Author Archives: Rob Kruitbosch

Ierse Oranjefan verlangt al naar Belarus-uit

Achter de bal aan (57/3): Tallinn

Maandag 9 september 2019

Matchday. Op de dag af 38 jaar na mijn eerste interland spring ik bij Estland – Nederland voor de 204e keer in de houding voor het Wilhelmus. Op de bewuste 9 september 1981 zie ik het Nederlands elftal met Go Ahead Eagles-spits Cees van Kooten in de punt van de aanval in de Kuip niet verder komen dan een 2-2 gelijkspel tegen Ierland. In de A. Le Coq Arena van Tallinn vormen de Esten niet meer een tussendoortje op weg naar de EK-eindronde van 2020.

Omdat de bal pas om 21.45 uur lokale tijd gaat rollen, is er tijd voor een uitgebreide ‘warming-up’. Hoeveel Tallinn toeristen te bieden heeft, daarvan kon ik me zes jaar geleden al van vergewissen. In het gezelschap van de kersverse Oranje-hoffotograaf van ProShots, die gisteren eveneens is gearriveerd, ga ik enkele onbekende stukjes van de Estse hoofdstad af. We stijgen tot grote hoogten in de Teletorn, de lokale televisietoren aan de oostrand van de stad.  Tevens dalen we af in de beruchte kelders op Pogori 1, waar de KGB in goeie ouwe Sovjet-tijden op nogal beestachtige wijze ‘subversieve elementen’ een toontje lager liet zingen en – in tienduizenden gevallen – voorbereidde op een enkele reis Siberië. Interessant tijdverdrijf.

De 314 meter hoge Teletorn ligt een twintigtal minuten per bus verwijderd van het centrum. De chauffeur van lijn 34a zet ons keurig bij de gelijknamige halte in Pirita af. Vanaf daar loopt het enigszins mis… Achter de bomen doemt de enorme toren in al z’n grootsheid op. Valt niet te missen, zou je denken. Ons besluit om achter enkele andere passagiers aan te lopen, brengt ons desondanks niet bij de ingang! We komen terecht op een modderig bospad, naderen de toren ook wel steeds dichter, maar dichte hekken versperren de toegang! Pas na een tiental minuten moddertrappelen en tevergeefs zoeken naar de ingang wijst een Spaanssprekende meneer ons de juiste weg. Omdat het hele eind terug door de bagger ons weinig trekt, klimmen we ergens over een hekje heen. Scheelt smerige schoenen. En zo komen we uiteindelijk waar we wezen willen. Het adembenemende uitzicht vanaf bijna 200 meter hoogte maakt veel goed. Al vind ik 13 euro om eventjes op en neer met de lift te mogen behoorlijk prijzig. Qua prijzen zijn ze in Estland sowieso bezig met een inhaalslag.

Bij de vorige trip naar Estland in 2013 leverden visites aan het KGB Museum in Hotel Viru en het ‘Bezettings Museum’ al verhelderende inzichten op over de Sovjet-heerschappij ter plaatse. Sinds 2017 is ook het voormalige KGB-cellencomplex voor het publiek toegankelijk. Het adres Pogori 1 staat symbool voor één van de vele zwarte bladzijden in de geschiedenis van Estland. In de kelders van het pand brachten medewerkers van de geheime dienst van Stalin en zijn opvolgers afvallige Esten trouw en gehoorzaamheid aan de Communistische Partij bij. Zachtzinnig ging het er daarbij allerminst aan toe. De methodes verschillen in weinig van wat ik in de voormalige martelcentra in Riga en Vilnius eerder al mocht aanschouwen. Dat veel inwoners in de Tweede Wereldoorlog Hitlers Nazi-legers als bevrijders verwelkomden, zegt alles over hoe de Sovjets zich vier decennia lang hebben misdragen in de Baltische staten.

Vanaf 16.00 uur bestaat voor de naar Estland gereisde Oranje-supporters de mogelijkheid om hun wedstrijdkaarten op te halen. Zoals gebruikelijk hebben de distributeurs van de KNVB zich genesteld in een horeca-gelegenheid. Keuze genoeg in het historische centrum van de voormalige Hanzestad Tallinn. De keuze is ditmaal gevallen op een etablissement met de naam Nimeta Baar (met dubbel a). Als stamgast hoef ik me niet meer te legitimeren. Stefan van de KNVB kent me inmiddels wel. Hij drukt me de envelop met het wedstrijdticket in de handen en wenst me een prettige wedstrijd. Aangezien de kroeg afgeladen vol zit met uitbundige Oranje-clowns, is dat een goede reden om er niet te lang te blijven hangen en me meteen weer uit de voeten te maken.

Twee uur voordat er wordt afgetrapt, wandel ik op mijn dooie akkertje naar de A. Le Coq Arena. Hemelsbreed bedraagt de afstand van mijn hotel naar het stadion slechts 350 meter volgens Google Maps. De omweg langs de houten woningen van Lilleküla en de spoorlijn verlengt het traject enigszins. Het mag geen naam hebben. De wandeling neemt niet meer dan een kwartiertje in beslag. Het terrein rondom het stadion is volledig van de buitenwereld afgegrendeld. De Estse gendarmerie heeft een heuse beveiligingsring om het stadion heengelegd.

De dames en heren van de bewakingsdienst tonen zich van hun meest wakkere kant. Ze nemen hun taak wel erg serieus. Ik moet zelfs mijn autosleutel uit mijn halsbuidel halen bij het betreden van de arena. Voetballiefhebbers moeten zich al dat irritante gefriemel maar laten welgevallen. Anders kom je het stadion niet binnen. Wanneer iemand bij andere gelegenheden zo onder handen wordt genomen, zoals die ijverige stewards het doen, noemen beroepsklagers dat tegenwoordig al gauw ongewenste intimiteiten of seksuele intimidatie. Als activistengeteisem of andere gekwetste zielen op eenzelfde onvriendelijke en lachwekkende manier worden bejegend, doen de stakkers meteen aangifte bij de politie en krijgen ze een schadevergoeding.

Ik bezoek A. Le Coq Arena voor de tweede keer. Bij mijn eerste Estland – Nederland kwam de WK-finalist van 2010 met de schrik vrij in Tallinn. Zes jaar en drie dagen geleden beleeft het door Louis van Gaal gecoachte Oranje er een narrow escape. In de 90e minuut zorgt Robin van Persie destijds vanaf de strafschopstip voor het enigszins geflatteerde 2-2 gelijkspel. Ditmaal kost het het Nederlands elftal beduidend minder moeite om de makke Esten de baas te blijven. Het mag niet baten dat de Estse voetbalbond buiten de stadionmuren een compleet feestterrein uit de grond heeft laten stampen, compleet met podium en optredende artiesten. Veel te vieren valt er niet voor alles en iedereen dat Estland welgezind is. Of het moet het voorrecht zijn om in eigen achtertuin live te mogen genieten van Virgil van Dijk, Frenkie de Jong, Mathijs de Ligt, Memphis en de overige toekomstige Europese kampioenen.

Voor een spetterend spektakel heb je twee ploegen nodig die willen (of kunnen) voetballen. En nou wil ik niet beweren dat Nederland de sterren van de hemel speelt. Is ook helemaal niet nodig. Wat Estland op de mat legt, is uitermate pover. Die jongens doen hun stinkende best, maar ze lopen nou niet bepaald over van kwaliteit. Ligt keeper Lepmets niet meerdere keren hinderlijk in de weg, dan kan Nederland ook maar zo met dubbele cijfers winnen in plaats van de zuinige 0-4 die nu na 90 minuten op het scorebord staat.

Het is illustratief dat de Henrik Ojamaa, tegenwoordig contractspeler bij het Poolse MKS Miedź Legnica, een voortrekkersrol vervult bij het thuisland. Bij Go Ahead Eagles voldeed de inmiddels 28-jarige draver niet helemaal aan de verwachtingen. In het nationale elftal van Estland moet de brave Henrik voor aanvoer naar de aanvallers zorgen. Verder herbergt het keurkorps van bondscoach Karel Voolaid weinig bekende namen. Naast Ojamaa ken ik alleen Ragnar Klaven (ex-Heracles en -AZ). Verdediger Artur Pikk (met dubbel k), uitkomend voor dezelfde club als Ojamaa, heeft ook wel een achternaam waarvan je verwacht dat hij vaker diep dan breed gaat, maar Pikk verstijft 90 minuten op de reservebank.

Ik houd de hele avond toezicht op mijn oude bekenden van de harde kern van Roda JC. Het mag gezegd worden, het duo gedraagt zich voorbeeldig. Binnen de stadionmuren kan ik tenminste nergens de stickers ontdekken waarmee ze Tallinn op talrijke andere plekken wel versierd hebben. De opdrukken op de plakplaatjes verwijzen naar de gevoelens van de heren voor de overige twee profclubs in het diepe zuiden van ons land, de Sjengen uit Maastricht en het al evenmin geliefde Fortuna Sittard. Afgaande op de sentimenten die leven onder de supporters zal een FC Limburg er nooit komen.

Ik raak ook aan de praat met Diarmuid Hayes. Ik had hem al eens eerder gesproken in Marokko en Wit-Rusland. Nou tref ik bij interlands meer ‘gekken’ die het Nederlands elftal overal achternareizen. De altijd in een Marco van Basten-shirt gestoken Diarmuid komt echter helemaal uit… Ierland! Vrijdagavond zag hij zijn Oranje-helden in Hamburg al de Duitsers over de knie leggen. Vervolgens reisde hij door naar Finland voor de clash tegen de Italianen. Vanuit Tallinn vervolgt hij zijn reis met Litouwen – Portugal als afsluiter. Een echte liefhebber mag ik zo iemand gerust noemen. Hij kijkt al vol verlangen uit naar Oranjes volgende uitwedstrijd, in Minsk in Belarus. “Will I see you there too?”, vraagt hij.

Het Estse nationale stadion zit niet helemaal vol. Welgeteld 11.006 toeschouwers bevolken volgens de officiële lezing de tribunes. Er zijn opvallend veel lege plekken. Het late aanvangstijdstip doet veel Estse voetballiefhebbers besluiten om thuis te blijven op deze maandagavond. Dinsdagochtend gaat weer vroeg de wekker. Tijdens de wedstrijd wil de stemming er niet echt inkomen, hoe verwoed het hoempaorkestje in het Estse sfeervak daartoe ook pogingen onderneemt. De aanwezige Oranje-aanhang achter de goal gaat ook niet uit haar dak. De positieve opleving van het Oranje-legioen is beperkt gebleven tot het feest van drie dagen eerder in Hamburg.

Naarmate ‘onze jongens’ blijven winnen zal het aantal kaasdragende gelegenheidssupporters, in Volendamse klederdracht uitgedoste hittepetitjes en dorpsgekken in generaalskostuum in toenemende aantallen uit hun holen tevoorschijn gaan komen, zo vrees ik. En reken maar dat iedere ‘echte’ Oranje-supporter volgend jaar voor het EK weer kaarten moét hebben.

Dinsdag 10 september

De thuisreis verloopt zonder noemenswaardige incidenten. Om 10 uur stap ik op Tallinna Bussijaam in de bus van Lux Express naar Riga. De twee films waar ik me onderweg mee zoethoud laten de meer dan vier uur durende reis voorbij vliegen. Een tussenstop in Pärnu en het vastlopend verkeer van de grootste stad van de Baltische landen van zorgen voor ruim een kwartier vertraging bij aankomst. De bijna vijf uur die me nog resten tot aan het vertrek van mijn vlucht naar Duitsland verlekker ik met twee worstenbroodjes uit de Markthallen en een wandeling door langs de overblijfselen uit de rijke en bewogen Letse geschiedenis. Evenals Tallinn is ook het historische centrum Riga een dagje uit meer dan waard. Ondanks de lange wachtrijen bij de security-controle enkele minuten Verspätung bij de Abflug laat ik aan het begin van de avond ook Lidosta Airport voor wat het is. Voor negenen zet de piloot van Ryanair zijn Boeing 737-800 aan de grond op Köln-Bonn. Ruim voor middernacht komt Apeldoorn in zicht en behoort ook dit andermaal onvergetelijke uitstapje weer tot het verleden.

20 toeschouwers bij duel Tallinna FC Ararat

Achter de bal aan (57/2): Tallinn

Zondag 8 september 2019

De afstand van Riga naar Tallinn bedraagt volgens Google Maps ruim 300 kilometer. Per luxe touringcar van Lux Express duurt de reis van de hoofdstad van Letland naar de hoofdstad van Estland iets meer dan vier uur. Een aantal jaren geleden heb ik me al eens door dezelfde maatschappij van Riga naar Vilnius in Litouwen laten vervoeren. En ook ditmaal valt er op het vervoer binnen de Baltische staten weinig negatiefs aan te merken.

Alvorens ik om tien uur ’s ochtends vertrek uit Riga, sla ik eerst wat proviand in. In de naast het busstation gelegen markthallen is het op deze zondagochtend business as usual. Er zijn al behoorlijk wat mensen op de been om hun levensmiddelen in te slaan. Gerimpelde ‘baboesjka’s’ hebben hun groenten en fruit uitgestald in kramen in de buitenlucht, terwijl het publiek binnen in een van de hallen terecht kan voor vlees en brood. De worstenbroodjes smaken ouderwets lekker.

Mijn bus vertrekt keurig op tijd. Passagiers kunnen zich met de vloot van Lux Express op uiterst aangename wijze laten vervoeren. In de comfortabele stoelen is het heerlijk wegdromen. Voor vertier onderweg draagt Lux evenzeer zorg. Om alle films te kunnen bekijken die het interne boordnetwerk aanbiedt, duurt de reis naar Tallinn feitelijk veel te kort. Alleen balen dat het na het passeren van de Estse grens begint te regenen.

Een chipcard voor het openbaar vervoer in Tallinn heb ik al. Een overblijfsel van mijn eerste Oranje-trip naar de Estse hoofdstad. In 2013, meer dan zes jaar geleden alweer. Op het busstation hoef ik de kaart alleen maar op te waarderen. Voor het astronomische bedrag van 5 euro mag ik 72 uur aan één stuk door Tallinn toeren. Doordat vandaag de marathon plaatsvindt zijn delen van de stad tijdelijk afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Desondanks slaag ik er met enkele omwegen in om mijn logeeradres in de wijk Lilleküla te bereiken. Ik verblijf op een steenworp afstand van de A. Le Coq Arena, waar het Nederlands elftal morgen aantreedt.

Als warming-up woon ik aan de andere kant van de stad om 16.30 uur eerst de topper tussen Tallinna FC Ararat en JK Sillamäe Kalev bij. De nummers 9 en 4 van de II liiga Põhja/Ida (Oost/Noord), de na de Premium liiga, Esiliiga en Esiliiga B hoogste speelklasse van Estland. Een zeker niet te onderschatten niveau dus… Het Lasnamäe Spordikompleksi kunstmurustaadion, geloof het of niet, is zelfs bekend terrein voor me. Op hetzelfde complex zag ik op 4 september 2013 Tallinna FC Puuma tegen Vädra JK Courage 1-1 in het strijdperk treden. Ik had niet gedacht ooit nog eens aan de Sint-Petersburgse straat terug te keren.

Als ik me een kwartiertje voor aanvang van de wedstrijd meld, zit de poort dicht. Wie de wedstrijd wil bijwonen kan het terrein via het aangrenzende gebouw betreden. De conciërge stuurt me door de gang waar zich de kleedruimten bevinden naar buiten naar het veld. De ‘bushalte’ die dienst doet als tribune staat nog fier overeind, zij het met wat meer roestplekken dan zes jaar geleden. Als het spektakel begint heeft er al met al toch wel een twintigtal echte voetballiefhebbers plaatsgenomen. Inclusief de harde kern van Roda JC, die eveneens twee zwaargewichten heeft afgevaardigd. Het regent inmiddels niet meer.

De wedstrijd heeft zoals verwacht weinig om het lijf. Ik kan me niet voorstellen dat FOX Sports er een uitgebreide samenvatting van uitzendt. Het meest komische moment gebeurt enkele minuten voor rust. De keeper van de bezoekers uit Kalev gaat helemaal uit z’n plaat wanneer één van zijn medespelers een strafschop veroorzaakt. Hij scheldt de ploegmakker in kwestie helemaal verrot. Alle 20 aanwezigen langs de zijlijn zitten met de oren te klapperen van de scheldkanonnade. De aansluitende strafschop brengt Ararat op gelijke hoogte. Als de spelers enkele minuten later hun pauzethee gaan drinken in de kleedkamer, blijft de nog altijd opgewonden doelman in z’n uppie achter in de dug-out. Stoom afblazen! Het blijven wonderbaarlijke schepsels, die keepers.

Na de rust stelt JK Sillamäe orde op zaken en loopt uit naar een 2-3 zege. De delegatie uit Limburg mist de drie goals in het tweede bedrijf. De heren hebben het halverwege al voor gezien gehouden. Naar verluidt komen er meer dan 400 supporters naar Tallinn om het Nederlands elftal te ondersteunen. Daags voor het EK-kwalificatieduel is het merendeel van die fans nog niet gearriveerd. De enigen in oranje outfits die ik ’s avonds op straat tegen het lijf loop zijn werkzaam voor de plaatselijke stadsreiniging. Zij zijn bezig met het opruimen van de rommel die is achtergebleven na de vanmiddag verlopen marathon.

SV09 houdt open huis aan de Paffrather Straße

Achter de bal aan (57/1): Bergisch-Gladbach/Riga

Zaterdag 7 september 2019

Daags na de glorieuze victorie van het Nederlands elftal tegen de Duitsers in Hamburg ga ik al weer op pad voor de volgende qualifyer van Oranje op weg naar het Europees Kampioenschap van 2020. Via Duitsland en en Letland gaat de reis naar Estland.

’s Nachts om half 5 lig ik in bed na thuiskomst uit Hamburg, zeseneenhalf uur later zit ik alweer in de auto naar Duitsland. Alleen ditkeer. De Oranjefotograaf van ProShots moet vanavond eerst naar de Adelaarshorst en komt pas morgen naar de Baltische staat waar de helden van Hamburg maandagavond in actie komen. Geheel tegen mijn gewoonte in sla ik de thusiwedstrijd van Go Ahead Eagles tegen Excelsior over. Het is eenvoudigweg voordeliger om vandaag al te vertrekken.

Een rechstreekse vlucht boeken vanuit Nederland naar Estland is al nagenoeg onmogelijk en alles behalve goedkoop. De optie om met Ryanair vanuit Duitsland naar Riga te vliegen pakt vooral voor de portemonnee uiterst gunstig uit. Inclusief priority-boarding kom ik uit op een bedrag van zo’n zes tientjes. Daar komen nog twee tientjes bovenop voor de busreis vanuit de Letse naar de Estse hoofdstad – en dinsdag weer terug.

Aangezien de vertrektijd van mijn vlucht vanaf Köln-Bonn naar Riga pas om 18.10 uur is, besluit ik ’s middags eerst nog een wedstrijdje in de buurt te gaan bekijken. Zo gek ben ik dan ook wel weer. De keuze valt op SV Bergisch Gladbach 09 tegen SV Lippstadt 08. Bergisch Gladbach ligt bijna vastgeplakt aan Köln. Met een aftrap om 14.00 uur moet het geen noemenswaardige problemen opleveren om tijdig op het vliegveld te zijn. Er zit bijna tweeënhalf uur tussen het laatste fluitsignaal en het vertrek van mijn vlucht. Er moet wel iets heel geks gebeuren wil ik er niet in slagen de negentien kilometer vanaf de BELKAW Arena in dat tijdsbestek niet te overbruggen.

Niet alles valt vooraf te plannen, zo ondervind ik op de heenweg. De file van acht kilometer op de A3 iets voorbij Mettmann is niet ingecalculeerd. Het oponthoud blijft binnen de perken. Ik hoef weinig te missen van het schuttersfestijn in Bergisch Gladbach. Het Stadion an der Paffrather Straße heeft een capaciteit van iets meer dan 10.000 toeschouwers, maar die zitten er bij lange na niet bij de confrontatie tussen de nummers 18 en 17 van de Regionalliga West. Alleen de U23 van Schalke 04 staat nog lager geklasseerd. Al geeft de stand een enigszins vertekend beeld. Lippstadt en Bergisch-Gladbach (4 punten) werkten respectievelijk twee en één wedstrijd(en) meer af dan de de Schalker Amateure (2 punten).

De Bergisch Gladbachers geven hun visitekaartje nou niet bepaald af. Wat de spelers van de thuisploeg er van bakken, moet de supporters van de promovendus ernstig zorgen baren. Ze houden open huis. Liefst vijf keer boort Lippstadt in de eerste 45 minuten door de gatenkaas in de stuntelende Bergisch Gladbachse verdediging heen. Het werkt op de zenuwen. Na de zoveelste tegentreffer gaat de grabbelaar onder de lat zelfs als een waanzinnige tekeer tegen een paar ballenjongens achter zijn schiettent. Het zal niet de enige zijn die zijn die zijn eigen onkunde afreageert op anderen. Het blijft hoe dan ook mooi om te zien, hoeveel emoties zo’n potje in de onderste regionen van de Regionalliga kan losmaken. Na de hervatting scoort de SV09 zowaar nog tegen. Het betreft niet meer dan Ergebnis-Korrektur. Einduitslag: 1-5.

De onfortuinlijke keeper gaat niet als enige nat. Bij aankomst op het vliegveld trekt er een heel schip met zure appelen over de Rijn. Er valt in korte tijd een aanzienlijke hoeveelheid Eau in Cologne. Dat kan er ook nog wel bij. De depressie blijkt van zeer tijdelijke aard, ze verstoort het luchtverkeer in Köln-Bonn niet. De piloot van Ryanair vertrekt pünktlich naar Riga. Hij heeft er zin in. Bij aankomst in Letland ligt hij zelfs een kwartier voor op schema.

Nederlands elftal op herhaling in Hamburg

Achter de bal aan (56): Hamburg

Vrijdag 6 september 2019

Gevoelsmatig gaat er niets boven een overwinning van het Nederlands elftal op onze geliefde oosterburen. Duitsers mogen tegenwoordig weliswaar geen Moffen meer worden genoemd en opa heeft z´n fiets al lang terug, het blijft toch heerlijk om die Mannschaft een pak op z´n falie te geven. Helemaal in eigen huis. Een déjà vu, een Wiedersehen aan de Elbe. Meer dan 31 jaar na de legendarische overwinning in de halve finale van EURO88 maak ik opnieuw ter plekke mee hoe Hamburg weer van Oranje wordt.

Interland 203 wordt er eentje om nooit meer te vergeten. Mijn zestiende Nederland – (West-)Duitsland alweer. Voor de derde keer met Hamburg als strijdtoneel. Die 21e juni in het gedenkwaardige jaar 1988 geldt dan misschien als de meest gedenkwaardige voetbalwedstrijd die ik ooit heb meegemaakt. Het laatste bezoek aan Noord-Duitsland brengt iets minder goede herinneringen boven. In de aanloop naar het Europees Kampioenschap van 2012 krijgt Vize-Weltmeister Nederland in het Hamburger Volksparkstadion een gevoelige draai om de oren. En die 3-0 overwinning van de Duitsers kan ik niet eens geflatteerd noemen.

Bijna acht jaar later gaat het wederom door die verfoeide Elbetunnel. Erik Pasman is door de ProShots geselecteerd om foto’s te maken van de EK-kwalificatiekraker. Vandaar dat het reisverloop een niet alledaags verloop kent. Erik haalt mij ’s ochtends rond de klok van elven op in Apeldoorn. Onze gezamenlijke heenreis eindigt echter in de buurt van Bremen. Daar stapt Erik met zijn koffers en camera’s over in de auto van een collega-fotograaf. En ik rijd de resterende 110 kilometers met Eriks bolide verder naar Hamburg. Na afloop van de wedstrijd kruipt de kersverse Oranje-fotograaf daar weer achter zijn eigen stuur voor de thuisreis. Is voor de verandering weer eens wat anders. Waarom makkelijk doen als het ook omslachtig kan?

Oranjesupporters kunnen hun kaarten tussen 14.30 en 17.30 uur afhalen op de Trabrennbahn Bahrenfeld, het Duindigt van Hamburg. De reisleiders van Ons Oranje hadden de 2200 aanwezige Nederlandse fans liever elders ontvangen, maak ik op uit de mailing waarmee de KNVB haar achterban voorafgaand aan het kwalificatieduel informeert. ‘Hoewel het onze voorkeur had het Oranjefeest in de buurt van de Reeperbahn te organiseren, heeft de Duitse politie ons geadviseerd om niet samen te komen in dit gebied. Dit vanwege het grote aantal Duitse supporters’, zo lees ik. Tsja, bij voetbalwedstrijden in Duitsland bestaat natuurlijk altijd de kans dat je weleens Duitsers tegenkomt.

Nadat ik mijn wedstrijdticket heb opgehaald en Eriks auto in de buurt van de arena van Hamburger SV parkeer, begeef ik mij persoonlijk wel naar de Kiez, zoals de inheemse bevolking de meest zondige mijl van Duitsland noemt. Ik kom tenslotte niet elke dag in Hamburg. Het duurt dan nog meer dan vier uur voordat de wedstrijd begint. Je moet wat doen om de tijd zinvol te overbruggen. Op S-Bahnstation Stellingen neem ik de S3. Ruim een kwartier later wandel ik tussen de neon-reclames, de Laufhäuser en de Döner kebab-Imbissbuden. Wie denkt, dat ik tegen betaling vleselijke lusten ga bevredigen, moet ik helaas teleurstellen. Bij de KFC bezondig ik me aan een gezonde kipmaaltijd. Dat is het enige vlees waar ik me op de late vrijdagmiddag aan vergrijp.

Aansluitend wandel ik naar het nabijgelegen Millerntor, het stadion van cultclub FC St. Pauli. Die Kiezkicker spelen tegenwoordig in een onderkomen om u tegen te zeggen. Het stadion heeft weinig meer van de bouwval waar ik ergens in de jaren ´90 50 D-Mark moest neertellen voor een zitplaats op een versplinterde houten bank op de hoofdtribune. De links-alternatieve St. Pauli-aanhang verafschuwt zo’n beetje alle – in hun ogen – van onze consumptiemaatschappij. Op de steeds verdergaande vercommercialisering van het moderne voetbal kotsen ze. Van hoe deze sympathieke anti-kapitalisten hun eigen doodskoppen vermarkten kan nochtans elke startende ondernemer wat leren. Een uit de kluiten gewassen fanshop, stadiontours en een heus clubmuseum brengen de nodige euro’s in het laadje. Perfect voorbeeld van links lullen en rechts zakkenvullen…

Van al die Duitse voetbalfans waar de KNVB zo voor waarschuwt op de Reeperbahn, lijkt het merendeel thuisgebleven. Slechts her en der zitten groepen supporters in witte shirts van de Mannschaft op terrassen aan het bier. Voor een bar ontwaar ik een groep van enkele, zoals Duitsers het zo mooi noemen, gut gekleidete Leute. Hooligans. Onmiskenbaar. Tot mijn niet geringe verbazing zijn het Nederlanders. Ik vraag maar niet waar ze vandaan komen. De heren lijken me niet in voor een gezellig gesprek. De Duitse ‘collega’s’, waar ze op wachten, zijn (nog) in geen velden of wegen te bekennen. Politie is er des te meer. Tientallen politiebussen staan op strategische plekken geparkeerd. Het bijbehorende personeel hangt verveeld rond bij gebrek aan actie. Mooie baan, hebben die agenten trouwens. In de baas z’n tijd naar de hoeren!

Tegen zevenen neem ik de S-Bahn terug naar het Volksparkstadion. Nu is wel merkbaar dat Hamburg op deze vrijdagavond een voetbalduel van enige importantie huisvest. De wagons puilen uit. De temperaturen stijgen… Aan boord bevinden zich slechts weinig Nederlanders. Na hun 3-2 zege in Amsterdam lijkt het zelfvertrouwen bij veel Schlachtenbummler weer helemaal terug. Na de vroege WK-uitschakeling van de Weltmeister van 2014 in Rusland zetten de Jungs alweer een ouderwets grosse Klappe op. Erg origineel zijn de gezangen niet. Ik heb het allemaal vaker gehoord: ‘Ohne Holland fahren wir zur EM’.

Hoe snel stemming om kan slaan en hoogmoed verandert in tristesse, bewijst de wedstrijd. Zo’n drie uur later hebben onze Oranjehelden de Heimat in diepe rouw gedompeld. Meteen nadat debutant Donyell Malen zich bijkans onsterfelijk maakt met de 2-3 voor het in de slotfase ontketende Nederlands elftal, houden een heleboel van de meer dan 50.000 Duitsers in het Volksparkstadion het voor gezien. Na Wijnaldums 2-4 druipen er nog veel meer af. Ook 74 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft het een fantastisch gezicht, van die grootmuilen die de aftocht blazen. Wel jammer dat de huidige generatie Oranjefans de jaren ‘80 en ‘90 niet bewust heeft meegemaakt. De soms ‘grensoverschrijdende’ rivaliteit tussen beide supporterskampen is bij lange na niet meer zo scherp en verbitterd als toen. Ik kan me onderlinge confrontaties herinneren waarbij de tegenpartij in iets minder vriendelijke bewoordingen uitgeleide wordt gedaan. Het ‘O, wat zijn die Duitsers stil’ klinkt een stuk braver dan de verbale hatelijkheden van destijds. Andere tijden, hè.

De vreugde onder de meegereisde Oranjefans is er in elk geval niet minder om. Op de Südtribune barst het feest na het laatste fluitsignaal in volle hevigheid los. Zo’n spontane vreugdeuitbarsting heb ik lang niet meegemaakt bij een Oranje-interland. De blijdschap van de springende, hossende en dansende meute is oprecht. Komt toch stukken gezelliger over dan die geregisseerde uitbundigheid bij ons aller Oranje Leeuwinnen. Rond half twaalf duikt ook Erik weer op en kan het Zurück in die Heimat. Met die drie punten op zak vliegen die 380 kilometer voorbij. Om kwart over drie word ik thuis afgeleverd.

Een onverwacht weerzien met Trival Valderas

Achter de bal aan (55/3): San José de Valderas/Leganés

zondag 25 augustus 2019

Mijn voornemen om drie wedstrijden op één dag te bekijken moet ik helaas laten varen. De lange reistijden met het openbaar vervoer, de zondagse dienstregeling en het vele overstappen gooien roet in het eten. Op deze wederom bloedhete dag beperk ik me derhalve tot twee Madrileense derby’s, één in de Derde divisie en één op het hoogste niveau.

Madrid heeft een doorgewinterde voetballiefhebber veel meer te bieden dan alleen Real en Atletico. De tweede, derde en vierde speelklasse tellen eveneens talrijke clubs uit de Spaanse hoofdstad zelf en omliggende plaatsen. Op de dag van de competitiestart in de Segunda B en de Tercera Divisíon kan ik een keuze maken uit een uit een omvangrijk aanbod van wedstrijden. Om aanvangstijden op elkaar af te stemmen en de reis te plannen kost enig gepuzzel.

Ik had het zo mooi uitgekiend. Een dagvullend programma: om 10.00 uur naar San Sebastián de Los Reyes Futbol voor Alcobendas Sport – AD Alcorcon B; om 13.15 uur gevolgd door AD Union Adarve – CF Pozuelo de Alarcon in Urbis; met als klinkende afsluiting om 19.00 uur het bezoek van Atletico Madrid aan Leganés. Qua tijden sluit het een mooi op het ander aan. Alleen houd ik vooraf geen rekening met de zondagse dienstregelingen van de metro en daarmee samenhangend de langere wachttijden bij het overstappen. Bovendien helpt mijn keuze om te overnachten in de buurt van het vliegveld in plaats van het centrum ook niet echt mee. Betekent al gauw weer een half uur extra reistijd.

Bij nader inzien had ik de wekker drie kwartier eerder moeten zetten. Bij vertrek vanaf station Canillejas en de aansluitende overstap op Diego de Leon schieten er al ruim twintig minuten bij in. Pas om 9.50 uur arriveer ik op Nuevos Ministerios. Met nog twaalf haltes en een wandeling van een kwartier in het verschiet, staat al vast dat ik de aftrap in de Campo Luis Aragones niet meer haal. De hele eerste helft waarschijnlijk niet… Ik besluit daarom maar mijn reisschema om te gooien. In plaats van San Sebastián de Los Reyes in het noorden ga ik naar Alcorcon, ten zuidwesten van el capital. Om 11.30 uur begint CF Trival Valderas op het eigen Campo Municipal La Canaleja aan het seizoen in Groep 7 van Tercera Divisíon. In San José de Valderas is CD San Fernando uit San Fernando de Henares de tegenstander. Een onvervalste Madrileense derby.

Heel toevallig heb ik Trival Valderas al eens eerder zien spelen. Nota bene in Baskenland. In een uitwedstrijd bij Barakaldo. Zo zie je maar weer hoe klein de wereld is. Ik kan me het bewuste duel nog heel helder voor de geest halen. Zelfs de Baskische supporters vonden dat de arbitro het veel te bont maakte in het benadelen van de bezoekende club. Zoiets maak je niet vaak mee. De brave man moest na afloop onder begeleiding van de ME de kleedkamer opzoeken. Anders hadden ze hem opgeknoopt, vrees ik.

De koekenbakker die ditmaal door de Spaanse scheidsrechterscommissie is aangesteld, voorspel ik een veelbelovende loopbaan. En mocht het hem onverhoopt niet lukken als fluitist, dan kan hij altijd nog VAR worden. Om te slagen als video-arbiter hoef je niet zoveel te kunnen. Een beperkt zichtvermogen hoeft geen hinderpaal te vormen voor een glanzende carrière. De brave borst voldoet aan alle voorwaarden. Hij ziet meer wél dan niét. Vooral de lange spits van de thuisploeg vecht verhitte duels uit met het centrale duo van de tegenpartij. Dat vechten mogen we vrij letterlijk nemen. Een elleboogstootje meer of minder vindt de scheids echter niet de moeite om handelend op te treden. Echt, Nederlandse scheidsrechters zijn helemaal niet zo slecht, zoals zo vaak wordt gesuggereerd.

Het langs de autobaan gelegen La Canaleja is voor de bijzondere gelegenheid niet helemaal volgelopen. Op de enige tribune van het complex hebben zich slechts enkele tientallen fans verzameld. De harde kern, een mannetje of zeven sterk, laat zich er door de geringe opkomst niet van weerhouden om de lokale helden aan te vuren. Met vlaggen, trommels en een megafoon gaan ze 90 minuten als bezetenen tekeer. Hulde voor zoveel passie! Aan de overzijde, waar naast het kleedgebouw een kleine kantine is gevestigd, hebben zich op het terras de overige toeschouwers verzameld. Achter beide doelen bevindt zich geen bebouwing. Na een 0-1 achterstand beginnen de helden van CF Trival Valderas met een 2-1 overwinning aan het nieuwe seizoen. Dat belooft veel voor de rest van het voetbaljaar.

Er resten me aansluitend nog vijfeneenhalf uur tot aan het begin van de topper van de dag in Leganés. Precies genoeg om eventjes op en neer te gaan naar Palomas, waar mijn hotel ligt. Alhoewel, eventjes… De afstand bedraagt niet meer dan 25 kilometer. Toch kost het me meer dan een uur om per trein en metro aan de andere kant van Madrid te geraken. Een uitgebreide siësta behoort zodoende niet tot de mogelijkheden. Om een uur of vijf loop ik alweer op Atocha, een van de grote Madrileense treinstations. Daar neem ik de Cercania naar het niet ver van het Estadio Butarque gelegen Zarzaquemada. Een treinreis van hooguit een kwartiertje.

Leganés ligt 12 kilometer ten zuidoosten van de Plaza Mayor en 17 kilometer van het Estadio Santiago Bernabéu. Zo’n typische Madrileense suburb. Een slaapstad. Met veelal monotone flatgebouwen en enorme centros comerciales, winkelcentra. Het nietige CD Leganés mag voor het vierde opeenvolgende seizoen met de grote jongens van La Liga meedoen. Een klein, lelijk eendje in de grote bijt. Zestien jaar geleden zag ik mijn tot dusverre enige wedstrijd in het kleine maar fijne Estadio Municipal de Butarque, een ontmoeting tussen CD Leganés B en Real Madrid C. De hoofdmacht van de Pepineros nam het in die dagen nog ‘gewoon’ op tegen de Trival Valderassen van deze wereld. Van krachtmetingen met grootmachten als Real, Barca of – zoals nu – Atleti kon men destijds slechts dromen.

Toen ik mijn vliegticket naar Spanje boekte stond deze derby, zoals ik het toch wel mag noemen, vastgesteld op maandagavond. Na protesten vanuit club- en supporterskringen zag La Liga zich gedwongen de impopulaire maandagavondwedstrijden van de kalender te schrappen. Voor de verandering kregen de machtige tv-kanalen eens niet hun zin. De Spaanse voetbalfan gaat niet op maandagavond naar het stadion. Basta! Vandaar dus dat ik al een dag eerder dan gepland in Butarque op de tribune plaatsneem.

Het stadionnetje zit zo goed als vol. Geen wonder. Er passen niet meer dan 12.000 toeschouwers in. De Fondo Sur beschikt wel een apart vak voor supporters van de bezoekende club. Bijna alle andere vakken herbergen eveneens aanzienlijke contingenten Atletico-aanhangers. Het zit kriskras door elkaar heen. Spanjaarden zijn dan wel opgewonden standjes, ze slaan elkaar op de tribunes – meestal… – niet de hersens in. Ook binnen de lijnen gebeurt bar weinig. Atletico zegeviert op z’n Atletico’s. Met het kleinst denkbare verschil. Aan de amusementswaarde hecht trainer Simeone ook in het nieuwe seizoen weinig waarde. Ook na het vertrek van de geweldenaar Godin blijkt Cholo’s defensie prima in staat om achterin de nul te houden.

De Portugese steraankoop Joao Felix speelt de sterren (nog) niet van de hemel. Het Portugese jochie van 126 miljoen wordt bij vlagen stevig aangepakt. Al geeft het bij Benfica losgeweekte wonderkind wel de assist waaruit Vitolo voor het enige sportieve hoogtepunt van de avond zorgt.

Real-realiteit spot met werkelijkheid

Achter de bal aan (55/2): Madrid

24 augustus 2019

Real Madrid tegen Deportivo Alaves is in het jaar 2000 de eerste voetbalwedstrijd geweest die ik live in Spanje heb bijgewoond. Meer dan negentien jaar en 100 partidos later blijkt een ´koninklijk´ bezoek in Madrid nog altijd een belevenis van jewelste. Ook al is het geen Adelaarshorst, het Bernabeustadion blijft indrukwekkend. En evenals bij die primeur destijds weet Real Madrid opnieuw niet te winnen…

Eerst nog eventjes vanuit Albacete in de hoofdstad zien te komen. Een fluitje van een cent met ALSA. De busreis van zo´n 250 kilometer neemt iets meer dan tweeënhalf uur in beslag. Dankzij een vroegboekkorting kan ik me voor 14,40 euro naar het Estación Sur de Autobuses laten rijden. Scheelt bijna een tientje met het gebruikelijke tarief. En zo kun je door het betere speurwerk en tijdig boeken vaak tientallen euro’s besparen wanneer je op reis gaat.

Om nog maar te zwijgen hoeveel voordeliger ik meestal uit ben dan deelnemers aan van die georganiseerde voetbalreizen. Als ik weleens lees hoeveel die gespecialiseerde voetbalreisbureaus hun klanten in rekening durven brengen voor een een- of meerdaags voetbaltripje naar een wedstrijd in een buitenlandse topcompetitie, dan laten die sufferds zich wel heel makkelijk een oor aannaaien. Maar ja, wie zelf te lui is om de moeite te nemen om een zo voordelig mogelijk reisschema in elkaar te draaien, moet er niet van opkijken dat hij (of zij) zich vaak onnodig op kosten laat jagen.

Aan de zengende hitte verandert het weinig. Madrid voelt zelfs nog een stukje heter en benauwder aan dan Albacete. Wij Nederlanders klagen steen en been over hoe we met z’n allen hebben moeten afzien tijdens de recente hittegolven thuis. In Spanje zijn ze niet anders gewend. Vergeleken met zoals de zon er al sinds jaar en dag in Spanje op los brandt, vallen de temperaren in ons eigen polderparadijs in het niet. De twee stukken Kitkat in mijn rugzak hebben bij aankomst wel iets weg van Chocomel. Door de warmte is de chocolade gesmolten. Als ik het nog iets langer had laten koken in mijn bagage, had het maar zo kunnen veranderen in hete chocolademelk. Je moet hier nergens gek van opkijken.

Bij de bij het Zuidstation gelegen metrohalte Mendez Alvaro schaf ik een zogenaamd Abono Turístico de Transporte aan, in de volksmond beter bekend als Tarjeta Turística. Voor € 18,40 kan ik de komende drie dagen onbeperkt gebruik maken van het openbaar vervoer binnen Zone A, zeg maar het stedelijk gebied van Madrid. De benodigde chipcard had ik al van een eerder bezoek. Wie wat bewaart, die heeft wat. Ik hoef deze Tarjeta Multi alleen maar op te laden. En los geht’s, zoals ze in goed Spaans zeggen. Vamos!

Wie weleens in Madrid is geweest, verbaast zich niet zo gauw meer over de vele bedelaars ter plaatse. In de metro proberen zigeuners vaak met trekharmonica en al de reizigers wat kleingeld afhandig te maken. Een knaap die met een complete koelbox door de wagons slentert, gooit het over een andere boeg. Hij heeft water en Coca-Cola te koop. De heren worden steeds inventiever. Een collega heeft een reisgids in de aanbieding. Hij heeft geen geld om melk te kopen voor zijn kleine kindertjes, zo luidt zijn zielige betoog. Vandaar dat hij dat hij het exemplaar te gelde wil maken. Nou ben ik niet zo thuis in de detailhandel, maar naar mijn gevoel gaan de Adidas-sportschoenen die de stakker draagt in een beetje sportzaak toch al zo’n gauw voor zo’n 200 euro over de toonbank. En dan overdrijf ik niet.

Het feest in het Estadio Bernabeu begint ditmaal om 19.00 uur. Zo’n twee uur voor aanvang meld ik me al ter plaatse. Ik vind het altijd wel leuk om een beetje rond te neuzen bij zo’n stadion. Ik ben in elk geval niet de enige. Rondom Bernabeu krioelt het van de mensen. Zoals altijd het geval is. De eerste thuiswedstrijd van het nieuwe seizoen en de zege op de openingsspeeldag in Vigo maakt tienduizenden supporters en meelopers extra nieuwsgierig. Iets meer dan 63.000 voetballiefhebbers – waaronder drie vakken vol uit Valladolid – zullen de tribunes deze zwoele nazomeravond bevolken.

Thuiswedstrijden van clubs als Real Madrid (en FC Barcelona) krijgen steeds meer weg van een grote kermis. De arena van Real moet haast wel tot de grootste toeristische attracties van Madrid behoren. Mickey Mouse-figuren in Real-tenue belagen de argeloze stadionbezoekers voor selfies. Je zult toch maar bij temperaturen van boven de 30 graden in zo’n pak kruipen… Met automatische geweren bewapende politieagenten zijn sinds Europa als voornaam doelwit geldt voor terroristische aanslagen ook niet meer weg te denken. Het heeft vaak iets onwezenlijks, maar het is de alledaagse Real-realiteit.

Een toegangsbewijs voor Real Madrid – Real Valladolid heb ik al vooraf besteld op internet. De 30 euro die me dat kost, is naar hedendaagse maatstaven gemeten niet duur. Voordat ik een vliegticket naar Spanje boekte, twijfelde ik tussen Barcelona en Madrid. Bij Real ben ik echter beduidend goedkoper uit dan bij de landskampioen. De prijs van de goedkoopste kaarten voor de dit weekend te spelen wedstrijd Barça – Betis bedroeg liefst 79 euro! Schandalige prijzen. Het wordt steeds gekker. Hoe jaag de ‘gewone’ toeschouwer de stadions uit. Voor dat laagste Barcelona-tarief zie ik dit weekend zowel Real als Atletico Madrid live! En dan houd ik zelfs nog tien euro over om wat lekkers voor te kopen.

Online-bestellers krijgen alleen toegang wanneer ze hun ticket op de telefoon opslaan. Uitprinten kan en mag niet. Zo gaat dat tegenwoordig. Mijn PassWallet raakt steeds voller. Op zich valt er weinig aan te merken op dit systeem. Er kleven tevens nadelen aan. Hoever gaat het? Nou bezit bijna iedereen vandaag de dag een mobiele telefoon. Maar de (uit)zonderling die er toevallig geen heeft, kan dus niet online kaarten bestellen voor een thuiswedstrijd van Real Madrid. Of stel dat je telefoon het begeeft of gejat wordt. Dan sluit jezelf dus uit, dan kom je het stadion niet in. Jammer dan. En vroeg of laat ga je ongetwijfeld krijgen dat een order enkel en alleen geplaatst kan worden op een telefoon van een bedrijf dat Real sponsort. Die kant gaan we op, daar kunnen we vergif op innemen.

Bij de wedstrijd die ik in Bernabeu te zien krijg kom ik volop op mijn kosten. Op papier mag het ene Real geen problemen kennen met het andere Real. In dit specifieke geval komt de Real-realiteit evenwel niet overeen met de werkelijkheid. Jammer genoeg doet de geblesseerde Eden Hazard niet mee. Aan kwaliteit desondanks geen gebrek. ‘Afdankers’ Bale en James staan gewoon aan de aftrap. Evenals Isco. Zoals mag worden verwacht drukken de ploeg van Zidane de tegenstander vanaf de eerste minuut achteruit. De levende Valladolid-muur geeft nochtans geen krimp.

Het thuispubliek reageert opvallend mild op dat er halverwege nog niet is gescoord. Naarmate de tweede helft verstrijkt begint de tijd langzamerhand toch te dringen. De benodigde bres wordt maar niet geslagen. Na elke vergeefse aanvalspoging lijkt de onmacht aan Real-zijde toe te nemen. Tsja, die Portugees is er sinds vorig seizoen niet meer bij. Valladolid-doelman Masip trekt zich niets aan van de striemende fluitconcerten waarmee de Real-aanhang blijk geeft van haar afkeuring over zijn tijdrek-acties. Heerlijk, zoals die keeper dat verwende publiek keer op keer tergt. Het gelijkspel dat in de lucht hangt, zou een morele overwinning betekenen voor de nummer 17 van de Primera Division van het afgelopen seizoen.

Als Benzema in de 82e minuut uiteindelijk toch scoort, lijkt het met een sisser af te lopen voor de ‘Koninklijke’. De opluchting is voelbaar. Lang duurt de Madrileense vreugde echter niet. Valladolid maakt brutaal een late gelijkmaker. Misschien heeft President Florentino Perez nog wel ergens een zak geld liggen om een Braziliaanse querulant te kopen die op dezelfde positie als steraankoop Eden Hazard uit de voeten kan. Dan kunnen ze elkaar mooi voor de voeten lopen.

Vanavond keren de trouwe supporters met een katterig gevoel huiswaarts. Voor de door en door verwende aficionados is alleen het beste goed genoeg. De onverwachte remise tegen het bescheiden Real Valladolid komt aan als een nederlaag. Het chagrijn druipt er bij velen vanaf wanneer de massa na afloop de metro instroomt. Alsof het al niet warm genoeg is…

Toetreding tot de Spaanse ‘Club van 100’

Achter de bal aan (55/1): Albacete

23 augustus 2019

Als liefhebber van onzinnige statistiekjes kan ik er weer een mijlpaal aan toevoegen. Ook in Spanje treed ik toe tot de imaginaire ´Club van 100´. Na Nederland, Duitsland en Engeland betekent het bijwonen van het onderonsje in de Segunda Division tussen Albacete Ballompie en het naar de Spaanse Keuken Kampioen Divisie gedegradeerde Girona FC dat ik nu ook in España de grens van 100 bezochte voetbalwedstrijden heb overschreden.

Ik moet wel vroeg uit de veren voor mijn jubileumduel. Omdat Transavia mij al om 7 uur vanuit Eindhoven naar Alicante transporteert, zit ik al rond kwart over vier in de ochtend in de auto op weg naar het vliegveld. Buiten is het nog pikdonker, de zon is nog in een diepe nachtrust verzonken. Hier en daar verhinderen enkele verdwaalde mistflarden het zicht. Op het vliegveld is de slagboom op parkeerplaats P5 al wel volledig bij z´n positieven. Parkeerders moeten sinds enkele maanden vantevoren reserveren om de auto in Eindhoven op de bewuste plek te mogen stallen. Wie dat niet weet, merkt het in zijn portemonnee. Die mag zijn voertuig op een andere, duurdere plek neerzetten. Schiphol is al lang niet meer de enige Nederlandse luchthaven die er onbeschaamd een slaatje uit slaat om parkerende automobilisten het vel over de neus te trekken.

De vlucht naar Spanje verloopt vlug. Al om half tien sta ik aan de grond op de Aeropuerto van Alicante. Ik neem de bus vanaf het vliegveld naar het busstation in het centrum. Bij nader inzien had ik misschien om kwart over tien al verder gekund naar Albacete, mijn eindbestemming. Vanwege mogelijke vertragingen kun je er echter niet op voorhand op gokken om voor dat tijdstip al op voorhand online een buskaartje te bestellen. Nu moet ik bijna drie uur wachten! De eerstvolgende ALSA-lijndienst vertrekt pas om 13.15 uur.

Ik maak van de nood een deugd. Ik ken de weg, ben eerder in Alicante geweest. Omdat mijn ontbijt er bij het vroege vertrek was ingeschoten, haal ik die schade eerst in. Ik kan er ruimschoots de tijd voor nemen. Op het treinstation sla ik ook de competitiegidsen van Marca en Mundo Deportivo in. Zo vul ik mijn verzameling weer aan. Ruim anderhalve week na de start van La Liga is het altijd maar afwachten of de krantenkiosken de felbegeerde verzamelexemplaren nog voorradig hebben.

De bus naar mijn 170 kilometer verderop gelegen bestemming in Castilië-La Mancha vertrekt keurig op tijd. Geweldig, dat interregionale busvervoer in Spanje. Geen gestress. Comfortabel zitten. Airco. Onderweg films naar keuze kijken op de aan de stoelen gemonteerde beeldschermen. En de prijzen vallen meestal reuze mee. Voor 16 euro brengt ALSA me naar Albacete. Wel goed dat ik al van tevoren online heb geboekt. De bus zit namelijk vol. Bij aankomst, omstreeks half vier, krijg ik bij het verlaten van het plaatselijke estacion de autobuses als welkomstgeschenk een spontane ‘warmteklap’. Bienvenidos en Albacete! De temperatuur ligt ruim boven de 30 graden. Lekker voetbalweer…

De planologen van de Spaanse Profliga hebben de aftrap in het Estadio Municipal Carlos Belmonte vastgesteld op 22.00 uur. Er resten me zodoende een aantal uren om te acclimatiseren. Tien uur ‘s avonds. Mooie tijd… In Spanje of Portugal niet uitzonderlijk. Dat FOX Sports er nog niet aan heeft gedacht om op zo’n onzalig tijdstip haar Nederlandse kijkers thuis te verblijden met de zoveelste rechtstreekse uitzending. Een buitenkansje. Een gat in de markt. Met de belangen en wensen van de supporters van clubs houden zendgemachtigden immers toch geen rekening. Of de stadions nu vol zitten of niet, zal de FOX’en van deze wereld worst wezen. Zolang de adverteerders maar blijven toehappen. Een toeschouwer is anno 2019 niet meer dan een decorstuk.

Als ik na het inchecken in mijn hotel een ommetje maak en alvast een kijkje ga nemen bij het stadion, ogen de straten van Albacete verlaten. Rond de klok van vijven lijkt de stad vrijwel uitgestorven. Ik kom bijna niemand niemand tegen op straat. Siësta? Vakanties? De opwarming van de aarde? No tengo la menor idea. Ik zou niet durven zeggen waar de oorzaak van deze opmerkelijke stilte ligt. Voor Hotel Los Llanos aan de  Avenida de España ontwaar ik wel de rode spelersbus van Girona FC, het afgelopen voetbaljaar gedegradeerd uit de hoogste Spaanse speelklasse. Ik kan er dus gevoeglijk van uitgaan dat er wel gevoetbald wordt.

Wanneer ik omstreeks kwart voor negen richting stadion wandel, lijken de habitantes van Albacete uit hun middagdutje ontwaakt. Een levendig contrast met enkele uren eerder. Terrassen zitten vol. Op talloze straathoeken doen de Albacetenaren (of zijn het Albacetenezen?) zich te goed aan een hapje of een drankje. Complete gezinnen zijn aan de wandel. Oudjes zitten gemoedelijk te keuvelen op houten bankjes. Kortom, een gezellige bedoening.

De drukte bij het stadion blijft binnen de perken. De clubsite meldt wel vol trots dat Albacete Balompié voorafgaand aan het eerste optreden in eigen thuis 9000 seizoenkaarten aan de man heeft gebracht, bij de aftrap zit de ouwe bak verre van vol. Ik had mijn kaartje voor de Tribuna Marcador online besteld, maar dat had bij nader inzien niet gehoeven. De thuissupporters begroeten hun collega’s uit Girona, die met een 40-tal ergens in een hoekje zitten weggemoffeld, met applaus. Een sportief gebaar. De speaker bedankt de meegereisde Catalaanse fans voor hun komst en wenst ze alvast een voorspoedige terugreis. Dat ik voor de 100e keer op de tribune zit bij een Spaanse voetbalwedstrijd, blijft onvermeld. Een minpuntje.

Een zekere Andrés Iniesta, afkomstig uit het nog geen 2000 inwoners tellende op zo’n 45 kilometer ten noordoosten van de provinciehoofdstad gelegen dorpje Fuentealbilla, zette in de jeugd van El Alba ooit zijn eerste schreden in clubverband. Een opvolger van El Blanquito zie ik niet rondlopen. Een Iniesta wil altijd de bal hebben. De actuele vedetten van de thuisclub lopen in de eerste helft vrijwel alleen maar achter hun tegenstanders aan. De degradant uit de Primera Division is 45 minuten lang oppermachtig. Al leidt het Catalaanse overwicht tot weinig doelgevaar, dat moet ik er wel bijzeggen.

Kort voor rust scoren de bezoekers. Ook in de Spaanse Keuken Kampioen Divisie heeft men kennis gemaakt met het fenomeen VAR… Het feestje gaat dus niet door. Ook een tweede Girona-goal, kort na rust, kan niet op de goedkeuring van el arbitro en de video-ref rekenen. Buitenspel. Dat tweede VAR-momentje, dat spelers en toeschouwers zeker drie minuten in het ongewisse laat, zet een kentering in het tot op moment zeer eenzijdige treffen in. Zoals het wel vaker gebeurt in het voetbal, krijgt de ploeg die zijn eigen kansen niet in doelpunten omzet het deksel op de neus. Vanavond evenzeer. Zo´n tien minuten voor tijd helpt een afzwaaier het niet bepaald onfortuinlijke Albacete zowaar aan de niet bepaald verdiende overwinning. Ook op vrijdagavonden leveren zondagsschoten weleens drie punten op.

De klok op mijn mobiel geeft aan dat we nog slechts vier minuten van de zaterdag verwijderd zijn op het moment waarop de scheidsrechter voor het laatst fluit. De buitentemperatuur bedraagt dan volgens een thermometer ergens op straat nog 24 graden. Als ik 25 minuten later de deur van mijn hotelkamer achter me dicht doe, ben ik meer dan twintig uur onafgebroken op de been geweest. Het was een lange dag, mag ik wel zeggen.

Uitvak biedt uitkomst in ´uitverkocht´ stadion

Achter de bal aan (54/5): Praag

28 juli 2019

De dag voor vertrek staat er een heuse ´dubbel´ op het programma. Na terugkomst vanuit Plzen sluit ik mijn vijfdaagse voetbaltrip door Tsjechië af met twee wedstrijden in de hoofdstad. Ik krijg waar voor mijn geld. Aan spektakel geen gebrek. Met rode kaarten, een ´uitverkocht´ stadion dat niet uitverkocht is én vuurwerk!

Om op tijd te zijn voor de ouverture van deze zondag moeten we al vroeg op pad. Om klokslag acht uur in de ochtend zitten we al in de Intercity van Plzen hl n naar Praag hl n. De aftrap van duel één van de dag is namelijk al om… 10.15 uur! Hoe verzinnen ze het. Publieksonvriendelijker kan het nauwelijks. We moeten zodoende al voor het ontbijt uitchecken uit ons hotel. Bij vertrek staat er echter keurig een lunchpakketje voor ons klaar. Klasse hotel, dat Hotel Continental. Ook bij de Tsjechische Spoorwegen zijn ze zowaar op dreef. Bij de zesde treinreis van dit vijfdaagse uitstapje maken we dan eindelijk de primeur mee van een trein die zonder vertraging op de plek van bestemming arriveert. Hulde voor Ceske drahy!

We dumpen onze bagage bij aankomst in een bagagekluis in de stationshal en begeven we ons per tram naar de nabijgelegen eFotbal Arena. Het onderonsje tussen Viktoria Zizkov en FK Banik Sokolov wordt er eentje om niet gauw te vergeten. Het betreft een wedstrijd in de tweede speelronde van de Fortuna Nárdoni Liga, de Tsjechische Keuken Kampioen Divisie. Alleen het stadionnetje is al een attractie op zich. Het is achteloos weggepropt tussen de woonblokken. Voor 100 Kc vinden we een plekje op de oude hoofdtribune, zo’n 3 euro volgens de geldende wisselkoersen.

Ondanks het belachelijk vroege aanvangstijdstip zijn de spelers van beide clubs goed uitgeslapen. Het gaat er vanaf het eerste fluitsignaal stevig aan toe. Gadegeslagen door naar ik schat zo’n twee- of driehonderd diehards laten de acteurs er geen gras over groeien. Hotseknotsbegonia voetbal van het vermakelijkere soort. Een bal onder controle brengen kost de meesten nogal moeite, de heren knallen er wel vol in. Ze gaan behoorlijk fysiek te werk. Niemand die de voet terug trekt. Mannelijk voetbal. De jochies uit onze eigen KKD kunnen er een voorbeeld aan nemen.

De scheidsrechter doet qua niveau niets onder voor zijn Nederlandse collega’s. Het pedante heerschap dat een en ander in goede banen moet leiden, strooit kwistig met kaarten. Na rust houdt de beste man liefst drie spelers een rode kaart voor, twee van de thuisclub, een uit Sokolov. Je zou dus verwachten dat de bezoekers hun overtalsituatie uitbuiten. Het tegendeel gebeurt. In de blessuretijd buigen de negen Vikorianen uit Zizkov zowaar de 1-1 tussenstand om in een 2-1 zege.

Trainer Hasek, die voortdurend heeft lopen ijsberen voor zijn dug-out, gaat compleet uit zijn dak. Na het laatste fluitsignaal bedanken de trainer en spelers hoogstpersoonlijk al hun supporters. Langs het hele veld worden alle uitgestoken handen stuk voor stuk afgeklapt. Niemand wordt overgeslagen. In processie gaat het richting kleedkamer. Mooi om te zien, zoveel verbondenheid tussen de voetballers en hun fans.

Een vijftal uur later is er bij het Sinobo Stadium aanvankelijk minder grond om opgewekt te reageren. Het geplande bezoek aan de kraker tussen regerend landskampioen Slavia Praha en Sigma Olomouc dreigt pardoes in het water te vallen, terwijl het niet eens regent. Wanneer we bij de kassa een toegangsbewijs willen kopen, geven de kassadames ons te verstaan dat het is uitverkocht. Omdat Slavia na wangedrag van de eigen Ultra’s voor straf een deel van het stadion gesloten moet houden, zijn er minder kaarten in omloop dan gebruikelijk. Alle beschikbare kaarten zijn twee uur voor de aftrap niet meer beschikbaar. Ongelooflijk, maar waar.

Het maakt geen indruk dat ik er een paar ouderwetse oer-Hollandse krachttermen tegenaan gooi. Het interesseert de dames aan de kassa geen ene flikker dat we helemaal uit Nederland komen. Qua klantvriendelijkheid valt er bij Slavia Praag nog wel een inhaalslag te maken. Wat regelen voor de buitenlandse gasten komt niet in de dames op. Ze zijn niet te vermurwen. Sold out is sold out!

Het ziet er naar uit dat de zwarte markt uitkomst moet bieden. We zijn uiteraard niet voor Jan met de korte achternaam gekomen. Ik ben er eigenlijk helemaal niet zo bang voor om de wedstrijd te moeten missen. Ik ga er vanuit dat het in de tijd die rest tot aan de aftrap toch zeker mogelijk moet zijn om ergens nog een ticket op de kop te tikken. We hoeven niet eens lang te zoeken. Sterker nog, we hoeven zelfs niet eens een hogere prijs neer te tellen dan het gangbare tarief. Na eerst in het grote winkelcentrum tegenover het stadion de honger te hebben gestild bij de KFC, slaan we nota bene bij het uitvak onze slag. Voor supporters van de tegenpartij zijn er gewoon kaarten te koop. Ook wij mogen er zonder problemen gaan zitten.

Dat we niet uit Olomouc komen, maakt helemaal niets uit. Voor 210 Kc, iets meer dan 6 euro, kunnen we plaatsnemen tussen de Sigma-supporters in Sector 120. Zo krijgen we het toch maar mooi voor elkaar. Een aanzienlijk verschil bovendien met de 700 Kronen die een zwarthandelaar even voordien verlangt. Een VIP-kaart, doet hij ons geloven. Normale prijs 400 Kc. Het zal allemaal wel. Het uitvak telt meer dan genoeg lege zitjes. We kunnen er dus nog wel bij. Niemand die er aanstoot aan neemt. Schuin tegenover het uitvak blijft de Tribuna Sever inderdaad leeg. De overige Slavia-vakken zitten goed vol. Toch zie ik ook daar voldoende lege plekken. Helemaal uitverkocht is het uitverkochte Sinobo Stadium derhalve alles behalve.

De wedstrijd valt me eerlijk gezegd een beetje tegen. Met Nederlander Mick van Buren in de startopstelling, moet het favoriete Slavia tot aan het eindsignaal ploeteren om een vroege voorsprong vast te houden. Het vuurwerk blijft bewaard voor het laatst. Dat komt nochtans niet van het veld, maar van de naast ons uitvak gelegen Tribuna Sever . Tachtig minuten lang onderscheidt de daar naartoe verhuisde harde kern van Slavia zich in positieve zin. De imposante muur van geluid en gezang valt werkelijk geen enkel moment stil. Op het moment dat de fans een grote roodwitte vlag boven hun hoofden uitspreiden, gaat het mis.

Onder het doek worden – buiten het zicht van de ordediensten – meerdere bengaalse fakkels aangestoken. De sanctie van de Tsjechische voetbalbond die leidde tot de lege tribunevakken aan de overkant kwam eveneens vanwege het afbranden van pyrotechnisch materiaal. Op hun geheel eigen manier maken de Slavia-Ultra’s duidelijk wat zij denken van de opgelegde straf. Met hun acte tonen zij aan maling te hebben aan de rechters van de Tsjechische voetbal. En kan Slavia eerdaags ongetwijfeld opnieuw boeten.

Ondanks de scheidingsnetten belandt een aantal van de brandende bengalo’s in ons uitvak. In een vloek en zucht staat alles en iedereen in lichterlaaie… Zo krijgen we dankzij deze spectaculaire ‘vuurwerkshow’ op de valreep alsnog waar voor onze 210 Kronen. 

Het hele land door voor 90 minuten voetbal

Achter de bal aan (54/4): Plzeň

27 juli 2019

De traditionele grootmachten uit Praag domineren niet langer het Tsjechische voetbal. Sinds een aantal jaren moeten de Sparta’s en Slavia’s vaak genoegen nemen met een rol op het tweede plan. Het bescheiden Viktoria Plzeň heeft in het laatste decennium succesvol een aanval op macht ingezet. Sinds 2010 hebben de voetballers uit de bierstad in West-Bohemen al vijf keer het glas mogen heffen op het binnenhalen van de landstitel.

Om de landskampioen van 2011, 2013, 2015, 2016 en 2018 te zien spelen, heeft nogal wat voeten in de aarde. We moeten er het hele land voor door. Een treinreis van meer dan 400 kilometer vanuit Ostrava. Met overstap in Praag. Even na tienen in de ochtend klinkt het startschot. Met een vertraging van slechts tien minuten bereikt de Euro City omstreeks tien voor twee hoofdstad. Minder dan een half uurtje later gaat de reis al verder westwaarts. Het oponthoud bij aankomst in Plzeň (Duits: Pilsen) bedraagt eveneens minder dan een kwartier. Ik ben benieuwd of ik tijdens deze korte Tour de Czechia nog in een trein plaatsneem die wél op het aangegeven tijdstip het station van bestemming bereikt.

In tegenstelling tot de voorgaande dagen brandt de zon er vandaag niet als een waanzinnige op los. Voor het eerst sinds woensdag staan er wolken aan de hemel. Donkere wolken. Eigenlijk al vanaf het vertrek in Ostrava. Bij aankomst in Plzeň, rond de klok van vieren, heeft het er alle schijn van dat het weleens kan gaan regen. De bewolking beïnvloedt de temperatuur slechts mondjesmaat. Ook in westelijk Bohemen benadert het kwik weer de 30 graden. Of er misschien zelfs wel iets overheen.

Op mij maakt Plzeň desondanks een heel wat zonnigere indruk dan het sjofele Ostrava. Majestueuze gebouwen geven het stadscentrum iets statigs. Ik vind het wel iets weghebben van Wenen. Neem alleen het stationsgebouw. Oud, maar dankzij de koepelvormige dakconstructie getooid met een niet alledaagse allure. Hotel Continental, het overnachtingsadres voor deze gelegenheid, is wel erg sjiek. Indrukwekkend.

De lichtmasten van de Doosan Arena zijn al van verre zichtbaar. Vier dagen nadat het Griekse Olympiakos er in de tweede kwalificatieronde voor de Champions League een punt wegsleepte, neemt de actuele vice-kampioen van Tsjechië het op tegen het nietige MFK Karvina. Tot vandaag was ik mij niet bewust van het bestaan van die club. Bij de bezoekers staat zowaar een landgenoot in de basis: de Nederlandse Angolees Gigli Ndefe, afgelopen seizoen in dienst van RKC Waalwijk.

De sterkste Tsjechische voetbalclub van de afgelopen jaren, is zoals verwacht te sterk voor de opponent uit Karvina. Viktoria kraait ook op de derde speeldag van het nog prille seizoen victorie. De drie punten zitten in de pocket. De titelhouder kan zich hooguit verwijten dat de score niet hoger uitvalt dan de 3-2 die na 90 minuten op het scorebord prijkt. Een doelpuntenregen blijft echter uit, ondanks een stortvloed aan kansen.

Regenen doet het niettemin stevig. Al tijdens de warming-up barst het los. Van zachtjes regenen begint het langzaam steeds harder te regenen. De plassen op delen van het veld maken het spektakel nóg spetterender dan het toch al is.

Trein naar Auschwitz puilt uit met backpackers

Achter de bal aan (54/3): Ostrava

26 juli 2019

Dag drie op Tsjechische bodem brengt ons naar Moravië-Silezië. Helemaal naar het oosten. Naar Ostrava, de op twee na grootste stad van het land. Bijna 350 kilometer met de trein vanuit Praag om voor het eerst van mijn leven een competitiewedstrijd in de Fortuna Liga, de Tsjechische eredvisie, bij te wonen: Banik Ostrava – FK Teplice.

De Euro City van 10.24 uur vanaf Praha hl n heeft Polen als eindbestemming. Krakau om precies te zijn. Voorlaatste halte is Oswiecim, ofwel Auschwitz. Toch wel een vreemde gewaarwording. Het roept assocaties op met de misschien wel donkerste pagina uit de moderne geschiedenis. In onze trein is het merendeel van de passagiers op doorreis. Het rijtuig puilt uit van de backpackers. De bagagerekken liggen volgepropt met enorme rugzakken. Maar goed dat we in het bezit zijn van een stoelreservering. Om drieënhalf uur te moeten staan, lijkt me ook geen pretje.

Ceske drahy, de Tsjechische spoorwegmaatschappij, neemt het niet zo nauw met de tijden. Evenals bij de rit naar Mladá Boleslav v.v. loopt een en ander opnieuw een beetje uit. Hoewel de trein exact op tijd vertrekt uit Praag, raakt de machinist onderweg vreemd genoeg behoorlijk achter op het tijdschema. Met liefst een half uur vertraging arriveren we op de plek van bestemming. Pas na tweeën stappen we uit op Ostrava hl n.

Aangezien het duel tussen Banik en Teplice om 18.30 uur begint, hoeven we ons echter niet zo te haasten. We kunnen op het dooie gemakje inchecken bij de herberg waar we overnachten, 200 meter van het station. Dagkaarten voor het openbaar vervoer kosten in Ostrava slechts 80 Kc. Voor twee personen! Dat is 40 Kc de man. Veel te verkennen valt zo op het eerste gezicht niet. Sinds de hoogtijdagen van de metaalindustrie, heeft de geboorteplaats van tennisser Ivan Lendl weinig aan attractiviteit gewonnen. Een buitentemperatuur van een graadje of 35 nodigt ook niet echt uit tot een uitgebreide stadswandeling.

Het moderne Metsky stadion, dat Banik sinds enkele jaren deelt met plaatsgenoot MFK Vítkovice, ligt op een behoorlijke afstand van het treinstation en ons hotel. Tramlijn 2 brengt ons er in iets meer dan 20 minuten naartoe. Uitstappen moet bij de Sport Arena, het kolosale sportpaleis waar onder anderen de plaatselijke ijshockeyers hun kunsten vertonen. De tramrit legt veel bloot van het monotone en saaie karakter van Ostrava. Ouderwets Oostblok. Fraai en uitnodigend ziet het er geenszins uit. Tenzij je van hoge schoorstenen, ellenlange pijpleidingen en vervallen fabriekscomplexen houdt.

De wedstrijd tussen Banik en Teplice is hoogst vermakelijk. Het betekent een weerzien met Milan Baros. Op bijna 38-jarige leeftijd is de voormalige Tsjechische international nog altijd actief op het hoogste niveau in zijn vaderland. De oud-aanvaller van o.a. Liverpool en Aston Villa beleeft evenwel niet de meest succesvolle avond van zijn lange loopbaan. Kansen krijgen de oude meester en zijn ploegmakkers in overvloed in de snelkookpan van Vítkovice. Scoren gaat de drievoudig landskampioen van Tsjechoslowakije bijzonder moeilijk af. De uitblinkende Teplice-goalie houdt alles tegen. Zelfs vanaf de elfmeterstip valt deze geweldenaar op deze broeierge avond door niemand te bedwingen. De oude Baros mag na een minuut of 70 voortijdig douchen.

De gasten uit Teplice hebben daarentegen aan één kansje genoeg om de drie punten mee naar huis te nemen. Nogal tegen de verhouding in, mag ik wel zeggen. De welgeteld zes supporters in het uitvak gaan uit hun dak… De hartstochtelijke wijze waarop de meer dan 7.000 thuissupporters 90 minuten lang achter hun ploeg is blijven staan, maakt misschien nog wel veel meer indruk. De harde kern schreeuwt en zingt zich de hele avond de longen uit het lijf. In hun witte T-shirtjes dansen en springen ze onophoudelijk. Waar hun helden het op het veld lelijk laten afweten, leveren zij een absolute topprestatie. Ik geef het je doen bij de bijna onmenselijke hitte die Ostrava op deze zomeravond in een klemmende wurggreep houdt.