Maandelijks archief: juli 2020

Robbert Andringa bevorderd tot kapitein van het ‘Groene Leger’

Robbert Andringa bereidt zich met Indykpol AZS Olsztyn al bijna een maand lang voor op de start van de Plusliga. In zijn vierde seizoen in Poolse dienst mag de 30-jarige Assenaar de aanvoerdersband dragen. Hij is bevorderd tot kapitein van de Zielonej Armii, ofwel het Groene Leger, zoals de bijnaam van zijn club luidt.

“De coach belde me in mei met de vraag of ik het zou willen. Ik was er positief verbaasd door, maar ook heel vereerd. Ik vind het wel tof. Behalve ooit eens een half jaartje bij Lycurgus ben ik nooit echt ergens aanvoerder geweest. Een buitenlander als aanvoerder komt ook niet vaak voor, zo heb ik me laten vertellen. Daar spreekt wel vertrouwen en waardering uit”, meldt de nieuwe Olsztyn-captain telefonisch vanuit Polen.  

Hoewel de taal na drie seizoenen af en toe voor Babylonische spraakverwarringen blijft zorgen, kent de Nederlander weinig twijfel dat zijn troepen zijn commando’s zullen volgen. “Gelukkig spreken al mijn teamgenoten goed Engels. Maar inderdaad, de taal blijft wel moeilijk. Ik kan het Pools inmiddels wel redelijk verstaan, al heb ik niet de kennis om een uitgebreid gesprek aan te knopen. Meer dan de Poolse scheldwoorden ken ik niet…”

Tussen eind april en eind juni verbleef Andringa thuis in de Drentse hoofdstad om de accu opnieuw op te laden na de door het Covid-19 virus voortijdig afgebroken Poolse competitie. Met al een nieuw contract op zak kende hij niet de onzekerheid en stress van het moeten zoeken naar een nieuwe werkgever. “Het was mooi dat ik mijn contract zo vroeg kon verlengen. Niemand wist in die periode hoe het zou zijn. Ik was al in gesprek met de club. Na die corona-uitbraak is het eigenlijk in een soort van stroomversnelling terechtgekomen.”

Een zomer zonder verplichtingen kon de Oranje-international best bekoren. “Thuis zijn was een soort vakantie. Om familie en vrienden weer eens over een langere periode te kunnen zien, was wel fijn. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een zomer zonder volleybal heb meegemaakt. Twee jaar geleden was ik net geopereerd en ben ik ook thuis geweest. Maar dan heb je niet echt vakantie, dan ben je alleen maar met je herstel bezig.”

Andringa was hoe dan ook blij na een gedwongen pauze van bijna vier maanden weer de zaal in te kunnen. “Ik ben op 30 juni naar Polen teruggevlogen. Na een hele poos alleen te hebben getraind, was het wel weer leuk om met de groep te trainen. We trainen elke dag twee keer. Er is gekozen voor een rustige opbouw. Eerst hebben we alles zonder springen gedaan. Pas na twee weken zijn we weer voorzichtig gaan aanvallen. Binnenkort staan de eerste oefenwedstrijden gepland. Maar het is nog maar de vraag of die doorgaan, omdat er bij tegenstanders spelers positief getest zijn op Covid-19.”

Ook in het noorden van Polen blijft het coronaspook rondwaren, ondervindt de Drent. “Op straat vind ik het qua maatregelen wel meevallen. Wel is het zo dat in winkels of in het openbaar vervoer een mondkapje verplicht is. Ik vind het moeilijk te vergelijken met de situatie in Nederland. In Assen hield men best wel rekening met het social distancing en lette iedereen goed op die anderhalve meter afstand. Dat is hier wat minder. Hier zitten de mensen op terrassen dicht op elkaar. Het is niet zo dat ik angstig ben, maar ik zoek het ook niet op. Gelukkig valt het in deze omgeving mee met het aantal besmettingen. Dat speelt meer in grotere steden.”

In hoeverre het virus het verloop van sportieve evenementen in het Oost-Europese land dwarsboomt zullen voor captain Andringa en zijn manschappen de komende weken en maanden uitwijzen. “Bij onze trainingen mogen alleen de spelers de zaal in. Bij binnenkomst moet iedereen zijn handen desinfecteren. Onze trainingen zijn niet open voor publiek. Er is sprake van dat bij wedstrijden 50 procent van de hallen gebruikt mag worden. Bij ons zouden dan tussen de 1500 en 2000 toeschouwers welkom zijn. Hoe dat gaat en of het überhaupt mag, blijft afwachten.”

Over waartoe het verjongde Indykpol AZS Olsztyn in de Plusliga in staat is, kan de kersverse aanvoerder evenmin uitsluitsel geven. “Hoe sterk onze ploeg is moet nog blijken. Er zijn nog maar vier spelers over van vorig jaar. De spelers die zijn vertrokken zijn allemaal vervangen door jongere spelers. Qua ervaring hebben we dus wel wat ingeboet. Er hangt wel een heel andere sfeer. Vorig jaar was het wat negatiever en was er wat meer gezeik”, rept Andringa over een frisse wind die door de Uraniahal waait.

Volleybalkrant.nl dinsdag 28 juli 2020/foto Indykpol AZS Olsztyn

Onsterfelijk

Gelukkig hoef ik me niet al te veel zorgen te maken. Aan rondvliegende insecten die mij terloops naar de keel vliegen of een beetje bloed plassen na een uurtje hardlopen, bezwijk ik ongetwijfeld niet meteen. Pas als het weer in de herfst weer wat onbestendigere trekjes gaat vertonen, moet ik waakzamer worden. De loopneus en verkoudheid waarop de vertrouwde Nederlandse regen en wind mij elk najaar trakteren, maken mij dit najaar extra verdacht. Ordinair snotteren wordt binnenkort bij wet verboden. In de alledaagse praktijk loopt het meestal wel los, maar wie zich wel té veel verdiept in alle onheilstijdingen van moralisten, doemdenkers en het AD kan weleens het ergste gaan vrezen.

Als ik dezer dagen met mijn fiets over de Hoofdstraat in Apeldoorn loop, loop ik een serieus risico besprongen te worden door zo’n paramilitaire fanatiekeling in blauw gevechtstenue. Bij ons in het dorp uit zich de paranoia in het verwijderen van fietsen. Een gemeente moet wat doen om de ongeruste burger gerust te stellen, hè. Voordat in maart het pandemonium van de pandemie losbarstte, had niemand er oog voor. De rijwielen stonden niemand in de weg. Nu draagt het fietsvrij maken van winkelstraten bij aan symptoombestrijding. Of moet ik het fantoombestrijding noemen gezien de gestage toename van het aantal spoken dat steeds meer Nederlanders en medelanders ziet?

Het gaat meer om het idee, hé. Je zult het maar gezien hebben. De aanblik van ontzielde lichamen. Met tientallen tegelijk opgestapeld voor de Hema… Zoiets gaat door merg en been. Iedereen met té veel fantasie draagt de horror een leven lang met zich mee. De fictieve slachtoffers konden geen kant op als gevolg van die lukraak in de voetgangerszone gestalde rijwielen. Sinds de burgemeester de daders elders laat stallen, komen gemeentelijke hulptroepen tijd tekort om al die duizenden autochtonen en dagjesmensen weer één richting op te sturen. Hopelijk zadelt zoveel ellende toekomstige generaties niet op met trauma’s waar zij vervolgens hun eigen kinderen weer mee aansteken. Op zo’n manier verspreidt de gekte zich almaar verder.

Vijf maanden kan het in Nederland zonder mondkapjes. Als donderslag bij heldere hemel moet nou ineens toute la Hollande stante pede alsnog aan de mondkapjes. Als vrij ademhalen dan nu blijkbaar daadwerkelijk gevaar oplevert, zou dan eigenlijk niet elke Nederlander met terugwerkende kracht aangifte moeten doen tegen het Outbreak Management Team en het RIVM? Die hebben dan wel mooi vijf maanden lang het hele Nederlandse volk op schaamteloze wijze voor het lapje gehouden. Het is een klein wonder dat ik het nog kan navertellen. Ik mag Lewis Hamilton wel op mijn blote knieën danken dat ik nog in zijn wereld mag leven.

Ik respecteer ieders mening. Iedereen moet vooral doen wat hij niet laten kan. Als iemand zich veiliger voelt met zo’n mondkapje voor, moet hij vooral zo’n ding dragen. Om degenen die er geen behoefte aan hebben gemuilkorfd door het leven te gaan daarom maar meteen te brandmerken als onverantwoord, een gevaar voor de volksgezondheid of zelfs crimineel, gaat mij wat ver. De inmiddels onvermijdelijke mevrouw Koopmans kan dan wel zeggen dat we niets te willen hebben, maar bewerkstelligen dwangmaatregelen in Nederland niet eerder het tegendeel?

Tenzij de overheid natuurlijk van zinnen is om nóg meer bekeuringen uit te laten schrijven. Misschien is het dan ook een idee om de dienstplicht weer in te voeren. Als na de ziekenhuizen ook het boeteapparaat van de overheid de almaar toenemende werkbelasting niet meer aankan, gaat het land helemaal naar de Filistijnen. Kan meneer Rutte al die miljarden die hij steeds opnieuw in die bodemloze Europese put kiepert in eigen land niet veel nuttiger besteden?

Het wordt erg over-rated, hoorde ik een aantal dagen geleden een jongedame op RTL Nieuws zeggen. Zo, dat meisje durfde. Misschien wel onbewust begaf ze zich op glad ijs. Iets in het juiste perspectief plaatsen, mag vandaag de dag immers niet meer. Wie iets beweert dat niet overeenstemt met wat schnabbelende beunhazen, een outcast uit de Turkse gemeenschap van Deventer of een met metaforen strooiende woordkunstenaar beweert, wordt openlijk verketterd. De ‘goeien’ bepalen de norm waar normale gekkies zich aan dienen te houden. Haal vooral niet in je hoofd om te zeggen of schrijven wat je denkt. Zelfs wanneer je moeiteloos kunt beargumenteren of weerleggen waarom bepaalde groeperingen in dit land compleet krankjorum zijn, is het verstandiger dat niet te doen. Carrière-technisch is dat dodelijker dan elk bestaand virus.

Stel – puur hypothetisch dus – dat ik iemand zou besmetten omdat ik mij mét fiets maar zónder mondkapje op de Hoofdstraat in Apeldoorn begeef. Dan moet ik toch wel eerst zelf besmet zijn geraakt. Of niet? En hoe groot is de kans om ergens mee besmet te raken wanneer – volgens de meest recente RIVM-update (21 juli) – slechts 1 op de 326 Nederlanders mij kan infecteren? Het lot moet iemand wel heel slechtgezind zijn wil hij uitgerekend tegen diegene aanbotsen. Bovendien moet het dan ook nog eens op de een of andere manier tot een overdracht komen van die rondvliegende luchtdeeltjes die iemand echt ziek maken. Als ik me dan toch ga bezondigen aan het doen van kansberekeningen, schat ik de mogelijkheid om ooit in bezit te komen van een winnend Staatslot hoger in.

Doet iemand die normaal doet niet al gek genoeg? Wie het gevaar uit de weg gaat en de drukte niet opzoekt, beperkt de kans op onaangename verrassingen. Ik doe het zelf ook. Ik begeef me nooit in zeven sloten tegelijk. Ik kijk wel uit. Ik loop nooit door de Kalverstraat in Amsterdam. Om te mogen protesteren op de Dam, ben ik niet belangrijk genoeg. Op die markt in Beverwijk die eerdaags ongetwijfeld van naam moet veranderen, ben ik nog nooit geweest. Op straat hijg ik niemand in de nek. Noch behoort het tot mijn dagelijkse routines om in winkels personeelsleden of andere aanwezigen in hun gezicht te spugen. 

Hardlopen doe ik altijd in mijn eentje. De namen van de mensen met wie ik sinds het uitbreken van de coronacris tijdens mijn dagelijkse ommetje door het bos een praatje heb gemaakt, kan ik desnoods zo opschrijven ten behoeve van een contactonderzoek. De keren dat ik de afgelopen maanden in de schouwburg, op een terras of in een restaurant heb gezeten, kan ik op de vingers van één hand natellen. Bij voetbalwedstrijden ben ik als toeschouwer voorlopig niet welkom. En het weinige werk dat ik momenteel heb, doe ik thuis. Het gevaar te verworden tot slachtoffer van computervirussen ligt daarbij meer op de loer dan het coronavirus.

Cijfers liegen niet, heet het. Of in dit geval misschien juist wel… Ik blijf benieuwd naar hoeveel besmettingen er zijn geweest als direct gevolg van al die recente demonstraties. Is dat gemeten? Of waren de OMT- en RIVM-hotshots soms te druk met hun dagelijkse mediaverplichtingen om er serieus onderzoek naar te verrichten? En hoe zit het met vergelijkingsmateriaal? Ik vind het namelijk erg moeilijk om me een beeld te vormen van de hoeveelheid coronadoden, terwijl ik niet weet hoeveel mensen er in eenzelfde periode ‘gewoon’ zijn doodgegaan. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

Meer duidelijkheid over de aantallen Nederlanders voor wie het uitstel van ziekenhuisbehandelingen afstel betekende, lijkt me ook best interessant én relevant. Hoeveel mensen die dringend medische bijstand behoefden, hebben het niet overleefd dat zij tijdens die eerste coronapiek niet in het ziekenhuis terecht konden? Zelfmoordcijfers, ook al zoiets onbespreekbaars. Hoeveel mensen zijn door toedoen van de ingestelde coronamaatregelen doorgedraaid, gek geworden of in een zware depressie beland?  Wanneer brengen de overheid en de RIVM zulke cijfers eens naar buiten? Ze lijken mij als leek best wel de moeite waard. Op de een of andere manier krijg ik de indruk dat ze die getallen angstvallig verborgen houden.

Volgens de officiële cijfers zijn er in mijn woonplaats sinds 13 maart 50 mensen overleden ten gevolge van het virus. Er waren 97 ziekenhuisopnames en 461 geregistreerde besmettingen. Of dat veel is op een bevolkingsaantal van 160.000, moet elke deskundige maar zelf beoordelen. Of het er minder waren geweest wanneer de patiënten verplicht hun gezicht hadden moeten bedekken met een stuk stof dat in slecht geventileerde ruimtes tussen neus en lippen door de ademhaling bemoeilijkt, zal niemand ooit weten.

Gezien de toename van de hoeveelheid besmettingen her en der bieden die mondkapjes kennelijk weinig soelaas. Dankzij feest- en vakantiegangers gaat het naar verluidt weer overal mis. En ondertussen gaat elke azijnzeiker vrolijk verder met klagen over anderen die er een potje van maken. Of iedereen daar nou slapeloze nachten van moet krijgen en er zijn leven verder door moet laten vergallen. Tsja, zeg het zelf maar.

Laat in Nederland dagelijks eens 200 mensen besmet raken met Covid-19. Met een eenvoudig rekensommetje kom ik dan uit op 1400 in de week. Op jaarbasis betekent dat, als ik het goed uitreken, een aantal van 72.800. Ter vergelijking: alleen bij mij in het dorp wonen al meer dan twee keer zoveel mensen. Onder voorbehoud dat er geen virus zit op mijn rekenmachine, zou het zodoende om en nabij de 233 jaar duren voordat alle 17 miljoen Nederlanders en medelanders het virus onder de leden hebben. En dan moeten we voor de goede orde maar afwachten voor hoeveel van al die besmette mensen daadwerkelijk een ziekenhuisopname noodzakelijk zou zijn. Ik zou bijna zeggen: koop gauw een Staatslot, nu het nog kan.  

Zelfs al krijg ik recent tot vervelens toe ingewreven dat ik als blanke onwetend ben, ik durf gerust met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te veronderstellen dat het overgrote deel van alle 17 miljoen Nederlanders en medelanders tussen nu en 2220 al lang en breed via een natuurlijk verloop op de eeuwige jachtvelden vertoeft. Onsterfelijk zal een vaccin, dat in de 23e eeuw ongetwijfeld bij Albert Heijn, de Jumbo en het Kruidvat naast de Paracetamol in de schappen ligt, niemand maken.

Bij onsterfelijkheid is de farmaceutische industrie bovendien helemaal niet gebaat. Voor menig instantie, ministerie, nieuwsmedium of gemeentelijke fietsophalingsdienst zou het evenzeer een gevoelige klap betekenen. Het zou een groot aantal wijsneuzen in één klap overbodig maken.

Wat ze je ook wijsmaken, ook in de toekomst zal geen enkele aardbewoner tot in de eeuwigheid blijven voortleven. Dood gaat iedereen een keer. Het zal altijd de enige zekerheid blijven die elk mens in zijn leven heeft.

© RK

Ewoud Gommans stapt over naar Roemeense Craiova

Ewoud Gommans verlegt zijn werkterrein in het nieuwe seizoen naar de Roemeense Divizia A1. De 29-jarige Oranje-international maakt de overstap naar SCMU Craiova.

De Roemeense landskampioen van 2016 maakte de komst van de passer/loper uit Voorschoten maandag officieel bekend. Tegelijkertijd met de Nederlander presenteerde de club ook de Kroaat Marino Marelic, afkomstig van Mladost Zagreb. In het als gevolg van de coronacrisis voortijdig geëindigde afgelopen seizoen eindigde de club uit Craiova als tweede achter het door de Roemeense volleybalfederatie als kampioen aangewezen CSM Arcada Galati.

De komende twee weken bereidt Craiova’s nieuwe Nederlandse aanwinst zich op Papendal met de Oranje-selectie voor op zijn nieuwe sportieve uitdaging. “Ik heb niet eerder voor een club in Oost-Europa gespeeld. Roemenië wordt een nieuw avontuur voor mij. Niels Klapwijk speelde vorig jaar in de Roemeense competitie. Ik kan er nog niet veel over zeggen. Ik laat me verrassen. Ik heb zelfs nog nooit tégen Roemeense clubs gespeeld, hoewel ik toch vrij veel wedstrijden voor de CEV Cup heb meegemaakt. Ik kan dus wel gaan speculeren of de competitie sterker is dan in Duitsland of ergens anders, maar dat heeft geen zin. Ik zie het wel.”  

Zijn eerste indrukken zijn desondanks positief. “Ik weet dat er vier sterke teams zijn. Daar is Craiova er één van. Van het team weet ik dat ze een oude rot als diagonaal hebben Laurențiu Lică, een grootheid in het land, en bovendien één van de betere spelverdelers in Roemenië. Die Kroatische jongen ken ik niet. Er schijnt nog één buitenlander bij te komen. Met de trainer heb ik al wel gesproken. Dat was een goed gesprek. Craiova is de tweede grootste stad van het land. Dat zit dus wel goed. Het is bovendien maar vijf uur rijden van mijn tweede thuis, Belgrado.”

De afgelopen twee maanden verbleef Gommans met zijn Servische echtgenote in de Servische hoofdstad. Vorige week keerde hij alleen terug naar Nederland. “We hebben bekeken hoe het met Covid-19 gaat. Omdat er toch iets van lockdown lijkt aan te komen, ben ik hier naartoe gekomen. Stel dat de grenzen dicht gaan, dan zou ik daar in Servië zitten en kiest de club misschien wel iemand anders. Ik vlieg nu begin augustus vanuit Nederland naar Roemenië. Daar krijgen we eerst een Covid-19 test. Als we allemaal negatief zijn, gaat de voorbereiding van start. Eind september begint de competitie.”

Na Duitsland, Frankrijk en Zwitserland wordt Roemenië het vierde land waarin Gommans zijn sportieve geluk gaat beproeven. Na Moerser SC (2011-2013), TSV Unterhaching (2013-2014), AS Cannes (2014-2016), Arago de Sète (2016-2017), Lindaren Volley Amriswill (2018-2019), Chaumont Volley-Ball 52 (tweede helft 2019), United Volleys Frankfurt (eerste helft 2020) wordt Craiova alweer zijn achtste buitenlandse werkgever.

Volleybalkrant.nl maandag 20 juli 2020

Sjoerd Hoogendoorn sluit topsportcarrière af bij Draisma Dynamo

Oranje-international Sjoerd Hoogendoorn keert terug in de eredivisie. Na zeven seizoenen in buitenlandse dienst gaat de 29-jarige diagonaalspeler zijn topsportloopbaan afsluiten bij Draisma Dynamo.

Alvorens Hoogendoorn zich gaat toeleggen op zijn maatschappelijke carrière, wil hij met de Apeldoornse club nog één seizoen om de prijzen spelen. “Daarna ga ik samen met vrienden bij VIVES in IJsselstein volleyballen.”

De student Geneeskunde droeg van 2009 tot medio 2013 al eerder het shirt van Draisma Dynamo. Nadien kwam de inwoner van Nieuwegein uit voor het Finse VaLePa Sastamala (2013-2015) en de Italiaanse clubs Globo BP Frusinate Sora (2015-2016), Olimpia Bergamo (2016-2018) en Sir Safety Conad Perugia (2018-2020).

Zijn keuze uit Italië te vertrekken is weloverwogen, licht Hoogendoorn kort toe. “Ik ga beginnen aan mijn Master Geneeskunde in Utrecht. Ik had mijn Bachelor zeven jaar geleden gehaald voordat ik bij Dynamo vertrok. Het doen van coschappen valt niet te combineren met volleyballen in het buitenland. Ik had nog wel mogelijkheden om langer in Italië te blijven. Vanwege mijn studie en omdat mijn dochter naar de lagere school moet, keer ik terug naar Nederland.”

Hij hoefde evenmin lang te denken om er na twee seizoenen Perugia in Apeldoorn nog een jaar eredivisie aan vast te plakken. “Draisma Dynamo was de enige club waar ik in Nederland voor wil spelen. Ik heb er in het verleden een mooie tijd gehad. Met trainer Redbad Strikwerda heb ik toen ook al drie jaar gewerkt. Ik heb destijds veel van hem opgestoken. Qua niveau is er misschien wel sprake van een teruggang. Perugia heeft als doelstelling de Champions League en de Scudetto te winnen, maar Draisma Dynamo wil gelukkig ook alle prijzen winnen.”

Bij de recente Oranje-trainingen op Papendal maakte Hoogendoorn al kort kennis met een aantal van zijn toekomstige teamgenoten. “Met spelverdeler Freek de Weijer had ik al meteen een goeie klik. Hij speelt een lekkere snelle bal.”

Afgelopen week onderging hij een kleine operatieve ingreep aan zijn linker duim. “Daar zat een klein breukje in. Het herstel vergt een weekje of twee. Als op 3 augustus de trainingen bij Draisma Dynamo beginnen, ben ik erbij.”

Volleybalkrant.nl zaterdag 18 juli 2020/Foto Mediateam Draisma Dynamo

Toeters

Als dat klotenvirus de wereld niet verziekt had, dan had ik nu waarschijnlijk een voetbalreis door half Europa achter de rug. Als onverbeterlijke chauvinist had ik de route van het Nederlands elftal naar EK-goud al helemaal uitgestippeld. Na drie poulewedstrijden in Amsterdam via Boedapest en Bakoe naar Wembley! Op 7 en 8 juli stonden de halve finales op het heilige gras in Londen gepland, op zondag 12 juli de finale. Inderdaad ja, het jaar 2020 had zo’n mooie voetbalzomer kunnen krijgen.

Helaas moeten Oranjeminnaars een jaar geduld uitoefenen. Hopen maar dat de lieve vrede in het land in de tussentijd gewaarborgd blijft. Voor wie zoals ik eenmaal besmet is met voetbaleritis, valt het niet mee. Hartstikke leuk hoor dat in de grote Europese voetballanden de competities ten einde worden gespeeld. Ik ben al geen Teletekstsupporter en ik kan nou niet zeggen dat ik echt op het puntje van mijn stoel kruip voor alle live duels die Ziggo dagelijks op de buis brengt. Voor krakers van het kaliber Eibar – Mallorca of Brighton – Norwich City zet ik de tv niet aan. Van Italiaans voetbal ben ik al helemaal geen liefhebber. Hooguit voor Messi of Manchester City ga ik goed zitten. Al valt Barça dit seizoen bar tegen. Tegen die VAR die Real Madrid kampioen van Spanje maakt, schieten de volgevreten Catalanen duidelijk te kort.

Zelfs de meest voetbalmaffe tv-kijker lijdt mee vanuit zijn luie stoel. Wát een onvoorstelbaar trieste bedoening zeg, die lege stadions. Coronaproof, dat dan wel weer. Het toevoegen van stadiongeluiden of projecteren van denkbeeldige toeschouwers maakt het er allerminst sfeervoller op. Sommige clubs plaatsen zelfs reusachtige schermen om hun fans interactief te laten meekijken. Meest bedroevend vind ik die stukken karton met afbeeldingen van supporters. Die plakkaten moeten de fans in kwestie dan het gevoel geven dat ze toch live op de tribune aanwezig zijn. Tegen betaling uiteraard. Wát een poppenkast. Al vond ik die Osama Bin-Laden die het stadion van Leeds United binnenglipte, wel weer getuigen van humor. Maar daar zullen anderen ongetwijfeld anders over denken. Niet iedereen apprecieert foute grappen. Voor je het weet, staat het hele land op z’n kop.

Bij de voorzichtige herstart van het betaalde voetbal in Nederland moeten we het stellen zonder beeltenissen van spraakmakende helden uit verleden en heden. Gelredome of de MAC3PARK Arena zullen voor de sier niet worden uitgedost met het uitvergrote smoelwerk van Jan Pietersz. Coen, Arie Boomsma, Wilfred Genee, Akwasi of andere veelbesproken gapers. Je zou het positief kunnen noemen dat publiek weer mondjesmaat welkom is wanneer FOX Sports haar abonnees vanaf augustus gaat verblijden op het rechtstreeks uitzenden van nietszeggende oefenpotjes tussen clubs uit de eredivisie of de Keuken Kampioen Divisie. Een voorzichtige stap in de goede richting om clubs de beschikbare stadioncapaciteit weer voor maximaal eenderde te laten benutten.

Ik heb zo mijn twijfels. Ik ben bang dat het idee al bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Maar misschien is dat ook wel de bedoeling… Wat de KNVB in samenspraak met de deskundigen van de overheid en de RIVM bedacht heeft, lijkt mij in de praktijk nogal lastig uitvoerbaar. Tijdrovende logistieke operaties. Met een ‘tijdslot’ voor stadionbezoekers als heetste hangijzer. Waarom ook voor de makkelijkste weg kiezen als het moeilijk kan? Veel instanties in Nederland ontlenen er hun bestaansrecht aan. Neem zo’n RIVM. Een half jaar geleden volslagen onbekend bij het overgrote deel van de bevolking. Nu komen we er nooit meer vanaf.

Ik begrijp best dat alle dodelijke slachtoffers die te betreuren vielen als direct gevolg van recente demonstraties de KNVB extra waakzaam maken. De wijzen in Zeist kunnen niet voorzichtig genoeg zijn om besmettingsgevaar in te dammen. Zelfs al heeft dat wel de vervelende bijwerking dat de weinige fans die voorlopig wél aanwezig mogen zijn er bijna een dagtaak aan krijgen om hun clubje 90 minuten lang live aan het werk te zien. Een bond kan zich de ellende natuurlijk ook zelf op de hals halen. Zeker in tijden waarin het inlevingsvermogen van veel Nederlanders openlijk in twijfel wordt getrokken, getuigt het van weinig inlevingsvermogen om stadionbezoekers bloot te stellen aan nóg meer achterlijke regels dan waar voorheen al sprake van was.

Om toeschouwers fasegewijs toe te laten tot de verschillende vakken van een stadion, werkt natuurlijk voor geen meter. Voor anderhalve meter al helemaal niet. Toch gaat de KNVB eisen van goedwillende toeschouwers om vanwege het zoveelste hoogdravende protocol uren van tevoren hun plekje op de tribune in te nemen. Na afloop van een wedstrijd moet iedereen net zo lang blijven wachten totdat speciaal gecertificeerde lieden in gele of oranje jassen van een deskundige uit een regiekamer een seintje krijgen de ongeduldige meute weer te laten vertrekken. Vak voor vak. Je zult toevallig bij een avondwedstrijd de laatste trein naar huis moeten halen en niet enkele minuten eerder weg mogen van zo’n toegewijd lid van het stewardgilde. Dan sta je daar toch maar mooi met je goede gedrag en je mondkapje. 

Wat gebeurt er als iemand onderweg naar de Kuip of de Johan Cruijff Arena onverhoopt in een file terecht komt of problemen ondervindt bij het vinden van een parkeerplaats? Of allebei. Of wanneer de IJsselbrug in Deventer de weg naar de Adelaarshorst verspert? Wordt laatkomers dan de toegang geweigerd? Moet iedereen die zich door overmacht niet tijdig bij de stadioningang meldt meteen weer onverrichter zake naar huis? Ondanks het bezit van een geldig toegangsbewijs! Er zal maar eens een storing komen bij de elektronische toegangspoortjes. Wat dan? Grote kans dat dan alles tot stilstand komt.

Het wordt helemaal wat als straks in het najaar de weersomstandigheden verslechteren. Door mensen onnodig lang in storm en regen te laten wachten alvorens ze een stadion in of uit mogen, vatten die mensen kou. Ze lopen dan een verhoogd risico ziek te worden. Een ouderwetse verkoudheid kan iemand zelfs in afwachting van die lang verwachte tweede coronagolf maar zo oplopen. Eén onschuldig kuchje kan dan al fataal zijn. Met een verhoogd risico op een klap met een lange lat in de nek als vervelende toegift. Bij bezoekers van voetbalwedstrijden mag dat. Het leven van voetbalfans doet er immers niet toe. Niemand wordt in Nederland meer in zijn bewegingsvrijheid beperkt dan degenen die voor hun plezier een wedstrijd in het betaalde voetbal willen bijwonen.

Voetbalsupporters mogen in Rutte’s anderhalvemeterdictatuur zelfs niet juichen of zingen, zo was al in een eerder stadium kenbaar gemaakt. Het opperbevel in Den Haag stelde voor om als compensatie maar een toeter mee te brengen. Dat zorgvuldig geïnstrueerd personeel toeters meteen in beslag neemt, daar had onze minister-president in al zijn enthousiasme niet aan gedacht. Weet meneer Rutte veel hoe het er in een Nederlands voetbalstadion aan toegaat. Supporters moeten zwijgen. Leuzen scanderen is in Nederland in coronatijden een privilege dat enkel is voorbehouden aan de beklagenswaardige slachtoffers van de slavernij.

Iets te luidruchtige tribuneslaven moeten spontane uitingen van vreugde volgens de nieuwe richtlijnen bekopen met een stadionverbod van drie maanden. Boete en administratiekosten van de KNVB komen daar als toegift bovenop. Verschil moet er wezen, hè. Wie per ongeluk niest, komt het stadion al bij voorbaat niet in. Iemand zal van pure opwinding maar een scheet laten omdat hij het in zijn hoofd haalt een duel van zijn favoriete club te willen wonen. Stel je voor zeg. Wat zullen de inquisiteurs van de KNVB en het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme bedenken als straf voor zo’n ernstig vergrijp? Stokslagen?  Zweepslagen? Of misschien zelfs wel het verplicht moeten volgen van een heropvoedingscursus onder leiding van een gerenommeerd woordkunstenaar. 

Het is wel duidelijk dat al die arme mensen die naar eigen zeggen in Nederland stelselmatig onderdrukt worden nooit in een voetbalstadion komen. Gelukkig maar, zou ik haast zeggen. Anders was het leed helemaal niet meer te overzien geweest.

© RK