Zeemeerminnen, smakelijke stadionworsten en good guys

By | 1 augustus 2022

Achter de bal aan (82/3): Lyngby, Brøndby

Zondag 17 juli 2022

Het mooie aan grote steden met veel voetbalclubs is dat je er soms wel twee of drie wedstrijden op één dag met elkaar kan combineren. In en om de Deense hoofdstad hoeven voetballiefhebbers zich niet gauw te vervelen. Weliswaar baal ik dat het eerste competitieoptreden van landskampioen FC Kopenhagen niet in het schema past, maar een bezoek aan thuisduels van Lyngby BK en Brøndby IF vormen op Dag 3 in Denemarken een meer dan uitstekend alternatief.

Denemarken ontwaakt deze zondagochtend met een stevige kater. Het land is in diepe rouw. Danmark er ude af EM huilt het tv-journaal dikke tranen na de uitschakeling van het Deense vrouwenvoetbalteam op het Europees Kampioenschap in Engeland. Allerlei experts mogen met bloeddoorlopen ogen voor de camera toelichten hoe het zover kon komen. Het is dat mijn Deens niet meer is wat het ooit geweest is, anders was ik waarschijnlijk zelf ook spontaan in huilen uitgebarsten bij dit drama van ongekende proporties. Het lijkt wel of er niets belangrijkers bestaat dan het gehuppel van die dames achter een bal aan. Ze moeten vooral doen wat ze niet laten kunnen. Ik hoop dat niemand het mij kwalijk neemt dat ik er niet zo opgewonden van raak. Ik hoop dat dat nog mag. Dingen veel groter maken dan dat ze zijn, hoort blijkbaar bij deze tijd.

In het Wittrup Motel in Albertslund, hetzelfde onderkomen waar ik twaalf geleden tijdens mijn vorige voetbaltrip naar Denemarken logeerde, hebben sommige gasten te kampen met de naweeën van corona. In de ontbijtzaal staat een flesje met spul om de handen te desinfecteren voor iedereen die bang is besmet te raken door aanraking van de broodjes of de cornflakes van het buffet. Dat al die verstandige mensen met hun tengels aan hetzelfde flesje lopen te leuren, zal wel geen kwaad kunnen. Plakjes kaas en ham zitten zelfs in aparte glazen potjes. Zodat niemand er met z’n al dan niet gedesinfecteerde handen aan kan zitten. Je kunt iets ook overdrijven natuurlijk, maar dat zal ik uiteraard wel niet mogen vinden.

Bij de beroemdste vrouw van Kopenhagen val ik eveneens van de ene verbazing in de andere. Omdat onze eerste wedstrijd van vandaag pas om 14.00 uur begint, gaan we in de ochtenduren eerst toeristje spelen. Het mag weer. Wie aan de Deense hoofdstad denkt, ontkomt niet aan het beeld van de Kleine Zeemeermin. De uit brons vervaardigde jongedame uit het gelijknamige sprookje van Hans-Christian Andersen, dat ergens op een rotsblok in de haven zit, is misschien wel de grootste toeristische trekpleister ter plaatse. Je moet er geweest zijn wanneer je er toch bent.

We pakken dus de S-Tog van station Albertslund naar het centrum om de daad bij het woord te voegen. Bij de wandeling van het Østerportstation naar de plek des onheils blijkt al gauw dat we niet de enigen zijn met dat voornemen. Met busladingen tegelijk worden de toeristen er gedumpt. Je ligt werkelijk in een deuk. Het is dat ik zelf bij ben, anders zou ik niet geloven wat ik zie. Met hun mondkapjes op verdringen de veelal bejaarde Duitsers, Spanjaarden en weet ik waar ze verder allemaal vandaan komen, zich op de stenen wal waar Den Lille Havfrue zit. Doorgewinterde hooligans gedragen zich nog netjes in vergelijking met deze opgewonden standjes. De oudjes slaan elkaar nog net niet op de bek voor de beste positie voor een foto.

Van dat de Tour de France van start ging in het centrum van Kopenhagen zijn de sporen ook nog alom zichtbaar. De namen van klassementsleider Vingegaard, MVDP en Wout staan twee weken nadien nog steeds op het wegdek gekalkt. De medewerkers van de stadsreiniging hebben blijkbaar nog geen tijd gehad om de aanmoedigingskreten te verwijderen en al het asfalt en klinkers weer schoon te spuiten.  

Terug in Albertslund pakken we meteen de auto richting Lyngby, een kilometertje of 20 noordelijker. Anderhalf uur voor de rentree van de plaatselijke voetbaltrots op het hoogste niveau zijn we er al. Parkeren kan bijna naast Lyngby Stadion. Gratis. Voor niets. We zijn er zelfs al eerder dan de spelersbus van tegenstander Silkeborg IF, die pas een tiental minuten na ons de bocht om komt. Alles en iedereen moet nog een beetje op gang komen. We moeten zelfs wachten om iets te kunnen eten. De pølser moeten nog op het vuur gelegd worden.

Achter één van de goals is een complete fanzone ingericht. Met een springkussen voor de kleintjes. Ook staat er een heuse EHBO-tent voor degenen die de wedstrijdspanning wat minder goed kunnen verdragen. Gelukkig hoeven we in de bijna drie uur die volgen niet aan het infuus of de kunstmatige beademing. De Lyngby-pølse smaken, eenmaal opgewarmd en wel, voortreffelijk. Om voedselvergiftiging hoeven we ons geen zorgen te maken.

Lekker weer. Leuke wedstrijd. Geen zich misdragende oude van dagen of oude vandalen, zoals eerder bij het zeemeerminbeeld. We hebben voor 130 DKK een plekje op de Office Danmark Tribunen, een ruime zittribune tegenover de kleinere hoofdtribune. In Vak E. Nota bene naast het meest fanatieke deel van de Lyngby-aanhang. In andere landen zou ik niet zo gauw en graag naast zo’n vak plaatsnemen. In Lyngby, zo merk ik direct, hoeft niemand bang te zijn met vuurwerk, bier of andere projectielen te worden bestookt.

Het gaat er uitermate gemoedelijk aan toe. De ca. 50-koppige harde kern van Lyngby Boldklub, onder wie opvallend veel dertigers en veertigers, maakt er 90 minuten lang een feest van. Op commando van een tweetal heren met een megafoon gaan ze op leuke manier met elkaar en anderen om. Ze zingen en trommelen de hele wedstrijd lang. Niks geen rottigheid. Hetzelfde is van toepassing op het stadionpersoneel. Dat maakt een uiterst ontspannen indruk en loopt niet om elk wissewasje te zaniken zoals bij ons. Gewoon aardige mensen, die Denen.

Na één seizoen op het tweede niveau is de landskampioen 1983 en 1992 terug in de Superliga. Het enthousiasme van 3.871 aanwezigen op de tribunes – meer zijn het er niet – werkt op de een of andere manier aanstekelijk. Ik betrap mezelf erop dat ik het oprecht jammer vind dat de thuisploeg niet beloond wordt voor de hartstocht die ze in de wedstrijd steekt en na een 2-0 voorsprong nog genoegen moet nemen met een gelijkspel. Zo’n gevoel heb ik niet zo vaak. Normaal maakt het me weinig uit welk van twee mij volslagen onbekende elftallen wint of verliest. In dit geval had ik het sympathieke Lyngby BK de overwinning wel gegund.

Veel tijd om te treuren is er na afloop niet. We hebben twee uur de tijd om van Lyngby Stadion in het 25 kilometer zuidelijker gelegen Brøndby Stadion te komen. We moeten die afstand toch eerst maar even zien te overbruggen. Dat valt alleszins mee. We kunnen ongestoord vertrekken. De Silkeborg-aanhang, dat uit het uitvak naast de hoofdtribune komt, loopt gewoon tussen de thuisfans door. Er gebeurt niets. Politieagenten zijn nergens te bekennen. Die heb ik vreemd genoeg bij geen van de drie tot dusver bezochte duels gezien. Eenmaal in de auto levert de routeplanner ons binnen een half uur in Brøndby af.

Daar is het iets drukker. We zien hele horden in geel geklede fans naar het stadion wandelen. Erik rijdt op goed geluk de grote parkeerplaats voor het stadion op. Eigenlijk moet iedere automobilist die daar parkeert over een speciale parkeerkaart beschikken. We hebben mazzel. De aanwezige parkeerwachter doet niet moeilijk. Als hij het Nederlandse kenteken ziet, strijkt hij zijn hand over het hart. Erik mag de auto er neerzetten. “I am a good guy”, zegt onze weldoener lachend. Zo kan het dus ook. Aan zoveel klantvriendelijkheid kunnen ze bij Nederlandse BVO’s een voorbeeld nemen.

Mijn tweede bezoek aan Brøndby IF begint zodoende goed. Bijna twaalf jaar geleden, op 15 augustus 2010, zag ik de 11-voudige landskampioen op dezelfde plek met 1-1 gelijkspelen tegen Esbjerg. Bij de 18.00 uur-wedstrijd van vandaag komt de tegenstander helemaal uit Aarhus: AGF. Bij mijn eerste visite had Brønbdy IF de zaakjes al prima op orde. Sindsdien heeft het stadion een behoorlijke make-over ondergaan. Al met al is de ontvangst zeker niet verslechterd. Alles ademt er voetbal. Buiten drommen duizenden geelhemden samen om naar binnen te mogen.  

Onze vrees om te laat te komen blijkt volledig ongegrond. Bijna een uur voor aanvang betreden we het Brøndby Stadion al. Eenmaal binnen kunnen we in de catacomben meteen aansluiten bij één van de door Steff Houlberg beheerde eetkiosken. Pause = Pølse staat er op grote blauwe borden aangegeven. Pause = Worst. Waar Erik het houdt bij het standaardmodel, trakteer ik mezelf op wat ze noemen Menu 2: 2 Franske hotdogs + 1 Øl eller sodavand. Voor de all-in prijs van 90 DKK ga ik er eens goed voor zitten. Ik moet de worstjes zelf in het gat van de opgewarmde broodjes schuiven.

Voor slechts 10 DKK meer zitten we achter de goal. Op het Nedre gedeelte van de Stavnskaer Elektrik-tribune. Vanaf onze plek kijken recht op de Sydsiden, waar het meest fanatieke deel van het uiterst fanatieke Brøndby-publiek een deinende gele muur optrekt. In Duitsland is een club waar ze zoiets een Gelbe Wand noemen. Er heerst een heerlijk sfeertje. De AGF-schare in het nagenoeg volle uitvak, links naast ons in de hoek, laat zich evenmin onbetuigd. Dat de supporters uit Aarhus een reis van meer dan 290 kilometer over de E20 en de Strorebaeltbrug achter de rug hebben belemmert ze allerminst in het hartstochtelijk ondersteunen van hun ploeg.

De twee ploegen leveren 90 minuten een verhit gevecht. Intimiderend zoals het vroeger in het Zuiderpark in Den Haag kon zijn, wil ik de zinderende ambiance niet noemen. De stemming is zeker niet vijandig of zo. Toch blijkt de scheidsrechter er niet ongevoelig voor. Halverwege de eerste helft onthoudt de beste man AGF een strafschop na een duidelijke overtreding in het strafschopgebied. Hij geeft de Aarhus-aanvaller die onderuit wordt gehaald zelfs geel wegens een vermeende Schwalbe. Schijtbak! Elf minuten voor het eind komt de thuisploeg enigszins fortuinlijk aan de zege. Een van richting verandert schot van Slimane laat de keeper Jesper Hansen kansloos. Het stadion ontploft. Het overgrote deel van de in totaal 17.022 toeschouwers gaat uit z’n dak.

Een onaangename toegift krijgen we in de vorm van een file. Vanaf de parkeerplaats zijn we na afloop zo weg. Om de bocht, op de Park Allé, loopt het verkeer hopeloos vast. En niet zo’n klein beetje ook. Erik heeft bijna drie kwartier nodig om de hooguit twee kilometer afstand naar de snelweg te overbruggen. Voor het eerst sinds onze aankomst in Denemarken zie ik ook een politieagent aan het werk. Niet om ontspoorde supporters tot de orde te roepen, maar om bussen te escorteren! De motoragent in kwestie rijdt af en aan om de pendelbussen naar Glostrup en omliggende plaatsen over de andere weghelft langs onze file heen te loodsen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.