn zin ga krijgen. Mijn voorkeur gaat uit naar een goede competitie en een gezonde club.”

Zijn Servische wederhelft kwam het afgelopen seizoen uit voor CSM Volei Alba-Blaj, de Roemeense club waar ook Kirsten Knip en Femke Stoltenborg onder contract stonden. Gommans beaamt dat het uit praktisch oogpunt fijn zou zijn om zijn vrouw wat vaker te zien, maar dat daar in de alledaagse praktijk van het topvolleybal vaak weinig van terecht komt. “Ze weet nog niet waar ze gaat spelen. We willen zeker bij elkaar in de buurt spelen, maar helaas is dit op het hoogste niveau niet altijd mogelijk.”

Volleybalkrant.nl maandag 22 juni 2020/Foto United Volleys Frankfurt

Onzekere tijden maken spelverdelers niet onzeker

Het in Oranjeverband hervatten van zaaltrainingen lijkt een voorzichtige eerste stap terug naar het oude normaal. Een zekerheidje in onzekere tijden. Zeker voor vaderlandse topvolleyballers die er naar snakken op korte termijn ook in clubverband weer grenzen te willen overschrijden, komen de samenkomsten met het nationale team als geroepen.

Spelverdelers Gijs van Solkema (22) en Stijn Held (25) zitten momenteel in hetzelfde schuitje. Clubloos, maar allesbehalve moedeloos. Dat hij na drie seizoenen Bundesliga nog geen nieuwe werkgever heeft, stemt Van Solkema niet ongerust. “Momenteel heb ik nog nergens een handtekening gezet. Hier en daar zijn zeker wel gesprekken gaande. Je merkt wel dat veel teams een kleiner budget hebben en ook minder bereid zijn om risico’s te nemen. Ik maak mij niet per se zorgen. Het is natuurlijk niet een situatie waarin iemand ooit gezeten heeft. Dat maakt het moeilijk in te schatten wat er allemaal gaat gebeuren.”

Held had bij zijn besluit de eredivisie de rug toe te keren uiteraard geen corona-epidemie ingecalculeerd. “Het is hoe het is. Ik had kunnen bijtekenen bij Lycurgus. Voor mezelf merkte ik dat ik een nieuwe uitdaging nodig heb. Daarvoor moet ik toch echt de grens over. Het is een risico dat ik genomen heb, het zal laag instappen zijn. Ik heb een ander cv dan anderen. Aan de andere kant heb ik wel acht finales op rij gespeeld en prijzen gepakt, ook al is dat dan maar in Nederland. Het wordt mijn eerste stap naar het buitenland. Ik ben realistisch. Ik hoop op een club waar ik me kan ontwikkelen en me kan laten zien. Dat kunnen heel veel clubs zijn, in heel veel landen. Ik ga tegen niets zomaar nee zeggen.”

Het duo is opgelucht na meer dan drie maanden eindelijk weer de zaal in te mogen. Sinds begin maart in heel Europa de volleybalcompetities werden stopgezet vanwege de corona-uitbraak, moest zowel de Fries als de Barnevelder zich noodgedwongen onderwerpen aan bezigheidstherapie. De samenkomsten op Papendal bieden Van Solkema, Held en andere (kandidaat-)internationals een prima gelegenheid om weer op niveau te trainen.

“Ik heb het grootste deel van de coronatijd bij mijn ouders thuis doorgebracht. Ik heb me dagelijks beziggehouden met work-outs. Ik wat gevolleybald op het grasveld in de tuin, hardgelopen en hier en daar een incidentele beachvolleybaltraining afgewerkt. Sinds afgelopen week zijn we met een groepje van het Nederlands team weer begonnen met trainen en ben ik weer bezig op Papendal”, vertelt Van Solkema hoe hij na zijn vertrek bij het Duitse SVG Lüneburg het nuttige met het aangename verenigde.

Held heeft zich na zijn laatste wedstrijd voor SAMEN.Lycurgus eveneens zo goed en zo kwaad als het ging fit gehouden. “Via via kan ik wat aan krachttraining kunnen doen. Ik heb een racefiets aangeschaft. Daarnaast tennis en beachvolleybal ik veel. Gelukkig heb ik nog wat broertjes met wie ik wat kan doen. Het is fijn om weer op Papendal terecht te kunnen.”

Volleybalkrant zondag 21 juni 2020/ Foto: Ronald Hoogendoorn/Volleybalkrant.nl

Daan van Haarlem staat open voor nieuw avontuur

Het afgelopen seizoen verdeelde Daan van Haarlem het spel bij Kladno Volejbal. Bij welke club de 31-jarige volleybalnomade in de nabije toekomst de regie in handen neemt, weet hij nog niet. “Ik sta open voor een mooi avontuur.”

Covid-19 luidde voor de Nederlander het onverwachte slot van zijn verblijf in Tsjechië in. “Wij zouden op 12 maart spelen. Die wedstrijd was al naar voren gehaald, maar werd er op de dag zelf uitgegooid. In Tsjechië waren de regels meteen vrij strikt. Op 15 maart gingen de grenzen dicht. De club zei: ga maar naar huis. Een raar einde. Normaal speel je aan het eind van een seizoen nog ergens voor. Nu was het voorbij. Toevallig was ik dat weekend nog jarig ook. Maar ik ben met m’n rugzakje teruggevlogen en zit sindsdien thuis in Utrecht.”

In afwachting van wat de sportieve toekomst hem brengt, maakt Van Haarlem van de nood een deugd. “De zomerstop is nu wat langer dan anders. Ik loop heel veel hard. Plus een beetje crossfitten in het park. Op dit moment is het afwachten wat er gaat gebeuren. Me zorgen maken heeft helemaal geen zin. Het zijn rare tijden. Iedereen heeft er last van. Wat nu gebeurt, is het lot van een profvolleyballer.”

Van Haarlem bewaart goede herinneringen aan zijn dienstjaren in Tsjechië. Verdeeld over twee periodes kwam hij drie seizoenen uit voor Kladno Volejbal en één jaar voor VK CEZ Karlovarsko. “Ik had het prima naar m’n zin bij Kladno. Een fantastische club. De Tsjechische competitie is een sterke competitie. De kampioen haalt altijd wel de kwartfinale van de Champions League. Ik had een contract voor een jaar. Dat liep af. Het budget van de club gaat met een derde omlaag. Veel Tsjechische clubs hebben al een setter voor het nieuwe seizoen. Kladno nog niet.”

Over zijn volgende bestemming verkeert de spelverdeler, die ook al in Duitsland, België en Bulgarije speelde, vooralsnog in het ongewisse. “Het is nu pas juni. Normaal gesproken beginnen clubs half augustus met de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Vorig jaar zaten er in augustus ook nog veel spelers zonder club. Toen was er geen sprake van corona. Ik ga altijd van het positieve uit. Mijn manager heeft er vertrouwen in dat de markt weer op gang gaat komen. Hij is wel in gesprek met clubs, ja. Maar het moet wel van beide kanten goed voelen. Ik sta open voor alles.”

Op een voortzetting van zijn interlandcarrière hij rekent niet meer. Sinds bondscoach Roberto Piazza hem een jaar geleden niet meenam naar het Olympisch kwalificatietoernooi, lijkt het boek Oranje definitief gesloten voor Van Haarlem. “De bondscoach ziet mij niet staan. Ik kan hoog of laag springen. Je hoort erbij of niet. Ook dat is een onderdeel van topsport.”

Volleybalkrant.nl zaterdag 20 juni 2020

Aad Mansveld

Welke standbeelden zullen komende week op de nominatie staan om in de gracht gekieperd te worden? Flipje uit Tiel? Het beeld van de treurende vrouw in Putten? Het Peerd van Ome Loeks? In brons gegoten of uit steen gehouwen hommages aan voormalige lokale voetbalhelden als Aad Mansveld, Epy Drost, Coen Dillen of Jan van Roessel? Jul de Muis? Johnnie Jordaan en Tante Leen? Of misschien zelfs de Dokwerker wel.

Alles dat in Nederland enigszins naar het verleden verwijst moet zo snel mogelijk van zijn voetstuk af. Op last van een groepje jeugdige slachtoffers van ons bloederige koloniale verleden. In hún wereld is geen plaats meer voor symbolen van een verderfelijk systeem dat gekwetste zielen zelfs in coronatijden volop de ruimte geeft om luidkeels aandacht te vragen voor hun eigen diep gewortelde trauma’s en haatgevoelens.

Nou alleen maar hopen dat de Nederlandse beeldenstormers bedachtzamer te werk gaan dan hun gewaardeerde Engelse collega-slopers. De tabloids berichtten vorige week in geuren en kleuren over het treurige voorval waarbij een vredelievende actievoerder bijna geplet werd door het monument dat hij zelf met zijn kameraden aan het omver trekken was. Zoiets pijnlijks wens je niemand toe. Het zal je gebeuren zeg. Verkijk je niet op de gewichtigheid van zo’n statuur. Een wel héél zware last om te moeten dragen. Wie weet, misschien levert het verbranden van aanstootgevende boeken minder risico’s op.

De afgelopen maanden verliepen juist zo rustig en overzichtelijk. En toch dreigt het nu mis te gaan op alle ingestelde eenrichtingspaden. Leven en dood leken in de verziekte lente van 2020 enkel af te hangen van het op peil brengen van de voordien door de regering Rutte zelf kapot bezuinigde IC-capaciteit. Nothing else mattered. Geen oorlogen. Geen stikstofproblemen. Geen files. Geen privé-besognes van Dirk Kuyt. Geen Akwasi. De beroemde rapper kreeg pas op Eerste Pinksterdag zijn podium. Tot hij een nieuw tijdperk inluidde met het in metaforen gieten van woorden op de Dam, was hij mij volslagen onbekend.

Tot thuisstudie gedwongen jongeren vielen in het paradijs van Femke Halsema weliswaar een wandelend koppel lastig, een gast van de overheid stak lukraak een onschuldige Brabander dood, dierenactivisten kwamen ergens op de Veluwe met een vlammend betoog en her en der vlogen wat masten in de fik. Maar daarmee hebben we het wel gehad. Futiliteiten. Nauwelijks de moeite van het vermelden waard.

Vanaf het moment waarop de burgemeester van Amsterdam openlijk afstand nam van de coronaregels, is het hek van de dam. Sindsdien neemt de verwarring steeds verwarrendere vormen aan. Het maakt de geloofwaardigheid van zowel gemeentebesturen als de regering niet geloofwaardiger. Door een in allerijl in elkaar geflanste noodwet er doorheen te jagen om de anderhalvemeterdictatuur te legitimeren, kan minister De Jonge de lont weleens definitief in het kruitvat steken. We hoeven nu alleen nog maar te wachten totdat een overenthousiaste boa met iets té veel geweld zijn fonkelnieuwe wapenstok gaat uitproberen in de nek van de verkeerde demonstrant. Dán gaat de knuppel onherroepelijk in het hoenderhok!

De misschien wel voornaamste les van de afgelopen weken is dat coronaproof-demonstreren in Nederland meerdere gedaanten kent. De ene demonstrant krijgt overduidelijk meer privileges dan de ander. Raar maar waar. De politie voerde een handjevol tegenstanders van de ingestelde restricties onlangs in Den Haag zonder pardon en met het nodige machtsvertoon met bussen af. ME’ers wachtten protesterende kermisexploitanten al op de A12 op. Maar de militante meelopers die de moord van een donkere man door een blanke politieagent in de VS aangrijpen om hun afkeur tegen alles dat blank is te ventileren, lijken boven elke wet verheven. Met alle gevaren voor de volksgezondheid vandien.

Het onbegrip daarover van al diegenen die de afgelopen weken dierbaren met een minigezelschap naar het kerkhof moesten brengen, lijkt me wel enigszins voorstelbaar. Those lives don’t seem to matter. De woede van iedereen die beboet werd vanwege het niet naleven van niet zelden belachelijke coronaregels, is ook heel goed te begrijpen. De willekeur. Afwijkende regels bij het samenscholen van grote groepen. Er valt zo langzamerhand geen pijl meer op te trekken.

Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand buitensporig politiegeweld niet verafschuwt. Zoiets gebeurt nochtans niet alleen in Donald Trumpland. Noch treft het alleen Afro-Amerikanen. Zodra het anti-zwartenpietenfront vervolgens de regie opeist van het protest, ben ik er al helemaal klaar mee. Doen deze extremisten niet precies datgene waar zij zelf iedereen met licht getint vel voor uitmaken? Geen White Power. Ongetwijfeld wel veel white powder. Verruimt de geest. Spoelt de hersenen.

De rekruten om hun boodschap te laten verkondigen worden wel steeds jonger. Ontroerend hoe zo’n meisje van 14 jaar bijna heel Dronten mobiliseert op het dorpsplein. Zóveel levenservaring. Zóveel wijsheid. Maar goed dat ik niet zo sentimenteel ben aangelegd, anders schoot ik vol van zulke bevlogen kindsoldaten. Met een mondkapje op blèren voor gerechtigheid. Nog niet eens haar op de rug. Des te meer op de tanden. De beroepsdemonstranten van nu. De politici van morgen. Hún toekomst. Hún land. Hún leed. Hún gelijk.

Misschien moet het kabinet op korte termijn speciaal voor deze groep ook maar een noodwet in elkaar draaien. Om de stemgerechtigde leeftijd in Nederland te verlagen. Laten we zeggen vanaf Groep 8 van de basisschool. Dan kan iedere jongvolwassene van een jaar of 11 officieel z’n zegje doen en zonder excuses z’n voorkeur uitspreken voor Jesse Klaver. In zo’n geval mag ook de meerderheid van de demonstrerende minderheden écht meepraten. Nu roepen ze maar wat en slaken ze met militaire dril allerlei Engelstalige kreten waarvan the dogs will lose their appetite, zoals de vertaling op z’n Van Gaals zou luiden. Waarom schreeuwen die mensen hun leuzen niet gewoon in het Nederlands? Het komt allemaal zó geforceerd over.

Ik heb wel te doen met die arme meneer Akwasi. Het is ‘m allemaal een beetje te veel geworden. Valt niemand trouwens de overeenkomsten op tussen meneer Akwasi en de president van de Verenigde Staten? Wie niet beter weet, zou hem maar zo voor een buitenechtelijke zoon van Donald Trump kunnen houden. Het geraaskal. De onverdraagzame taal. De vooringenomenheid. Het tweetgedrag. De gelijkenissen zouden bijna vragen om een dna-test. En dan te bedenken dat een soortgelijk vergrijp voor elke bleekscheet onherroepelijk stront aan de knikker betekent. Een levenslang stadionverbod bij FC Den Bosch. Misschien zelfs wel een gevangenisstraf. Niemand moet het in Nederland wagen op een voetbaltribune in metaforen te praten over een grondige verbouwing van het gezicht van ’s lands langst dienende pakketbezorger.

De gespierde taal kwam wel erg rottig uit de strot van de woordkunstenaar, zoals meneer Akwasi zichzelf noemt. Verder schijnt het een aardige man te zijn. Niets dan lof over de creatieve duizendpoot. Niet iedereen is het gegeven om van opruien z’n beroep te maken. Hij houdt er zelfs een eigen manager op na. Zou dat een soort huisslaaf zijn? Zo’n privilege is normaal enkel voorbehouden aan welgestelde blanken. Maar niet getreurd. De edelmoedige meneer Akwasi voelt zich niet te groot om van het pad geraakte mensen met een lichte huidskleur herop te voeden. Zijn wijze levenslessen maken elk slachtoffer gegarandeerd een totalere mens dan Louis van Gaal in zijn succesjaren heeft ontwikkeld. Zonder tegengeluid monden zulke projecten vanzelf uit in een totalitair systeem. 

Optimisten opperen dat de coronacrisis mogelijkheden schept. Een ideale gelegenheid om onze verrotte maatschappij voor eens en altijd te zuiveren van uitwassen zoals incestueus bestuurdersvolk. Zou het echt? Ongeacht de hoeveelheid standbeelden die leden van kleurrijke clubjes besmeuren, zie ik die aloude VOC-mentaliteit niet zo gauw verdwijnen. Zo’n Femke Halsema is een perfect voorbeeld van hoe de baantjescarrousel in Nederland werkt. Commissariaatje hier. Toezichthouderschapje daar. Weinig doen, maar wel flink cashen en de eigen vriendjes en vriendinnetjes in het zadel houden. Ons kent ons. Ons dekt ons. Voor wat hoort wat.

De happy few krijgt in de nabije toekomst hooguit een wat bonter karakter. Nadat zij de geschiedenis naar eigen inzichten hebben herschreven, dringt de elite van de huidige protestbeweging vroeg of laat vanzelf zelf door tot het establishment. Geen revolutie, maar een niet te stoppen maatschappelijke evolutie. Wie het hardst schreeuwt, vindt vanzelf gehoor, zo blijkt. Na het etnisch profileren breekt de tijd aan van het etnisch profiteren. Voor mijzelf als blanke vijftiger zal dat de perspectieven op de arbeidsmarkt nóg verder doen verslechteren. Voor meneer Akwasi en zijn strijdmakkers breken gouden tijden aan.

Het kan maar zo zijn dat we onze eigen Amsterdamse Martin Luther King ooit terugzien op het Eurovisie Songfestival namens het land dat hij zo veracht. Met een sinterklaasrap. Zo komt zijn droom ook uit. Douze points pour l’artiste des mots! Misschien beloont toekomstig minister-president Klaver meneer Akwasi wel met een eigen monument op de Dam. Naast dat van Idi Amin, ook zo iemand die met veel bravoure invulling gaf aan gekleurd machtsdenken. Wie niet luistert, wordt in hapklare brokken aan de krokodillen gevoerd.

Nee, doe mij dan maar de krokodillentranen die momenteel voor zoveel afleiding zorgen van het coronaleed. Er wordt heel veel geroepen, maar waar praat iedereen werkelijk over? Zichzelf serieus nemende media mogen de zogenaamde volkswoede best eens vanuit een wat breder perspectief bekijken. Maken zij de protestacties van meneer Akwasi en zijn makkers niet veel groter dan ze zijn? Zelfs thuiswedstrijden van PEC Zwolle trekken meer publiek dan de drukst bezochte BLM-demonstratie in Nederland. In de jaren ’80 ging bijna een half miljoen Nederlanders de straat op om te demonstreren tegen kernwapens. Dán praat je over aantallen die ergens toe doen.

Bestaan er in Nederland nog wel kritische mediavertegenwoordigers? Of is het carrière-technisch veiliger om te knielen voor de Yuppen die het voor het zeggen hebben? Bestaat het hedendaagse journaille alleen nog maar uit papegaaien, zoals de trainer van Bayer Leverkusen al zijn hele carrière roept? Nee, ik ben niet objectief. Het klopt. Maar objectiviteit bestaat niet.

Hoeveel mensen met een donkere huidskleur werken er trouwens op de redacties van De Stentor en al die andere kranten die zo hard meehuilen met de slachtoffers van al die schijnheilige witte hoofdredacteuren?

© RK

Schapen

Zou het niet geweldig zijn wanneer die Femke Halsema zonder dat ze het zelf ziet aankomen een precedent heeft geschept? Of is het geschapen? Wat het ook mag zijn, maakt feitelijk niet zo gek veel uit. Als er één schaap op de Dam is, dan volgen er meer. Aangezien ze zich niet weg hoefden te scheren en de herderin er goedkeurend op toezag hoe de kudde steeds verder in omvang toenam, moet onze minister-president wel met erg sterke argumenten komen om in Nederland het spelen van voetbalwedstrijden niet uiterlijk in augustus weer toe te staan. Mét publiek!

Ik geef toe dat het er voor domme witte mensen zoals ik niet bepaald overzichtelijker op wordt. Ik dacht dat ik vroeger op school altijd behoorlijk had opgelet. Maar hoezeer ik de hersenen ook pijnig en het hoofd breek over allerlei maatschappelijke issues, ik zie zo langzamerhand door de bomen het bos niet meer in onze nieuwe meermatenmaatschappij. Of misschien kan ik het in het nieuwe nu beter omschrijven als door alle schapen de Dam niet meer zien.

Ik staar me niet blind op de invloeden van influencers. Noch haal ik zoals de huidige protestgeneratie wijsheid van internetfora en sociale media. Maar een demonstratie is en blijft toch zeker ook in onze anderhalvemeterdictatuur gewoon een evenement? Of zie ik dat verkeerd? Van Dale omschrijft een evenement als een georganiseerde, grootschalige gebeurtenis. En je kunt van die dikke zeggen wat je wilt, maar hij staat wel bekend als een autoriteit op dat vlak. Zeg maar de Ab Oosterhaus onder de woordenboekenmakers. Die ergerlijke yuppenkids moeten me maar corrigeren voor het geval ik onverhoopt fout zit, maar diverse Nederlandse steden zijn de afgelopen week overduidelijk het toneel geweest van grootschalige georganiseerde gebeurtenissen. Of niet? Is dat niet precies wat er gebeurd is?

Nou dan.

Wanneer, zoals op Eerste Pinksterdag in Amsterdam, enkele duizenden mensen ergens op een plein mogen samenkomen, waarom kan dat dan niet op een sportveld? Hebben honderdduizenden voetballiefhebbers in Nederland niét het recht om te leven? Ik weet dat ik niemand mag tegenspreken die het exclusiviteitsrecht op onderdrukking opeist, maar is het niet onrechtvaardig om zo’n omvangrijke groep buiten te sluiten? Voor de bewering dat het pas verantwoord zou zijn om bij sportwedstrijden en andere evenementen weer publiek toe te laten zodra er een vaccin komt, ontbreekt elke wetenschappelijke onderbouwing. Die is nergens op gestoeld.

Zeker bij amateurvoetbalvoetbalwedstrijden hoeven afstandsbeperkingen geen enkel beletsel te vormen. In de lagere speeklassen al helemaal niet. Wanneer er tegenwoordig bij mij in het dorp bij partijtjes van standaardelftallen meer dan 100 man publiek langs de lijn staat, is het vaak al veel. Veel clubs halen zulke aantallen niet eens. Elders komt meestal nóg minder volk naar de velden. Daar kunnen toeschouwers met gemak tien meter afstand van elkaar houden zonder elkaar met wat dan ook te besmetten. Ruimte in overvloed. In de buitenlucht hè. Dat ook nog eens. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat die anderhalve man en een paardenkop een groter gevaar voor de volksgezondheid vormen dan enkele schreeuwende beroepsdemonstranten en hun volgzame sympathisanten.

Iedereen zal het met me eens zijn dat zowel corona als racisme een plaag blijft waar de wereld zo gauw mogelijk van verlost moet worden. Ik hoop dat men even begripvol kan zijn voor al die hartstochtelijke diehards die reikhalzend uitkijken naar de dag waarop zij hun vaste plekje op de tribune weer mogen innemen. De wens blijft de vader van de gedachte. Hoop doet leven. Zelfs in coronatijden. Voor seizoenkaarthouders van profclubs die voorlopig buitenspel worden gezet, verscheen er deze week in elk geval een sprankje licht aan het einde van de tunnel. Uitgerekend dankzij Femke Halsema. Wie had dat ooit durven denken!

De gedemoraliseerde fans weten nu waar ze naartoe moeten. Dankzij de burgemeester van onze hoofdstad weten ze dat iedereen altijd het recht heeft om te demonstreren op de Dam. Zelfs wanneer Femke bij zo’n manifestatie van voetballiefhebbers wel haar waterkanonnen en ME’ers uit de mottenballen tevoorschijn tovert om met grof geweld een vreedzame bijeenkomst te laten neerslaan, dan is dat absoluut geen reden om de burgemeester uit haar ambt te zetten. In tegendeel. Het is juist een hoopvol teken.

Het zou een signaal zijn dat alles langzaam maar zeker weer wordt zoals het geweest is.

© RK

Dranghekken

Ik kon het niet nalaten zelf even polshoogte te gaan nemen. Een week nadat de burgemeester het centrum van ons dorp liet afgrendelen, ben ik de brandhaard ter plekke gaan inspecteren. Ik week daarom zaterdagochtend af van mijn gebruikelijke route. In plaats van mijn dagelijkse rondje door het Orderbos heb ik me op loopschoenen in de binnenstad gewaagd. Met gevaar voor eigen leven…

Nee, dat is maar gekheid hoor. Ik heb me nergens door bedreigd gevoeld. Uiteraard zou ik haast willen zeggen. Bijna drie maanden duurt de coronagekte nu. Ondanks dat het verschrikkelijk is dat het virus in Nederland inmiddels al bijna 6000 mensenlevens heeft geëist, slaat die zorgvuldig door de overheid geregisseerde paniekzaaierij bij mij niet echt aan. Het krijgt me maar niet bang. Mooi hoor, zo’n lichtreclame op de PWA-laan die Apeldoorners erop wijst voldoende afstand van elkaar te houden in de binnenstad. Wat denkt een gemeentebestuur nou te bereiken met zoveel betutteling?

Al was het wel meteen raak toen ik vanaf de Hofstraat de hoek om stapte de Hoofdstraat op. Een oud wijf, dat voor C&A op een bankje zat, begon meteen te blaffen. Ik noem haar bewust geen dame, want erg vriendelijk klonk het niet toen ze me ervan in kennis meende te moeten stellen dat ik blijkbaar te dicht langs haar heen liep. Een klein wonder dat het secreet niet meteen dood van het bankje viel. Dít zijn nou precies die Nederlanders die gedurende de Tweede Oorlog hun buren verlinkten aan de Duitse bezetters. Schijtvolk. Er worden tegenwoordig boa’s voor minder vervelende opmerkingen door een stad gejaagd.

Erg veel mensen waren er kort na tienen in de ochtend niet op de been in Apeldoorns meest prestigieuze winkelstraat. Handhavers verblijdden de spaarzame passanten al wél in overvloed met hun aanwezigheid. Slechts scherpschutters ontbraken. Misschien een idee voor in de nabije toekomst. Er waren zelfs dranghekken neergezet. Compleet met verkeersregelaars. Vanaf de Oranjerie tot aan het Raadhuisplein was de straat in tweeën gedeeld. Eenrichtingverkeer. Onhandig, al die hekken. Wanneer ergens naar verluidt al te weinig ruimte is, getuigt het van weinig intelligentie om de doorstroming door middel van obstakels verder te bemoeilijken.

Op de hoek van de Mariastraat trok de forse gestalte van een jongedame in een blauw uniform mijn aandacht. Op haar brede rug stond met grote witte letters het woord ‘handhaving’. Afgetraind zag ze er niet bepaald uit. Ik probeer me een voorstelling te maken van wanneer zo’n meisje handelend moet optreden. Ik kan me niet voorstellen dat wie dan ook er erg van onder de indruk raakt wanneer een veredelde padvinder met minstens 20 kilo overgewicht hem tot de orde roept. Ik denk niet dat een wapenstok of pepperspray daar veel autoriteit aan toevoegt. Zelfs al douwen ze zo’n wicht een AK-47 in haar knuisten, zelfs dán vrees ik dat ze niet veel ontzag inboezemt.

Zelf zou ik absoluut niet geschikt zijn om in zo’n apenpakkie op straat te paraderen, zeg ik er meteen bij. Ik denk niet dat ik contactgestoord genoeg ben om anderen dusdanig het bloed onder de nagels vandaan te halen zodat ze me te lijf gaan. Of het verantwoord zou zijn om mij met een gummiknuppel en een spuitbus los te laten op onschuldige mensen, waag ik ook te betwijfelen. Op zoveel zelfkennis vallen weinig boa’s te betrappen. Die lijden (met een hele lange ij) aan schromelijke zelfoverschatting, zo krijg ik vaak de indruk. Prachtig, zo’n uniform. Het gaat echter niet om de verpakking, maar om de inhoud. Behoort het niet tot de taken van de overheid om deze mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen?

Ik ben er maar niet te lang bij stil blijven staan. Ik heb me stilletjes uit de voeten gemaakt. Voordat ik misschien zelf ongevraagd wel het slachtoffer was geworden van buitensporig boa-geweld. Je weet maar nooit. Veel mensen die niet vooraan hebben gestaan bij het uitdelen van hersens, zijn onberekenbaar. Je moet de ellende nooit opzoeken. Ik moet er niet aan denken om op klaarlichte dag midden op straat door zo’n zwaargewicht in een verstikkende nekklem gehouden te worden. Gelukkig maar dat Apeldoorn Minneapolis niet is.

Wanneer het bekeurende personeel volgens het boekje had gewerkt, dan had het op de markt heel wat bonnen moeten uitschrijven. En dan niet eens zozeer aan kopers, maar wel aan verkopers. Er zat overduidelijk een groot verschil tussen de verplichte anderhalve meter afstand aan de ene kant van veel kramen dan aan de andere kant. Een voorbeeld van een oogje toeknijpen? Of gelden voor marktkooplui andere regels dan voor medewerkers van slachthuizen? Zoals ik de afgelopen weken al vaker constateerde: de willekeur regeert in coronatijden. Als ze al handhaven en niet op de vlucht slaan, meten de handhavers met twee maten. En dat wordt dan nog gehandhaafd ook! Hoe vallen verschillen in interpretatie van richtlijnen voor de gewone burger nog te begrijpen?

Voordat ik aansluitend in m’n eigen sukkeldrafje aanzette voor de drie kilometer huiswaarts, zag ik hoe verschillende horecaondernemers op het Caterplein hun terrassen in gereedheid brachten voor de (her)opening op 1 juni. Coronaproof welteverstaan. Voorlopig zucht Nederland nog wel eventjes onder die anderhalvemeterterreur met bijbehorende protocollen, voorschriften en al het overige dat valt te rangschikken onder de noemer klinkklare onzin. Wie denkt dat met de aangekondigde versoepelingen de idioterie meteen voorbij is, vergist zich.

Des te triester is het dat eerst in Amerika een klootzak in een uniform iemand moet vermoorden om iedereen te doen beseffen dat dat fucking virus niet het enige is dat de wereld verziekt.

© RK