Eredivisie niet haalbaar voor Harry van den Brink en Alterno: ‘Dan moet je al gauw twee ton meenemen’

door | 26 januari 2026

Superdivisionist Alterno sloeg geen gek figuur in het bekerduel tegen eredivisieclub PDK Huizen. Dat er ooit weer volleybal op het hoogste clubniveau aan de Waleweingaarde wordt gespeeld, acht trainer Harry van den Brink daarentegen onwaarschijnlijk.

Na het laatste punt beloonden de toeschouwers in de goed gevulde Alternohal hun favorieten met een welgemeend applaus. Ondanks het 0-3 verlies tegen de actuele nummer zes van de eredivisie had de nummer drie van de Superdivisie, ’s lands op één na hoogste speelklasse, er wel een échte wedstrijd van gemaakt.

Harry van den Brink reageerde opgetogen over het optreden van zijn manschappen. “We zaten drie sets boven de twintig, waarvan twee met slechts twee punten verschil. Voor de jonge jongens bij ons zijn dit soort wedstrijden super leerzaam. Je ziet hoe simpel volleybal kan zijn. Alleen is het verrekte moeilijk om het ook simpel te houden. Het verschil zit ‘m in de rust die zij wél hebben. Wij missen dat kleine beetje gogme. Bij ons is het meer alles of niets”, stipte de Alterno-coach de minieme verschillen aan die het duel in het voordeel van de Noord-Hollanders deed kantelen.

Van achter de boarding zag bijna de complete selectie van plaatsgenoot Dynamo, dat eerder op de middag een uiterst zware bevalling beleefde tegen het stugge Sliedrecht Sport, hoe de Alternoten bij vlagen hun eredivisiewaardigheid showden. Tot een Apeldoornse derby in de hoogste speelklasse ziet Van de Brink het in de nabije toekomst niet zo gauw meer komen. “Ik denk niet dat hier de ambitie bestaat om naar de eredivisie te gaan. In zo’n geval moet je al gauw twee ton meenemen. Dat is voor Alterno niet haalbaar”, is Van den Brink duidelijk.

In zijn tweede Alterno-seizoen haalt de voormalig international er veel voldoening uit hoe zijn ploeg na de promotie uit de Topdivisie het eigen plafond omhoog krikt. Promotie op sportieve basis is weliswaar uitgesloten, het weerhoudt Van den Brink geenszins om na de jaarwisseling vol de aanval in te zetten op koploper VoCASA en het als tweede geklasseerde Inter Rijswijk.

“Wessel van Lunzen, Niek Tijhuis en Jesse Schuitemaker dragen het team, maar er komen ook enkele jonge jongens aan. Yannick Kofman is zeventien, Thijs Runhaar twintig. Het is lekker werken met zulke gasten. Ze zijn heel gretig. Als debutant doen we het prima. Met zo’n wedstrijd als vanavond doen we ook aan klantenbinding”, zegt Van den Brink na de korte winterpauze met Alterno’s beleidsbepalers in gesprek te gaan over een mogelijke contractverlenging.

Of hij zelf nog eens een stap maakt naar een eredivisieclub, daarover haalt de 57-jarige oefenmeester z’n schouders op.  “Dan moet dat wel een club zijn waar een leuke uitdaging ligt. Ik ben bij de dames van Dynamo weggegaan omdat er speelsters deelnamen aan het hybride systeem op Papendal. Dat past niet bij mij. Dynamo heeft inderdaad ook een mannenploeg, dat klopt. Zoals Redbad Strikwerda al heeft aangegeven zullen ze moeten investeren om mee te blijven doen. Doen ze dat niet, dan moet je er genoegen mee nemen dat je een opleidingsploeg blijft”, spreekt hij duidelijke taal.

Praten over zijn sport doet de deskundige van de populaire podcast van Tijd voor Volleybal sowieso graag. “Op 28 december mag ik naar Den Bosch om verslag te doen van de BeNe Cup tussen de dames van Sneek en Belgisch kampioen Asterix Avo. Sneek is mijn oude club. Het blijft altijd leuk om die meiden terug te zien. Ik vind het gewoon mooi om het van een afstandje te volgen. Volleybal blijft een fantastische sport.”

De Stentor maandag 22 december 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *