Bij het huidige WK wordt veel gezegd en geschreven over de warmte in de verschillende speelsteden. Warmer dan 32 jaar geleden in Orlando ga je het niet gauw meer krijgen. Van de verhitte tweegevechten die Nederland en België al sinds 1905 uitvechten bestaat er geen enkele twijfel over dat de World Cup-editie van 1994 de aller heetste Derby der Lage Landen aller tijden is geweest.
In Orlando is voetballen op de heetste momenten van de dag feitelijk onverantwoord. Dat de stad in Florida bij het vorige WK in de States tot de speelsteden behoort, zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met de aanwezigheid van Disney Word ter plaatse. Een andere reden kan ik moeilijk bedenken. The show must always go on in de VS, zelfs al vallen de mussen er dood van het dak vanwege de ondraaglijke temperaturen.
Bij aankomst in ons hotel in Lake Buena Vista hebben we er al bijna 3000 kilometer opzitten in ons huurautootje. Al zijn de brandstofprijzen in de zomer van 1994 bijzonder schappelijk. Het traject Washington-Atlanta-Orlando kost ons nauwelijks 50 dollar aan benzine. Het scheelt ongetwijfeld dat de Straat van Hormuz in die dagen gewoon bevaarbaar is.
De Howard Johnson Park Square Inn, waar we verblijven, zit vol met Belgen en Mexicanen. Vier man sterk zijn we als Nederlander dik in de minderheid. Jan Ceulemans, op dat moment record-Rode Duivel en vier jaar eerder in Italië nog uitblinkend op de Mundial, heeft er ook een kamer gehuurd met zijn gezin. Topgozer, die Jan. Totaal geen sterallures. Op de ochtend van de wedstrijd krijg ik hem zelfs zo ver om te poseren met een oranje petje op.
De kick-off van Oranje’s tweede groepsduel staat gepland om 12:30 p.m., half één ’s middags. We moeten dus al vroeg op pad. De afstand van ons hotel naar het stadion bedraagt een kilometer of twintig. Op Church Street, het lokale uitgaanscentrum, is het ruim twee uur voor de aftrap relatief rustig. Toch heeft het oranje er duidelijk de overhand. De dan bijna 9-jarige Rob Kemps heeft van zijn ouders gelukkig geen toestemming gekregen om af te reizen naar de States. Meelopers aan de tegenwoordig onvermijdelijke Oranjemarsen moeten iets anders verzinnen om uit de pas te lopen. Voor zo’n wandeltocht is het op 25 juni 1994 trouwens veel te warm. Aan het eind van de ochtend ligt het kwik al ruim boven de 30 graden.
Meester Pieter van Vollenhoven vertegenwoordigt het Koningshuis. Een graag geziene gast bij dit soort happenings. Opmerkelijk vind ik wel dat ik mijn dorpsgenoot de afgelopen halve eeuw thuis in Apeldoorn nooit ergens tegen het lijf ben gelopen bij een voetbalwedstrijd. Pieter is zo’n beetje de enige in de Citrus Bowl-sauna die een lange broek draagt. De eveneens aanwezige Anton Geesink toont wel wat van z’n benen. De oud-judoka en toenmalig Nederlands IOC-lid maakt vooral de blits met z’n roodwitblauwe bretels en een oranje tulp.
Voor het eerst sinds de landing op Amerikaanse bodem speelt de warmte me parten. Na een rondje om het stadion moet ik naar adem happen. Terwijl 20 kilo geleden op mijn fysieke conditie toch weinig valt aan te merken. Als ik een trap oploop, voelen m’n benen loodzwaar aan. Vooral de hoge luchtvochtigheid is killing. Het zweet stroomt in dikke stralen over m’n lichaam. Zonnebrandcrème helpt weinig. Je blijft smeren. Gelukkig gaat de zon nog enigszins schuil achter een wolkenpak, zodat de stadionbezoekers niet compleet gegrild worden.
Flessen water blijven voortdurend binnen handbereik. Dat is geen overbodige luxe. In 1994 kost een halve liter dorstlesser 2 dollar. De Daily Express meldde dat WK-fans van nu in de stadions meer dan 8 dollar dienen af te tikken voor een miniem flesje. De prijs van een pilsje ligt tussen de 15 en 20 dollar. Zoals alles zijn de kosten met de inflatie meegestegen.
De 117e Derby der Lage Landen eindigt zoals de kenners ongetwijfeld weten in een geflatteerde 1-0 zege voor de Belgen. De geweldenaar Preud’homme houdt Nederland van scoren af. Hoe de bij de paal staande Jan Wouters bij de enige de bal in vredesnaam langs zich heen heeft kunnen laten gaan, blijft ook 32 jaar later nog altijd een raadsel.
Wat ons na de 1-0 nederlaag rest bij terugkeer in ons hotel is de hoon van onze Belgische medegasten. We krijgen een heuse aubade wanneer we verkoeling zoeken bij de swimming pool: ‘O wat zijn die kezen stil!’ Geen beter vermaak dan leedvermaak, zullen we maar denken.
