Author Archives: Rob Kruitbosch

Randzaken

Wie mij kent, weet wel iets af van mijn ‘verslaving’. Beroepshalve staat het helaas al geruime tijd op een laag pitje. De frequentie van mijn bezoekjes aan de velden lijdt er totaal niet onder. In stadions of sportpaleizen doe ik wat ik altijd al heb gedaan: ik houd de ogen wijd open, inhaleer gretig wat zowel binnen als buiten de lijnen gebeurt én geniet.

Juist die kleine dingen zijn vaak het mooist om waar te nemen. Vaak niet meer dan onbenullige randzaken. Ogenschijnlijk onopvallende gebeurtenissen die zich afspelen buiten het spiedende oog van de tegenwoordig alom aanwezige camera’s. In Minsk, waar ik het Nederlands elftal een reuzenstap zag nemen naar het EK voetbal van volgend jaar, scoorden na afloop de wisselspelers. Met name Steven Berghuis liet zich daarbij van zijn meest sociale kant zien. Apeldoorner, hè. Het blijft toch een bijzonder slag volk…

Berghuis had zojuist uitgelopen met de overige Oranje-reserves in het inmiddels zo goed als leeg gestroomde Dinamostadion. Op weg terug richting kleedkamers toonden zij zich niet doof voor de smeekbedes om handtekeningen of een selfie van de bij de catacomben verzamelde Wit-Russische jeugd. Berghuis ging zelfs een stapje verder. Hij trok zijn trainingsshirt uit en deed het cadeau aan één van de geduldig wachtende kinderen. Geweldig hoe Apeldoorns beste voetballer met één simpel gebaar een klein Wit-Rusje dolgelukkig kan maken. Zoiets vind ik nou mooi om te zien. En ondertussen blijven allerlei azijnzeikers maar klagen over hoe arrogant die verwende voetbalmiljonairs wel niet zijn.

Woensdagavond na afloop van de door Draisma Dynamo verloren wedstrijd tegen Orion ook zoiets. Zelden zullen de Apeldoornse volleyballers na de laatste balwisseling zó snel in de kleedkamer hebben gezeten als ditmaal. Wát hadden ze er de smoor in. Verliezen van de regerend landskampioen kan gebeuren, zou je als buitenstaander misschien denken. Maar niks daarvan. Ambitieuze topsporters redeneren anders. Ondanks dat het pas de eerste wedstrijd van het seizoen betrof, waren de Dynamo-volleyballers er meteen van doordrongen dat ze vooral hadden verloren van zichzelf. Zeker niet omdat ze overklast waren door hun Doetinchemse tegenstanders.

De Dynamo-spelers verkeren in de wetenschap dat hun team nog lang niet aan z’n plafond zit. Ach, en dan kan het weleens gebeuren dat ze keihard hun kop stoten. Meer willen dan waartoe ze zo vroeg in het seizoen in staat zijn, valt moeilijk te accepteren. Zo’n tikje komt dan hard aan. Maar wie wil winnen moet eerst leren verliezen, zo luidt een oude sportwijsheid. De beste van het land word je niet zonder slag of stoot.

Geloof mij nou maar, er is geen enkele reden tot paniek. Zet die huldiging op het Apeldoornse stadhuis maar vast in de agenda. Ergens in het voorjaar van 2020 ontkomt De Stentor er niet aan om uitgebreid te berichten over hoe sportminnend Apeldoorn de landskampioenen een onvergetelijk onthaal bereidt. Mij persoonlijk zou het niets verbazen wanneer kampioenscoach Strikwerda dan bij een al bij voorbaat legendarische toespraak tot de menigte op het Raadhuisplein de winst van die bewuste nederlaag in Doetinchem nog eens aanstipt.

Apeldoorn telt mee, vergis je niet. Gedurende mijn korte oponthoud in Wit-Rusland zag ik op tv op een Duitstalige zender zowaar een aankondiging van het EK baanwielrennen dat het openbare leven in de hoofdstad van de Veluwe momenteel verlamt. Een maffe gewaarwording, daarmee zo ver van huis geconfronteerd te worden. Ik geef eerlijk toe dat ik zelf helemaal niets heb met baanwielrennen. Desondanks vind ik het als Apeldoorner mooi dat zo’n evenement in ‘mijn’ dorp plaatsvindt. Ik word alleen doodmoe van hoe het gemeentebestuur zich telkens weer tracht te profileren bij dit soort gelegenheden. Als ik voorafgaand aan het zoveelste fietsfeest in het Gemeentelijk Sportpaleis zo’n troela hoor praten over de kernsporten waarmee de gemeente Apeldoorn op de kaart wil zetten, dan mag er voor mij alweer een teiltje worden klaargezet.

Eerder deze week is er een boek gepresenteerd over verdwenen profvoetbalclubs in Nederland. Dit boek bevat ook een hoofdstuk in over AGOVV. Ik ben er nota bene zelf nog voor geïnterviewd. Samen met enkele andere ‘insiders’ heb ik mijn deskundige mening mogen verkondigen over hoe het betaalde voetbal ter plaatse ter ziele is gegaan. En niet in het minst over de bedenkelijke rol die de Gemeente Apeldoorn daarbij heeft gespeeld. Zo’n gemeentebestuur kan zichzelf dan wel afficheren als sportstad en onzinnige termen uitkramen als kernsporten, het blijft opmerkelijk hoe vaak de knappe koppen bij het stadsbestuur in al hun hooghartigheid hun doel voorbij schieten.

Echt, er zijn sportieve randzaken in overvloed. Er valt meer dan genoeg te schrijven over hoeveel opmerkelijks onopgemerkt blijft en wat er in de sportstad Apeldorp gebeurt. Jammer dat het slechts mondjesmaat gebeurt.

© RK

Maandagavondvoetbal moet verboden worden

Achter de bal aan (59/3): Vilnius

Maandag 14 oktober 2019

Litouwen staat nou niet bepaald bekend als een voetbalnatie. Wie aan sport in Litouwen denkt, denkt eerder aan de 2,21 meter lange reus Arvydas Sabonis die op de basketbalcourts jarenlang met kop en schouders boven zijn tegenstanders uitstak. Desondanks zie ik het als 131e op FIFA World Ranking geklasseerde nationale elftal door toeval alweer voor de derde keer in vijf jaar op het kunstgras van het eigen LFF Stadionas ploeteren. Een interlandbezoek in Vilnius begint langzamerhand stiekem wat weg te krijgen van een traditie.

Om in de meest zuidelijke van de drie Baltische staten te komen dien ik eerst Wit-Rusland weer te verlaten. In alle denkbare opzichten is er geen vuiltje aan de lucht op deze stralende maandag. Evenals de heenreis verloopt de terugreis zonder wanklank. Via de reserveringssite booking.com had ik vooraf een transfer naar het ruim 40 kilometer buiten Minsk gelegen vliegveld kunnen regelen. Maar evenals bij aankomst op zaterdagavond maak ik gebruik van de speciale luchthavenbus 300e. Voor slechts 4 roebel laat ik me aan het begin van de middag vanaf het centrale busstation naar Minsk National Airport vervoeren. Omgerekend staat dat gelijk aan zo’n 1,75 euro. Booking.com brengt liefst 38 euro in rekening voor de vliegveldtransfers. Tel uit je winst. Als je niet zelf de regie neemt, naaien ze je waar je bijstaat. Vrije ondernemersgeest.

De douaneformaliteiten blijven eveneens gevrijwaard van vervelende obstakels. De douanier neemt het inlegvelletje in dat ik bij het inchecken in mijn hotel had gekregen. Daarna zet hij een stempel. That’s all! Ik mag het land verlaten. De vlucht naar Vilnius stelt opnieuw niets voor. Een half uurtje billenknijpen. Opnieuw onthaalt Belavia haar gasten met zuurtjes en appelsap. Om nou te zeggen dat er veel passagiers aan boord zitten. Nee, niet werkelijk. Met slechts 50 plaatsen biedt het CRJ 100/200-toestelletje plek aan nóg minder mensen dan de Embraer van de heenvlucht. Omdat ik als eerste heb ingecheckt, zit ik op rij 1. Bij aankomst in Vilnius, kort na zessen, geven de thermometers een temperatuur aan van negentien graden. Mijn winterjas had ik bij nader inzien best thuis kunnen laten.

In Groep B van de kwalificatiecyclus voor EURO2020 treedt Litouwen op deze maandagavond op als gastheer van Servië. Voor de wind gaat het het keurkorps van bondscoach Valdas Urbonas niet bepaald. Aan kwalificatie voor de eindronde hoeft in Litouwen niemand meer te denken, voor zover ze daar al ooit aan gedacht hebben. De zes tot dusverre gespeelde wedstrijden leverden welgeteld één schamel puntje op. Litouwens voetbaltrots staat troosteloos onderaan in de poule. Zelfs Luxemburg staat er beter voor.

Het wordt alweer de derde keer dat ik een uitwedstrijd van het Nederlands elftal in een voormalige Sovjetrepubliek combineer met een thuisduel van de Litouwers. Een onvervalste hattrick. In juni 2015 zie ik de hekkensluiter van Groep B daags na Letland – Nederland met 1-2 verliezen van Zwitserland. Na de vorige Wit-Rusland – Nederland heb ik me twee jaar geleden nat laten regenen bij Litouwen – Engeland (0-1). Tegen Servië ga ik er opnieuw goed voor zitten. Voor liefst 17 euro heb ik me al vooraf online verzekerd van een stoeltje op de hoofdtribune van het idyllische complex van de Lietuvos Futbolo Federacijos. Ik ben zeker niet de enige Groundhopper ter plaatse. Om me heen hoor ik bijna alleen maar Duits praten. De Jungs zijn rechtstreeks overgekomen uit Estland, waar hun Nationalmannschaft een etmaal eerder in kwalificatiegroep C dankzij een 3-0 zege gelijke tred blijft houden met koploper Oranje.

Wie het in vredesnaam verzint om op een maandagavond EK-kwalificatieduels af te werken, is weer een ander thema. Bonden en tv-maatschappijen lijken mij de enigen die er belang bij hebben. En dan die aanvangstijden! Lokale tijd: 21.45 uur! Kwart voor tien ’s avonds! Daar doe je toch niemand een plezier mee, stel ik me zo voor. Voetballen heeft altijd bestaan bij de gratie van het publiek, maar dat is al lang niet meer het geval. Op dit soort dagen en bovenal onchristelijke tijdstippen jaag je het publiek juist de stadions uit. Al trekken de almachtige zendgemachtigden en voetbalbonzen zich weinig aan van de verlangens van de stadionbezoekers. De ‘promotors’ van het voetbal kijken alleen naar de reclameopbrengsten. Ordinaire voetballiefhebbers zullen er niet rouwig om zijn wanneer dat maandagavondvoetbal voor eens en altijd verdwijnt.

Dat het ‘gewone volk’ niet meer meetelt, blijkt ook uit het feit dat er bij Litouwen – Servië geen programmaboekjes worden verkocht. Dat wil zeggen: de LFF heeft wel programmaboekjes laten drukken, maar die zijn alleen verkrijgbaar voor genodigden en mediavertegenwoordigers. Via een alleraardigste jongedame van de Litouwse voetbalbond weet ik in de rust van de wedstrijd alsnog een programmaboekje te bemachtigen. Als je ergens maar van werk van maakt en het netjes vraagt…

Het nationale voetbalstadion van Litouwen beschikt over een capaciteit van niet meer dan 6.000 plaatsen. Het verbaast nauwelijks dat het ditmaal slechts half vol loopt. Toch heeft zo’n klein, knus stadionnetje ontegenzeggelijk z’n charmes. Waar maak je in het moderne voetbal nog mee dat kort voor de aftrap een onderhoudsmedewerker met een zwabber de eretribune betreedt om nog gauw eventjes de ramen van de commentaarcabines te soppen?

Wit-Rusland – Nederland was al niet al te best, Litouwen tegen Servië is – laat ik het diplomatiek verwoorden – zeker niet beter… Jammer dat Dusan Tadic niet meedoet. Nu valt er wel héél weinig te genieten. Twee goals van Mitrovic kort na rust helpen de povere Serviërs aan de drie punten. De Balkanformatie blijft door deze zege in het spoor van Oekraïne en Portugal. De Litouwse eretreffer valt te laat om de 2787 toeschouwers in staat van opperste extase te brengen. Na zo’n slaapverwekkende partij voetbal, zou een welverdiende nachtrust wel het minste zijn om je op te verheugen. Mijn noodzakelijke schoonheidsslaapje omvat hooguit vijf uur.  Mijn terugvlucht met Wizzair naar Eindhoven staat geprogrammeerd om 7.40 uur. Een korte nacht én vroeg dag derhalve.

Dinsdag 15 oktober

Al om gaat 5.00 uur gaat het alarm van mijn telefoon af. Veertig minuten later zit ik in de trein van Vilnius CS naar het vliegveld. Het veiligheidspersoneel, dat al vroeg paraat is, kan in mijn rugzak niets vinden dat een mogelijke verlenging van mijn verblijf in Litouwen zou betekenen. Ik moet zowaar mijn schoenen erbij uittreken. Zelfs mijn zweetvoeten kunnen de security-mensen niet op andere gedachten brengen. Ready to go home.

Bij het boarden bekruipt me kort het angstige gevoel dat de terugreis naar Nederland weleens de mist in kan gaan. Het is buiten in korte tijd wel érg mistig geworden. Het trekt goed dicht. Het gereedstaande vliegtuig van Wizzair staat letterlijk en figuurlijk in nevelen gehuld. Het zicht blijkt gelukkig niet dermate vertroebeld dat het vertrek moet worden uitgesteld. Ruim twee uur later bij aankomst in Einhoven regent het. Dat kan er ook nog wel bij.

De onstuitbare heimwee naar Sergei Aleinikov

Achter de bal aan (59/2): Minsk

Zondag 13 oktober 2019

Het is maar goed dat ik in 2017 al de nodige toeristische attracties in Minsk heb afgelopen. Met het bezoeken van twee voetbalwedstrijden op een dag komt er weinig terecht van sightseeing. Nou kan ik er totaal naastzitten, maar ik krijg het idee dat het er in de Wit-Russische hoofdstad op straat wat losser aan toegaat dan twee jaar geleden. Groepen toeristen die op het Onafhankelijkheidsplein het standbeeld van Lenin vastleggen, was bij mijn eerste Minsk-bezoek compleet ondenkbaar.

Ik weet niet wat niet wat ik meemaak als ik op de late zondagochtend met eigen ogen zie hoe een groep dagjesmensen ‘met scherp schiet’ op het plein waarop de Russische revolutionaire leider onveranderd op zijn sokkel staat. Ze lopen zonder dralen op de uit de kluiten gewassen uitvoering van Vladimir Iljitsj af om onze geachte vriend te fotograferen. Ik weet niet beter dat dit ten strengste verboden is (of was). De wachtposten bij het presidentiele paleis staan dit staaltje onvervalste decadentie echter tot mijn niet geringe verbazing toe. Niemand wordt opgepakt of neergeschoten. En als anderen iets doen, dan ga ik er voor de goede orde maar vanuit dat ik het ook mag…

De Wit-Rus verschilt in weinig van medemensen elders op de wereld. Ook de Wit-Rus maakt anno 2019 selfies met zijn mobiele telefoon. Het is dat er in verreweg de meeste gevallen een behoorlijke taalbarrière bestaat, maar bij de voetbalwedstrijd tussen NFK en FC Khimik Svetlogorsk verbaas ik me opnieuw. Ditmaal over de openhartigheid waarmee ik als buitenlandse bezoeker tegemoet wordt getreden op het SOK Olimpiyskiy-complex. De tijden waarin de locals er verstandiger aan doen om buitenlanders angstvallig te mijden, behoren kennelijk tot het verleden. Voetbal verbroedert, zo ervaar ik niet voor het eerst. Wanneer enkele supporters van de thuisclub in de gaten krijgen dat ze Oranjefans over de vloer hebben, steken ze hun bewondering voor het Nederlandse voetbal niet onder stoelen of banken.

In onvervalst steenkolen Engels en met handen en voeten prijzen ze onze nationale voetbalhelden de hemel in. Leuk om te vernemen dat Virgil van Dijk en Frenkie de Jong zelfs in Belarus over veel bewonderaars beschikken. Ook verhaalt de NFK-supporter die mij een beetje wegwijs maakt door het Wit-Russische voetbal vol trots over Sergej Aleinikov. De middenvelder maakte deel uit van het Sovjet-team dat in de EK-finale van 1988 struikelde over Nederland. De man uit Minsk zorgde voor de balans in het door Dinamo Kiev-toppers gedomineerde sterrenteam van Valerij Lobanovsi. In een land dat arm is aan een rijke voetbalhistorie geniet zo’n voetballer een bijzonder status. Voor Wit-Russische voetballiefhebbers geldt Sjarhej Alejnikaw, zoals zijn naam in het Wit-Russisch luidt, tot in de eeuwigheid als een held van het volk.

NFK Krumkachy speelt haar thuiswedstrijden in de Wit-Russische Keuken Kampioen divisie op een complex dat toebehoort aan het nationale Olympisch Comite. Geld voor een eigen stadion heeft de club niet. De twee provisorische tribunetjes aan weerszijden van het veld vullen zich om 13.00 uur met enkele tientallen voetbalfanaten. Waaronder in totaal zes Nederlanders! De boys binnen de lijnen doen hun stinkende best op het redelijk bespeelbare natuurgras. Ze trakteren het publiek op twee treffers. Beide in het voordeel van de thuisploeg. Met name de tweede goal is er eentje om in te lijsten. Een afstandsknal strak in het kruis. De 4 roebels (anderhalve euro) entreegeld zijn goed besteed. Het ontbreekt aan niets. NFK verblijdt haar gasten zelfs met een officieel programma. Een heuse clubmascotte, een nogal vreemde vogel, heet iedereen persoonlijk welkom.

De metro blijft het meest ideale vervoersmiddel om het centrum van Minsk te ontdekken. De treinen rijden om de zoveel minuten en zelfs het Cyrillische schrift van de stationsnamen went. De chipcard waarmee we in 2017 gebruik konden maken van het openbaar vervoer ter plaatse, is uit de roulatie genomen. In plaats daarvan moeten passagiers paarskleurige plastic muntjes gebruiken om ondergronds door Minsk te kunnen reizen. Een enkele reis per metro kost 65 kopeken, 25 eurocent of zoiets. Niet bepaald duur naar Nederlandse maatstaven gemeten.

Het optreden van het Nederlands elftal, dat om 19.00 uur lokale tijd aftrapt in het gerenoveerde Dinamostadion, laat enigszins te wensen over. Wegens de grondige verbouwing ter gelegenheid van de eerder dit jaar in Minsk gehouden Europese Spelen moesten we voor de WK-kwalificatiewedstrijd in 2017 uitwijken naar het stadion van Bate Borisov. De vernieuwde Dinamo arena kan de vergelijking met elk willekeurig ‘vijf sterren-stadion’ in West-Europa moeiteloos doorstaan. Het heeft ongetwijfeld een paar roebels gekost, het ontbreekt de clientele aan niets. Eigenlijk heb ik een kaartje voor het voor de ongeveer 400 meegereisde Nederlandse supporters bestemde uitvak, Sector 23. Omdat er van afscheiding tussen de verschillende tribunedelen geen sprake is en de aanwezige stewards niemand een strobreed in de weg leggen, zoek ik ergens anders een plekje. Er zijn fijnere dingen te bedenken dan 90 minuten in hetzelfde vak te moeten zitten met zoveel lolbroeken.

Punten mee naar huisnemen en verder niet zeuren. Deelname aan het EK gloort. Na twee gemiste eindtoernooien zal Oranje komende zomer weer van de partij zijn. Dat kan niet meer misgaan. De EK-kaarten kunnen worden besteld. En als ´we´ dan volgend jaar Europees kampioen worden, is iedereen dit optreden in Minsk al lang weer vergeten.

Er leiden meerdere wegen naar Wit-Rusland

Achter de bal aan (59/1): Vilnius/Minsk

Zaterdag 12 oktober 2019

Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik na 2017 ooit nog eens in Belarus zou komen. Maar zoals Bredero eeuwen geleden al oreerde kan het verkeren. De EK-kwalificatiewedstrijd van het Nederlands elftal brengt me twee jaar na dato voor een tweede keer in mijn leven naar Minsk.

Wit-Rusland is vanuit Nederland wat moeilijker te bereiken dan pak ‘m beet Barcelona of Londen. Het aantal vluchten erheen is beperkt. Het kost daarom het nodige gepuzzel om een – betaalbaar – reisschema in elkaar te draaien. Uiteindelijk besluit ik om met Wizzair van Eindhoven naar Vilnius te vliegen. Vanuit de Litouwse hoofdstad leg ik vervolgens met de Wit-Russische luchtvaartmaatschappij Belavia het laatste stukje af. Bij de vorige gelegenheid – samen met Proshots eigen Oranjefotograaf – ging de reis eveneens via Litouwen. Destijds via Frankfurt/Hahn. In Vilnius pakten we aansluitend de trein naar Minskas, zoals de Litouwers het noemen. Er leiden meerdere wegen naar Minsk.

Dat tegenwoordig de mogelijkheid bestaat om zonder visum toegang te krijgen tot het land maakt Wit-Rusland makkelijker bereikbaar. Aantrekkelijker om naartoe te reizen vooral. En niet in het minst goedkoper. Zo’n stickertje en een paar stempels in het paspoort lopen immers behoorlijk in de papieren. Wie anno 2019 vijf dagen op Wit-Russissche bodem verblijft en het land via de internationale luchthaven van de hoofdstad Minsk binnenkomt, heeft geen visum meer nodig. De rompslomp om het doucment te verkrijgen, blijft ditmaal gelukkig achterwege.

Als ik tegen de klok van half zeven richting Eindhoven rijd, geeft het kwik 15 graden aan. Ongekend voor de tijd van het jaar. Het scheelt wel dat de ochtendspits weekendverlof heeft. Files blijven me op deze zaterdagochtend bespaard. De drukte op Eindhoven Airport is er niet minder om. In Zuid-Nederland barst de Herfstvakantie los. Dat is te merken. De rijen bij de veiligheidscontroles zijn nog langer dan gebruikelijk. Tientallen gezinnen gaan er eventjes lekker een paar dagen tussenuit.

Het wordt pas de tweede keer dat ik met Wizzair vlieg. Zeven jaar geleden heeft de Hongaarse lowbudgetmaatschappij me al eens van Dortmund naar Boekarest vervoert – en weer terug. Ik moet zeggen dat het me niet tegenvalt. Al plaats ik wel meteen het voorbehoud dat me nog wel een terugvlucht te wachten staat… Er is in elk geval geen gezanik over handbage en het vliegtuig vertrekt keurig op tijd. We hebben de wind mee. In plaats van de geplande aankomsttijd van 13.00 uur lokale tijd landen we zelfs al 25 minuten eerder in Vilnius. Een en ander heeft wel de prettige (of vervelende?) bijkomstigheid dat ik in plaats van vijf uur en 40 minuten nu meer dan zes uur op mijn aansluiting naar Minsk moet wachten.

Ik maak van de nood een deugd. Aangezien ik er toch ben, maak ik van de gelegenheid gebruik tot een korte citytrip. Voor de kosten hoef ik het niet te laten. Een treinkaartje van station Oro Uostas kost niet meer dan 70 eurocent. En ook bij een plaatselijk specialiteitenrestaurant met een grote M liggen de tarieven behoorlijk lager dan in Jesse Klavers groene paradijs. Het historische centrum van Vilnius is de moeite alleszins waard, weet ik al uit ervaring. Jammer dat het regent. Ik ga bijna denken dat het altijd regent in Vilnius! Evenals tijdens die twee voorgaande visites houd ik het wederom niet droog. Maar dat mag de pret verder niet drukken. Mooie stad, Vilnius.

Dat Belavia vlucht B2804 vertrekt met twintig minuten vertraging neem ik ook maar op de koop toe. Het vliegtuig is een heuse bezienswaardigheid. Al kan ik het beter een vliegtuigje noemen. De Embraer 175 biedt slechts plaats aan 76 passagiers. En zelfs dat aantal zit niet aan boord. Oude KLM City Hopper-tijden herleven… De service aan boord is prima. Voor vertrek deelt een stewardess zuurtjes uit. En ook krijgen alle passagiers een sapje. Gratis en voor niets! Eenmaal in de lucht laat de krachtige wind het gevaarte flink heen en weer schudden. Ook dat overleef ik wonderwel.

Na een vlucht van slechts 35 minuten heb ik al Wit-Russische bodem onder de voeten. Een hele geruststelling. Bij de paspoortcontrole gaat het er een stuk relaxter aan toe dan twee jaar geleden. Bij de reis van Vilnius naar Minsk keerde destijds een heel peloton overijverige leden van de grenspolitie de trein binnenstebuiten. Nu wil de leuke jongedame aan de balie alleen maar weten wat ik in haar land kom doen. Als ik haar vertel dat ik voetballen kom kijken lijkt ze gerustgesteld. Ze zet een stempel in mijn paspoort en heet me welkom in Wit-Rusland.

Wachtrijen voor E95 benzine bij Duitse pomp

Achter de bal aan (58): Lippstadt/Gelsenkirchen

Zaterdag 5 oktober 2019

Een ouderwets dagje voetballen kijken in Duitsland. Twee potjes op één zaterdag. ’s Middags de confrontatie tussen SV Lippstadt 08 en TuS Haltern in de Regionalliga West. Op de terugweg als krakende afsluiter de klassieker Schalke 04 – 1. FC Köln. Veel ‘benzinetoeristen’ wippen op deze zonnige herfstdag eveneens de Duitse grens over om in hun behoeften te voorzien.

Zoals vaker op weg naar de Ruhrpott maak ik een pitstop in Elten, de eerste afslag na grenspost Bergh. De korte tussenstop valt iets langer uit dan gebruikelijk. Door de kermis in het dorp kan ik niet parkeren op de Eltener Markt. Voor mijn lunch, overheerlijke Käsebrötchen van bakker Horsthemke, moet ik derhalve een korte wandeling op de koop toenemen. Tanken bij de gebroeders Derksen aan de Kattengatweg zorgt daarna voor meer vertraging. Nou is het bij de Aral Tankstelle altijd wel vrij druk met Nederlanders die afkomen op voordeligere brandstof aan de Duitse kant van de grens. Zó druk als ditmaal heb ik het er niet eerder meegemaakt.

De bio-ethanol jaagt duidelijk nóg meer mensen richting Heimat dan gebruikelijk. Ofwel hoe help je de economie in eigen land om zeep… Aan de Duitse pomp is nog gewoon ‘ordinaire’ E95 superbenzine te koop. Mij is verteld dat dat E10-spul, waar Nederlandse tankstations hun klanten sinds 1 oktober van voorzien, mijn Focus wat zwaar op de maag ligt. Vandaar dat ik van het buitenkansje gebruik maak en in Elten de nodige toverdrank in de tank giet. Scheelt per liter bovendien al gauw 20 cent met de prijs thuis. Ik ben duidelijk niet de enige. Het is Schlange stehen voor de Zapfsäulen. Na ruim een kwartier wachten ben ik pas aan de beurt.

Al met al zorgen mijn kaasbroodjes en de tankpauze voor bijna een half uur onvoorzien oponthoud. Het betekent wel dat enige haast is geboden om nog tijdig voor de aftrap in Lippstadt aan te komen. In de iets meer dan anderhalf uur die me nog resten, moet ik zo’n 160 kilometer overbruggen. Nou kan ik op de A2 gelukkig goed doorrijden. Langs Dortmund wil ik sowieso altijd het liefst zo snel mogelijk voorbij razen. Alleen aan de laatste 30 kilometers vanaf de afrit Hamm-Uentrop lijken maar geen einde te komen. Lippborg, Kesseler, Herzfeld en Cappel zijn ongetwijfeld leuke plaatsjes, maar je zou er eigenlijk wat sneller doorheen moeten kunnen rijden.

Het spant erom, maar ik weet het tijdsverlies binnen de perken houden. Als ik mijn bolide aan de Wiedenbrücker Strasse naast de Liebelt Arena parkeer, heeft de scheidsrechter juist voor het beginsignaal gefloten. Ik mis nauwelijks iets. De nummers zeventien en dertien van de Regionalliga West bakken er weinig van. Slecht veld. Slecht voetbal. Vier weken nadat ik de Lippstädter vijf keer heb zien scoren in Bergisch-Gladbach, schieten ze ditmaal niet met scherp. Evenals de thuisploeg stelt ook de promovendus uit Haltern am See alles in het werk om vooral niét te verliezen. Al op de twaalfde speeldag lijkt elk puntje meegenomen in de strijd om het klassebehoud. Tot overmaat van ramp is de kwaliteit van de in het stadionnetje verkochte braadworsten ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Wat dat betreft zit er in allerlei opzichten kraak noch smaak aan.

De makers van het programmaboekje verdienen daarentegen wel een compliment. In tijden waarin menig club het niet meer de moeite waard vindt om haar bezoekers ouderwets te informeren, scoort Lippstadt wel met het 40 pagina’s tellende SV Magazin. Met het stadionnetje is verder ook weinig mis. Keurig hoofdtribunetje. Fel meelevende supporters. De Aliados in het Supporter Block LP zingen zich 90 minuten lang de longen uit het lijf. Zo zit er tenminste nog iets van muziek in. Het bezoek aan het Stadion am Bruchbaum brengt mijn totaal aan bezochte stadions in de Regionalliga West op zeventien. Alleen Bonner SC en de U21 van 1.FC Köln nog, dan heb ik de complete speelklasse afgewerkt.

Na afloop gaat het linea recta verder naar Gelsenkirchen. Om 18.30 uur begint daar het feest. Met een afstand van iets meer dan 100 kilometer tussen Lippstadt en de Veltins Arena zou je denken dat ruim tweeënhalf uur tussen het einde van de ene wedstrijd en het begin van de volgende moet volstaan. Had je gedacht. File bij Recklinghausen-Süd. Het verkeer staat er muurvast. Bijna 40 minuten duurt de ongein. Het wordt zodoende wederom kielekiele. Gelukkig ken ik na 402 bezochte thuiswedstrijden van Schalke 04 wel een beetje de weg rondom het Schalker Feld. Naar een parkeerplek hoef ik niet lang te zoeken. Voor aanvang kan ik zelfs nog even vlug een schnitzeltje verorberen.

Er is enorm veel politie op de been. Waar Keulen komt, is het altijd carnaval. Op een ME’ertje meer of minder kijken ze in Duitsland niet bij dit soort risicoduels. Met 61.833 toeschouwers zitten er ongeveer 60 keer zoveel toeschouwers als eerder op de middag in Lippstadt. Die Hütte ist restlos ausverkauft. Door enkele verrassende uitslagen bij de middagwedstrijden kan Schalke bij winst zelfs de koppositie pakken. Ongelooflijk dat zo’n knakenelftal zó hoog op de ranglijst staat. Veel gedraaf, weinig vernuft. Maar op de een of andere manier weet de nieuwe Schalke-trainer David Wagner de juiste snaar te raken bij zijn spelers. Verfrissend in vergelijking met dat opgewonden Italiaantje met wie S04 in het afgelopen rampseizoen bijna degradeerde.

Tot de laatste seconden mogen de Königsblauen zich Spitzenreiter wanen. In extremis scoren de veel te laag geklasseerde Geissböcke alsnog de 1-1 gelijkmaker. Dik verdiend. Het blijft dan wel Blau und Weiss ein Leben lang, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn in totaal 559e Schalke-duel dit seizoen veel navolging gaat krijgen. Klasse á la Olaf Thon, Andy Möller of Raúl staat er tegenwoordig niet meer op het veld auf Schalke. Dat Arenabezoekers uitgerekend bij deze wedstrijd voor het eerst moeten betalen voor een parkeerplaats (5 euro) komt de publieksvriendelijkheid evenmin ten goede. Zonde van het geld.

En dan denk je dat je alles wel gehad hebt. Maar nee hoor. Als ik op de weg terug naar Nederland mijn inmiddels halflege tank wil bijvullen, wordt bij het afrekenen zowel mijn creditcard als bankpas niet geaccepteerd. Tsja, en daar sta je dan op een zaterdagavond in een uitgestorven gat als Isselburg. Het biljet van 20 euro dat nog wél in mijn portemonnee zit volstaat niet om de rekening te betalen. Bij de geldautomaat twee straten verder kan ik gelukkig wél het benodigde bedrag pinnen en cash afrekenen. Een teken dat er niets mankeert aan mijn bankpas, maar dat de apparatuur bij het tankstation niet deugt. Maar daar oordeelt de eigenaar van het tankstation anders over. Tsja, je moet je tegenwoordig in heel wat bochten wringen om ergens een beetje Euro loodvrij vandaan te toveren.

Zeurpieten

De roep om genderneutraal speelgoed brengt de redding van de mensheid vast en zeker weer een stapje dichterbij. Nederland hoeft nu alleen nog maar te wachten op de komst van de genderneutrale roetveegpiet. Zolang er hoop is, is er leven.

Van de grote Jesse Klaver mag elke boer stikken. Door toedoen van een volledig op hol geslagen milieu-maffia raken honderdduizenden Nederlanders binnen afzienbare tijd aan de bedelstaf. Om een liquidatietje meer of minder maalt het gemeentebestuur van onze hoofdstad al niet eens meer. Een onbezorgde oude dag kunnen gepensioneerden in het Rijk van Rutte zo zoetjes aan op hun buik schrijven. Ook mag iedereen zich binnenkort nóg meer laten uitkleden door inhalige zorgverzekeraars.

Maar ach, aan dat soort futiliteiten moeten we niet te zwaar tillen. Elke dombo behoort wel goed in de oren te knopen waar de prioriteiten liggen. En met Sinterklaas weer in aantocht, valt vanzelfsprekend niet te redetwisten over zaken die er écht toe doen!

Ik wil de heilige Jessias van Groen Links en dat Zweedse moedertje Teresa niet tekortdoen, maar is het niet ongelooflijk dat de bedenker van de roetveegpiet nog niet is voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede? Een regelrechte schande! Een belediging voor iedereen in Nederland die strijdt tegen de stelselmatige onderdrukking van zorgvuldige geselecteerde en gefaciliteerde groepen slaven. Dat er nog geen quotum is gesteld aan de hoeveelheid vrouwelijke Sinterklazen, ook al zoiets. Te vrouwonvriendelijk voor woorden! Houd er maar rekening mee dat de chocoladeletter eerdaags ook uit de schappen van de supermarkten verdwijnt. Racisme in de meest pure vorm. Eveneens verkrijgbaar in melkchocola, witte chocola en met nootjes. Nog eventjes en we mogen helemaal nergens meer van snoepen. Die politieke correctheid krijgt een steeds bitterder bijsmaak.

Bij ons in Apeldorp zitten we ondertussen maar mooi met de gebakken peren. Nou komt berouw meestal na de zonde, maar doen de selfkickers in het Apeldoornse college van B en W er wel zo verstandig aan om op 16 november die nationale Sinterklaasintocht in huis te halen? Hadden zij om hun onstuitbare drang naar erkenning en aandacht te stillen niet beter een poging kunnen ondernemen om het Eurovisie Songfestival naar de hoofdstad van de Veluwe te halen? Zo’n Sinterklaasintocht levert alleen maar ellende en negatieve publiciteit op. Zo’n traditierijk kinderfeest trekt tegenwoordig een slag volk aan dat elk gemeentebestuur liever kwijt dan rijk is.

Voor de plaatselijke bevolking wordt het een hels karwei om zich tegen dat naderende onheil te wapenen. Om de zwerm strontvliegen te weren die tijdens zulke gelegenheden dreigen neer te strijken, moet zowel de A1 als de A50 worden geblokkeerd. Een logistieke operatie van niet te onderschatten omvang. Nou zal het, zo schat ik in, weinig problemen kosten om vrijwilligers voor deze dankbare taak op de been te brengen. Maar het kost zoveel gedoe. Allemaal gedoe om niks. Reken maar dat er een heel blik politieagenten moet worden opengetrokken om de helden van Kick out Zwarte Piet tegen zichzelf in bescherming te nemen. Een verspilling van belastinggeld. Waren het voetbalsupporters geweest, dan zou een burgemeester ze op basis van vage signalen al op voorhand de toegang tot haar stad ontzeggen.

Joh, die activisten nemen zichzelf veel te serieus. Ze komen ongetwijfeld met de beste bedoelingen. Maar is het niet frappant dat lieden die het hardst schreeuwen om tolerantie en verdraagzaamheid juist zelf vaak de tegenovergestelde weg bewandelen? Het is óf zwart. Óf wit. Een tussenweg bestaat niet. Enige nuance kennen deze onverbeterlijke zeurpieten niet. Doof voor elk tegengeluid. Blind voor andere zienswijzen. Qua inlevingsvermogen hapert het aanzienlijk. Ze voelen zichzelf torenhoog verheven boven het ordinaire klootjesvolk. De oogkleppen zitten zo strak dat de ze zuurstoftoevoer naar de hersenen afsluiten. En daar komt dat probleem van alle overvloedige stikstof bovenop. Al die CO2 tast de verstandelijke vermogens extra aan.

Iedereen zijn eigen gelijk en zijn eigen waarheden, zeg ik altijd maar. Alleen telt voor deze verongelijkte mensjes enkel hun eigen gelijk. Hartverscheurend hoe de boze buitenwereld de tere zieltjes voortdurend kwetst. Bijzonder kwalijk dat niet iedereen de boodschappen serieus neemt die dat handjevol oprechte freaks met zoveel elan verkondigen. Al dat onrecht waar zij exclusief onder lijden hakt er vanzelfsprekend flink in. Uiteraard is het daarom hun goed recht om afvalligen tot vervelens toe een spiegel voor te houden waar zij zelf nooit in kijken. Als slaven van hun eigen waanbeelden, vastgeroest aan ketenen waaraan ze zelf nooit hebben vastgezeten, mogen zij elke andersdenkende zonder aanziens des persoons een etiket opplakken. Zodat het tot alle slavendrijvers, racisten, seksisten, populisten of opportunisten doordringt hoe fout ze wel niet zijn.

Het oneens zijn met anderen kan natuurlijk altijd. Maar zelfs dat mag tegenwoordig blijkbaar niet meer. Het meest opmerkelijke vind ik dat alle onverdraagzaamheid altijd maar van één kant komt. Het is allemaal zó verschrikkelijk kort door de bocht. Op zich is zo’n meneer uit Ghana die al die racistische Nederlanders eventjes de wet komt voorschrijven best vermakelijk. Bekijk je het wat serieuzer, dan wekt zo’n zielepiet toch vooral medelijden. Het is diep triest. Een afschrikkend bewijs van hoezeer alle bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg van de afgelopen jaren steeds meer hun tol eisen.

Maar ja, wanneer iemand het waagt om de verstandelijke vermogens van zulke over de schimmel van de Sint getilde kunstenmakers in twijfel te trekken, heb je meteen de poppen aan het dansen. Dan begint het hele armetierige zooitje meteen te piepen. Dan is Nederland te klein. Het is nooit goed. Niets deugt. Terwijl in de hele wereld nota bene geen enkel land bestaat waar schreeuwende minderheden zóveel vrijheid krijgen om anderen te betuttelen, schofferen of zelfs intimideren als in ons eigen polderparadijs. Bestaat er trouwens ook een naam voor het structureel zwartmaken van al die verderfelijke witte mannen?

En dan te bedenken dat zoveel stress en opwinding helemaal niet goed zijn voor het menselijk gestel. Chill. Doe eens rustig aan. Wind je niet zo op. Zoek een leuke hobby, denk ik dan. Besteed je tijd op een zinvollere manier. Ga lekker sporten. Dan kun je je lekker op ontspannen wijze inspannen en inspannend ontspannen. Het houdt het lichaam en de geest fit en brengt de afgestompte hersencellen weer in beweging.

Het is dat schijnheiligheid al zo oud is als de mensheid zelf, anders was het ongetwijfeld in Nederland uitgevonden.

© RK

Ierse Oranjefan verlangt al naar Belarus-uit

Achter de bal aan (57/3): Tallinn

Maandag 9 september 2019

Matchday. Op de dag af 38 jaar na mijn eerste interland spring ik bij Estland – Nederland voor de 204e keer in de houding voor het Wilhelmus. Op de bewuste 9 september 1981 zie ik het Nederlands elftal met Go Ahead Eagles-spits Cees van Kooten in de punt van de aanval in de Kuip niet verder komen dan een 2-2 gelijkspel tegen Ierland. In de A. Le Coq Arena van Tallinn vormen de Esten niet meer een tussendoortje op weg naar de EK-eindronde van 2020.

Omdat de bal pas om 21.45 uur lokale tijd gaat rollen, is er tijd voor een uitgebreide ‘warming-up’. Hoeveel Tallinn toeristen te bieden heeft, daarvan kon ik me zes jaar geleden al van vergewissen. In het gezelschap van de kersverse Oranje-hoffotograaf van ProShots, die gisteren eveneens is gearriveerd, ga ik enkele onbekende stukjes van de Estse hoofdstad af. We stijgen tot grote hoogten in de Teletorn, de lokale televisietoren aan de oostrand van de stad.  Tevens dalen we af in de beruchte kelders op Pogori 1, waar de KGB in goeie ouwe Sovjet-tijden op nogal beestachtige wijze ‘subversieve elementen’ een toontje lager liet zingen en – in tienduizenden gevallen – voorbereidde op een enkele reis Siberië. Interessant tijdverdrijf.

De 314 meter hoge Teletorn ligt een twintigtal minuten per bus verwijderd van het centrum. De chauffeur van lijn 34a zet ons keurig bij de gelijknamige halte in Pirita af. Vanaf daar loopt het enigszins mis… Achter de bomen doemt de enorme toren in al z’n grootsheid op. Valt niet te missen, zou je denken. Ons besluit om achter enkele andere passagiers aan te lopen, brengt ons desondanks niet bij de ingang! We komen terecht op een modderig bospad, naderen de toren ook wel steeds dichter, maar dichte hekken versperren de toegang! Pas na een tiental minuten moddertrappelen en tevergeefs zoeken naar de ingang wijst een Spaanssprekende meneer ons de juiste weg. Omdat het hele eind terug door de bagger ons weinig trekt, klimmen we ergens over een hekje heen. Scheelt smerige schoenen. En zo komen we uiteindelijk waar we wezen willen. Het adembenemende uitzicht vanaf bijna 200 meter hoogte maakt veel goed. Al vind ik 13 euro om eventjes op en neer met de lift te mogen behoorlijk prijzig. Qua prijzen zijn ze in Estland sowieso bezig met een inhaalslag.

Bij de vorige trip naar Estland in 2013 leverden visites aan het KGB Museum in Hotel Viru en het ‘Bezettings Museum’ al verhelderende inzichten op over de Sovjet-heerschappij ter plaatse. Sinds 2017 is ook het voormalige KGB-cellencomplex voor het publiek toegankelijk. Het adres Pogori 1 staat symbool voor één van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van Estland. In de kelders van het pand brachten medewerkers van de geheime dienst van Stalin en zijn opvolgers afvallige Esten trouw en gehoorzaamheid aan de Communistische Partij bij. Zachtzinnig ging het er daarbij allerminst aan toe. De methodes verschillen in weinig van wat ik in de voormalige martelcentra in Riga en Vilnius eerder al mocht aanschouwen. Dat veel inwoners in de Tweede Wereldoorlog Hitlers Nazi-legers als bevrijders verwelkomden, zegt alles over hoe de Sovjets zich vier decennia lang hebben misdragen in de Baltische staten.

Vanaf 16.00 uur bestaat voor de naar Estland gereisde Oranje-supporters de mogelijkheid om hun wedstrijdkaarten op te halen. Zoals gebruikelijk hebben de distributeurs van de KNVB zich genesteld in een horeca-gelegenheid. Keuze genoeg in het historische centrum van de voormalige Hanzestad Tallinn. De keuze is ditmaal gevallen op een etablissement met de naam Nimeta Baar (met dubbel a). Als stamgast hoef ik me niet meer te legitimeren. Stefan van de KNVB kent me inmiddels wel. Hij drukt me de envelop met het wedstrijdticket in de handen en wenst me een prettige wedstrijd. Aangezien de kroeg afgeladen vol zit met uitbundige Oranje-clowns, is dat een goede reden om er niet te lang te blijven hangen en me meteen weer uit de voeten te maken.

Twee uur voordat er wordt afgetrapt, wandel ik op mijn dooie akkertje naar de A. Le Coq Arena. Hemelsbreed bedraagt de afstand van mijn hotel naar het stadion slechts 350 meter volgens Google Maps. De omweg langs de houten woningen van Lilleküla en de spoorlijn verlengt het traject enigszins. Het mag geen naam hebben. De wandeling neemt niet meer dan een kwartiertje in beslag. Het terrein rondom het stadion is volledig van de buitenwereld afgegrendeld. De Estse gendarmerie heeft een heuse beveiligingsring om het stadion heengelegd.

De dames en heren van de bewakingsdienst tonen zich van hun meest wakkere kant. Ze nemen hun taak wel erg serieus. Ik moet zelfs mijn autosleutel uit mijn halsbuidel halen bij het betreden van de arena. Voetballiefhebbers moeten zich al dat irritante gefriemel maar laten welgevallen. Anders kom je het stadion niet binnen. Wanneer iemand bij andere gelegenheden zo onder handen wordt genomen, zoals die ijverige stewards het doen, noemen beroepsklagers dat tegenwoordig al gauw ongewenste intimiteiten of seksuele intimidatie. Als activistengeteisem of andere gekwetste zielen op eenzelfde onvriendelijke en lachwekkende manier worden bejegend, doen de stakkers meteen aangifte bij de politie en krijgen ze een schadevergoeding.

Ik bezoek A. Le Coq Arena voor de tweede keer. Bij mijn eerste Estland – Nederland kwam de WK-finalist van 2010 met de schrik vrij in Tallinn. Zes jaar en drie dagen geleden beleeft het door Louis van Gaal gecoachte Oranje er een narrow escape. In de 90e minuut zorgt Robin van Persie destijds vanaf de strafschopstip voor het enigszins geflatteerde 2-2 gelijkspel. Ditmaal kost het het Nederlands elftal beduidend minder moeite om de makke Esten de baas te blijven. Het mag niet baten dat de Estse voetbalbond buiten de stadionmuren een compleet feestterrein uit de grond heeft laten stampen, compleet met podium en optredende artiesten. Veel te vieren valt er niet voor alles en iedereen dat Estland welgezind is. Of het moet het voorrecht zijn om in eigen achtertuin live te mogen genieten van Virgil van Dijk, Frenkie de Jong, Mathijs de Ligt, Memphis en de overige toekomstige Europese kampioenen.

Voor een spetterend spektakel heb je twee ploegen nodig die willen (of kunnen) voetballen. En nou wil ik niet beweren dat Nederland de sterren van de hemel speelt. Is ook helemaal niet nodig. Wat Estland op de mat legt, is uitermate pover. Die jongens doen hun stinkende best, maar ze lopen nou niet bepaald over van kwaliteit. Ligt keeper Lepmets niet meerdere keren hinderlijk in de weg, dan kan Nederland ook maar zo met dubbele cijfers winnen in plaats van de zuinige 0-4 die nu na 90 minuten op het scorebord staat.

Het is illustratief dat de Henrik Ojamaa, tegenwoordig contractspeler bij het Poolse MKS Miedź Legnica, een voortrekkersrol vervult bij het thuisland. Bij Go Ahead Eagles voldeed de inmiddels 28-jarige draver niet helemaal aan de verwachtingen. In het nationale elftal van Estland moet de brave Henrik voor aanvoer naar de aanvallers zorgen. Verder herbergt het keurkorps van bondscoach Karel Voolaid weinig bekende namen. Naast Ojamaa ken ik alleen Ragnar Klaven (ex-Heracles en -AZ). Verdediger Artur Pikk (met dubbel k), uitkomend voor dezelfde club als Ojamaa, heeft ook wel een achternaam waarvan je verwacht dat hij vaker diep dan breed gaat, maar Pikk verstijft 90 minuten op de reservebank.

Ik houd de hele avond toezicht op mijn oude bekenden van de harde kern van Roda JC. Het mag gezegd worden, het duo gedraagt zich voorbeeldig. Binnen de stadionmuren kan ik tenminste nergens de stickers ontdekken waarmee ze Tallinn op talrijke andere plekken wel versierd hebben. De opdrukken op de plakplaatjes verwijzen naar de gevoelens van de heren voor de overige twee profclubs in het diepe zuiden van ons land, de Sjengen uit Maastricht en het al evenmin geliefde Fortuna Sittard. Afgaande op de sentimenten die leven onder de supporters zal een FC Limburg er nooit komen.

Ik raak ook aan de praat met Diarmuid Hayes. Ik had hem al eens eerder gesproken in Marokko en Wit-Rusland. Nou tref ik bij interlands meer ‘gekken’ die het Nederlands elftal overal achternareizen. De altijd in een Marco van Basten-shirt gestoken Diarmuid komt echter helemaal uit… Ierland! Vrijdagavond zag hij zijn Oranje-helden in Hamburg al de Duitsers over de knie leggen. Vervolgens reisde hij door naar Finland voor de clash tegen de Italianen. Vanuit Tallinn vervolgt hij zijn reis met Litouwen – Portugal als afsluiter. Een echte liefhebber mag ik zo iemand gerust noemen. Hij kijkt al vol verlangen uit naar Oranjes volgende uitwedstrijd, in Minsk in Belarus. “Will I see you there too?”, vraagt hij.

Het Estse nationale stadion zit niet helemaal vol. Welgeteld 11.006 toeschouwers bevolken volgens de officiële lezing de tribunes. Er zijn opvallend veel lege plekken. Het late aanvangstijdstip doet veel Estse voetballiefhebbers besluiten om thuis te blijven op deze maandagavond. Dinsdagochtend gaat weer vroeg de wekker. Tijdens de wedstrijd wil de stemming er niet echt inkomen, hoe verwoed het hoempaorkestje in het Estse sfeervak daartoe ook pogingen onderneemt. De aanwezige Oranje-aanhang achter de goal gaat ook niet uit haar dak. De positieve opleving van het Oranje-legioen is beperkt gebleven tot het feest van drie dagen eerder in Hamburg.

Naarmate ‘onze jongens’ blijven winnen zal het aantal kaasdragende gelegenheidssupporters, in Volendamse klederdracht uitgedoste hittepetitjes en dorpsgekken in generaalskostuum in toenemende aantallen uit hun holen tevoorschijn gaan komen, zo vrees ik. En reken maar dat iedere ‘echte’ Oranje-supporter volgend jaar voor het EK weer kaarten moét hebben.

Dinsdag 10 september

De thuisreis verloopt zonder noemenswaardige incidenten. Om 10 uur stap ik op Tallinna Bussijaam in de bus van Lux Express naar Riga. De twee films waar ik me onderweg mee zoethoud laten de meer dan vier uur durende reis voorbij vliegen. Een tussenstop in Pärnu en het vastlopend verkeer van de grootste stad van de Baltische landen van zorgen voor ruim een kwartier vertraging bij aankomst. De bijna vijf uur die me nog resten tot aan het vertrek van mijn vlucht naar Duitsland verlekker ik met twee worstenbroodjes uit de Markthallen en een wandeling door langs de overblijfselen uit de rijke en bewogen Letse geschiedenis. Evenals Tallinn is ook het historische centrum Riga een dagje uit meer dan waard. Ondanks de lange wachtrijen bij de security-controle enkele minuten Verspätung bij de Abflug laat ik aan het begin van de avond ook Lidosta Airport voor wat het is. Voor negenen zet de piloot van Ryanair zijn Boeing 737-800 aan de grond op Köln-Bonn. Ruim voor middernacht komt Apeldoorn in zicht en behoort ook dit andermaal onvergetelijke uitstapje weer tot het verleden.

20 toeschouwers bij duel Tallinna FC Ararat

Achter de bal aan (57/2): Tallinn

Zondag 8 september 2019

De afstand van Riga naar Tallinn bedraagt volgens Google Maps ruim 300 kilometer. Per luxe touringcar van Lux Express duurt de reis van de hoofdstad van Letland naar de hoofdstad van Estland iets meer dan vier uur. Een aantal jaren geleden heb ik me al eens door dezelfde maatschappij van Riga naar Vilnius in Litouwen laten vervoeren. En ook ditmaal valt er op het vervoer binnen de Baltische staten weinig negatiefs aan te merken.

Alvorens ik om tien uur ’s ochtends vertrek uit Riga, sla ik eerst wat proviand in. In de naast het busstation gelegen markthallen is het op deze zondagochtend business as usual. Er zijn al behoorlijk wat mensen op de been om hun levensmiddelen in te slaan. Gerimpelde ‘baboesjka’s’ hebben hun groenten en fruit uitgestald in kramen in de buitenlucht, terwijl het publiek binnen in een van de hallen terecht kan voor vlees en brood. De worstenbroodjes smaken ouderwets lekker.

Mijn bus vertrekt keurig op tijd. Passagiers kunnen zich met de vloot van Lux Express op uiterst aangename wijze laten vervoeren. In de comfortabele stoelen is het heerlijk wegdromen. Voor vertier onderweg draagt Lux evenzeer zorg. Om alle films te kunnen bekijken die het interne boordnetwerk aanbiedt, duurt de reis naar Tallinn feitelijk veel te kort. Alleen balen dat het na het passeren van de Estse grens begint te regenen.

Een chipcard voor het openbaar vervoer in Tallinn heb ik al. Een overblijfsel van mijn eerste Oranje-trip naar de Estse hoofdstad. In 2013, meer dan zes jaar geleden alweer. Op het busstation hoef ik de kaart alleen maar op te waarderen. Voor het astronomische bedrag van 5 euro mag ik 72 uur aan één stuk door Tallinn toeren. Doordat vandaag de marathon plaatsvindt zijn delen van de stad tijdelijk afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Desondanks slaag ik er met enkele omwegen in om mijn logeeradres in de wijk Lilleküla te bereiken. Ik verblijf op een steenworp afstand van de A. Le Coq Arena, waar het Nederlands elftal morgen aantreedt.

Als warming-up woon ik aan de andere kant van de stad om 16.30 uur eerst de topper tussen Tallinna FC Ararat en JK Sillamäe Kalev bij. De nummers 9 en 4 van de II liiga Põhja/Ida (Oost/Noord), de na de Premium liiga, Esiliiga en Esiliiga B hoogste speelklasse van Estland. Een zeker niet te onderschatten niveau dus… Het Lasnamäe Spordikompleksi kunstmurustaadion, geloof het of niet, is zelfs bekend terrein voor me. Op hetzelfde complex zag ik op 4 september 2013 Tallinna FC Puuma tegen Vädra JK Courage 1-1 in het strijdperk treden. Ik had niet gedacht ooit nog eens aan de Sint-Petersburgse straat terug te keren.

Als ik me een kwartiertje voor aanvang van de wedstrijd meld, zit de poort dicht. Wie de wedstrijd wil bijwonen kan het terrein via het aangrenzende gebouw betreden. De conciërge stuurt me door de gang waar zich de kleedruimten bevinden naar buiten naar het veld. De ‘bushalte’ die dienst doet als tribune staat nog fier overeind, zij het met wat meer roestplekken dan zes jaar geleden. Als het spektakel begint heeft er al met al toch wel een twintigtal echte voetballiefhebbers plaatsgenomen. Inclusief de harde kern van Roda JC, die eveneens twee zwaargewichten heeft afgevaardigd. Het regent inmiddels niet meer.

De wedstrijd heeft zoals verwacht weinig om het lijf. Ik kan me niet voorstellen dat FOX Sports er een uitgebreide samenvatting van uitzendt. Het meest komische moment gebeurt enkele minuten voor rust. De keeper van de bezoekers uit Kalev gaat helemaal uit z’n plaat wanneer één van zijn medespelers een strafschop veroorzaakt. Hij scheldt de ploegmakker in kwestie helemaal verrot. Alle 20 aanwezigen langs de zijlijn zitten met de oren te klapperen van de scheldkanonnade. De aansluitende strafschop brengt Ararat op gelijke hoogte. Als de spelers enkele minuten later hun pauzethee gaan drinken in de kleedkamer, blijft de nog altijd opgewonden doelman in z’n uppie achter in de dug-out. Stoom afblazen! Het blijven wonderbaarlijke schepsels, die keepers.

Na de rust stelt JK Sillamäe orde op zaken en loopt uit naar een 2-3 zege. De delegatie uit Limburg mist de drie goals in het tweede bedrijf. De heren hebben het halverwege al voor gezien gehouden. Naar verluidt komen er meer dan 400 supporters naar Tallinn om het Nederlands elftal te ondersteunen. Daags voor het EK-kwalificatieduel is het merendeel van die fans nog niet gearriveerd. De enigen in oranje outfits die ik ’s avonds op straat tegen het lijf loop zijn werkzaam voor de plaatselijke stadsreiniging. Zij zijn bezig met het opruimen van de rommel die is achtergebleven na de vanmiddag verlopen marathon.

SV09 houdt open huis aan de Paffrather Straße

Achter de bal aan (57/1): Bergisch-Gladbach/Riga

Zaterdag 7 september 2019

Daags na de glorieuze victorie van het Nederlands elftal tegen de Duitsers in Hamburg ga ik al weer op pad voor de volgende qualifyer van Oranje op weg naar het Europees Kampioenschap van 2020. Via Duitsland en en Letland gaat de reis naar Estland.

’s Nachts om half 5 lig ik in bed na thuiskomst uit Hamburg, zeseneenhalf uur later zit ik alweer in de auto naar Duitsland. Alleen ditkeer. De Oranjefotograaf van ProShots moet vanavond eerst naar de Adelaarshorst en komt pas morgen naar de Baltische staat waar de helden van Hamburg maandagavond in actie komen. Geheel tegen mijn gewoonte in sla ik de thusiwedstrijd van Go Ahead Eagles tegen Excelsior over. Het is eenvoudigweg voordeliger om vandaag al te vertrekken.

Een rechstreekse vlucht boeken vanuit Nederland naar Estland is al nagenoeg onmogelijk en alles behalve goedkoop. De optie om met Ryanair vanuit Duitsland naar Riga te vliegen pakt vooral voor de portemonnee uiterst gunstig uit. Inclusief priority-boarding kom ik uit op een bedrag van zo’n zes tientjes. Daar komen nog twee tientjes bovenop voor de busreis vanuit de Letse naar de Estse hoofdstad – en dinsdag weer terug.

Aangezien de vertrektijd van mijn vlucht vanaf Köln-Bonn naar Riga pas om 18.10 uur is, besluit ik ’s middags eerst nog een wedstrijdje in de buurt te gaan bekijken. Zo gek ben ik dan ook wel weer. De keuze valt op SV Bergisch Gladbach 09 tegen SV Lippstadt 08. Bergisch Gladbach ligt bijna vastgeplakt aan Köln. Met een aftrap om 14.00 uur moet het geen noemenswaardige problemen opleveren om tijdig op het vliegveld te zijn. Er zit bijna tweeënhalf uur tussen het laatste fluitsignaal en het vertrek van mijn vlucht. Er moet wel iets heel geks gebeuren wil ik er niet in slagen de negentien kilometer vanaf de BELKAW Arena in dat tijdsbestek niet te overbruggen.

Niet alles valt vooraf te plannen, zo ondervind ik op de heenweg. De file van acht kilometer op de A3 iets voorbij Mettmann is niet ingecalculeerd. Het oponthoud blijft binnen de perken. Ik hoef weinig te missen van het schuttersfestijn in Bergisch Gladbach. Het Stadion an der Paffrather Straße heeft een capaciteit van iets meer dan 10.000 toeschouwers, maar die zitten er bij lange na niet bij de confrontatie tussen de nummers 18 en 17 van de Regionalliga West. Alleen de U23 van Schalke 04 staat nog lager geklasseerd. Al geeft de stand een enigszins vertekend beeld. Lippstadt en Bergisch-Gladbach (4 punten) werkten respectievelijk twee en één wedstrijd(en) meer af dan de de Schalker Amateure (2 punten).

De Bergisch Gladbachers geven hun visitekaartje nou niet bepaald af. Wat de spelers van de thuisploeg er van bakken, moet de supporters van de promovendus ernstig zorgen baren. Ze houden open huis. Liefst vijf keer boort Lippstadt in de eerste 45 minuten door de gatenkaas in de stuntelende Bergisch Gladbachse verdediging heen. Het werkt op de zenuwen. Na de zoveelste tegentreffer gaat de grabbelaar onder de lat zelfs als een waanzinnige tekeer tegen een paar ballenjongens achter zijn schiettent. Het zal niet de enige zijn die zijn die zijn eigen onkunde afreageert op anderen. Het blijft hoe dan ook mooi om te zien, hoeveel emoties zo’n potje in de onderste regionen van de Regionalliga kan losmaken. Na de hervatting scoort de SV09 zowaar nog tegen. Het betreft niet meer dan Ergebnis-Korrektur. Einduitslag: 1-5.

De onfortuinlijke keeper gaat niet als enige nat. Bij aankomst op het vliegveld trekt er een heel schip met zure appelen over de Rijn. Er valt in korte tijd een aanzienlijke hoeveelheid Eau in Cologne. Dat kan er ook nog wel bij. De depressie blijkt van zeer tijdelijke aard, ze verstoort het luchtverkeer in Köln-Bonn niet. De piloot van Ryanair vertrekt pünktlich naar Riga. Hij heeft er zin in. Bij aankomst in Letland ligt hij zelfs een kwartier voor op schema.

Nederlands elftal op herhaling in Hamburg

Achter de bal aan (56): Hamburg

Vrijdag 6 september 2019

Gevoelsmatig gaat er niets boven een overwinning van het Nederlands elftal op onze geliefde oosterburen. Duitsers mogen tegenwoordig weliswaar geen Moffen meer worden genoemd en opa heeft z´n fiets al lang terug, het blijft toch heerlijk om die Mannschaft een pak op z´n falie te geven. Helemaal in eigen huis. Een déjà vu, een Wiedersehen aan de Elbe. Meer dan 31 jaar na de legendarische overwinning in de halve finale van EURO88 maak ik opnieuw ter plekke mee hoe Hamburg weer van Oranje wordt.

Interland 203 wordt er eentje om nooit meer te vergeten. Mijn zestiende Nederland – (West-)Duitsland alweer. Voor de derde keer met Hamburg als strijdtoneel. Die 21e juni in het gedenkwaardige jaar 1988 geldt dan misschien als de meest gedenkwaardige voetbalwedstrijd die ik ooit heb meegemaakt. Het laatste bezoek aan Noord-Duitsland brengt iets minder goede herinneringen boven. In de aanloop naar het Europees Kampioenschap van 2012 krijgt Vize-Weltmeister Nederland in het Hamburger Volksparkstadion een gevoelige draai om de oren. En die 3-0 overwinning van de Duitsers kan ik niet eens geflatteerd noemen.

Bijna acht jaar later gaat het wederom door die verfoeide Elbetunnel. Erik Pasman is door de ProShots geselecteerd om foto’s te maken van de EK-kwalificatiekraker. Vandaar dat het reisverloop een niet alledaags verloop kent. Erik haalt mij ’s ochtends rond de klok van elven op in Apeldoorn. Onze gezamenlijke heenreis eindigt echter in de buurt van Bremen. Daar stapt Erik met zijn koffers en camera’s over in de auto van een collega-fotograaf. En ik rijd de resterende 110 kilometers met Eriks bolide verder naar Hamburg. Na afloop van de wedstrijd kruipt de kersverse Oranje-fotograaf daar weer achter zijn eigen stuur voor de thuisreis. Is voor de verandering weer eens wat anders. Waarom makkelijk doen als het ook omslachtig kan?

Oranjesupporters kunnen hun kaarten tussen 14.30 en 17.30 uur afhalen op de Trabrennbahn Bahrenfeld, het Duindigt van Hamburg. De reisleiders van Ons Oranje hadden de 2200 aanwezige Nederlandse fans liever elders ontvangen, maak ik op uit de mailing waarmee de KNVB haar achterban voorafgaand aan het kwalificatieduel informeert. ‘Hoewel het onze voorkeur had het Oranjefeest in de buurt van de Reeperbahn te organiseren, heeft de Duitse politie ons geadviseerd om niet samen te komen in dit gebied. Dit vanwege het grote aantal Duitse supporters’, zo lees ik. Tsja, bij voetbalwedstrijden in Duitsland bestaat natuurlijk altijd de kans dat je weleens Duitsers tegenkomt.

Nadat ik mijn wedstrijdticket heb opgehaald en Eriks auto in de buurt van de arena van Hamburger SV parkeer, begeef ik mij persoonlijk wel naar de Kiez, zoals de inheemse bevolking de meest zondige mijl van Duitsland noemt. Ik kom tenslotte niet elke dag in Hamburg. Het duurt dan nog meer dan vier uur voordat de wedstrijd begint. Je moet wat doen om de tijd zinvol te overbruggen. Op S-Bahnstation Stellingen neem ik de S3. Ruim een kwartier later wandel ik tussen de neon-reclames, de Laufhäuser en de Döner kebab-Imbissbuden. Wie denkt, dat ik tegen betaling vleselijke lusten ga bevredigen, moet ik helaas teleurstellen. Bij de KFC bezondig ik me aan een gezonde kipmaaltijd. Dat is het enige vlees waar ik me op de late vrijdagmiddag aan vergrijp.

Aansluitend wandel ik naar het nabijgelegen Millerntor, het stadion van cultclub FC St. Pauli. Die Kiezkicker spelen tegenwoordig in een onderkomen om u tegen te zeggen. Het stadion heeft weinig meer van de bouwval waar ik ergens in de jaren ´90 50 D-Mark moest neertellen voor een zitplaats op een versplinterde houten bank op de hoofdtribune. De links-alternatieve St. Pauli-aanhang verafschuwt zo’n beetje alle – in hun ogen – van onze consumptiemaatschappij. Op de steeds verdergaande vercommercialisering van het moderne voetbal kotsen ze. Van hoe deze sympathieke anti-kapitalisten hun eigen doodskoppen vermarkten kan nochtans elke startende ondernemer wat leren. Een uit de kluiten gewassen fanshop, stadiontours en een heus clubmuseum brengen de nodige euro’s in het laadje. Perfect voorbeeld van links lullen en rechts zakkenvullen…

Van al die Duitse voetbalfans waar de KNVB zo voor waarschuwt op de Reeperbahn, lijkt het merendeel thuisgebleven. Slechts her en der zitten groepen supporters in witte shirts van de Mannschaft op terrassen aan het bier. Voor een bar ontwaar ik een groep van enkele, zoals Duitsers het zo mooi noemen, gut gekleidete Leute. Hooligans. Onmiskenbaar. Tot mijn niet geringe verbazing zijn het Nederlanders. Ik vraag maar niet waar ze vandaan komen. De heren lijken me niet in voor een gezellig gesprek. De Duitse ‘collega’s’, waar ze op wachten, zijn (nog) in geen velden of wegen te bekennen. Politie is er des te meer. Tientallen politiebussen staan op strategische plekken geparkeerd. Het bijbehorende personeel hangt verveeld rond bij gebrek aan actie. Mooie baan, hebben die agenten trouwens. In de baas z’n tijd naar de hoeren!

Tegen zevenen neem ik de S-Bahn terug naar het Volksparkstadion. Nu is wel merkbaar dat Hamburg op deze vrijdagavond een voetbalduel van enige importantie huisvest. De wagons puilen uit. De temperaturen stijgen… Aan boord bevinden zich slechts weinig Nederlanders. Na hun 3-2 zege in Amsterdam lijkt het zelfvertrouwen bij veel Schlachtenbummler weer helemaal terug. Na de vroege WK-uitschakeling van de Weltmeister van 2014 in Rusland zetten de Jungs alweer een ouderwets grosse Klappe op. Erg origineel zijn de gezangen niet. Ik heb het allemaal vaker gehoord: ‘Ohne Holland fahren wir zur EM’.

Hoe snel stemming om kan slaan en hoogmoed verandert in tristesse, bewijst de wedstrijd. Zo’n drie uur later hebben onze Oranjehelden de Heimat in diepe rouw gedompeld. Meteen nadat debutant Donyell Malen zich bijkans onsterfelijk maakt met de 2-3 voor het in de slotfase ontketende Nederlands elftal, houden een heleboel van de meer dan 50.000 Duitsers in het Volksparkstadion het voor gezien. Na Wijnaldums 2-4 druipen er nog veel meer af. Ook 74 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft het een fantastisch gezicht, van die grootmuilen die de aftocht blazen. Wel jammer dat de huidige generatie Oranjefans de jaren ‘80 en ‘90 niet bewust heeft meegemaakt. De soms ‘grensoverschrijdende’ rivaliteit tussen beide supporterskampen is bij lange na niet meer zo scherp en verbitterd als toen. Ik kan me onderlinge confrontaties herinneren waarbij de tegenpartij in iets minder vriendelijke bewoordingen uitgeleide wordt gedaan. Het ‘O, wat zijn die Duitsers stil’ klinkt een stuk braver dan de verbale hatelijkheden van destijds. Andere tijden, hè.

De vreugde onder de meegereisde Oranjefans is er in elk geval niet minder om. Op de Südtribune barst het feest na het laatste fluitsignaal in volle hevigheid los. Zo’n spontane vreugdeuitbarsting heb ik lang niet meegemaakt bij een Oranje-interland. De blijdschap van de springende, hossende en dansende meute is oprecht. Komt toch stukken gezelliger over dan die geregisseerde uitbundigheid bij ons aller Oranje Leeuwinnen. Rond half twaalf duikt ook Erik weer op en kan het Zurück in die Heimat. Met die drie punten op zak vliegen die 380 kilometer voorbij. Om kwart over drie word ik thuis afgeleverd.