Anno 2026 lijkt het mij een schier onmogelijke opgave om het spelershotel te betreden op de dag waarop het Nederlands elftal z’n openingswedstrijd speelt op een mondiaal eindtoernooi. Op het WK van 1994 wandel ik met m’n reisgenoten zonder problemen het Oranjehotel in Washington D.C. binnen. Nota bene in vol oranje ornaat!
Maandag 20 juni 1994
Als supporter maak ik het vorige WK in de Verenigde Staten van begin tot eind mee. Dat is 32 jaar geleden nog enigszins betaalbaar voor ordinary people.
Het tijdelijke onderkomen van het Nederlands elftal, dat is overgevlogen vanuit het ‘basiskamp’ in Florida, ligt slechts vier straten verwijderd van het hotel waar wij zelf verblijven. We gaan er in de loop van de ochtend heen in de hoop een glimp van de spelers op te vangen. Het wordt zelfs ietsjes meer dan glimp, mag ik wel zeggen.
Onze Oranjehelden zijn ondergebracht in het Ritz Carlton Hotel, overduidelijk niet het goedkoopste logeeradres van de hoofdstad van de VS. Het personeel zit onberispelijk in het uniform. De bellboys dragen zelfs parmantige witte handschoentjes. We stappen er in onze oranje outfits zo naar binnen toe. Niemand legt ons een strobreed in de weg. De tegenwoordig onontbeerlijke security heeft kennelijk een vrije dag. De gasten zijn wel een ietsepietsie snobistisch. De ladies and gentlemen bekijken ons met het nodige dedain.
Zo’n acht uur voor de aftrap van het eerste groepsduel tegen Saoedi-Arabië in het Robert F. Kennedy stadion stuiten we in het overdekte winkelcentrum naast het hotel op spelers en begeleiders van Oranje. Nadat eerst Arthur Numan, Ed de Goey, Ulrich van Gobbel, Edwin van der Sar, Marc Overmars en Gaston Taument van een roltrap afdalen, volgt vrijwel de complete selectie.
Wonderwel kunnen ze ongestoord rondlopen in the mall. Niemand neemt notie van de Nederlandse voetballers. Ongelooflijk. Zoiets zou elders ondenkbaar zijn, helemaal tijdens een wereldkampioenschap. Zelfs een vedette Dennis Bergkamp heeft absoluut geen last van opdringerige supporters. Wij zijn de enigen die de spelers staande houden voor een foto. Verzoeken waaraan de heren overigens zonder uitzondering en zonder morren voldoen.
In de schaduw van de spelers begeven wij ons naar buiten. Daar gaan zij de benen strekken. Het meest maffe van alles is dat er verder geen journalist, cameraploeg of supporter in de buurt is. Just us… Vorige week na aankomst van het huidige Oranje in New York stuurde de media-afdeling van de KNVB de boys Times Square op. Voor een zogenaamd spontaan fotomoment. In 1994 draait het nog niet om de likes en de selfies. Mobieltjes bestaan nog niet. Niet elke beweging van de voetbalhelden wordt vastgelegd.
Zo kan het dus zomaar gebeuren dat één van de kanshebbers voor de eindzege van het WK in de aanloop naar hun openingsduel in een buitenwijk van Washington D.C. ‘gewoon’ een ommetje maakt door de vrijwel uitgestorven straten rondom het Ritz Carlton Hotel. Met enkel ons alle stille getuigen. Je moet er zelf bij geweest zijn om het te kunnen geloven. Gelukkig heb ik de foto’s nog als bewijsmateriaal.
Voor de ingang van het hotel staat nog één ander persoon in een oranje shirt. Het betreft een in New York woonachtige Albanees. Hij vertelt ons dat hij vijf uur gereden heeft om zijn favoriete voetballers te zien. Als beloning voor zijn opofferingen krijgt hij de handtekeningen van alle spelers. Hij is er als een kind zo blij mee.
