Maandelijks archief: augustus 2021

Met een onvervalste omhaal de nieuwe competitie inluiden

Achter de bal aan (68): Doorwerth, Vaassen

Zaterdag 28 augustus 2021

Bijna elf maanden nadat door corona de competities in het amateurvoetbal werden stopgezet, hebben de Hoofdklassers in het laatste augustusweekend eindelijk de strijd om de punten weer hervat. Omdat mijn vaste reisgenoot andere verplichtingen heeft, moet ik een al lang gekoesterd tripje naar Rotterdam naar de amateurs van Sportclub Feyenoord voorlopig uitstellen. Vandaar dat ik wat dichter bij huis mijn toevlucht zoek in een bosrijk decor in Doorwerth.

Aangezien het in eigen dorp de finaledag is van de strijd om de Apeldoorn Cup, glip ik aan het einde van de ochtend tijdens mijn dagelijkse rondje Orderbos eerst eventjes bij csv Apeldoorn naar binnen. Ik raak er in gesprek met het nieuwe hoofd jeugdopleidingen van de club, die staat te kijken bij een wedstrijdje van csv’s o18. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. De beleidsbepalers bij Apeldoorns hoogst spelende zaterdagvereniging zijn er goed van doordrongen dat er ook een tijd komt na Kromkamp. Als de huidige trainer van het eerste elftal vroeg of laat het Orderbos vaarwel zegt, hoopt Paul de Bruin dat de selectie van de hoofdmacht al zoveel mogelijk met talent uit eigen gelederen kan worden opgevuld.

Onderwijl druppelen voetballers van tal van plaatselijke clubs binnen om ruim een uur later hun Apeldoorn Cup-week af te sluiten. Het wordt gaandeweg drukker. Als ik er weer tussenuit knijp, staan Gerard Veeneman en zijn medecontroleurs al met hun scanapparaat gereed om te checken of elke toeschouwer die naar binnen wil aan de toelatingseisen voldoet. Ik hoef me gelukkig niet te laten uitchecken. Noch hoef ik te laten meten of mijn lichaamstemperatuur strookt met de door de organisatie van de Apeldoorn Cup gestelde waarden. Na tussen de langs de kant van de weg geparkeerde auto’s ook nog eventjes te hebben bijgepraat met de geschorste trainer van AGOVV, voor wie Jerry Cooke tijdelijk de honneurs waarneemt, haast ik me zonder groen vinkje op mijn rode Adidas loopschoenen huiswaarts.

Van Apeldoorn naar Doorwerth is het hooguit een kilometertje of 40 rijden. Er zijn vervelendere routes denkbaar. Vooral de laatste kilometers onder een dicht groen bladerendak tussen de eeuwenoude Wodanseiken door doen haast sprookjesachtig aan. In de negen jaar waarin ik beroepshalve de Veluwe mocht aanprijzen bij toeristen en recreanten, ben ik er talrijke keren geweest. Het blijft telkens opnieuw een waar genot om door dit idyllische grensgebied tussen de zuidelijke Veluwezoom en de Rijn te dwalen.

Op sportpark De Waaijenberg zag ik in juli 2008 voormalig wereldvoetballer van het jaar Rivaldo met AEK Athene oefenen tegen de profs van AGOVV. Onder de schuilnaam Al Khalifi maakt proefspeler Nacer Chadli op diezelfde zomeravond voor het eerst in het blauwe shirt op zich opmerkzaam. Dertien jaar later stuit ik er op Jürgen Schefczyk. Toevallig komt Scherpenzeels trainer net uit het aftandse kleedgebouwtje naar buiten gelopen als ik me bij de kassa meld. Van de vele mensen die ik in het voetbalwereldje ken, behoort Jürgen met afstand tot de aardigsten. De boks is allerhartelijkst. Het karakteristieke kale hoofd verraadt nochtans enige spanning. De sympathieke landgoedeigenaar uit Klarenbeek hoopt dat hij zijn spelers optimaal geprepareerd heeft voor de aanstaande seizoenspremière, zo vertrouwt hij me terloops toe.

In heel Doorwerth wapperen de Airborne-vlaggen. Claret and blue siert het straatbeeld. Het is alweer bijna 87 jaar geleden dat duizenden onder geallieerd bevel staande jonge mannen tijdens de faliekant mislukte Operatie Market Garden hun levens waagden voor de vrijheid van degenen in door de Duitsers bezet Europa. Het zijn zeker niet de minst bedeelden die in dit dorp hun stulpje hebben. Veel vluchtelingen uit Afghanistan zullen hier niet tijdelijk worden ondergebracht, zo verwacht ik. Terwijl Nederland toch weinig andere plekken herbergt met meer rust en ruimte dan hier. De Afghaanse bondscoach krijgt bij VV Duno daarentegen wel alle vrijheid. Met liefst twaalf nieuwe spelers, zo lees ik in de presentatiegids die ik uit het knusse kantinetje meeneem, moet Anoush Dastgir een geheel zien te smeden dat succesvol de strijd kan aanbinden de met concurrenten in de Hoofdklasse A.

Drie jaar geleden, toen ik op dezelfde locatie getuige was van hoe Duno csv Apeldoorn in een onvervalst spektakelstuk (5-4) het bos instuurde, beschikte het bescheiden clubje naar verluidt over een budget dat hoger was dan dat van de huidige landskampioen volleybal bij de mannen! Die tijden behoren inmiddels tot het verleden. De Sprockels en Fränkels zijn er niet meer. Deze oud-profs genieten inmiddels van hun welverdiende voetbalpensioen, dat zij tijdens hun laatste seizoenen als actief voetballer in Doorwerth nog met een leuk zakcentje aanvulden. Van een club die erin slaagt spelers met illustere namen als Jardell Kruidbos (afkomstig van AZSV) aan de selectie toe te voegen, mag je desondanks wel het een en ander verwachten. Zelfs al voldoet de achternaam niet helemaal aan de correcte schrijfwijze… Enige bekende aan de kant van de thuisclub is voor mij keeper Patrick ter Mate. Moeilijk te geloven dat het alweer meer dan zeven jaar geleden is dat deze hardcore supporter in de Goffert in Nijmegen eenmalig namens Go Ahead Eagles in de eredivisie het doel mocht verdedigen.

Ruim 200 toeschouwers stellen zich, volgens een persoonlijke inschatting, coronaproof langs de zijlijn op als Duno en Scherpenzeel klokslag drie uur aftrappen. De bezoekers beginnen te afwachtend en roepen het zo feitelijk over zichzelf af dat ze na een half uurtje op achterstand komen. Schefczyk kan voor zijn dug-out schreeuwen en gebaren wat hij wil, pas na de 1-0 nemen zijn manschappen het initiatief in handen. Resulterend in een dik verdiende gelijkmaker nog voor het rustsignaal. Uit het gejuich om me heen maak ik op dat het merendeel van de aanwezigen stamt uit Scherpenzeel en omgeving.

De 2-1 voor Duno aan het begin van de tweede helft breekt het Scherpenzeelse verzet definitief. Een heerlijke goal. Een omhaal. Een onvervalste Fallrückzieher. Zo fraai zie ik ze niet elke dag. Als iemand van een club uit Amsterdam zo’n goal maakt, word tv-kijkend Nederland er waarschijnlijk wekenlang mee achtervolgd. Aandringend op een hernieuwde gelijkmaker vallen er gaten in de verdediging van de gasten. De veel beweeglijkere Duno-spelers maken optimaal gebruik van die ruimte. Tot twee keer zijn ze de nogal statische Scherpenzelers te snel af. Eindstand: 4-1. Een klassieke valse start voor Jürgen Schefczyk en zijn Mannschaft.

De uit welgeteld één man bestaand harde kern aan de kantinekant is in elk geval hoorbaar blij dat de competitie weer is begonnen. Om misverstanden te voorkomen draagt hij een blauw trainingsjack met achter op z’n rug in het wit de opdruk supporter. Zodat iedereen het weet dat hij supporter is. Hij heeft zelfs een vlag meegebracht. Welke club hij toejuicht, word me echter niet geheel duidelijk. Beide clubs bezitten immers dezelfde clubkleuren. En hij levert vanaf zijn plekje naast de ballenvanger zo’n beetje op alles en iedereen commentaar…

Aan zijn ongebreidelde enthousiasme en zangkunsten doet dit overigens weinig af. De supporter brengt een uitgebreid Italiaans repertoire ten gehore. Hij zingt over Maradona, al doet die helemaal niet mee. Ook moet iemand zijn rotzooi meenemen, zo klinkt het luidkeels. Maar aangezien ik niet zo ingeburgerd ben in de regio, weet ik niet op welke grootheid deze lofzang van toepassing is. Desalniettemin moet het juist voor dit soort fervente voetballiefhebbers een ware kwelling zijn geweest dat zij bijna een jaar lang verstoken zijn gebleven van de wedstrijden van hun favoriete club. Ongeacht welke club dat dan ook betreft. Er bestaan mensen die van minder mentale problemen zouden krijgen.

Dat merk ik op de terugweg. Ik weet niet of het nou wel zo’n verstandige zet is om op allerlei B-wegen de maximale snelheid te verlagen van 80 naar 60 km/h. Zeker in de wetenschap dat Nederlanders altijd haast hebben. De troela, die me vanaf Papendal aan de bumper kleeft in een veel grote auto, moet kennelijk voor het donker thuis zijn. Pas vlak voor de afslag naar Deelen/Hoenderloo stuurt ze haar slagschip langs me heen. Een blik van verstandhouding kan ik het niet noemen die ze me in het voorbijgaan toewerpt. Vaak krijg je er bij dit soort inhaalmanoeuvres nog een omhooggestoken middelvinger bij. In Nederland gelden regels nou eenmaal alleen voor anderen, hè. Mensen mogen veel van mij zeggen en vinden, maar zelf hou me ik altijd keurig aan de snelheid. Ik doe sowieso niet vaak wat niet mag.

Mede door deze snelheidsbeperkingen mis ik de eerste vijf minuten van de Vaassense derby tussen KCVO en Vios, waar ik aansluitend naartoe ga. Omdat ook de hamburger die mijn honger moet stillen, bij een kort ingelaste tussenstop bij een cafetaria op de Zwolseweg, nogal treuzelt met warm worden, staat het al 1-0 wanneer ik op de Egelbeek achter het doel plaatsneem. De score loopt op gaandeweg verder op in het voordeel van de thuisploeg. Na 90 minuten staat er een 4-1 eindstand op het scorebord.

Gelukkig is altijd een waar genoegen om de zus van de trainer van Vios weer eens te zien en te spreken. Zo’n toevallige ontmoeting maakt een toch al aangename voetbaldag nóg leuker…

Blaffen

De meest doorgewinterde supporters van csv Apeldoorn herinneren zich ongetwijfeld nog wel de uitwedstrijd van hun eerste elftal in Montfoort in het seizoen 2012-2013.Terugdenkend aan het bezoek aan de amateurs van Ajax in de barre nawinter van 2018 krijgen diezelfde diehard fans waarschijnlijk eveneens weer spontaan de bibbers. Welbeschouwd had het misschien wel verboden moeten worden dat kwetsbare mensen bij dergelijke barre weersomstandigheden langs nagenoeg onbeschutte velden plaatsnamen. Tegen de ijzige wind die de bij de genoemde duels aanwezige voetballiefhebbers geselde, biedt geen enkele QR-code of negatief testbewijs bescherming.

Nou wil ik niet zover gaan om te spreken van levensbedreigende situaties, maar bij de genoemde uitduels van csv Apeldoorn waren de weersomstandigheden van dien aard dat de aanwezigen doodziek hadden kunnen worden. Want ja, alles kan, hè. Het is een hele geruststelling dat de opwarming van de aarde nog niet van dien aard was dat het het kleumende publiek te heet werd onder de voeten.

In gedachten zie ik die arme Willy Dietrich nog zo naast me staan daar in Montfoort. Hij liep bijna blauw aan van de kou. Veel beschutting tegen de striemende Siberisch aanvoelende koudegolven was er niet op het kille sportpark Hofland. Het handjevol mede-gestoorden dat ons gezelschap hield, kan het beamen. Het was de middag waarop vader John van Loen, destijds oefenmeester in Apeldoornse dienst, met zijn ploeg aantrad tegen de club van zoon Denny, eveneens een voormalig roodgeel clubicoon. Warm zullen ook de Van Loens en de andere hoofdrolspelers het geen moment hebben gekregen. Ik overdrijf niet, maar van het barre weer op die bewuste middag zakte je spontaan de broek af.

Vijf jaar later in Amsterdam (of eigenlijk Duivendrecht) hetzelfde verhaal. Identieke omstandigheden. Met opnieuw Willy die 90 minuten lang naast me heeft staan blauwbekken. De foto’s van een alom gerespecteerde lokale paparazzo hebben nog altijd een prominent plekje op mijn Facebook-pagina. Als bewijsmateriaal. De weinigen – het merendeel Apeldoorners – die er die middag bij waren, krijgen ongetwijfeld opnieuw kippenvel bij de gedachte aan dat ijskoude verleden op de Toekomst. Erik ten Hag, koud twee maanden trainer van Ajax, wist niet hoe snel hij zich vanuit zijn warme kantoor naar zijn auto moest haasten. Willy en ik-zei-de-gek zelf doorstonden de tortuur van de wind met verve. Na afloop ben ik voor de Stedendriehoek zelfs nog wat quootjes gaan noteren van wat csv-trainer Jeroen Burghout had moeten doorstaan. Die meneer Boekema weet niet half waar ik allemaal ben geweest ten behoeve van zijn krantje. Tsja, elk mens doet in zijn leven weleens volkomen onverantwoorde dingen. Ik zal vast niet de enige zijn.

Als ik al die keren op een rijtje zet waarop ik de afgelopen vier decennia mijn gezondheid ‘voetbalgerelateerd’ in de waagschaal heb gesteld, dan is het feitelijk een klein wonder dat ik het er altijd zonder ernstig lichamelijk letsel vanaf heb gebracht. Ik kan er een boek over schrijven. Voor het geval ik op papier zou zetten wat ik sinds het einde van de jaren ’70 in heel Europa en ook daarbuiten heb meegemaakt, dan weet ik wel zeker dat al die digitale virologen, bondscoaches en historici die altijd alles beter weten daar steil van achterover slaan.

Ik tel de vermeende gevaren van de afgelopen anderhalf jaar niet eens mee. Want die ervaar ik bij lange na niet zo riskant als momenten waarop ik als 15- of 16-jarig Go Ahead Eagles-supportertje in de jaren ‘80 rondstapte of overstapte op stations Amersfoort of Utrecht CS. Dát was pas écht link. Those were nasty places to be in those days. Al die bloeddorstige supporters van Ajax, Feyenoord, FC Utrecht of (toen nog) FC Den Haag die ik daar op een onbewaakt ogenblik op een perron of in de trein tegen het lijf kon lopen, vroegen echt niet eerst naar een gezondheidsverklaring. Tsja, wie pech heeft, kan op de verkeerde momenten op de verkeerde plekken de verkeerde mensen tegenkomen. Want ja, alles kan, hè. Met een grote boog om anderen heenlopen is niet pas sinds de uitbraak van corona verstandig, dat is altijd al zo geweest!

In penibele omstandigheden leer je vanzelf wel om op je hoede te zijn. Je moet altijd en overal attent en scherp blijven. Al valt zelfs dan nooit met 100 procent zekerheid uit te sluiten dat iemand niets kan overkomen. Stenen komen vaak uit de meest onverwachte richtingen… Voormalig B-Side legende De Kleef wilde in de oude Vliert in Den Bosch eens zo’n steen terugkoppen waarmee aanhangers van de thuisclub hem lieten kennismaken met de alom geroemde Brabantse gastvrijheid. Ik kan, ondanks mijn beperkte medische kennis, iedereen verzekeren dat een vaccinatiebewijs tegen hondsdolheid in zo’n situatie de pijn niet vermindert.

Je wordt door schade en schande wijs, heet het altijd. Gelukkig viel het met de schade door de jaren heen wel mee. In Deventer meende een onvriendelijk heerschap met een witte helm mij ooit eens een tik te moeten geven met een gevaarlijke lange lat. Met als gevolg twee weken lang een pijnlijke striem op de bovenarm. Elke ME’er die tegenwoordig zoiets flikt bij leden van bepaalde groepen, krijgt meteen ontslag!

Aan Heracles – AGOVV in 2003 bewaar ik eveneens bijzonder pijnlijke herinneringen, maar dan op een heel andere wijze. Met drie doelpunten, alle drie vanaf de strafschopstip, hielp Klaas-Jan Huntelaar de Blauwen aan hun eerste overwinning na de terugkeer in het betaalde voetbal. Waarom deze vrijdagavond in Almelo mij tot in de lengte van dagen zal bijblijven, had te maken met de naweeën van een eerder op de dag uitgevoerde tandheelkundige ingreep. Uitgerekend op de tribune raakte de verdoving langzaam uitgewerkt. De pijn werd almaar heviger. Mijn wang zwol steeds meer op. Het leek wel een ballon. Wát een ellende. Maar ja, zo gaat dat, hè. Met wat voor troep ze iemand ook inspuiten, de werking ervan is niet oneindig. Geen enkele prik bezorgt mensen het eeuwige leven, zoals menigeen tegenwoordig weleens lijkt te geloven.

Als ik heel goed nadenk, kan ik me eigenlijk maar één gelegenheid herinneren waar ik er naderhand echt beroerd aan toe was. NAC-uit. Januari 2010. De onvergetelijke avond waarop de debuterende Donny de Groot Go Ahead Eagles in Breda naar de halve finale van de KNVB-beker schoot. Voordat ik er erg in had, stond ik na afloop als verslaggever van Go Ahead Eagles Live tussen de feestende spelers voor het uitvak. Wie wil, kan de beelden meer dan elf jaar na dato nog terugvinden op https://www.youtube.com/watch?v=0Uv9z6aqVQw&ab_channel=EddieKlunder. Let vooral op die gozer in die blauwe jas met dat zwarte mutsje die naast Joey Suk van het veld afloopt. Temperaturen rond het vriespunt, maar jongens nog aan toe wát een feest. Wát een ontlading. Gekkenhuis. Brrrr, wat was het daar koud op die gedenkwaardige bekeravond in Breda… Ik krijg het er nog spontaan warm van als ik het terugzie.

De gevolgen lieten niet lang op zich wachten. Het intermezzo op het tochtige veld resulteerde in een stevige verkoudheid. Al met al ben ik wel drie of vier weken aan het snotteren, hoesten en proesten geweest. Blaffen is misschien wel een betere benaming, zó zwaar had ik het te pakken.

Gelukkig was het in die dagen nog gewoon toegestaan om verkouden te worden.

© RK

Hoofdsponsor verlengt contract met Stichting Topvolleybal Dynamo; Draisma voortaan ook naamgever van Dames-1 team

De Stichting Topvolleybal Dynamo is verheugd te kunnen meedelen dat hoofdsponsor Draisma Bouw ook het komende seizoen naamgever blijft van Draisma Dynamo. Behalve steun en toeverlaat van de mannenploeg, de landskampioen van 2021, levert het gerenommeerde bouwbedrijf voortaan ook een bijdrage aan de constructie van een duurzaam en eredivisiewaardig Dames-1 team.  

“Volleybal is een prachtige, schone sport. Wij zijn inmiddels al elf jaar hoofdsponsor van Dynamo. Dit jaar zijn we landskampioen geworden. We blijven ons aan Dynamo verbinden. Door onze naam nu ook te koppelen aan de dames, doen we graag een stapje extra”, verklaart eigenaar Jelle Draisma waarom Draisma Bouw als sinds 2010 het topvolleybal in Apeldoorn een warm hart toedraagt.

Het 141 jaar geleden door Gerrit Thomaszoon Draisma in het Friese Makkum opgerichte familiebedrijf, dat al meer dan 80 jaar een constructieve bijdrage levert aan de verbetering van het leefklimaat in Apeldoorn, onderging deze zomer een naamsverandering. Om de 21e eeuw duurzaam, veilig en verantwoord te doorstaan gaat het aannemingsbedrijf onder de nieuwe naam Draisma Bouw mee met de tijd. In een snel veranderende wereld bouwen de bouwers van Draisma zo met vernieuwd elan en ouderwets vakmanschap verder aan een leefbare toekomst. Sinds bijna twee jaar is de onderneming weer volledig in handen van de familie Draisma.

Foto Imre Csany

www.draismadynamo.nl donderdag 26 augustus 2021

Spelers voormalig zaterdagelftal vieren weerzien met Berg en Bos

Reünie valt samen met 100e verjaardag sportpark

Spelers van AGOVV’s voormalige zaterdagelftal vieren op zaterdag 28 augustus een weerzien met elkaar en het sportpark waar zijzelf in de jaren ’90 voor de nodige furore zorgden. Toevallige bijkomstigheid is dat deze bijzondere reünie plaatsvindt exact 100 jaar na de allereerste voetbalwedstrijd die ooit op Berg en Bos is gespeeld.

Als hoogtepunt van de nostalgische ontmoeting trekken de inmiddels ietwat zwaarlijviger en trager geworden spelers van het toenmalige team de voetbalschoenen er als vanouds bij aan. De veteranen van het zaterdagelftal nemen het op tegen een team dat is samengesteld uit andere voormalige AGOVV’ers. Aansluitend is er een gezellig samenzijn, waarin ongetwijfeld veel onvergetelijke momenten uit gezamenlijke Blauwen-tijden ter sprake komen.

Manolo Degen, Roger Tengker en Bob Wiegmink kijken er al vol verlangen naar uit om ruim een kwart eeuw na dato weer met hun voormalige ploegmakkers op het veld te mogen staan. “Wij kennen elkaar al wel 35 jaar”, graaft de zoon van voormalig AGOVV-doelman Peter Wiegmink terug in het verleden. “Bob speelde eerst bij ZVV”, herinnert Degen zich nog maar al te goed. “En ik ben er later van Robur bijgekomen”, duidt Tengker op de gemêleerde samenstelling van de selectie.

In de jaren waarin de hoofdmacht van AGOVV op zondag met veel bombarie naar de top van het amateurvoetbal sloop, deed het illustere gezelschap waarvan Degen, Tengker en Wiegmink deel uitmaakten zich gelden in Apeldoorn en de omliggende dorpen. “Wij speelden in de derde klasse. Dat was wel een standaardklasse, maar eigenlijk hingen we er een beetje bij. Als kleding kregen wij afdankertjes van het ‘echte’ eerste”, lacht Tengker wanneer hij terugdenkt aan de door de club beschikbaar gestelde wedstrijdtenues.

Of ze nou in Klarenbeek, Oeken, Eefde of Vaassen kwamen, overal lieten de Blauwen een onuitwisbare indruk achter. Tengker: “Ik weet nog dat in Eefde eens een paar auto’s van ons te laat kwamen, omdat er eenden op de weg liepen. Toen wij daar aankwamen, stonden die gasten al op het veld en waren ze heel fanatiek met de warming-up bezig. Bob maakte in die wedstrijd trouwens een geweldige goal.” Wiegmink: “Bobbeldebobbel, binnenkant paal!”

Ook Manolo Degen rijgt de anekdotes uit die periode moeiteloos aaneen. “Bij Oeken riepen ze vooraf de opstellingen om. Terwijl ze ermee bezig waren, stond Micha Machouri nog op z’n dooie gemak een bak patat naar binnen te werken. Sinar Maluku-uit was ook altijd wat… Als je daar een sliding maakte, kwamen ze al het veld in. We hebben Jos Dietrich er ook nog eventjes bij gehad. Die zat eigenlijk in het eerste, maar hij vlagde altijd bij ons. Stiekem viel hij weleens in.”

Het zaterdag-1 elftal van AGOVV overschreed vele grenzen. Zelfs in het buitenland hielden Degen, Tengker, Wiegmink c.s. de eer van de club nadrukkelijk hoog. De voor de speciale gelegenheid vervaardigde shirts waarin de helden van weleer tijdens de reünie op 28 augustus opdraven, verwijzen naar een geruchtmakend uitstapje naar Antwerpen waarover de heren uiterst geboeid kunnen vertellen maar verdere details niet voor publicatie vatbaar zijn…

Zelfs Marco Baars maakte in zijn nadagen als voetballer nog even deel uit van het zaterdagelftal. Ondanks een aanzienlijk leeftijdsverschil werd het huidige bestuurslid liefdevol opgenomen door zijn veel jongere medespelers. “Ik kwam er in 1998 bij. Ik ben nu 64. Toen was ik 39. Maar ik was nog wel heel fit.” Bob Wiegmink: “Dat scheelt vijftien jaar met mij, ik was in 1998 26.”.

Baars: “Eerst voetbalde ik op zondag in het zesde. Daar deden we op elke training partijtjes tussen gescheidenen en niet-gescheidenen. Op een gegeven moment hadden de niet-gescheidenen bijna geen spelers meer…”

Initiator Roger Tengker hoopt dat de reünie op 28 augustus geen eenmalige gebeurtenis zal zijn. “Als het aan mij ligt, gaan we dit vanaf nu elk jaar doen.”

www.agovv.nl

Alternatief voor exclusief Apeldoorns voetbalfeestje

Achter de bal aan (67): Wezep, Apeldoorn

Zaterdag 21 augustus 2021

Ik had me enorm verheugd op de Apeldoorn Cup. Maar als ik inmiddels al een vaccinatiebewijs of een negatief testbewijs nodig heb om het o23-elftal van csv Apeldoorn te mogen zien voetballen, dan is het einde zo langzamerhand écht zoek. Dan haak ik af. Had het invullen van een vragenlijstje niet volstaan? De privacy van deze of gene doet er in coronatijd immers toch niet meer toe.

Het is momenteel niet anders, meldt het onvolprezen Nieuwsblad Stedendriehoek, een van de sponsors van het toernooi, voorafgaand aan de Apeldoorn Cup ook nog. Hoezo is het niet anders? Als de organisatie zo nodig roomser dan de paus wil zijn, was het misschien ook wel consequent geweest om van spelers, begeleiders en bestuursleden van alle deelnemende clubs en last but not last houders van VIP-kaarten hetzelfde te verlangen als van de bezoekers van het evenement, zoals een ter plaatse bekend oud-doelman op de Facebookpagina van het toernooi oppert.

Anderen zullen en mogen er anders over denken, maar het slaat in Nederland zo langzamerhand compleet door met de hele paranoia. Bij mij wekken dit soort maatregelen altijd de schijn dat ik gevaar loop. En dan moet ik me er blijkbaar nog voor verontschuldigen dat ik het zelf totaal niet zo voel. Of allerlei restricties daadwerkelijk effect sorteren, moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken. Als veelvuldig bezoeker van voetbalwedstrijden moet ik me ook al vier decennia laten welgevallen dat ik om de haverklap gefouilleerd word, alsof ik een misdadiger ben. Het houdt gewoon een keer op met alle betutteling en onzin.

Uiteraard heeft elke vereniging het volste recht om zelf te bepalen wie ze toelaat op haar sportpark. Maar als zo’n club écht wil voorkomen dat de volksgezondheid in het geding komt, misschien kan ze dan beter helemaal geen toeschouwers meer toelaten. Veiliger dan dat gaat geen club het krijgen. Vaccinaties en/of testen bieden slechts in beperkte mate bescherming, zo blijkt inmiddels. Of heb ik soms verkeerd gelezen dat de bewoners van een verzorgingstehuis in Eerbeek dat eerder in de week getroffen werd door een massale corona-uitbraak niet stuk voor stuk al hun prikken al gehad hadden?

Bij wedstrijden in het betaalde voetbal kan ik me trouwens best enige voorstelling maken van bepaalde voorzorgsmaatregelen. Al heeft onderzoek uitgewezen dat recente wedstrijden mét publiek nauwelijks tot besmettingen hebben geleid. Zelfs bij topamateurclubs in Spakenburg of Katwijk valt er gezien de publieke belangstelling misschien nog iets voor te zeggen. In de Kuip, de Arena of de Adelaarshorst komen, zelfs als de stadions slechts voor twee derde gevuld mogen zitten, hoe dan ook onder alle omstandigheden iets meer toeschouwers dan bij een doorsnee voetbalpotje op sportpark Orderbos.

Met alle respect, maar voor wat voormalig csv-trainer Peter Boeve een aantal jaren geleden denigrerend bestempelde als de Mickey Mouse Cup gaat die noemer in het geheel niet op! Het is nou niet zo dat voetbalminnend Apeldoorn massaal uitloopt om getuige te mogen zijn van de Apeldoorn Cup. Verdeeld over drie velden, kunnen de aanwezige toeschouwers bovendien met gemak tien meter afstand van elkaar houden, wanneer ze zouden willen! Wie van een gezellig en knus samenzijn houdt, kan aan het einde van de huidige vakantieperiode in Apeldoorn beter naar de Julianatoren gaan. Daar staan dezer dagen vaders en moeders elkaar rijen dik in de nek te hijgen om met hun kids in de autootjes te stappen. Maar daar neemt niemand aanstoot aan. Zulke gezinnetjes zijn kennelijk overal immuun voor.

Omdat ik er dagelijks mijn rondjes draaf, ga ik wel even kijken hoe de laatste voorbereidingen lopen. Ruim tweeënhalf uur voordat het spektakel in volle hevigheid losbarst, kan ik het complex van csv Apeldoorn zonder belemmeringen betreden. Het hek staat wagenwijd open. Vrijwilligers van de onderhoudsploeg zijn op het hoofdveld bezig met het plaatsen van cornervlaggen. In het verder nagenoeg uitgestorven sportpark kom ik enkel het immer en overal aanwezige bestuurslid technische zaken van SV Orderbos tegen. Hij zwaait vrolijk naar me vanuit zijn auto. Ook komen twee buitengewoon bijzondere opsporingsambtenaren langs mij heengereden. Dát schrikt wel af. Die houden de Taliban wel tegen wanneer die onverhoopt oprukken naar Apeldoorn-West om daar ongeoorloofd voetballen te gaan kijken…

Gekheid natuurlijk, maar iemand moet hoe dan ook het gevaar nooit zelf opzoeken. Gelukkig heb ik in de loop der jaren meer dan genoeg wedstrijden bezocht om zelf een inschatting te maken van wat wél of niét kan. Daar heb ik geen Hugo de Jonge, Outbreak Managementteams of andere bijgoochems voor nodig, die duidelijk zelden of nooit op een voetbalveld komen. Ik beweer niet dat ik de wijsheid in pacht heb, maar ik kan echt maar één plek op amateurvoetbalvelden bedenken als mogelijke broedplaats voor virussen: overvolle kantines. Tsja, elk verstandig mens kan daarom de drukte daar maar beter mijden. Een stukje eigen verantwoordelijkheid, zou ik het willen noemen. Zo bescherm je jezelf. En zo bescherm je anderen. Stel je voor zeg dat die anderen in coronatijd onverhoopt niét met vakantie kunnen. Met zo’n rampscenario is iemand natuurlijk pas echt ver van huis.

Gelukkig bestaan er voldoende alternatieven voor het exclusieve Apeldoornse voetbalfeestje. Ik woon in Wezep een wedstrijd bij van… csv Apeldoorn! Hoe serieus de technische staf van csv het toernooi om de Apeldoorn Cup neemt, blijkt wel uit dat het eerste elftal tegelijkertijd bij WHC oefent. Ter gelegenheid van het Keizer Garantiemakelaars Nederlaagtoernooi! Leuk om de broertjes Krijns weer eens te zien voetballen, die de selectie van Richard Karrenbelt zijn komen versterken. Csv’s o23-elftal moet het op eigen veld voor de Apeldoorn Cup zien te rooien tegen WSV. Dan kan de hoofdmacht het komende week afmaken, zo luidt de achterliggende gedachte. Brede selectie, hè. Het zal me door de harde kern van csv wel niet in dank worden afgenomen wanneer ik het misplaatst superioriteitsgevoel noem.

Trainer Jan Kromkamp en zijn assistent Jan Michels zijn sinds hun komst naar Apeldoorn bezig een veelbelovend team op te tuigen. Op deze zaterdagmiddag komt het er echter niet helemaal uit. Het loopt bij de bezoekers niet zoals gewenst. Patrick Maneschijn (ex-WHC) brengt de Apeldoorners weliswaar op voorsprong, de zon breekt echter niet door. In tegenstelling tot eerdere ploegen tegen wie ik de pupillen van de Jantjes als razenden tekeer zag gaan, laat WHC zich niet 90 minuten afjagen. Wanneer de eigen defensie onder druk komt te staan, wordt het iets wankeler aan Apeldoornse kant. Wanneer csv in de tweede helft nadrukkelijk achteruit moet, bespeur ik zowaar enige irritaties binnen de gelederen.

In de competitie in de eerste klasse D krijgt de achterste linie van csv ongetwijfeld te maken met meer lastpakken van het kaliber Stef van Oene of Sander Krijns. Het zal vooral afwachten zijn hoe het zich komend seizoen staande houdt wanneer tegenstanders erin slagen om de angel (Lars Huber) uit het Apeldoornse spel te halen. Benieuwd of Kromkamp en Michels dan ook in staat zijn een plan B uit de hoge hoed te toveren.

Complimenten trouwens voor hoe de vrouwelijke scheidsrechter Sarah Brinkkemper de door WHC met 2-1 gewonnen confrontatie keurig in goede banen lijdt. Op de broodjes rosbief van de naast het WHC-terrein gelegen Snacksalon Het Middelpunt valt evenmin iets aan te merken. Zij maken de rit naar Wezep dubbel en dwars de moeite waard.

Als toegift pik ik na terugkeer in Apeldoorn bij WSV jong Cambuur tegen jong Go Ahead Eagles mee. Evenals op sportpark Mulderssingel hoef ik ook op de Voorwaarts niet ongewild vertrouwelijke medische gegevens te delen om naar binnen te mogen…

Een uitgebreid verslag over de Apeldoorn Cup lees ik wel in de Stedendriehoek. Het is niet anders.

Geen zwarte markt nodig voor kaartjes in Beverwijk

Achter de bal aan (66): Huizen, Beverwijk

Zaterdag 14 augustus 2021

Ik had me al opgemaakt voor een ouderwets middagje Berg en Bos. Het toeval brengt me wat verder van huis. Om de zaterdag op een enigszins educatief verantwoorde wijze door te komen, rijd ik naar Huizen en Beverwijk.

Aan de vooravond van het weekend valt mijn oog bij het doorspitten van de diverse speelschema’s op de wedstrijd DEM tegen Sparta Nijkerk. In overleg met Willy, die wel met me meewil, besluit ik de hervatting van de oefencampagne van onze plaatselijke trots Columbia bij SV Huizen te combineren met dit onderonsje van derde divisionisten uit de voorronde van de KNVB beker. Zo kunnen we twee wedstrijden op één (mid)dag meepikken. Het Gooi ligt mooi op de route. De aftrap van het oefenpotje in Huizen staat gepland om 14.30 uur. De bekerwedstrijd in Beverwijk begint om 18.00 uur. Dat betekent dat we ruim anderhalf uur de tijd hebben om de 65 kilometer van Huizen naar Beverwijk te overbruggen. Dat moet te doen zijn, lijkt me zo.

Vanwege de coronaparanoia geldt voor het bekerduel in Noord-Holland een reserveringsplicht. Over het maximaal toegestaan aantal toeschouwers staat nergens iets vermeld op de website van DEM. Een kaartje à 6 euro (+ 1,20 euro verwerkingskosten) kan online worden besteld. Een 65+ ticket voor Willy is 2 euro goedkoper.

Bestellen en betalen bij eventbrite.nl verloopt probleemloos. Helaas geldt dat niet voor het uitprinten van de tickets. Volgens het inktschema van mijn HP Envy 4526 bevatten de cartridges nog voldoende inkt. De harde realiteit blijkt weerbarstiger. Bij het afdrukken komen er alleen blanco velletjes uit het apparaat tevoorschijn.

Omdat me op zaterdagochtend de tijd ontbreekt om nog vlug even nieuwe patronen aan te schaffen, gok ik het er maar op. Ik heb de orderbevestiging immers op de telefoon staan, inclusief pdf’s van de bestelde toegangsbewijzen. Compleet met een tegenwoordig alom bewierookte QR-code. Het moet maar voldoende zijn. Bij een beetje club kunnen ze die codes van de telefoon scannen. Ook clubs moeten met de tijd mee.

Nadat ik Willy thuis heb opgehaald, stuur ik om iets voor enen ik mijn Ford Focus de A1 op. Van een Zwarte Zaterdag is niet echt sprake. De verkeersdrukte valt te overzien. Die 7 kilometer file waar Teletekst eerder op de ochtend melding van maakte, is blijkbaar in de tussentijd opgelost. Al hebben de automobilisten tussen Voorthuizen en Amersfoort zoals gebruikelijk last van verkeer dat op de een of andere onverklaarbare manier langzamer gaat rijden. Het is en blijft een mooie uitvinding, die matrixborden die ineens op tilt slaan en de ietwat meer gestreste medeweggebruiker vol op de rem doen trappen.

We arriveren desondanks ruimschoots op tijd op Sportpark De Wolfskamer, onze eerste bestemming op deze voetbalzaterdag. Een déjà vu. Ruim 19 jaar nadat ik het AGOVV van Peter Bosz op hetzelfde complex de heenwedstrijd om het algeheel landskampioenschap bij de amateurs zag spelen, keer ik terug op het Tatort. Destijds stonden de toeschouwers er vijf rijen dik langs de kant. Nu houden enkele tientallen liefhebbers en familieleden ons in het aangename augustuszonnetje gezelschap. De huidige tribune stond er in juni 2002 nog niet. De kantine heeft eveneens een grondige renovatie ondergaan. Ziet er netjes uit. Een hele verbetering. In een vitrine staan de kampioensschalen uitgestald die SV Huizen ooit als beste zaterdagamateurclub van Nederland won. Het is alweer een poosje geleden.

De inmiddels naar de eerste klasse afgezakte thuisploeg blijft Apeldoorns hoogst spelende zondagploeg op deze zomerse zaterdagmiddag met 3-2 de baas. Conclusies hoeven er aan die uitslag niet verbonden te worden. Zes weken voor de start van de competitie heeft de technische staf van de Apeldoorners nog ruimschoots de tijd om de ietwat statische verdediging wat beter in te stellen op dynamischere tegenstanders. Tegen ploegen die bedreven zijn in snelle positiewisselingen kan Jop van der Linden achterin wel wat meer steun gebruiken.

Bij wedstrijd nummer twee die op ons programma staat, waarvan ruim anderhalf uur later de aftrap plaatsvindt, staat er al wel iets op het spel. D winnaar van RKVV DEM tegen Sparta Nijkerk plaatst zich voor de eerste ronde van de KNVB beker.

Eerst nog maar eventjes op tijd zien aan te komen in Beverwijk. Voor het eerst sinds de corona-uitbraak zie ik onze hoofdstad weer eens van dichtbij. Op de ring rijd ik door een tunnel. Dat ding was nog niet eens in gebruik toen ik voor het laatst in de buurt van Amsterdam reed… Werkzaamheden op de A9 tussen Halfweg en knooppunt Velsen vormen gelukkig geen hinderlijke onderbreking van de reis. Dat is dan weer een voordeel van een zaterdag in vakantietijd.

Al voor half zes, ruim 50 minuten na vertrek uit Huizen, rijd ik de parkeerplaats van Sportpark Adrichem op. Om te beweren dat voetbalminnend Beverwijk massaal uitloopt voor het bekerpotje tussen de twee derde divisionisten dat een half uur later begint, gaat een beetje ver. Erg druk is het niet. Plek zat om de auto neer te zetten. Het gaat er gemoedelijk aan toe. Niks geen onnodig gestress. De heren bij de kassa doen niet moeilijk over dat ik ze geen uitgeprinte toegangsbewijzen kan laten zien. De scan doet z’n werk naar behoren. We zijn dan wel in Beverwijk, maar hoeven dus niet naar de zwarte markt voor kaarten.

Volgens de op de clubsite vermelde richtlijnen mogen niet meer dan 100 personen de kantine betreden. Die zitten er bij lange na niet. Met twintig aanwezigen houdt het wel op. De tv’s in de kantine staan afgestemd op Norwich City – Liverpool en RKC – AZ. Mijn persoonlijke aandacht gaat meer uit naar de twee tosti’s waar ik de tanden inzet. Als pre-match meal. Volgens het geldende coronaprotocol mogen kantinebezoekers niet via de ingang weer naar buiten toe. Omdat we nergens een uitgang kunnen vinden en via het omrasterde terras niet naar het veld kunnen lopen, piepen we er toch maar via de ingang weer tussenuit. Mooi man, het fenomeen looproute.

Voor aanvang van de wedstrijd is nog zoiets dat ik ongetwijfeld niet onzinnig mag noemen, maar blijkbaar ook te maken heeft met voorzorgsmaatregelen. De spelers van Sparta Nijkerk komen aan de buitenkant om het tribunetje heengelopen om er vervolgens voorlangs langs te lopen naar waar de thuisploeg al klaar staat. Vervolgens lopen de spelers van beide teams gezamenlijk het veld op. Dat mag dan blijkbaar wél. En in de 120 minuten die volgen mogen ze elkaar ook zonder beperkingen voor de voeten lopen. Het slaat in veel gevallen behoorlijk door in coronatijd.

DEM is veel feller. Met de supersnelle Richie Owusu als uitblinker. De buitenspeler ontpopt zich tot een ware plaag van de Sparta Nijkerk-defensie. Zijn 1-1 gelijkmaker is er eentje om in te lijsten. De mij wat tegenvallende Nijkerkers blijven met meer geluk dan wijsheid overeind. De fanatiekste supporter van de thuisclub beschikt over de meeste adem. Met zijn toeter gaat deze Leo helemaal los. Gezeten op zijn stoeltje achter het hek weet hij van geen ophouden. Hij drijft omstanders bijna tot wanhoop, ze worden er gek van. Als er dan toch sprake moet zijn van coronarestricties, zou speciaal voor zo iemand invoering een mondkapjesplicht niet verkeerd zijn. Het wordt hoog tijd voor een individuele aanpak. Maatwerk is vereist.

De ontknoping laten we voor wat het is. Tegen de tijd dat Sparta Nijkerk de strafschoppenserie in zijn voordeel beslist, ben ik met Willy al weer lang en breed door de Wijkertunnel heen. Kunnen we mooi voor het donker thuis zijn…

Berg en Bos 100 jaar thuisbasis AGOVV

AGOVV staat op het punt een nieuwe mijlpaal te bereiken in de 108-jarige clubgeschiedenis. De oudste bewoner van de wijk Berg en Bos viert deze zomer een heel bijzonder verjaardagsfeest op zijn gelijknamige sportpark. Op 28 augustus 2021 is het exact een eeuw geleden dat er voor het eerst in wedstrijdverband een bal rolde op wat romanticus Jan Mulder niet geheel ten onrechte ooit omschreef als ‘het mooiste voetbalveld van Nederland’.

Aanvankelijk hield de Apeldoornse Geheel Onthouders Voetbal Vereniging na de oprichting in 1913 huis op een van boer Hannes Houtjes gehuurd stuk grond aan de Hoenderparkweg. Acht jaar later verhuisde de club vanaf het Houtjesveld met z’n hele hebben en houwen een drietal kilometers noordwaarts naar een nieuw aangelegd gemeentelijk sportpark. De Apeldoornse gemeenteraad kocht het 525 hectare grote landgoed Berg en Bos voor 550.000 gulden van houthandelaar J.C. Wils. De realisatie van enkele voetbalvelden behoorde tot de eerste projecten die er werden verwezenlijkt.

Bij AGOVV’s 100-jarig bestaan in 2013 verscheen al een lijvig naslagwerk, van de hand van Rob Kruitbosch en Joost Houtappels,  waarin uitgebreid de talrijke hoogte- en dieptepunten staan opgesomd die de Blauwen op Berg en Bos meemaakten. De blikvanger van het complex, de in 1925 gebouwde monumentale houten hoofdtribune, is recent zelfs nog uitgeroepen tot mooiste tribune van Gelderland. Het onwaarschijnlijke aantal van 25.000 uitzinnige Apeldoorners die op 10 april 1949 bij de wedstrijd tegen Abe Lenstra’s Heerenveen alle beetjes Berg en alle stukjes Bos vulden, wordt bij een voetbalwedstrijd op Apeldoornse bodem waarschijnlijk nooit meer overtroffen. 

Vanzelfsprekend koestert het huidige AGOVV-bestuur de gloriedagen van weleer. De clubleiding richt haar blik momenteel vooral vooruit naar de toekomst. Nadat het voortbestaan in de nasleep van het faillissement van de proftak aan een zijden draadje hing, krabbelt de vereniging de afgelopen jaren met vereende krachten overeind. Anno 2021 staat AGOVV sportief en organisatorisch volop in de steigers. Het ledental zit weer in de lift. In twee jaar tijd groeide dat van 275 naar 620 leden. Onlangs werd het 100e pupillenlid verwelkomd en het voormalige clubhuis ondergaat een grondige renovatie.  Op de Klaas Jan Huntelaartribune kwamen zonnepanelen te liggen en in het stadion werd de oude verlichting vervangen door LED verlichting. In het kader van wat binnen de vereniging maatschappelijk verantwoord sporten wordt genoemd, streeft AGOVV naar de realisatie van een duurzaam sportpark.

Een nieuw jeugdig elan is alom merkbaar op Berg en Bos. Het sportpark aan de Laan van Spitsbergen lijkt weer als vanouds het kloppend hart van voetballend Apeldoorn te worden. Elke zaterdagochtend proberen vele jeugdige talentjes er de grondbeginselen van de voetbalsport onder de knie te krijgen. AGOVV kijkt daarom vol vertrouwen en ambitie uit naar wat de volgende 100 jaar in de bosrijke idylle van Apeldoorn-West de club gaan brengen. 

Olympisch goud

Er zijn weleens dagen, weken, maanden en jaren dat ik de berichtgeving over handboogschieten, roeien, zeilen, kajakken, windsurfen, torenspringen, zwemmen in open water, gewichtheffen, fietscrossen, skateboarden, muurklimmen of snelwandelen met diarree oversla. Ik zou liegen als ik zeg dat ik voor deze takken van sport op het puntje van m’n stoel kruip. Laat staan dat ik er midden in de nacht voor opsta om het live op televisie te gaan bekijken. Zouden die oude Grieken die in de klassieke oudheid de Olympische Spelen bedachten zich niet in hun graf omdraaien wanneer ze zouden weten dat breakdancen in 2024 in Parijs als nieuw programmaonderdeel aan de Olympische kermis wordt toegevoegd?

Die sluitingsceremonie in het lege Olympisch stadion van Tokio had in zekere zin wel iets macabers, vond ik. Mooi dat een handjevol nog aanwezige sporters zich op het middenterrein mocht verzamelen en het na twee weken opgesloten te hebben gezeten met het anderhalve meter afstand houden in veel gevallen niet meer zo nauw nam. Ik zal wel ouderwets zijn of een romanticus, maar zonder publiek mis ik toch iets essentieels. Hartstochtelijk meelevende toeschouwers horen erbij. Hun aanwezigheid op de tribunes inspireert sporters tot nóg grootsere daden. ‘s Werelds grootste sportevenement hoort natuurlijk voor uitpuilende stadions te worden afgewerkt. Maar ja, dat kon om inmiddels bekende redenen niet. Covid-19 of niet, Tokyo’2020 moest koste wat kost plaatsvinden omwille van grote tv-stations en sponsorende multinationals. Al die tv-miljoenen houden alle nationale Olympische Comités overeind.

Dit alles wil niet zeggen dat ik me als sportliefhebber niet vermaakt heb met wat zich de afgelopen weken in Japan op Olympisch gebied voltrok. Verre van dat zelfs. Aan dramatiek en heroïek geen gebrek. Met enig chauvinisme mag ik wel stellen dat het Team.nl het qua hoeveelheid medailles keurig gedaan heeft. Met 36 plakken kunnen de Nederlandse Olympiërs gerust thuiskomen. Met name de Oranje-atleten en (baan)wielrenners grossierden in eremetaal. Met Sifan Hassan, Femke Bol, Abdi Nageeye, Annemiek van Vleuten, Tom Dumoulin, Harrie Lavreysen, Shanne Braspennincx en haar partner, tweevoudig Apeldoorns sportman van het jaar Jeffrey Hoogland uit Nijverdal, als voornaamste blikvangers en -ontvangers. Deze toppers trakteerden het publiek thuis op onvergetelijke momenten.

Sport evolueert. Niet alleen zijn hedendaagse atleten – om het bij atletiek te houden – vele malen beter getraind en geprepareerd dan de Spiridon Louis’en, Paavo Nurmi’s, Jesse Owens’en, Fanny Blankers-Koen’en, Emil Zatopek’s of Abebe Bikila’s van weleer. Hun materiaal wordt steeds beter en geavanceerder. Die supersnelle schoenen zijn werkelijk sneller dan snel. Misschien zit er over drie jaar in Parijs wel een motortje in de zolen of ontstekingsmechanismen in de veters. Dan lanceren de boys en girls na het startschot waarschijnlijk zichzelf in een baan om de aarde!

Matthieu van der Poel, om maar eens iemand te noemen, maakte op de mountainbike niet waar waar hij voor kwam. Ook dat hoort erbij. Verliezen is inherent aan sport. Wat zo’n rotplankje niet teweeg kan brengen! Als de fietsende alleskunner, van wie ik een groot fan ben, zich toevallig had ingeschreven voor turnen, was de kans niet ondenkbeeldig geweest dat de jury zijn salto wél had beoordeeld als medaillewaardig… Zelfs de Braziliaanse balvirtuoos Neymar, erkent tuimelaar, zal de ongewilde duikeling van Van der Poel qua uitvoering never nooit overtreffen. Dafne Schippers, een beetje hetzelfde verhaal. Onze nationale sprintkoningin, verloor de strijd vooral van haar eigen lichaam. Zij bewees dat mensen geen machines zijn. Al kan ik me heel goed indenken dat Marije van Hunenstijn, de snelste vrouw uit mijn eigen dorp, er in die 4 x 100 meter finale verschrikkelijk de pest in had dat zij dat estafettestokje niet in haar handen gedrukt kreeg… Sport is en blijft emotie!

Bij de teamsporten waren de Nederlandse prestaties niet bepaald om over naar huis te schrijven. Enkel de hockeysters hielden de nationale eer hoog. De hockeymannen gingen af, waterpoloërs kopje onder en de Leeuwinnen waren al gauw uitgebruld. En aangezien korfballen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk nooit een Olympische sport zal worden, kan het thuisfront er beter maar vast aan wennen dat Nederland met name in de teamsporten in de toekomst nóg minder van zich zal doen spreken. Kwestie van mentaliteit, van pijn kunnen en willen lijden. Of zoals een veelvoudig volleybalinternational mij ooit vertelde: wie beter wil worden, moet af en toe over zijn eigen grenzen heen. Wat alle internetdeskundigen in hun luie stoel normaal vinden, is natuurlijk helemaal niet vanzelfsprekend. Die lange weg naar het erepodium is geplaveid met bloed, zweet en tra(i)nen.

Ga er gevoeglijk maar vanuit dat de rol van Nederlandse turnsters op het mondiale podium definitief is uitgespeeld. Nederlandse turnmedailles hoeven we nooit meer te verwachten bij internationale gelegenheden. Tussen alle voorzorg, nazorg en gepamper zal er ook gepresteerd moeten geworden om op een bepaald onderdeel de buitenlandse concurrentie af te troeven. Alleen de allerbesten en allersterksten blijven over in zo’n proces. Topsport is keihard. Lichamelijk én geestelijk. Wie niet opgewassen is tegen de jarenlange fysieke en psychische tortuur van Spartaans opererende zich trainer noemende slavendrijvers, haakt af. Met niet al te prettige gevolgen voor alle turnmeisjes die buiten de boot of van de balk vielen.

Naar Nederlandse maatsteven gemeten is turncoach Vincent Wevers wel zo’n beetje de grootste boeman op aarde. Al die overambitieuze ouders, die jarenlang wegkeken of hoegenaamd niets merkten, valt uiteraard niet aan te rekenen hoe de kindheid van hun nageslacht om zeep is geholpen. Nou, reken maar dat turnsters (en andere sporters) uit het voormalige Oostblok nog véél harder aangepakt werden dan die arme Nederlandse meisjes. Andere culturen, andere zeden. De dwang van staatswege was in dat soort landen ongetwijfeld ietsjes erger en benauwender dan in ons eigen knuffelparadijs. Zelfs voor wat corrigerende tikken schrikte de teamleiding in opdracht van de partijleiding niet terug. Indien nodig sloegen ze het er wel in. Niets was te gek ter meerdere eer en glorie van volk en vaderland.

Op één van de onvergetelijke oudejaarstoernooien van Dynamo heb ik ooit van dichtbij mogen aanschouwen hoe de legendarische Nicolai Karpol te werk en tekeerging. Een van de meest succesvolste vrouwenvolleybalcoaches ooit. De door hem geleidde Sovjet- en Russische machines veroverden tweemaal Olympisch goud (1980, 1988) en driemaal zilver (1992, 2000, 2004). Zijn werkwijze loog er niet om, was nogal onorthodox. Tijdens wedstrijden en trainingen schold Karpol zijn speelsters helemaal verrot. De op dat Dynamotoernooi aanwezige tolk leek het niet zo’n goed idee om letterlijk te vertalen wat Nicolai zoal riep tegen zijn pupillen. Ze kon de verwensingen niet over haar lippen verkrijgen. Geef zo’n ouwe brombeer anno nu een contract bij een Nederlandse club of bond, dan slaat de politie hem waarschijnlijk meteen in de boeien.

Het is voor de leek vaak moeilijk te bevatten dat het zeker niet alleen maar goud is dat blinkt. Tegenwoordig moet een Nederlandse atlete zelfs haar huis verkopen om haar Olympische droom te kunnen verwezenlijken. Je moet er wat over hebben om te investeren in onbetaalbare herinneringen en ervaringen. In verreweg de meeste gevallen kost het sporters veel meer dan dat het oplevert. Olympische gedachte, hè. Meedoen belangrijker dan winnen.

Nou wil ik niet bluffen of bijdehand doen, maar ík weet hoe het voelt! Ik heb ooit zelf het voorrecht ervaren om Olympisch goud omgehangen te krijgen. Geloof het of niet, maar het is echt zo. Nee, nee, ik heb de plak niet zelf gewonnen. Verder dan de eerste prijs met mijn straatelftal in het voetballen bij Jeugdsport Orden, compleet met bijbehorend bekertje en vaantje, heb ik het in mijn actieve sportloopbaan nooit geschopt. Op visite bij één van de sterren van het gouden Cubaanse vrouwenvolleybalteam, dat in 1992, 1996 en 2000 een unieke Olympische hattrick voltooide, kreeg ik daarentegen wel écht goud in handen. Tsja, en wat doe je in zo’n geval? Voor de foto doe je het ding dan natuurlijk wel eventjes om de nek.

Toen de economische nood in Cuba een hoogtepunt (of moet ik zeggen dieptepunt?) kende, kreeg ik zelfs eens de kans om een heuse Olympische medaille te kopen. Voor duizend dollar had ik mij de nieuwe eigenaar mogen noemen van een heuse authentieke gouden plak uit Barcelona. Ik heb het aanbod vriendelijk doch beleefd afgeslagen. Wat moet je ermee? En om nou te riskeren op het vliegveld van Havana aangehouden te worden met zowel illegaal aangeschafte Montecristo en Cohiba-sigaren als ook sportieve memorabilia van onduidelijke herkomst, leek me destijds ook niet zo’n goed idee. In zo’n geval heb je heel wat uit te leggen in je beste Spaans.

Natuurlijk is het hartstikke leuk om later blinkend eremetaal aan de (klein)kinderen te kunnen laten zien. Er is ook een andere kant van de medaille. Kruip maar eens in de huid van een voormalig Olympisch kampioen uit een minder welvarend land die zich geen dure medicijnen voor zieke familieleden kan veroorloven om te beseffen wat zo’n titel werkelijk waard is. In zo’n situatie is de prijs van eremetaal relatief. Het is dan ook begrijpelijk dat niet alle Olympische kampioenen hun goud op dezelfde manier verzilveren.

Uiteindelijk draait zowel in de topsport als in het normale leven alles om geld. Tegenwoordig misschien zelfs nog wel meer dan vroeger.

© RK