Apeldoornse volleyballer Jelle Bosma voelt zich bevoorrecht in Berlijn: ‘Je hoort mij niet klagen’

door | 26 januari 2026

“Ich bin ein Berliner.” De legendarische woorden die de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1963 met de rug tegen de Muur uitsprak zijn het huidige volleybalseizoen in een wat andere context ook van toepassing op Jelle Bosma. Sinds hij onder contract staat bij de Duitse kampioen Berlin Recycling Volleys gaat er voor de 22 -jarige Apeldoorner een compleet nieuwe wereld open.

Een ogenschijnlijk doodgewone woensdagavond. De Max-Schmeling-Halle trilt op z’n grondvesten. Meer dan 5200 uitgelaten volleybalfans laten in het naar het grootste Duitse boksidool aller tijden vernoemde sportpaleis hun klappers flink klapperen bij de midweekse clash tussen de BR Volleys en SGV Lüneburg, de finalisten in de play-offs om de landstitel van 2025. Dat de 15-voudig landskampioen onbarmhartig over de knie gaat bij de tweede Duitse Champions League-deelnemer, kan het feest op de volle tribunes niet bederven.

Het deert de 2,05 meter lange Bosma weinig dat hij vooralsnog slechts sporadisch wordt ingezet door Joel Banks, die de dubbelfunctie bekleedt als clubcoach in Berlijn en keuzeheer van de Oranjemannen. De van Dynamo overgekomen middenblokkeerder vindt het al een hele eer om ‘ein Berliner’ te zijn. “Ik ben vooral gekomen om veel te leren. Ik schaam me er absoluut niet voor om de derde of vierde middenman te zijn. Ik vind het echt gaaf om in een stad als Berlijn te mogen leven en voor zo’n topclub te spelen”, voelt de veelvoudig Nederlands jeugdinternational zich oprecht bevoorrecht in de Duitse hoofdstad.

De kans om naar Berlijn te gaan kwam tamelijk onverwacht. “Ik kreeg een appje. Ik had vier dagen de tijd om erover na te denken. Het contract lag al klaar. Ik heb het er uiteraard over gehad met Redbad Strikwerda, mijn trainer bij Dynamo. Dankzij hem ben ik überhaupt nog aan het volleyballen. Juist dat maakte het best wel lastig om te vertrekken.”

De nieuweling ervaart hoe het er in de Duitse sportwereld in alle denkbare opzichten grootser en massaler aan toegaat dan in eigen land. De vergelijking met voetbalclub Bayern München valt. “Zo mag je ons best zien. Ze hebben het hier niet over prijzen winnen maar over prijzen verdedigen. Je merkt dat iedereen van ons wil winnen. Ons wordt wel op het hart gedrukt om altijd humble te blijven. De club heeft tot doel om de stad te promoten. Daar past geen haantjesgedrag van de spelers bij”, merkt Bosma dat sterallures niet op prijs worden gesteld.

Gretig inhaleert de volleyballer de ongekende sportbeleving in de bruisende metropool. “Ik ben al een paar keer bij de Füchse wezen kijken, de handbalclub hier. Het is heel vet om te zien hoe dat leeft. Handbal is een veel grotere sport dan volleybal. Er zijn spelers die een miljoen per jaar verdienen, zo heb ik me laten vertellen. Zij spelen in dezelfde hal als wij. Met 9000 toeschouwers is elke wedstrijd stijf uitverkocht. Bij ons zitten gemiddeld tussen de 4000 en 5000 mensen.”

Vanwege het drukke speelschema van de BR Volleys kwam het er nog niet van om in een vol Olympiastadion een thuiswedstrijd van de lokale voetbalhelden van Hertha BSC bij te wonen. “Ik woon vlakbij het stadion. Tot dusverre was het steeds zo dat wij een uitwedstrijd hadden wanneer zij thuis speelden”, hoopt Bosma dat zich weldra een geschikt moment aandient.

Aanpassingsproblemen kende hij na zijn verhuizing nauwelijks. Van een taalbarrière is geen sprake. “Ik kan het wel, maar ik hoef nergens Duits te spreken. Alles gaat in het Engels. Ik heb wel een keer gehad dat een buurvrouw tegen me tekeer ging. Toen heb ik maar net gedaan of ik haar niet begreep. Ik ken inmiddels al wel behoorlijk de weg in de stad. Alleen de eerste paar dagen moest ik wennen aan de drukte. Iedereen ramt z’n auto er zo voor. Van mijn huis naar de wedstrijdzaal ben ik anderhalf uur onderweg. Daar doe je even lang over als van Apeldoorn naar Groningen.”

Hoe ver Duitse sportfans soms gaan in hun adoratie voor topsporters, bevreemdde Bosma aanvankelijk wel. Terwijl hij in Apeldoorn ongehinderd over de Hoofdstraat kan wandelen, wordt hij in Berlijn met zekere regelmaat aangeklampt. “Je wordt overal herkend als speler van de club. Zelfs ik als nobody. Sommige mensen worden al gek wanneer je de auto gaat wassen. Dat is heel wat anders dan wanneer je door de wasstraat gaat bij Kleiboer. Wanneer je ergens met een groepje spelers zit, worden ze helemaal wild. Naar uitwedstrijden gaat onze fanclub altijd mee. Er wordt wel verwacht dat je dan even een praatje maakt met die mensen. Ik wist dat niet. Bij een van onze eerste wedstrijden liep ik na afloop meteen naar de bus. Daar kreeg ik wel wat over te horen. Hetzelfde geldt voor sponsorbijeenkomsten. Elke week zijn er wel een of twee evenementen waar een aantal spelers moet opdraven.”

Of hem de definitieve doorbraak lukt en hij zich kan ontwikkelen tot een onbetwiste basisspeler heeft Bosma de komende maanden voor een groot gedeelte in eigen hand. Het hoogste punt van Berlijn heeft hij daarentegen al achter de rug. Toen hij daartoe de kans kreeg, nam de onverschrokken Apeldoorner zonder te dralen plaats op de hoogste schommel van Europa, één van de nieuwste toeristische attracties ter plaatse. Vanaf het dakterras op de 37e etage van het Park Inn Hotel maakte hij de 120 meter hoge High Swing boven de Alexanderplatz. Hij genoot er met volle teugen van het adembenemende uitzicht.

“Gaat het mis, dan val je te pletter. Gewoon doen, dacht ik bij mezelf. Ik kon in de verte zelfs het Olympiastadion zien liggen. Joh, er is in deze stad echt zoveel te zien en te doen. Ik heb een tank van een auto gekregen van de club, ik woon hier mooi en zit bij een fantastische club. Je hoort mij niet klagen”,l aat een tevreden Apeldoorner weten dat hij zich helemaal thuis voelt en in de nabije toekomst ook talrijke sportieve hoogtepunten met zijn club hoopt te beleven.

De Stentor vrijdag 21 november 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *