Achter de bal aan (118/1): Tallinn
Donderdag 5 juni 2025
De start van de WK-kwalificatie begint voor het Nederlands elftal in Finland begint in Estland. Op weg naar Helsinki last ik eerst een tussenstop in Tallinn in. In 2013 en 2019 heb ik Oranje al eens in de A. Le Coq Arena in actie gezien. Ditmaal is het de bedoeling om er de Esten het toch wel engszins beladen duel tegen Israël bij te wonen. Met als opwarmertje vanavond eerst een potje uit de Estse Derde divisie.
Om vijf uur in de ochtend gaat de wekker al. Om niet in de ochtendspits verzeild te raken en tijdig op Schiphol aan te komen, pikt Erik me al om kwart voor 6 in Apeldoorn op. Voor zeven uur parkeert hij z’n auto op ‘Lang Parkeren’ en pakken we de bus naar de vertrekhal. De wachttijd bij de bagagecheck valt te verwaarlozen: 0 tot 5 minuten slechts. In een vloek en een zucht zijn we door de veiligheidscontroles heen. On-Schiphols. Deze supersnelle doorstroming heeft tot gevolg dat we nog ruim twee uur moeten wachten voordat Air Baltic ons naar Tallinn vliegt.
In de vele mails die ik voor vertrek ontvang waarschuwde de Baltische luchtvaartmaatschappij nadrukkelijk dat handbagage bij de gate gewogen wordt. Iedereen met zwaardere tassen dan de toegestane acht kilo, mag bijbetalen. Het blijft bij dreigen. Er gebeurt helemaal niets wanneer rond half tien het startsein voor het boarden is gegeven. Identiteitspapieren hoeven evenmin te worden getoond. Vanaf Gate C24 worden alle passagiers per bus naar de gereedstaande Airbus A220-300 vervoerd. Het betreden van het vliegtuig verloopt soepel. Omdat lang niet elke stoel bezet is, kan ik m’n rugzak zelfs ‘gewoon’ in de bagagebak deponeren in plaats van onder de stoel voor me. Geen stewardess die er wat over aan te merken heeft.
Om 10.15 uur stuurt de gezagvoerder zijn Airbus het luchtruim in. Een uur en 52 minuten later landen we al in een ietwat druilerig Tallinn. Bij het verlaten van het vliegveld kan ik m’n paspoort opnieuw in m’n zak laten zitten. Ook de douane in de Estse hoofdstad heeft kennelijk belangrijkere zaken te doen dan het controleren van buitenlanders die het land komen bezoeken.
Een kaartje voor de bus van het vliegveld naar het stadscentrum kost slechts 2 euro. Om 14:13 uur stop ik een creditcardafschrift in mijn portemonnee als bewijs dat ik de twee nachten die ik verblijf in Hotel Center netjes heb betaald.
Een uurtje later ben ik eveneens in bezit van een vervoersbewijs voor de veerboot van zaterdagochtend 10:30 uur naar Helsinki alsmede een kaart voor het OV ter plaatse voor tijdens het verblijf hier. Voor de oplaadbare chipcard moet ik 3 euro neertellen. Voor de 9 euro waarmee het ding wordt opgeladen, kan ik de komende twee (eigenlijk drie) dagen onbeperkt met de bus en de tram door Tallinn reizen. De twee uur durende overtocht naar de Finse hoofdstad kost 36 euro. Tallink brengt daarnaast 5,30 euro p.p. in rekening voor Emission and fuel surcharge.
Een toegangsbewijs voor de World Cup qualifyer van de Esten tegen de Israeli’s ontbreekt vooralsnog. Wie online een ticket wil bestellen kan de kaarten enkel afrekenen met een Estse bank- of creditcard. Navraag bij de Estse voetbalbond leerde me dat dat uit veiligheidsoverwegingen gebeurde. Betalen met met Visa of Mastercard is blijkbaar onveilig. In het mailtje dat ik ontving, staat overigens dat tickets op de wedstrijddag vanaf twee uur voor aftrap gewoon aan de kassa’s van de A. le Coq Arena te koop zullen zijn.
Ik vang trouwens nog een glimp op van de afsluitende training die de nationale ploeg van Israël voor de wedstrijd van morgen afwerkt. Door de spijlen van de hekken zie ik hoe de spelers op het veld bezig zijn. Ik kan bij de nationale voetbaltempel van de Esten weliswaar geen beroepsprovocateurs met gezichtsbedekking of Palestijnse vlaggen ontdekken die vreedzaam mensen intimideren, bij de twee Israelische bussen bij de hoofdingang van het stadion is wel sprake van uiterste waakzaamheid. Een handjevol security-medewerkers ziet er op toe dat niemand bij de spelers in de buurt kan komen.
Erg solide ziet de hele operatie er anders niet uit. Jeugdspelers van FC Flora Tallinn die op een aangrenzend veld moeten trainen, lopen achteloos langs de beveiligers heen. De roadblockachtige versperringen tussen de bussen en de deur waaruit de spelers het stadion verlaten, lijkt me voor de gemiddelde Pro-Palestina hooligan ook geen onoverkomelijke hindernis. Het is maar goed dat het jochie bij de versperring dat enkele passerende spelers roept voor een foto geen kwaad in de zin heeft.
Of de twee bussen bij vertrek onder beschut komen te liggen, krijg ik niet meer mee. Aangezien we er toch zijn, laten we ons de derde divisie-topper tussen Tallinna FC Hell Hunt en FC Pelgu City niet ontnemen. Met Erik en Diarmuid, die vandaag eveneens in Estland is gearriveerd, en dertien anderen zit ik gekluisterd aan de houten planken van de zogeheten Nike Arena. Dat is een van de bijvelden van het grote stadion. Al is Arena in dit geval wel een wat te overdreven benaming.
De helle honden verdedigen hun koppositie in de afdeling met verve. Ze drogen de nummer 4 van de ranglijst met 6-1 af. Het hoogtepunt van de avond is wanneer een van de reserves van de thuisploeg halverwege de eerste helft over het kunstgras voor de spelersbank langsfietst en zijn rijwiel naast de dug-out parkeert alvorens hij op de bank plaatsneemt. Zo bont maak je het zelfs in de kelderklasse van het Nederlandse amateurvoetbal niet zo gauw mee.
Het blijft in het voorzomerse Tallin laat licht. Wanneer we om 22:47 uur in bus 39 naar Keskturg stappen, is de duisternis nog altijd niet ingevallen. Warmer wordt het er trouwens niet op naarmate de avond verstrijkt.
