De pure rauwheid van Sclessin

By | 7 februari 2016

Vandaag 18 jaar geleden

Van combiregelingen ben ik een fel tegenstander. Voor het combineren van voetbalwedstrijden ben ik daarentegen altijd wel te porren. Op één dag meerdere wedstrijden bijwonen, en dan ook nog eens in twee verschillende landen.
Eerst ’s middags op de aloude Bökelberg in Mönchengladbach genieten van een 1-0 overwinning van Schalke 04 en een overheerlijk braadworstje. Vervolgens zo’n 115 kilometer de Maas afzakken naar Lüttich. Of Liège, zoals de inheemse bevolking haar cité ardente (vurige stede) noemt.
Ik weet niet hoe het tegenwoordig is, maar vanwege de staat waarin de stad anno 1998 verkeert, kan ik feitelijk maar één passende benaming voor Luik bedenken: een enorme baggerbende. Troosteloosheid alom. Grauwheid troef. Vervallen fabriekscomplexen. Dito woonwijken. Op slechts 30 kilometer ten zuiden van Maastricht. Nee, voor het maken van een citytrip kan ik attractievere bestemmingen bedenken.
Als voetballiefhebber kom je er nochtans niets tekort. De sfeer is ongekend. Een avondje Sclessin bevat alle denkbare ingrediënten van wat stadionbezoek zo aantrekkelijk kan maken. Het rauwe, volkse karakter op de tribunes. De puurheid. De opborrelende emoties die bij het minste of geringste het kookpunt bereiken. Heerlijk. Genieten geblazen van begin tot eind.
Het mooie aan Standard is bovendien hoe fanatiek Franstalige én Nederlandstalige supporters gezamenlijk hun liefde belijden voor hún club. Walen en Vlamingen staan eendrachtig, als één machtig rood blok achter hun ploeg. Allez les Rouches!

7 februari 1998 Standard Luik – Germinal Ekeren

I was there…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.