250e Oranje-interland een uitgelezen moment om voortaan thuis te blijven

door | 4 juni 2026

Achter de bal aan (124): Rotterdam-Zuid

Woensdag 3 juni 2026

250 interlands is een mooie mijlpaal. Ik koop er niets voor, maar toch vind ik het best een knappe prestatie van mezelf dat ik het Nederlands elftal zo vaak live heb zien voetballen. De uitzwaaiwedstrijd Nederland – Algerije biedt in elk geval mooi moment om voorgoed een punt te zetten achter het bezoeken van interlands in eigen land. Om die 250 te halen liet ik me er keer op keer toe verlijden om telkens toch maar weer te gaan, maar zo gezellig vind ik die beregezellige Oranjefeesten in de Kuip, de ArenA of het Philipsstadion al lang niet meer.

Toevallig vindt de eerste interland die ik in levende lijve bijwoon ook in De Kuip plaats. Op woensdag 9 september 1981. Bijna 45 jaar geleden alweer. In de kwalificatiewedstrijd voor het WK 1982 in Spanje – waarvoor de WK-finalist van vier jaar eerder zich niét zal kwalificeren – komt Oranje niet verder dan een 2-2 gelijkspel tegen Ierland.

De bondscoach heet Kees Rijvers. Hij stuurt de volgende elf spelers het veld in: Piet Schrijvers, Ben Wijnstekers, Ruud Krol, Ernie Brandts, Michel van de Korput, Arnold Mühren, Frans Thijssen, Tscheu la Ling, Cees van Kooten, Ruud Geels en Johnny Rep. Bij de Ieren verschijnen onder anderen grote namen als Liam Brady, Frank Stapleton, David O’Leary en Mark Lawrenson aan de aftrap.

De voornaamste reden dat ik de trein van Apeldoorn naar Rotterdam pak is de aanwezigheid van Cees van Kooten in het Nederlands elftal Er bestaat dan nog een rechtstreekse verbinding vanuit mijn eigen dorp naar de Maasstad. Overstappen in Gouda is dan niet aan de orde. De robuuste aanvalsleider van m’n eigen favoriete cluppie bekleedt de spitspositie. Met z’n 33-jaar mag Van Kooten gerust een laatbloeier worden genoemd.

Mooie tijden waarin ik als 15-jarig ventje het Go Ahead Eagles van Van Kooten, Johnny Oude Wesselink, Martin Koopman, Wim Woudsma, Ton Witbaard en de piepjonge Rene Eijkelkamp al door heel Nederland achterna reis. Politiegeweld is dan aan de orde van de dag. Wanneer wij vanuit Apeldorp voor thuiswedstrijden van de Eagles met een grote groep naar Deventer afreizen, worden we vaak letterlijk de trein in geknuppeld. Die aardige heren van de spoorwegrecherche schromen evenmin om hun bijtgrage honden los te laten. Maar ja, dan moet je maar luisteren naar wat oom agent je opdraagt, zoals toetsenborddeskundigen steevast schrijven die zelden of nooit stadions bezoeken.

Het kaartje van mijn eerste interland heb ik nog altijd in mijn bezit. Ik heb het bewaard, zoals alle tickets van voetbalwedstrijden die ik de afgelopen halve eeuw heb bijgewoond. Anno 1981 betaal ik voor een staanplaats in Vak G 15 gulden, omgerekend zo’n 6,75 eenheden in huidig Europees eenheidsgeld. Voorwaar andere bedragen dan tegenwoordig.

Als je er heel goed over nadenkt is een prijs van 35,85 euro voor het goedkoopste entreebewijs voor een uitzwaaiwedstrijd tegen een weinig aansprekende tegenstander als Algerije volslagen bespottelijk. Daar is de tien procent korting waarop ik als Oranje clubcardhouder recht heb zelfs al in verrekend. En dan zitten er op deze regenachtige voorzomerse woensdagavond mensen in het uitverkochte Feyenoordstadion op de tribunes die ‘gewoon’ zonder blikken of blozen het twee- of drievoudige neertellen om Mats Wieffer of Anis Hadji Moussa ter plaatse te mogen bewonderen.

Gratis parkeren in de wijken rondom de Kuip is er tegenwoordig ook al niet meer bij. Nou probeert de Gemeente Rotterdam dat bij wedstrijden in het Feyenoordstadion sowieso al sinds mensenheugenis te ontmoedigen. Aangezien ik er bij interlands in Rotterdam-Zuid steevast een dagje uit van maak, ben ik echter meestal al ter plekke voordat dat de gemeentelijke parkeerwachters de boel barricaderen. Dat loopt tegenwoordig flink in de papieren. Wie zijn auto in buitenwijken van Rotterdam neerzet, betaalt anno 2026 2,24 euro per uur. Bij evenementen in de Kuip hebben die smiechten dat in Zone 900 verhoogd naar het hoge uurtarief van 6,42 euro, evenveel als het stallen van een stalen ros in het centrum van de stad. Gelukkig liggen de Elfstedenstraat, de Zuiderhelling of Tennisstraat, de vaste plekjes voor mijn Ford Focus, in Zone 910. Scheelt toch weer 1,18 euro per uur.

Om er tussen iets voor half vier ‘s middags, het moment waarop ik in Rotterdam aankom, en tien voor elf te mogen staan hangt eveneens een prijskaartje van 16,80 euro. Al is dat dan wel weer bijna een tientje minder duur dan de parkeerkaarten die stadionbezoekers via de KNVB voor de nabijgelegen P+R Beverwaard berekent. Geldklopperij van de eerste orde. Pure diefstal. Het maakt de auto ergens neerzetten overal een dure grap. En dan reken ik de prijs van een bioscoopkaartje in Pathé De Kuip en m’n gebruikelijke pre-match meal bij de KFC aan het Cor Kieboomplein voor de goede orde niet eens mee.

Met het aanstaande WK is voor menigeen de financiële grens wel bereikt. Voor mezelf in elk geval wel. Van de 38 interlands die het Nederlands elftal na het WK2022 speelde, heb ik er bij welgeteld 36 in het stadion gezeten. Alleen Griekenland-uit op 16 oktober 2023 voor de EK-kwalificatie en Hongarije-uit op 11 oktober 2024 voor de Nations League heb ik laten schieten. De Verenigde Staten gaat me daarentegen net iets te ver. Wanneer ik daar naartoe zou willen, moet ik eerst een bank overvallen. Maar zelfs al zou ik het geld ervoor hebben, dan ging ik nog niet.

In tegenstelling tot USA94. Een onvergetelijk avontuur. Alleen al de warmte daar, pffff! Ik ben heel wat liters transpiratievocht kwijtgeraakt in Washington D.C., Orlando, Dallas en Los Angeles. Wat mijn bezoek aan het destijds als greatest show on earth bestempelde WK 32 jaar geleden in een hele maand heeft gekost, is de World Cup-bezoeker nu bijkans per dag kwijt. Voor normale supporters wordt het zo langzamerhand onbetaalbaar. In het decadente circus van Infantino en Trump draait alles alleen maar om geld.

Het sportieve aspect laat ik maar geheel buiten beschouwing. Een mondiaal eindttoernooi met 48 landen! Wie verzint zoiets? Ga er midden in de nacht maar voor zitten. Wedstrijden op tv kijken is sowieso al geen hobby van me. Vooral dat oeverleuze geleuter eromheen kan me gestolen worden. Leonne Stentler die de linksbuiten van Kaapverdië van top tot teen gaat ontleden of de klemvastheid van de keeper van Oezbekistan vakkundig ter discussie stelt. Je moet er toch niet aan denken. Dat wordt een lange, saaie zomer.

Vergelijk je het met die onbekommerde jaren ’80, dan is het leven meer dan vier decennia geleden zowel goedkoper als aangenamer. Van stikstof maakt geen politicus in Nederland een probleem. Zwarte Piet geldt overal als een graag geziene gast. Voor een groot goed als hun demonstratierecht lopen Nederlanders vier decennia geleden niet massaal warm. Verminderd toerekeningsvatbaren of beroepsprovocateurs die ergens op een snelweg of het spoor gaan zitten, worden gewoon in een dwangbuis afgevoerd. Heel toevallig installeert Koningin Beatrix op Huis ten Bosch twee dagen na mijn persoonlijke Oranjedebuut het tweede kabinet Van Agt. De coalitie bestaand uit CDA, PvdA en D’66 is goed voor in totaal 109 zetels in de Tweede Kamer. Een heel verschil met het incompetente minderheidszooitje dat er nu zit.

Terwijl ik nota bene al in de Kuip zit om Cees van Kooten toe te juichen, zit Robbie Jetten nog in de pijpleiding. Die is dan nog niet eens geboren. Onze grote leider begint pas vijfeneenhalf jaar later met het uitstoten van gebakken lucht. Een pijnlijk voorbeeld van falende anticonceptie waarvan een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking nu steeds meer de naweeën ondervindt.

In de Verenigde Staten staat destijds geen schreeuwende clown aan het roer, maar een voormalig Hollywood-acteur: Ronald Reagan. Een IJzeren gordijn scheidt West- en Oost-Europa. De Berlijnse Muur staat nog stevig overeind. Met uiterst bekwame Sociaaldemocratische politici met een vooruitziende blik als Regierungschef. Helmut Schmidt, de toenmalige Bondskanselier van West-Duitsland ziet de ellende al in een vroeg stadium aankomen waarmee Mutti Merkel een Muurvrij West-Europa ondertussen heeft opgezadeld.

Mijn 250e Oranje-interland biedt in zoverre iets nieuws dat ik Algerije nooit eerder heb zien voetballen. Ik ben vooral verrast door de enorme hoeveelheid supporters die het Noord-Afrikaanse land vergezellen naar Rotterdam. Tienduizend zijn het er zeker. Ik vermoed zelfs wel meer. Ze maken er een mooi feest van. De vele fakkels die gedurende de wedstrijd in de Algerijnse vakken worden afgestoken vormen geen visitekaartje voor het beveiligingspersoneel van De Kuip.

De enige Feyenoorder op het veld scoort laat in de wedstrijd de enige goal. Die Feyenoorder is echter wel een Algerijn: Anis Hadj Moussa. Hij bederft de generale repetitie van Oranje. De toekomstige wereldkampioen heb ik op deze natte woensdagavond zeker niet gezien. Ik geloof ook niet dat Nederland met het huidige spelersmateriaal ver gaat komen op het WK.

De Kuip blijft – na de Adelaarshorst – onmiskenbaar het meest sfeervolle voetbalstadion van Nederland. Qua comfort zit je in die overdekte parkeergarage in Amsterdam-Zuidoost toch beduidend bekwamer. Laat ik nou ook nog eens de pech hebben dat ik uitgerekend vanavond onoverdekt zit op Vak X4 achter de goal. Alhoewel van zitten komt niet veel, want jan en alleman staat. Droog houden we het in ieder geval niet. De meegenomen poncho, ooit gekregen bij een wedstrijd tussen Litouwen en Engeland, voorkomt gelukkig erger. De hele meuk tegen de vlakte gooien en er een eigentijds stadion neerzetten zou geen overbodige luxe zijn. Al denk ik niet dat ik dat nog ga meemaken.

In het recente verleden heb ik al vaker gezegd nooit meer naar wedstrijden van het Nederlands elftal te gaan. Dat was na m’n 100e interland al zo, na m’n 150e en ook na m’n 200e. Voor de goede orde laat ik het nu maar achterwege. Onvoorziene omstandigheden daargelaten gaat die 251e er vast en zeker wel komen. Waarschijnlijk zelfs in november al. Duitsland-uit voor de Nations League. In Berlijn. Die wil ik in geen geval missen. Servië-uit in Belgrado klinkt ook alleszins verlokkelijk, terwijl een trip naar de Faeröer Eilanden bovenaan m’n wensenlijstje genoteerd blijft staan.

Met die huiswedstrijden ben ik daarentegen wel klaar. Die sla ik vanaf nu definitief over. Dit was m’n laatste. Die uitblinkers in het van links naar rechts springen en meelopers aan die beregezellige supportersmarsen moeten vooral blijven doen wat ze niet kunnen laten. Aan mij is al die gemaakte, strak geregisseerde gezelligheid niet zo besteed. Persoonlijk beperk ik me bij een voetbalwedstrijd liever tot voetballen te kijken. In de Tweede of Derde Liga in Duitsland is dat veel leuker. Daar is de beleving tenminste ook echt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *