Auteursarchief: Rob Kruitbosch

Veel geschreeuw en weinig wol bij Gelderse derby zonder uitsupporters

Achter de bal aan (84): Arnhem

Zondag 15 januari 2023

Als inwoner van het grootste dorp van Gelderland heb ik weinig op met de Gelderse derby tussen Vitesse en NEC. Als Apeldoorner krijg ik het niet koud of warm van alle ophef over de rivaliteit tussen Arnhem en Nijmegen. Bij mij gaat het hart in de grootste provincie van Nederland voor slechts één plaats harder kloppen. Daarvoor hoef ik niet naar het zogenaamde KAN-gebied. There’s no place like home.

Laat ik duidelijk stellen dat ik niets heb tegen Vitesse of NEC. Tegelijkertijd heb ik ook weinig mét beide clubs. In Gelredome kom ik af en toe weleens. Op Deventer na is het voor mij de dichtstbijzijnde plek om in levenden lijve getuige te zijn van eredivisievoetbal. Ik ben zelfs in het bezit van een Fancard van Vitas. Dat moet wel, want anders kan ik in dit achterlijke land geen kaarten bestellen voor topwedstrijden. In de Goffert kom ik daarentegen zelden. Dat is me dan weer net een brug te ver.

Ik loop al zo lang mee dat ik in het verre verleden zelfs weleens Gelderse derby’s op Monnikenhuize live heb meegemaakt. Daar gebeurde niet veel meer dan bij de gemiddelde thuiswedstrijd van Go Ahead Eagles, waar ik in die jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kind aan huis was. De volledig opgefokte en verziekte realiteit van nu ontstond volgens mij pas toen Karel Aalbers in Arnhem luchtkastelen begon te bouwen. De hoogmoed van ‘koning’ Karel leidde over de Waal in de stad van Keizer Karel tot veel ongenoegen. Met alle ellende vandien.

Als ik heel eerlijk mag zijn, was ik liever naar Go Ahead Eagles – FC Utrecht gegaan. Aangezien er op deze zondagmiddag echter ook nog iemand voor de Stentor verslag moet doen van de volleybalwedstrijd Draisma Dynamo – Taurus, valt mijn keuze op de altijd beladen burenruzie in Gelredome. Het vroege aanvangstijdstip in Arnhem valt voor mij wel met het duel in de eredivisie volleybal te combineren. De aftrap in de Adelaarshorst is simpelweg te laat. Vandaar. En een zondag zonder voetbal, is een zondag niet geleefd.

Met de aftrap al om 12.15 uur, moet ik wel vroeg de deur uit. Al hoeft dat in dit geval nou ook weer niet voor dag en dauw. Om elf uur rij ik weg uit Apeldoorn. Vijfendertig minuten later staat mijn bolide al veilig en wel gestald in Malburgen. Normaal na corona begin ik een wedstrijdbezoek in Arnhem met een broodje döner bij Cafetaria West, maar voor een broodje döner is het tijdstip me iets té vroeg. Bij de nieuwe Dekamarkt aan de Hoefbladlaan, die voor het middaguur al geopend is, sla ik daarom maar twee repen chocola in als proviand voor op de tribune in. Je moet tenslotte wel te smikkelen hebben tijdens de wedstrijd.

De wandeling naar Gelredome is een hele beproeving. De smerige koude wind waar ik vol tegenin moet lopen maakt de hooguit tien minuten durende voettocht niet bepaald tot een onverdeeld genoegen. Gelukkig hoef ik bij aankomst niet in de lange rij bij Ingang R te gaan staan. Bij Ingang A kan ik zo naar binnen. Meestal zit ik op Noord, ofwel de Edward Sturing tribune, wanneer ik bij Vitesse ga kijken. Vandaag wijk ik noodgedwongen uit naar West. Uit veiligheidsoverwegingen worden voor Noord geen kaarten verkocht aan incidentele bezoekers zoals ik. Dat het aan de noordzijde gelegen uitvak deze middag leeg blijft, doet niet ter zake.

Ik krijg weleens het idee dat zelfs het kopen van een kaartje voor een voetbalwedstrijd tegenwoordig al als misdaad geldt in Nederland. Gelukkig maar dat wereldverbeteraars die politieagenten met bakstenen bekogelen, zoals afgelopen dagen vlak over de grens in Lutzerath, zulke aanslagen geweldloos plegen. Dat gebeurt in het belang van ons allemaal. Uiterst vreedzaam, zoals iedereen op tv kon zien. Zoiets valt niet onder zware criminaliteit, zoals het bezoek aan een voetbalstadion dat ogenschijnlijk wel is. Het spreekt ook voor zich dat hooligans die hun gezicht bedekken om niet herkend te worden een veel groter gevaar voor de openbare orde vormen dan de brave broeders en zusters die exact hetzelfde doen om strijd te leveren voor het klimaat.

En nou schreeuwen verongelijkte burgemeesters ineens weer om invoering van een vergunningplicht. Het wordt steeds gekker in Nederland. Voor elk duel in het betaalde voetbal zouden clubs in de nabije toekomst op last van regelzieke lokale bestuurders een vergunning moeten aanvragen, zo luidt het idee. Ach ja, waarom niet nóg meer bureaucratie. Alsof we in het gave land van Mark Rutte al niet bijkans stikken in een ondoordringbaar woud van allerlei achterlijke regeltjes. Het zoveelste bewijs van dat dit land geregeerd wordt door idioten. Zo moeilijk moet het toch helemaal niet zijn om raddraaiers bij voetbalwedstrijden een halt toe te roepen.

Neem maar van mij aan dat het gejammer van de ordebewaarders dat ze niet weten wie degenen zijn die de boel structureel verstieren complete bullshit is. Ergens begin jaren ’80 heb ik als 17- of 18-jarig ventje al eens meegewerkt aan een onderzoek aangaande Go Ahead Eagles-supporters. Dan praten we over bijna veertig jaar geleden. Daar heb ik me destijds voor laten interviewen. Ik stond er werkelijk versteld van wat de bij de politie werkzame interviewer allemaal van mij wist. De meest uiteenlopende privé-gegevens waren hem bekend. Niemand maakt mij wijs dat politie en Justitie anno 2023 ondanks de volledig doorgeslagen privacywetgeving al die doorgesnoven jochies met capuchonnetjes en bivakmutsen niet met naam en toenaam kennen. Hou toch alsjeblieft op. Daar spelen heel andere belangen.

Tot ongetwijfeld grote opluchting van Arnhems burgervader en erkend verbinder Ahmed Marcouch vindt de Gelderse derby plaats zonder potentiële ordeverstoorders van over de Waal. Nadat ze een poosje niet welkom waren in Arnhem mochten er ditmaal eigenlijk weer supporters uit Nijmegen meekomen. Omdat die het aantal van 400 toegezegde kaarten ontoereikend vinden, boycotten ze het voetbalfeest.

Desondanks zit Gelredome voor Gelredome-begrippen redelijk vol. Het dak zit gelukkig dicht. Er zijn zodoende weinig tochtgaten die de koude wind op deze gure zondagmiddag binnenlaten. In het lege uitvak hangt een groot banier in de clubkleuren van NEC met de opdruk ‘400 is te weinig’. Dit doekje valt volledig in het niet bij het bijna de volledige tribune bedekkende laken dat de harde kern van Vitesse op de Zuidtribune omhooghoudt wanneer de 22 kemphanen het veld betreden. ‘RiSe, Oh FaLLeN FighTeRs’, zo lees ik. Vitesse’s gevallen strijders moeten weer opstaan. Er zijn duidelijk heel wat uurtjes huisvlijt ingestoken om een en ander te fabriceren.

De Arnhemse supporters gaan lekker tekeer. Door te brullen ‘Noppert in Oranje’ herinneren ze Jasper Cillessen er fijntjes aan dat bondscoach Louis van Gaal de NEC-keeper buiten de WK-selectie van Oranje liet. Ze hebben het echter het meest voorzien op Oussama Tannane. De voormalige Vitesse-middenvelder, die Arnhem begin vorig jaar met ruzie verliet, krijgt al bij de eerste beste corner die hij neemt al bijna een fles voor zijn hoofd. Het gebeurt vlak voor mijn ogen. Halverwege de eerste helft zit de wedstrijd er al op voor het Marokkaanse heethoofd. Als hij Kozlowski bij de keel pakt, houdt scheidsrechter Makkelie hem de rode kaart voor. Het stadion ontploft bijna. Onder luid gejoel en talrijke verwensingen druipt de zondaar af.

Doodzonde. Die jongen kan zo verschrikkelijk goed voetballen. Maar waar hij ook voetbalt, het gaat door zijn licht ontvlambare karakter op de een of andere manier telkens weer mis met hem. In ondertal houden de tien NEC’ers in de daaropvolgende 70 minuten toch relatief eenvoudig stand. Veel te juichen valt er na de aftocht van de verguisde Tannane nauwelijks meer voor het schuimbekkende Arnhemse legioen. Het is vrij pijnlijk om te zien hoe Vitessenaren zich geen raad weten met hun man-meer-situatie. Als kippen zonder kop belegeren zij de Nijmeegse goal. Om de beslissing te forceren en Cillessen te passeren missen de onmachtige Arnhemmers feitelijk de creatieve ingevingen van een type-Tannane…

Als de officiële speeltijd voorbij is, houd ik het voor gezien. De vier minuten blessuretijd, laat ik voor wat ze zijn. Voordat ik Vak 101 verlaat, heb ik vluchtig oogcontact met Ronald, een oude bekende van bij wedstrijden met het Nederlands elftal – én… NEC-supporter. Het duimpje gaat omhoog bij het passeren. Net als ik voelt hij dan al aan dat het duel eindigt zoals het begon. Voor NEC-supporters die wél anoniem en onopvallend een plekje hebben gevonden, voelt die 0-0 als een morele overwinning.

Als neutraal toeschouwer zal ik deze Gelderse derby zeker niet opnemen in de Top-10 van meest gedenkwaardige voetbalwedstrijden die ik ooit heb bezocht. Het ìs vooral veel geschreeuw en weinig wol. Het was de 33 euro, die ik in al mijn dwaasheid voor een kaartje heb neergeteld, nauwelijks waard. Maar zoals altijd, komt berouw na de zonde. Bij Oussama Tannane zal het ongetwijfeld niet anders zijn…

Dynamodames stellen doelstelling bij en winnen prompt weer eens

Aan elke reeks komt ooit een einde. Na zes opeenvolgende nederlagen smaakten de volleybalsters van Dynamo eindelijk weer eens het zoet van een overwinning. Djopzz VC Zwolle moest er zondag met 3-0 (25-19, 25-21, 25-17) aan geloven.

De pijnlijke nederlaag tegen hekkensluiter FAST deed Arjen Schimmel besluiten de doelstelling van het behalen van een Top 6-klassering overboord te gooien.  De coach wil zo de druk bij zijn aangeslagen ploeg wat wegnemen. En zie daar. Tegen Zwolle werd er prompt gewonnen. Zonder topscorer Benthe Wismans, die dit seizoen wegens een enkelkwetsuur mogelijk niet meer in actie komt, maar met een weer fitte aanvoerster Caya van Cooten in een hoofdrol.

“We gaan vanaf nu alleen nog maar bezig met ons eigen spel. Dan zie je dat het met veel enthousiasme wel lukt. Het moedeloze, dat er wat ingeslopen was, was er niet meer. Ook toen Zwolle een serie punten maakte, bleven we doorgaan. We scoorden drie keer via de netband uit een service. Donderdagavond vielen die ballen verkeerd, nu vielen ze goed”, aldus de winnende trainer.

De bekerwedstrijd van aanstaande donderdag tegen Sneek biedt de ploeg van Schimmel wellicht de gelegenheid om de opwaartse lijn door te trekken. Wanneer Dynamo daarin slaagt wacht in de kwartfinale mogelijk de altijd pikante Apeldoornse derby tegen Alterno. De koploper van de Topdivisie A moet dan op haar beurt afrekenen met US.

Arjen Schimmel ziet zijn ploeg als underdog tegen Sneek, maar benadrukt wel dat het bekerduel zeker geen veredelde oefenwedstrijd is. “In de competitie hebben we twee keer heel hard van Sneek verloren. Het is dus niet reëel om te veronderstellen dat wij nu gaan winnen. Als Sneek wint, zou dat normaal zijn. Omdat we vandaag hebben gewonnen gaan we die wedstrijd wel met een lekker gevoel in. Wij kunnen vrijuit spelen.”

De Stentor maandag 16 januari 2023

Duco Krook uitgegroeid tot constante factor bij grillig Dynamo

Dynamo liet tegen Taurus niet opnieuw kostbare steekjes vallen. Nauwelijks 68 uur na het pijnlijke verlies bij Limax deed het zondag wat het moest doen. Dankzij de afgetekende 3-0 zege blijven de Apeldoornse volleyballers in het spoor van de verrassende lijstaanvoerder SSS.

Na de eerste zeven competitieduels stapte de landskampioen telkens als winnaar de zaal uit. Met de even onverwachte als onnodige thuisnederlaag medio november tegen VoCASA kwam de klad er een beetje in. Het aura van onoverwinnelijkheid leek in één keer verdwenen. In de zeven wedstrijden incasseerden de Apeldoorners nogmaals vier verliespartijen. Té veel naar Dynamo-maatstaven gemeten.

Duco Krook kon tegen Taurus terugkijken op een degelijk optreden. In de schaduw van het brute geweld van Martijn Brilhuis, met negentien punten de meest trefzekere aan Apeldoornse kant, droeg de middenaanvaller met zeven punten ook zijn steentje bij aan de eenvoudige zege. In zijn tweede Dynamo-seizoen behoort Krook tot de weinige constante factoren binnen de grillige spelersgroep. En dat is best opmerkelijk, aangezien de uit Veghel afkomstige volleyballer tijdens zijn eerste jaar in Dynamo-dienst nauwelijks speeltijd kreeg.

Toen de Stichting Topvolleybal Dynamo setter Daan Haanappel van VoCASA aantrok, informeerde de toenmalige aanvoerder van de Nijmeegse club zelf of hij zijn teamgenoot naar Apeldoorn mocht vergezellen. Met succes. Terwijl zijn maatje bij het wegen te licht werd bevonden en inmiddels het spel verdeelt bij Sliedrecht Sport, levert Krook het bewijs dat ook relatief oudere spelers zichzelf kunnen verbeteren met het volgen van Dynamo’s trainingsprogramma. De laatbloeier, die woensdag zijn 27e verjaardag viert, brengt het gezegde ‘hoe ouder, hoe beter’ steeds vaker in de praktijk tot uitdrukking.

Krook blijft evenwel bescheiden onder lofuitingen aan zijn adres. “Wat er vorig jaar bij ons in het veld stond, is natuurlijk heel anders dan wat er nu staat. Er staat een ander team. Ik ben 26 en er is nog niets gewonnen door mij. Qua niveau ben ik zeker gegroeid, maar ik kan niet teren op een kampioenschap. Wel sta ik er vaker in en qua statistieken gaat het goed. Ik voel ook meer verantwoordelijkheid. Ik heb zelf wel het idee dat het beter kan en er nog meer in zit.”

De 1,97 meter lange middenman dicht zichzelf nog volop groeimogelijkheden toe. Wat hij naar eigen inzichten tekortkomt? Lachend verwijst hij naar zijn lengte: “Tien centimeter.” Er serieus aan toevoegend: “Qua constantheid, blokkerend en het goed lezen van wedstrijden is er nog veel waar ik beter in kan worden.”

Ondanks het wisselvallige verloop van het seizoen is het veiligstellen van een plekje bij de eerste zes, dat toegang geeft tot de kampioenspoule, voor Krook en zijn ploegmaats een formaliteit. Vanwege de punten die het meeneemt is het voor Dynamo echter wel van belang om de reguliere competitie zo hoog mogelijk af te sluiten. Als eerste of als vijfde aan de beslissende fase van het seizoen beginnen, verschilt al meteen vier punten. Belangrijke punten, die op de drempel van een play-off finale weleens doorslaggevend kunnen worden.

Om zichzelf de best mogelijke uitgangspositie te bezorgen kunnen daarom de uitwedstrijd bij Lycurgus op 25 januari en het thuisduel tegen koploper SSS drie dagen later weleens cruciaal worden voor de titelverdediger. Al loopt de kortste weg op het binnenhalen van een hoofdprijs altijd nog via de beker, waarin Dynamo woensdagavond revanche kan nemen tegen Limax.

Krook is zich bewust dat er de komende weken veel op het spel staat. “We gaan er zeker voor, al wordt het wel een lastige klus. Voor de beker zal het ook moeilijk worden. In het schema zitten we aan één kant met Limax, SSS en Orion. Ik ben in elk geval blij dat die wedstrijd tegen Limax hier is. Hun kleine hal heeft zeker een impact. Ook spelen ze er met andere ballen, van die Gala-ballen. Maar dat mag je niet als excuus aandragen voor onze nederlaag van vorige week. Als je beste van Nederland wilt zijn, moet je van iedereen winnen.”

De Stentor maandag 16 januari 2023

Vertrekkende trainer hoopt op gepaste wijze afscheid te nemen van WHC; Richard Karrenbelt is altijd een ‘stierenvechter’ gebleven

Trainer Richard Karrenbelt keert WHC na het einde van het lopende voetbalseizoen de rug toe. Met zijn keuze voor WSV keert de 55-jarige Apeldoorner na de zomer terug bij de club waarvan hij al bijna zijn hele leven lid is.

Als generale repetitie voor de Noord-Veluwse derby tegen SV Epe waarmee WHC komend weekend de competitie hervat, oefende Karrenbelt zaterdag met zijn ploeg tegen CSV Apeldoorn. Ondanks de 2-1 nederlaag beet de koploper van de eerste klasse E in de aanhoudende regen stevig van zich af tegen de vierdedivisionist. Dit tot tevredenheid van de trainer, wiens ploeg het nieuwe jaar een week eerder was begonnen met een 7-1 aframmeling bij Berkum.

Het is Karrenbelt er veel aan gelegen om zijn driejarige verblijf in Wezep op gepaste wijze af te sluiten. Afgelopen seizoen liep WHC promotie mis in een tumultueuze play-off finale in Rosmalen tegen Nieuwenhoorn. Bijna halverwege het huidige voetbaljaar gaat de formatie uit Wezep fier aan kop. WHC naar de vierde divisie te brengen is uiteraard zijn doel, maar Karrenbelt wijst erop dat er nog een lange weg te gaan is.

“Het zit allemaal heel dicht bij elkaar. Het belangrijkste wanneer je afscheid neemt bij een club is dat je er het maximale uit hebt gehaald en er een goede groep achterlaat. Mijn contract bij WHC loopt af op 1 juli en tot die tijd gaan we er vol voor. Met spelers en staf kan ik geweldig opschieten. Dat zag je vandaag ook weer. De felheid spatte er weer vanaf”, sprak de doorweekte trainer in aansluiting op de natte sparringsessie in het Orderbos.

Miquel Huigen, lid van de Top Voetbal Commissie van WSV, speelde een belangrijke rol bij de aanstaande terugkeer van zijn voormalige ploeggenoot en trainer naar WSV. Toen hij gepolst werd of hij interesse zou hebben om bij de Apeldoornse zondag-eersteklasser de vertrekkende Jordy Vakkert op te volgen, wilde Karrenbelt wel eerst weten hoe de spelersgroep tegenover zijn komst zou staan. Niemand kon bezwaren bedenken waarom vader Richard Karrenbelt geen trainer kan worden van zijn zoon Largo, die als keeper deel uitmaakt van de selectie.

Richard Karrenbelt is een kind van de club. Als voetballer was hij het prototype van de ‘stierenvechter’, zoals rechtgeaarde WSV’ers zichzelf graag liefkozend noemen. Hij gold in de jaren ‘90 als een van de gangmakers van het eerste elftal. Tussen 2001 en 2006 stond hij als beginnend trainer al eerder bij zijn grote liefde aan het roer. Vanuit de derde klasse loodste hij het vlaggenschip van de Apeldoornse omnisportvereniging voor het eerst in haar bestaan naar de hoofdklasse, destijds nog de hoogste speelklasse in het amateurvoetbal.

In de zeventien jaar waarin hij achtereenvolgens SDC Putten, SC Genemuiden, ONS Sneek, CSV Apeldoorn, SV Urk en WHC onder zijn hoede had, is de toekomstige WSV-trainer feitelijk altijd een ‘stierenvechter’ gebleven. “Ik ben al 48 of 49 jaar lid van WSV. Op de achtergrond ben ik ook altijd wel wat blijven doen. Op het moment dat er bij WSV een trainer weggaat, circuleert mijn naam. Dat was ook nu weer zo. De euro’s interesseren me niet. Ik doe het puur voor de uitdaging.”

Bij zijn aanstelling heeft Karrenbelt bedongen dat hij de vrije hand krijgt. “Ze moeten er wel rekening mee houden dat er een olifant binnenkomt die door de kast stampt. Iedereen moet mee in mijn fanatisme. Misschien hebben ze ook juist wel behoefte aan een type dat té hard is. Van de clubs die mij gebeld hebben, kies ik bij WSV voor de moeilijkste weg. De verwachtingen zijn hoog. Maar ik hou wel van moeilijke wegen.”

De Stentor maandag 15 januari 2023

Niels Lipke, een vastberaden Elburger: kleinste selectielid heeft grote ambities

Niels Lipke is vastberaden om er tijdens zijn eerste seizoen in dienst van Draisma Dynamo alles uit te halen wat erin zit. Van kop tot teen gemeten mag de van Taurus afkomstige libero dan misschien het kleinste lid zijn van de huidige spelersgroep, het maakt de dadendrang van de 20-jarige jeugdinternational er niet minder groot om.
 
Bij EVV in Elburg maakte de jonge Lipke zich de grondbeginselen van de volleybalsport eigen. “Mijn vader deed mee aan een beachvolleybaltoernooi. Ik vond dat wel leuk. Na zwemles ben ik daarom gaan volleyballen. Van origine kom ik uit een korfbalfamilie. Een neef van mij zat zelfs in de Nederlands jeugdselecties en speelt nu in de korfbal league. Zelf wilde ik absoluut niet korfballen. Toen ik op m’n zevende begon bij EVV, was ik klein. Pas op m’n zestiende of zeventiende kreeg ik een groeispurt. Ik ben nu 1,90 meter, dus prima voor een libero.”
 
Wat goed is komt snel. Als vijftienjarige debuteerde het talent uit het vissersstadje aan de voormalige Zuiderzee bij Coniche Topvolleybal Zwolle in de eredivisie. “Ik zat al in Zwolle op school. De bushalte lag bij ons voor de deur. Eigenlijk heb ik er maar één jaar in de jeugd gespeeld. Op het CSE kreeg ik training van Thijs van Noorden. Even later was hij mijn teamgenoot. Alleen al meetrainen met een hoger team is natuurlijk supertof. Ik was heel onbevangen. Er waren aanvankelijk twee libero’s. Toen een van hen wegging, kwam er een positie vrij voor mij.”
 
Na omzwervingen in Kampen (Reflex) en Houten (Taurus) maakte de student Health & Society zijn opwachting in Apeldoorn. “Ik heb inderdaad al een aantal clubs gehad. Tot dusverre is het voor mij altijd een juiste stap geweest. Nu bij Draisma Dynamo heb ik dat gevoel opnieuw. Ik heb het altijd een mooie club gevonden. Er hangt een goede sfeer. Dynamo trok me meer dan Orion of Lycurgus. Bij Orion zat bovendien Mats Bleeker al als libero. Jeffrey Klok ging naar Groningen. Ik ken Niek Tijhuis, onze andere libero, al langer. Ik heb veel aan Niek. We communiceren goed. Dan hebben we het bijvoorbeeld over het neerzetten van de passlijn.”
 
Lipke, die door de Stichting Topvolleybal Dynamo voor twee seizoenen is vastgelegd, ziet de klas van ‘meester’ Redbad Strikwerda als ideale leerschool. “Draisma Dynamo is voor mij de beste omgeving waar ik mezelf kan verbeteren. Ik speel veel. Daar leer je het allermeeste van. Wedstrijdervaring is niet na te bootsen op trainingen. Ik wil zover mogelijk komen in het volleybal. In de zaal is de kans daarop voor mij het grootste op de liberopositie. Aanvallen vind ik ook superleuk. Ik speel mede daarom ook beachvolleybal. Daar val ik natuurlijk wel aan.”
 
Trainen onder Strikwerda was niet nieuw voor de nieuweling. “Ik heb al langer contact met Redbad. Ik kende hem van het CSE in Zwolle. Zijn visie bevalt me. Hij is niet uitsluitend gericht op de Nederlandse competitie, maar wil spelers opleiden voor het internationale volleybal. Redbad weet er heel veel vanaf. Ik denk dat hij samen met Ivo Martinovic het meest ervaren trainerskoppel van Nederland vormt”, meent Lipke.
 
Hoewel de sport op de eerste plaats komt, verliest hij zijn maatschappelijke toekomst geenszins uit het oog. “Volleyballen bij Draisma Dynamo valt voor mij goed te combineren met mijn studie in Wageningen. Ik zit in het tweede jaar. Ik heb hoor- en werkcolleges. Gemiddeld moet ik een of twee keer in de week in Wageningen zijn. Wonen in Apeldoorn is wat dat betreft ideaal. In een half uur rijd ik naar Wageningen, Elburg, of Kampen waar m’n vriendin woont.”
 
De libero van Oranje o22 hoopt in de nabije toekomst het ‘grote’ Oranje te halen, maar beseft dat de weg daar naartoe lang is. “Het gat is nog groot. Er zijn op dit moment geen Nederlandse libero’s die er internationaal bovenuit steken. Het is niet voor niets dat Piazza in Oranje met Robbert Andringa voor een passer/loper als libero kiest. Ottevanger, Bleeker en Klok zijn nog vrij jong. Die hebben tijd nodig. Dat geldt voor mezelf ook. Ik ben vorige maand twintig geworden. Als ik naar m’n leeftijd kijk, dan sta ik er goed voor. Op die longlist komen is wel een doel.”
 
Door het leveren van topprestaties bij de landskampioen moet hij zijn kandidatuur stellen. “Voor mij was de Supercup mijn eerste kans op een nationale prijs. Ik was er echt goed ziek van hoe we verloren. Als je bedenkt dat ik vorig jaar bij Taurus speelde, ben ik er trots op om zo’n wedstrijd te kunnen spelen. Ik ben er van overtuigd dat zo’n nederlaag ons als team sterker maakt. Je werkt er keihard voor, het pakken van prijzen is de beloning. Uiteindelijk wil je finales in het buitenland spelen en op EK’s en WK’s staan. Daar doe je het voor!”

De trainer van het Dames 8-team van SV Dynamo verwacht dat de landskampioen er na een wisselvallig slot van 2022 zal staan wanneer in het voorjaar de prijzen worden verdeeld. “Er staan ons in de tweede competitiehelft heel wat mooie potjes te wachten. Alleen deze maand al spelen we negen wedstrijden. Wij doen onszelf tekort als we niet voor de prijzen gaan. Wij moeten niets voor lief nemen. Wij worden alleen maar beter. Maar om eruit te krijgen wat erin zit, moet je er zelf alles in steken. Niemand anders gaat dat voor je doen. Ik heb er vertrouwen in en heel veel zin ook. Ik ben blij dat ik hier elke dag in teamverband aan mijn ontwikkeling kan werken.”

Draismadynamo.nl vrijdag 12 januari 2023

De nieuwe week is begonnen zoals de vorige week is geëindigd…

AGOVV Futsal is het jaar 2023 dramatisch begonnen. De Apeldoornse eredivisionist blameerde zich vrijdagavond in het bekertoernooi. Met een beschamende 10-2 nederlaag kreeg de ploeg van coach Muammer Ertan in Gouda een gevoelig pak op de broek van het een klasse lager uitkomende GZV Watergras.

Jean Matitaputty bracht de bezoekers vroeg in de wedstrijd wel aan de leiding in sporthal De Mammoet. In plaats van die voorsprong verder uit te bouwen liet AGOVV zich uit de tent lokken en werd het regelrecht weggecounterd. “Die gasten bleven voor de eigen goal hangen. Zij zakten goed in en gaven heel weinig ruimte weg. Daar hebben wij niet goed op geanticipeerd. We hadden het veld groot moeten houden. Elke counter was raak”, zag Ertan zijn ploeg halverwege al tegen een schier onoverbrugbare 6-1 achterstand aankijken.

Aanvoerder schoot Rachid Boughalab na rust nog één keer raak namens de Apeldoorners. De nummer vier van de eerste divisie A stelde daar vier doelpunten tegenover. Invaller-doelman Fernando Dall, vervanger van de afwezige stamkeeper Ceylan Cenik, trof geen blaam aan het debacle, vond AGOVV’s coach. “Nando valt absoluut niets te verwijten. Die laatste drie goals vielen toen wij met een meevoetballende keeper speelden. Als team hebben wij gefaald. Dit mag ons niet overkomen. Ik hoop dat het een goede les is. Kwaliteit en ervaring hebben we genoeg, maar we moeten leren om veel geduldiger te zijn.”

Ertan spreekt de hoop uit dat zijn pupillen lering trekken uit de afstraffing in Gouda en zich in competitieverband niet nogmaals op soortgelijke wijze in de luren laten liggen. Met een thuiswedstrijd tegen ZVV Eindhoven gaat het in sporthal Mheenpark terugkerende AGOVV vanaf volgende week proberen om ‘via de achterdeur’ alsnog de play-offs om de landstitel binnen te glippen. “Ook in de competitie kunnen we ploegen tegenover ons krijgen die zo afwachtend spelen. Wij willen die poule winnen en het beter doen dan vorig seizoen”, aldus Ertan.

Destentor.nl zaterdag 14 januari 2023

Een Belgische topper als mooie binnenkomer in een nieuw jaar

Achter de bal aan (83): Genk

Zondag 8 januari 2023

Omdat ik op deze tweede zondag van 2023 niet op pad hoef voor De Stentor neem ik de gelegenheid te baat om de Belgische topper Racing Genk – Club Brugge te bezoeken. Als de competities in het amateurvoetbal later deze maand weer van start gaan, komt het er de eerstkomende maanden waarschijnlijk niet meer van om met zekere regelmaat grenzen te overschrijden.

Een kaartje bestellen voor de confrontatie tussen de actuele koploper van de Jupiler Pro League tegen de regerend landskampioen gaat me verrassend eenvoudig af. Voor de Belgische Supercupfinale van 2019 heb ik ooit eens tickets besteld bij KRC Genk. Dat account blijkt nog altijd bruikbaar. Voor 24 euro kan ik de topper bijwonen. Hoewel het ongetwijfeld een risicowedstrijd betreft blijft de voetballiefhebber die graag wil komen in Belgisch Limburg gezeur en gejengel met clubkaarten bespaard. De betutteling is bij onze zuiderburen kennelijk niet zo ver doorgeslagen als in het gave land van Mark Rutte.

Wat ooit een wekelijks terugkerende gebeurtenis was, is sinds de hele coronaparanoia bijna een zeldzaamheid geworden. Het aantal keren dat ik in 2022 in het buitenland voetbalwedstrijden bijwoonde, kan ik de op de vingers van één hand aftellen. De tijden waarin ik Schalke 04 door heel Duitsland (en Europa) achterna reisde, behoren definitief tot het verleden. Die komen nooit meer terug. Eventjes op een zondag op en neer naar Unterhaching, dat zie ik mezelf anno 2023 niet meer zo gauw doen. 

Autorijden is er sowieso niet leuker op geworden. Die maximumsnelheden van 100 km/u blijven ergerlijk. Vanaf Apeldoorn naar Genk bedraagt de afstand iets minder dan 200 kilometer. Ik wil mezelf niet als een heilige afschilderen, maar ik hou me wel altijd netjes aan de snelheid. Maar als ik een beetje mag doorrijden, overbrug ik het traject over de A50, A12, A73 en A2 zeker een half uur sneller. Dat half uur sneller betekent toch weer een half uur minder uitstoot van allerlei uitgassen waaraan onze wereld kapotgaat, lijkt mij in al m’n onbenulligheid. Maar blijkbaar compenseert het een het ander niet. Nu het nog kan en mag, blijf ik daarom gewoon doen wat ik niet laten kan.

Even na negenen stap ik in de auto. Lang houd ik het droog. Iets voorbij Roermond begint het wat te druppelen. Als ik via de E314 bij Maasmechelen België binnenrijd, plenst het zelfs even behoorlijk. Gelukkig is de bui slechts van korte duur. Het is alweer droog wanneer ik mijn auto iets over half twaalf parkeer op een van de parkeerterreinen van het Thor Park, het tot wetenschapspark omgetoverde voormalige mijncomplex van Waterschei. Ik arriveer ruimschoots op tijd. Iets minder dan twee uur voor aanvang van de wedstrijd is er plek zat. Drieënhalf jaar geleden was dat wel anders. Voorafgaand aan de Supercupwedstrijd tegen KV Mechelen kostte het chauffeur Erik Pasman beduidend meer moeite om er een parkeerplaats te vinden.

Het is vanaf de plek waar ik mijn Focus neerzet bijna anderhalve kilometer lopen naar de Cegeka Arena, zoals de naam van het onderkomen van Limburgs meest succesvolle voetbalclub tegenwoordig luidt. De parkeerplaatsen dichter bij het stadion zijn enkel toegankelijk voor hij of zij die in het bezit is van een parkeerkaart. Elk tussenliggend stukje trottoir of gras staat ruim anderhalf uur voor de aftrap al helemaal vol met auto’s.

De wedstrijd begint om half twee. Een mooie tijd. De al aanwezige Genkse supporters – en dat zijn er al heel wat – laten zich er door het relatief vroege aanvangstijdstip niet van weerhouden om zich goed in te drinken. Een groot aantal van hen laat het zich goed smaken in een soort feesttent, die aan de zuidkant van het stadion is opgetrokken. Voor de frituur staan de hongerige voetballiefhebbers ook in rijen opgesteld. ‘Een echte Genkie eet met stokken’ lees ik boven een ander verkooppunt. De rookwolken stuiven er vanaf. Van op een afstandje neem ik waar ik hoe op een gril – naar ik aanneem – satéstokjes worden opgewarmd.

Bruggelingen zie ik vooralsnog nergens. De Brugse aanhang, die naar mijn weten toch een zekere reputatie geniet op relgebied, zal zich wel ophouden bij het uitvak. En dat bevindt zich aan de andere kant van het stadion. Het is ook verfrissend om niet overal op ME-bussen te stuiten. Politieagenten zie ik nauwelijks. Het oogt een stuk (publieks)vriendelijker dan bij ons. Het gaat er op deze vroege zondagmiddag in Genk lang niet zo opgefokt aan toe als bij veel wedstrijden in het Nederlandse betaalde voetbal. Waarbij ik moet aantekenen dat het weer ook meewerkt. Nadat de donkere wolken zijn weggetrokken en zelfs het zonnetje zich laat zien, doet deze januarizondag bijna lenteachtig aan.

Het is de derde keer dat ik in Genk voetballen ga kijken. Het is wel maf dat het stadion telkens anders heette. Bij mijn premièrebezoek in 2000 droeg het de naam Fenix Stadion. In 2019 was het de Luminus Arena. Nu heeft Cegeka zich aan de Arena verbonden. Elk beestje moet een naam hebben, hè. Als een willekeurig IT-bedrijf daar wat extra euro’s voor neertelt, dan hangen ze gewoon een bord met diens logo aan de gevel. Daar doen ze in Genk niet zo moeilijk over.

Nadat ik de stadionomgeving heb verkend, sluit ik bij Ingang OO-UU achterin de rij aan om naar binnen te mogen. Het stadion in Genk beschikt zelfs over aparte ingangen voor dames. Het staat met grote borden aangegeven bij de toegang tot de diverse vakken. Al staan er in het gedrang voor de tourniquets wel opvallend veel mannen in de voor de dames bestemde rij. Bij binnenkomst word ik zowaar eens niet gefouilleerd. Stewards houden een gozer met een grote rugzak achter mij wel staande. Je blijft je soms verbazen over hoeveel bagage sommige stadionbezoekers met zich meezeulen.

Ik heb een uitstekende plek. Op de tweede ring. Met prima zicht op wat zich op het veld afspeelt. Vanaf mijn plekje kijk ik uit over de Tribune Zuid, waar de meest fanatieke supporters van Racing Genk staan. Bij alle stoeltjes staan blauwe en witte vlaggetjes. Die zijn bedoeld om mee te zwaaien voor op het moment dat beide ploeg het veld betreden. Mijn buurman vraagt me beleefd: ‘Is dat vlagske van u?’ Als dat niet het geval blijkt, pakt hij het gretig vast om even later eigenhandig zijn bijdrage te leveren aan de welkomstceremonie. Waarom zou je als veertiger niet met een lullig blauw vlaggetje gaan staan zwaaien als anderen dat ook doen? De sfeer in de met 24.000 toeschouwers uitverkochte arena is top. In Nederland rust er vaak een stempel van bedeesdheid op Limbo’s. Bij het Belgische broedervolk merk ik daar weinig. Die gaan heerlijk te keer.

Ik vind de beleving van die mensen wel mooi. Ik kan wel genieten van dat fanatisme. Al zullen woke medemensen ongetwijfeld een andere mening toegedaan zijn. De Genk-aanhang flapt er van alles uit. Ze zijn niet kinderachtig met hun verwensingen. Het begint al op jeugdige leeftijd. Een ventje op de rij achter mij scheldt vrolijk mee met de meute. Als ik het kleine schreeuwertje op z’n woord moet geloven delen de spelers van het bezoekende Club Brugge zonder uitzondering verwantschap met dames van lichte zeden. Zoveel wijsheid verwacht je niet van een knaapje van hooguit tien jaar met een zangerige Limburgse tongval.

Vooral Noa Lang moet het ontgelden. Hoe de harde kern op de Zuidtribune de Nederlander te verstaan geeft dat hij niet goed genoeg was voor ‘Amsterdam’, klinkt nog vrij onschuldig. Het veelvuldige geroep ‘Noa Jeanette’ maakt duidelijk dat zijn vervelende maniertjes het pedante Nederlandse meneertje niet populair maken in Belgenland. Ook scandeert het Genkse legioen meermaals wat zo’n beetje de hele Arena in Amsterdam bij de seizoensopening om de Johan Cruijff Schaal riep. In Nederland zou de hele LHBTQ-gemeenschap spontaan gaan steigeren bij kreten van een dergelijke strekking.

Wat ik dan wel altijd vreemd vind is dat die boeren waarmee ze in één ademteug worden geassocieerd zich kennelijk niet beledigd hoeven voelen. Tsja, boeren, voetbalsupporters en wappies zijn nou eenmaal het schuim van de natie in de ogen van iedereen die zelf naar eigen mening wel deugt. In dit specifieke geval mag het allemaal lukraak over één kam worden geschoren worden. Nuance bestaat niet. Het beste zou zijn om al die onverlaten op de tribunes meteen naar een heropvoedingskamp te sturen. Of meteen dat verderfelijke voetbal helemaal verbieden.

De wedstrijd is bijzonder vermakelijk. Hoe je het wendt of keert is Belgisch voetbal toch anders dan in Nederland. Niet per se beter of slechter. Wel bouwen Vlamingen en Walen doorgaans wat meer zekerheid in. Niet zo naïef en wat minder frivool zoals die alom geroemde Hollandse School het voorschrijft. Alsof tachtig procent balbezit een garantie vormt om een wedstrijd te winnen!

Bij de topper Racing Genk – Club Brugge gebeurt in elk geval van alles. In de eerste helft zijn er de nodige opstootjes. Als Noa Lang in de clinch raakt met Paintsil, gaat het thuispubliek nóg meer tekeer tegen hem dan het toch al deed. Ploeggenoot Sylla maakt het helemaal bont. Voor hoe de Brugse back de snelle Paintsil een halt toeroept, bestaat maar één straf: donkerrood. Tot ongeloof van alles en iedereen in de Cegeka Arena beloont de scheidsrechter de aanslag slechts met geel. Een scheidsrechter die voor zo’n charge geen rode kaart geeft, kan beter meteen stoppen met fluiten. In de tweede helft krijgt het Ivoriaanse heethoofd bij een 2-1 voorsprong voor de thuisploeg alsnog rood. Het Brugse tiental incasseert later nog een derde tegengoal.

Het had anders kunnen lopen voor de landskampioen wanneer uitgerekend Lang het op dat moment nog voltallige Brugge na bijna een uur op voorsprong had gezet. De Nederlandse WK-ganger gaat alleen op Genk-keeper Vandevoordt af, maar prikt de bal naast. Met nóg meer hoongelach en gejoel vanaf de tribunes tot gevolg. Dankzij de 3-1 zege verstevigt Racing Genk haar koppositie in de Jupiler Pro League.

Om tijdig weg te zijn gooi ik er na afloop een looppasje in naar de parkeerplaats. Ik blijf de grootste drukte van het leegstromende stadion zo voor. Vijf minuten later rij ik al op de snelweg richting Nederland. Tegen vieren zit ik al weer bij Venlo. In de buurt van Nijmegen let ik even niet op en beland ik bijna in de Betuwe. Na rechtsomkeert te hebben gemaakt ben ik om tien over half zes, tweeënhalf uur na vertrek uit het Thor Park, alweer thuis. Ruimschoots op tijd voor Studio Sport Eredivisie.

Niek Tijhuis ziet volleybal als welkome afleiding bij de zoektocht naar zichzelf

Ruim vijf jaar geleden zette Niek Tijhuis een punt achter zijn Pabo-opleiding om te gaan reizen in Australië. Down Under leerde de avonturier zichzelf beter kennen. Waar zijn eindbestemming ligt in het alledaagse bestaan, dat probeert de middelste van de drie volleyballende Tijhuis-broers op 24-jarige leeftijd nog altijd uit te vinden. Met het volleyballen als constante factor en welkome afleiding bij die aanhoudende zoektocht.
 
De Apeldoorner, die in de zomer van Topdivisionist Reflex uit Kampen naar Draisma Dynamo kwam, combineert het volleyballen momenteel met een studie Tourism Management op Hogeschool Saxion. “School staat voorop. Ik kan daardoor weleens een training missen. Op zich is de combinatie goed te doen. Ik zit in m’n laatste jaar. Dan heb je niet echt veel colleges. In februari mag ik beginnen met afstuderen. Halverwege juni klaar zijn is m’n doel”, geeft de student aan waar hij naartoe werkt.
 
En dan? Sinds de zeven maanden waarin hij in Australië verbleef gaat zijn ontdekkingsreis door het leven onverminderd voort. “Als ik ben afgestudeerd, moet ik gaan kiezen waar ik met m’n leven heen wil. Met m’n studie kan ik alle kanten op in de ‘gastvrijheidssector’. Ik zou ooit wel weer willen gaan reizen. Het kan ook maar zo zijn dat ik nog een jaar blijf volleyballen. Wat ik wil, is mijn eeuwige vraag. Ik hou niet heel erg van vooruitplannen.”
 
Met volleyballen begon de 1,92 meter lange libero bij Alterno. “Omdat mijn oudste broer Daan daar volleybalde, ben ik er ook gaan kijken. Later ging Sjors er ook spelen. Mijn vader zat jarenlang in het bestuur. Iedereen kende bij Alterno wel een Tijhuis. Tot m’n achttiende ben ik er gebleven. Onder Jeroen Monshouwer maakte ik m’n eredivisiedebuut. Ik was vierde passer/loper, maar ik mocht wel meedoen in de uitwedstrijd tegen Dynamo. We verloren met 3-1. In de jeugd was het al groen tegen geel. Het was een beetje Ajax-Feyenoord-achtig. Ik had zelfs een hekel aan gele ballen…”, denkt de voormalige ‘Alternoot’ met veel plezier terug aan de gezonde rivaliteit tussen de beide Apeldoornse volleybalgrootmachten.
 
Bij Coniche Topvolleybal Zwolle, waar hij zijn volleyballoopbaan na zijn Australische uitstapje hervatte, maakte Tijhuis deel uit van een zelfsturende formatie zonder coach. “Thijs van Noorden belde mij toen ik op Texel zat. Daar heb ik ook een tijdje gewerkt. Ik zag het voor mezelf als een uitdaging. Ik zeg altijd dat ik in Zwolle heel veel geleerd heb, maar weinig op volleybaltechnisch gebied. Bij Zwolle speelde ik ook voor het eerst als libero. Spelen als passer/loper vind ik diverser, als libero was het zoeken naar voldoening. Als libero heb je maar twee taken: verdedigen en passen. Al kan ik ontzettend genieten van een mooie redding of pass.
 
Zijn eerste kennismaking met Niels Lipke, de andere libero uit de huidige Draisma Dynamo-selectie, stamt eveneens uit gezamenlijke Zwolse tijden. “Het leuke was dat Niels toen al met ons meetrainde. Toen ik daarna naar Kampen ben gegaan, ging Niels daar ook naartoe. Nu kom ik hem hier weer tegen. Het is logisch dat Niels meer speelt dan ik. Ik wist van tevoren dat dat zo zou zijn. Niels is nou eenmaal een betere libero dan ik. Ik ben blij met de momenten die Redbad me laat spelen.”
 
Van de top van de Topdivisie naar de top van de eredivisie is toch een behoorlijke overstap, zo ondervond hij aan den lijve. “Ik ben er zonder verwachtingen ingegaan. Ik moest wel vol gas aan de gang. De spierpijn in het begin van de voorbereiding was ongekend. Ik ging van twee keer in de week trainen naar tien keer. Dat is zwaar. Maar ik heb vrij snel m’n draai gevonden. Ik merk dat ik sterker ben geworden sinds ik bij Draisma Dynamo ben. Vooral mentaal”, oordeelt hij.
 
Tijhuis vond het desondanks wel lekker om rond de jaarwisseling wat gas terug te kunnen nemen. “Dat geeft wat rust. De laatste periode voor de Kerst was ik ook druk met school. Daarom was het wel fijn om het volleyballen even los te laten.”

Fysiek ongemak bleef de nieuwkomer in zijn eerste maanden niet bespaard. “Op de donderdag na de thuiswedstrijd tegen Strumica brak ik op de training het middenhandsbeentje in m’n rechterhand. Daardoor ben ik zes weken uit de running geweest. Het was gelukkig een mooie breuk. Ik kan nu weer zonder tape en bandjes spelen. Het is weer helemaal genezen. Voor Sjors was 2022 ook zo’n blessurejaar. Nee, het zit niet in de familie. In al die jaren dat ik volleybal ben ik nooit langdurig geblesseerd geweest. Dit was pure pech.”
 
De wens om teamgenoot te zijn met zijn tweeënhalf jaar jongere broer(tje) Sjors ging wel in vervulling. “We hadden niet verwacht dat het op zo korte termijn zou gebeuren. Toen ik Sjors vertelde over het appje waarin Redbad mij polste om te praten over een overgang naar Dynamo, zei hij: gewoon doen. Ons contact is altijd goed geweest. Ook toen ik niet in Apeldoorn woonde. We hebben ook een beetje dezelfde humor. Nu zien we elkaar dagelijks.”
 
Niek Tijhuis is overtuigd dat Draisma Dynamo het eindejaarsdipje van 2022 niet meeneemt het nieuwe jaar in. “De heldere feedback van Redbad zet iedereen weer op scherp. Misschien is het wel een periode wat rommelig geweest in onze hoofden, maar we zitten alweer in een stijgende lijn. We moeten twee dingen doen: scherp zijn op afspraken én jezelf laten horen. Je mag best fel zijn als iemand iets niet goed doet, maar dan wel zo dat een ander daar wat aan heeft.”
 
De recente nederlaag tegen Lycurgus voor de Supercup verandert voor Tijhuis II weinig aan de sportieve doelstellingen voor het actuele volleybaljaar. “Dat we van Lycurgus verloren, daar mogen we van balen. Maar er zijn dit seizoen nog steeds twee prijzen die voor het grijpen zijn. Omdat ik relatief nieuw ben, besef ik misschien nog niet helemaal dat we die prijzen gewoon kunnen pakken. Natuurlijk wil ik graag dat er nog zo’n banner aan de muur bij komt te hangen. Ik hoop dat ik daar een bijdrage aan kan leveren”

Draismadynamo.nl vrijdag 6 januari 2023

Zwaarbevochten zege in inhaalduel bij Albatross brengt periodetitel in het vizier; Virtueel koploper Groen Wit blijft ijskoud in Ugchelen

Val Marcel Vink niet lastig met loze kreten over een virtueel koploperschap. Dat Groen Wit met het minste aantal verliespunten de winterstop ingaat ziet de trainer hooguit als een bevestiging dat zijn ploeg na de promotie naar de derde klasse vooralsnog prima resultaten behaalt. De enige onzekere zekerheid die Vink bij het naderen van de jaarwisseling heeft is dat zijn Groen Wit na de zwaarbevochten 0-1 zege bij Albatross 45 minuten verwijderd is van het veroveren van de nog vacante eerste periodetitel.

Na het inhaalduel van zondag in Ugchelen hebben de Groenwitten nog één helft voor de boeg tegen Turkse Kracht Deventer. Althans, het ligt in de lijn der verwachting dat de wedstrijd die op 7 november bij een 3-1 voorsprong halverwege gestaakt werd ooit nog eens ten einde moet worden gespeeld. Het wachten daarover is op een uitspraak van de KNVB. “We hebben nog een punt nodig. Maar over wat er gaat gebeuren is nog steeds niets bekend. Het is ook pas zeven weken geleden dat die wedstrijd was”, wil Vink graag weleens weten waar hij aan toe is.

In Ugchelen moest Groen Wit zondag diep gaan om Albatross te bedwingen. Het ontsnapte na twintig minuten aan een tegengoal, toen de bal uit een kopbal volgens alles en iedereen met een voorkeur voor de thuisploeg duidelijk de lijn was gepasseerd. Scheidsrechter Floors besliste anders. Waarna de formatie uit Ugchelen kort voor rust het deksel op de neus kreeg toen Sybren Mulder de enige goal van de wedstrijd achter Marvin de Bont kopte.

“Doordat wij in de tweede helft niet de 2-0 maken, belandden we in enkele hachelijke situaties. We hadden het iets rustiger moeten uitspelen. Het was voor ons in elk geval fijn dat deze wedstrijd doorging. Na de winterstop wordt het hartstikke druk en hebben we er nog vijftien en een halve te gaan. Dit zijn echt goede punten voor ons. Het was ook de derde keer achter elkaar dat we de nul houden. Dat vind ik ook een prestatie. Daar hebben we hard aan gewerkt na die 5-5 tegen Diepenveen”, blikte de winnende trainer na afloop terug.

“We hebben onze punten vooral gepakt op strijdlust in de wedstrijden waarin strijd van ons gevraagd werd. Van de negentien punten die we nu hebben is er ons niet één aan komen waaien. Qua resultaten doen we het goed. Voetballend kan het zeker nog beter. Vooral aanvallend”, constateerde Vink tevreden “dat het lastig blijkt om ons te verslaan”.

Marco Wilmink vond op zijn beurt dat zijn ploeg geen loon naar werken had gekregen. “In het eerste half uur verdienden wij eigenlijk een goal. Naar ons inzien scoorden wij die ook. Alleen zag de scheidsrechter dat anders. En dan zie je dat Groen Wit er vlak voor rust wel eentje inprikt. Zij kregen in de tweede helft wel twee opgelegde kansen, maar wij waren aan het einde dichtbij de gelijkmaker met een bal die van de lijn werd gehaald en een kopbal.”

De trainer weet waar de schoen bij Albatross wringt: zijn ploeg scoort eenvoudigweg te weinig. “Al met al denk ik dat we een punt of vier meer hadden moeten hebben. Bij winst vandaag sta je maar zeven punten achter op de koploper. Verdedigend staat het wel. We hebben maar vijftien goals tegen. Maar als je zelf maar elf goals maakt in elf wedstrijden, dan is dat natuurlijk niet veel.”

De Stentor maandag 19 december 2022

Apeldoornse talenten jagen hun profdroom na bij Go Ahead Eagles en Vitesse; Bibberen in Wesepe voor Milan Berenschot en Jordy de Beer

Zoals meer Apeldoornse talenten jagen Milan Berenschot en Jordy de Beer bij regionale bvo’s hun ultieme voetbaldroom na. Afgelopen weekend stonden beide 18-jarigen in een ijskoud Wesepe met de beloftenelftallen van Go Ahead Eagles en Vitesse tegenover elkaar. Twee goals van Berenschot hielpen de Deventenaren aan de winst en het behoud van het tweededivisieschap.

Het was niet zo verwonderlijk dat Hans van Houttum het koud had. Op sportpark De Muggert schommelde het kwik zaterdagmiddag rond het vriespunt. Een venijnige wind geselde de bikkels die zich bij het beloftenduel tussen Go Ahead Eagles en Vitesse langs het kunstgras waagden daar bovenop nog eens extra. De gevoelstemperatuur van de 76-jarige AGOVV-icoon – niemand speelde meer wedstrijden in het eerste elftal van de Blauwen dan Van Houttum – zal nochtans dik in orde zijn geweest. De voetbalopa zag immers vol trots mee aan hoe zijn kleinzoon Milan Berenschot met twee goals het o21-team van Go Ahead Eagles langs de Arnhemse leeftijdgenoten loodste.

Door de treffers van de bij Columbia begonnen aanvaller mag de ploeg van trainer Martijn Jongbloed ook in de voorjaarscompetitie op tweede divisie-niveau blijven uitkomen. Dat hij eigenlijk drie keer had moeten scoren, daar maalde de matchwinner na afloop niet meer om. Lachend: “Twee is als spits ook genoeg.”

Nadat hij de complete voorbereiding meemaakte met de hoofdmacht van Go Ahead Eagles, scheurde de talentvolle Apeldoorner een meniscus. Een operatie volgde. “Het herstel ging redelijk snel. Na vier weken stond ik weer op het veld. Inmiddels ben ik honderd procent fit en heb ik er alweer vijf of zes wedstrijden opzitten. Tegen NEC en Den Bosch heb ik ook gescoord. Als je in zulke wedstrijden als die van vandaag belangrijk kunt zijn, is altijd fijn natuurlijk. Het is belangrijk dat we nu in de tweede divisie blijven.”

De student sport & bewegen droomt ervan om in de nabije toekomst te schitteren in een kolkende Adelaarshorst. “Er zijn nog heel veel verbeterpunten denkbaar. Ik moet het niet van m’n techniek hebben. Ik train daarom veel extra voor mezelf. Als je wat wil bereiken, moet je dat er voor over hebben.”

De tweede Apeldoorner die op het veld stond, Jordy de Beer van Vitesse, beleefde weinig plezier, aan het winterse uitstapje naar Wesepe. De Arnhemmers hadden al voor het laatste competitieduel geen promotie- of degradatiesores meer. De jongere broer van de tegenwoordig voor RKHVV uitkomende Mike de Beer had het vooral koud gehad.

In tegenstelling tot Berenschot heeft de in de pupillen bij Apeldoornse Boys begonnen De Beer al een contract op zak. Spelend op dezelfde positie als waarop plaatsgenoten Edward Sturing en Kevin Diks in het recente verleden het zwartgeel gestreepte shirt voor furore zorgden, hoopt de 18-jarige rechtsback de volgende Apeldoorner te worden die binnen afzienbare tijd in Gelredome mag opdraven.

“Ik ben vroeger rechtsbuiten geweest. Patrick Ax zette me in de o14 rechtsback. Dat was aanvankelijk wel wennen. Ik heb een contract tot 2024. Om bij het eerste te komen moet ik gewoon m’n best blijven doen en hopen dat ik een kans krijg”, weet De Beer dat hij hard aan zichzelf moet blijven werken. “Vooral fysiek moet ik sterker worden.”

De Stentor maandag 19 december 2022