Omdat divisie-voetbal spelen met clubs uit eigen stad een utopie blijft, zoeken Apeldoorns meest getalenteerde voetballers hun heil elders. Het kan daarom maar zo gebeuren dat Pernelly Biya in de nadagen van zijn loopbaan met VV Scherpenzeel aan de poort naar de tweede divisie gaat rammelen.
Waar in de grootste stad van de Veluwe clubs en bedrijfsleven in gebreke blijven slaagt men er in een grensdorp tussen Gelderland en Utrecht wél in om de voorwaarden te scheppen succesvol voetbal op divisie-niveau te bedrijven. In tegenstelling tot in Apeldoorn, dat ruim vijftien keer zoveel inwoners telt, vinden doortastende en creatieve geesten in Scherpenzeel daartoe wél de middelen. Het is dan ook niet zo gek dat vier spelers met Apeldoornse roots uit sportief en financieel oogpunt koers zetten naar Sportpark De Bree-Oost.
Van de vijf Apeldoorners van wie de namen zaterdag bij de derde divisie-topper Scherpenzeel – TEC (eindstand 1-1) op het wedstrijdformulier stonden, stonden er slechts twee aan de aftrap. Keeper Stef Brummel (28) aan de kant van de thuisploeg en rechtsback Jordy de Beer (22) bij de tegenstander uit Tiel. Middenvelder Jorrel Herboldt (24) en de ervaren aanvallers Pernelly Biya (32) en Lars Ten Teije (28) begonnen als reserve.
Biya en Ten Teije werden halverwege de tweede helft naar het front gestuurd in een poging om van één punt er drie te maken. Herboldt, na een sterk seizoen overgekomen van de Arnhemse vierdedivisionist MASV, moet vooralsnog geduldig blijven wachten op speelminuten. Over dat Brummel de tweede helft haalde, mocht de doelman trouwens niet mopperen. Voor de charge waarmee hij kort voor rust een tegengoal voorkwam, had hij ook maar zo rood kunnen krijgen.
De ingevallen Biya schikte zich in de week voorafgaand aan zijn 33e verjaardag in zijn reserverol. “Natuurlijk wil ik nog altijd spelen. Maar wij hebben dit seizoen een team waarvan iedereen erin kan staan. Voor de coach is dat een luxe probleem, voor de spelers iets minder”, maakt de oud-speler van WHC, VVOG, DOVO en Sparta Nijkerk duidelijk dat het heilige vuur bij hem nog geenszins gedoofd is.
Na de prima seizoensstart hoopt hij met zijn club tot het einde toe mee te strijden om een topklassering. Een jaartje tweede divisie zit hij best zetten. “Daarin heb ik nog nooit gespeeld. Zolang ik op dit niveau mee kan, ga ik door. In Apeldoorn zie ik clubs niet zo gauw clubs een hoger niveau halen”.
Het Apeldoornse kwartet bezoekt de trainingen gezamenlijk. “We verzamelen altijd op de carpoolplek bij de KFC. Stef doet meestal de ogen dicht als we weggaan. Jorrel is onze deejay en Lars zit altijd te analyseren”, lacht Biya dat de ritjes naar de trainingen met zijn drie plaats- en ploeggenoten nooit eentonig zijn.
De situatie van Jordy de Beer is vergelijkbaar, alleen de bestemming verschilt. De verdediger rijdt sinds deze zomer drie keer in de week op en neer van Apeldoorn naar Tiel. Na twaalf jaar in de jeugdopleiding bij Vitesse was er voor hem geen toekomst meer in Arnhem. Na een korte tussenstop bij Jong Almere City vond hij onderdak bij TEC. “Bij Vitesse zat ik op een dood spoor. Ik focus me nu volledig op TEC”, beschouwt de Apeldoorner in Betuwse dienst zijn nieuwe club als een springplank omhoog. Apeldoornse Boys hoeft er voorlopig geen rekening mee gehouden dat hij op korte termijn samen gaat voetballen met broer Mike die dit seizoen van RKHVV terugkeerde op Malkenschoten, benadrukt de jongste De Beer. “Ik probeer nog altijd om er het hoogst mogelijke uit te halen voor mezelf.”
De Stentor maandag 17 oktober 2026
