Auteursarchief: Rob Kruitbosch

Maikel van Zeist hunkert naar het echte werk

Bij de voorlaatste test voor de Champions League-driekamp met Jastrzębski Węgiel en Stroitel Minsk hoefde Draisma Dynamo niet tot het gaatje te gaan. Dat van de zes sets die donderdagmiddag tegen VoCASA werden afgewerkt de Nijmegenaren er zowaar één wisten te winnen, zal niemand in het Apeldoornse kamp verontrusten.

De spelers van de Nederlandse vertegenwoordiger aan het meest prestigieuze Europese clubvolleybaltoernooi konden in de Draisma Dynamo Arena wel alvast wennen aan de officiële geelgroene Champions League-bal waarmee volgende week in Polen wordt gespeeld. Nou is elke bal rond, maar Maikel van Zeist had geen vreemde afwijkingen ontdekt aan het speeltuig. “Ik vind ‘m fijner dan die ballen waarmee we in de eredivisie spelen.”

Van Zeist voelt zich sterk door het persoonlijke krachtprogramma dat hij volgt in zijn sportschool en de zomerse trainingen met de selectie van het Nederlands mannenvolleybalteam. Na meer dan een half jaar bezigheidstherapie in coronatijd hunkert de middenaanvaller, die woensdag zijn 26e verjaardag vierde, naar het echte werk. “Ik heb er wel weer zin in, ja”, vertelde de volbloed-Apeldoorner na afloop van het oefenpotje tegen VoCASA vanaf de massagetafel van verzorger Joop Wijker uit te kijken naar de krachtmetingen met Jastrzębski Węgiel en Stroitel Minsk.

Niemand hoeft Van Zeist te vertellen dat Draisma Dynamo’s Poolse en Wit-Russische opponenten in Jastrzębie-Zdrój van een iets ander kaliber zijn dan VoCASA. Hoe sterk hij beide clubs precies moet inschatten, durft hij op voorhand niet zeggen. “We moeten fel starten en van daaruit verder bouwen. In Novosibirsk hebben we vorig seizoen laten zien dat wij het sterke tegenstanders moeilijk kunnen maken. Ik heb nog steeds het gevoel dat er daar meer had ingezeten voor ons. En als ik onze huidige selectie vergelijk met die van vorig jaar, dan denk ik ons basisniveau nu hoger ligt.”

Van Zeist wil goed voor de dag komen met Draisma Dynamo. Enkel het vooruitzicht van de lange busreis naar het zuiden van Polen stemt hem enigszins bedenkelijk. “Ik zie er wel tegen op om vijftien uur in de bus te moeten zitten. Maar ja, het moet toch. Het is niet anders.”

De Weijer baalt van verloren set in oefenduel

Welgeteld 183 dagen na de zwaarbevochten en enigszins fortuinlijke 3-2 thuiszege in de kampioenspoule op Lycurgus kwam Draisma Dynamo eindelijk weer in actie in eigen arena. Het eerste optreden na de lange coronapauze leverde donderdagmiddag een 3-1 overwinning op tegen Jong Oranje.

Hoewel resultaten in de voorbereiding op een nieuw seizoen niet zaligmakend zijn, baalde Freek de Weijer wel van de verloren slotset. Drie sets zag Draisma Dynamo’s captain vanaf de kant mee aan hoe Berkhout, Van Zeist, Tijhuis, Van Gestel, Blom, Fullerton en libero Kruiswijk de Oranjetalenten relatief eenvoudig de baas bleven. In de extra vierde set, uitgerekend in de periode waarin hij zelf in het veld stond, liet de thuisploeg de setwinst uit handen glippen. Onnodig, zo oordeelde De Weijer. “Zoiets mag niet gebeuren. We staan nota bene met 18-14 voor en dan krijgen we een serie tegen. Dat mag niet.”

Ruim tweeënhalve week voordat de ploeg in Polen meteen vol aan de bak mag in de eerste ronde van de Champions League, spreekt De Weijer halverwege oefencampagne van een positieve tussenbalans. “We staan er qua team goed voor. Je merkt aan alles dat het instapniveau een stuk hoger ligt dan vorig jaar. We moeten vooral nog hard werken aan automatismen. Vooral simpele dingen moeten beter. Kijk je naar onze selectie, dan denk ik dat we er wel iets op vooruit zijn gegaan. Maar hetzelfde geldt voor Lycurgus. Het wordt alleen maar moeilijker. Maar dat komt ook omdat wij de lat voor onszelf hoger leggen. Ik heb maar één doel: dat is kampioen worden.”

Draisma Dynamo’s spelverdeler kijkt al reikhalzend uit naar de driekamp in Jastrzębie-Zdrój met Jastrzębski Węgiel en het Wit-Russische Stroitel Minsk. “Ik heb nog nooit Champions League gespeeld. Ik heb er erg veel zin in. Het is jammer dat we maar één driekamp spelen in plaats van drie, maar je weet dat het helaas onmogelijk is om nu naar Wit-Rusland te reizen. Het is hoe dan ook mooi om tegen zulke ploegen te spelen. Vooral die Polen schijnen heel sterk te zijn. We kunnen er vrijuit spelen. Net als vorig seizoen in Siberië. Daar speelden we een fantastische pot en verloren we ‘m helaas op details.”

Code ‘Rood’ in Minsk; Draisma Dynamo speelt CL-driekamp in Polen

Vanwege de als gevolg van de Corona-pandemie geldende reisrestricties speelt Draisma Dynamo in de voorronde van de Champions League slechts één mini-toernooi. In plaats van drie driekampen, zoals het speelschema het voorschreef, gaan de manschappen van coach Redbad Strikwerda enkel van 22 tot en met 24 september in Polen de strijd aanbinden met Jastrzębski Węgiel en het Wit-Russische Stroitel Minsk.

In het Apeldoornse kamp werd vrijdag na de loting al direct duidelijk dat met name de reis naar Minsk in een door Covid-19 verziekt Europa nogal wat voeten in de aarde heeft. Los van de politieke onrust in de voormalige Sovjetrepubliek, naar aanleiding van de recente presidentsverkiezingen, is het momenteel uit praktisch oogpunt nagenoeg onmogelijk om ‘eventjes’ een Champions League-driekamp af te werken in de hoofdstad van Belarus. Code ‘Rood’ is van kracht. Concreet komt dat voor reizigers uit Nederland neer op twee weken in verplichte quarantaine bij aankomst in Wit-Rusland en aansluitend tien dagen quarantaine bij terugkeer in Nederland.

Bij een video-meeting die Arie Verbeek maandagmiddag namens het management van Draisma Dynamo voerde met vertegenwoordigers van beide CL-tegenstanders werd in onderling overleg besloten om maar één driekamp te spelen. “Dit in verband met de gezondheid en de veiligheid”, aldus Verbeek.

Het programma van de driekamp in Jastrzębie-Zdrój ziet er als volgt uit:

Dinsdag 22.9:  Stroitel Minsk – Jastrzębski Węgiel

Woensdag 23.9: Jastrzębski Węgiel – Draisma Dynamo

Donderdag 24.9: Draisma Dynamo – Stroitel Minsk

De winnaar van Poule C plaatst zich voor de tweede ronde van de Champions League. De nummers twee en drie in de poule stromen in november in in de zestiende finales van de CEV Cup. De als tweede geëindigde ploeg ontmoet daarin het Turkse SK Ankara, nummer drie krijgt te maken met Volley Schönefeld uit Zwitserland.

Volleybalkrant.nl, maandag 24 augustus 2020

Geforceerd stemgebruik

Er komt weldra een einde aan een mooie serie. Omdat er in september bij de wedstrijden om de Nations League tegen Polen en Italië geen publiek aanwezig mag zijn in de Johan Cruijff Arena ga ik voor het eerst sinds twee jaar een interland van het Nederlands elftal missen. Bij alle 20 Oranje-duels onder leiding van Ronald Koeman was ik van de partij in het stadion. Dat k..-Corona haalt nu een streep door de rekening. Voetbalverslaafden beleven moeilijke tijden. Ik vrees het ergste voor het EK van volgend jaar.

Zolang er een mondkapjesplicht geldt, leg ik mezelf sowieso een persoonlijk stadionverbod op. Op het bijwonen van wedstrijden in de professionele sector rust voorlopig derhalve een taboe. Eerlijk is eerlijk, ik ga ook net zo lief bij de amateurs kijken. Al gelden in de huidige coronatijden zelfs bij weinig om het lijf hebbende oefenpotjes van lokale toppers in Apeldoorn allerlei restricties.

Maximaal 250 toeschouwers toelaten bij potjes waarvan iedereen al vooraf weet dat er hooguit 50 mensen komen kijken. Supporters van de tegenpartij de toegang ontzeggen. Verplicht registreren vanwege bron- en/of contactonderzoek. Je moet het maar verzinnen. Heel sterk vond ik dat de speaker van csv Apeldoorn dinsdagavond voorafgaand aan het de kraker tegen onze regionale trots DVS ‘33 omriep dat ‘geforceerd stemgebruik langs het veld’ niet is toegestaan. Zeg nou zelf, doet zoveel voorzorg niet iedere toeschouwer al op voorhand verstommen?

Kijk, ik vind het prima hoor om een formulier in te vullen. Als het bestuur van csv Apeldoorn of Apeldoornse Boys door allerlei instanties wordt verordend om de gegevens van bezoekers te verzamelen, dan vul ik braaf zo’n formulier in. Daar doe ik niet moeilijk over. Als het moet (zoals bij csv), onderteken ik zo’n lijst zelfs. Geen enkel probleem. Ik heb niks te verbergen. Onze alom bewierookte privacywetgeving geldt immers toch alleen ter bescherming van criminelen. Achteloze bezoekers van een voetbalwedstrijd hebben van oudsher al niks te willen of te eisen. Zo blijft er tenminste toch nog iets over uit het oude-normaal dat in het nieuwe-normaal normaal is gebleven.

De achterliggende gedachte van de genomen maatregelen snap ik heel goed. Volkomen begrijpelijk om elk risico maar beter van tevoren uit te bannen. Toch blijf ik veel van wat we vanuit Den Haag of allerlei veiligheidsregio’s opgelegd krijgen tamelijk inconsequent vinden. Neem nou alleen dat registreren. Wie kan mij uitleggen waarom ik wél allerlei persoonlijke gegevens afstaan wanneer ik bij csv Apeldoorn of Apeldoornse Boys naar een voetbalwedstrijd wil gaan kijken, maar niet wanneer ik naar de Dekamarkt of de Hema ga. Ik blijf me erover verbazen. Is in de buitenlucht langs een voetbalveld de kans op besmetting groter dan in gesloten ruimten waar veel meer mensen op een beduidend kleiner oppervlak op elkaar gepropt staan? Óf je registreert overal óf nergens! Zoals het nu gaat blijft het dweilen met de kraan open.

Uitbundige jongeren uit de Haagse Schilderswijk of de betere buurten van Utrecht krijgen ook geen formulieren onder de neus geduwd voordat zij de straat op gaan om hun verveling te beteugelen. Noch stellen de betreffende gemeenten een maximum aan het aantal jongeren dat samenschoolt. Terwijl de hoeveelheid besmettingsgevallen in de leeftijdscategorie van de verveelde knulletjes toeneemt, staat de politie gewoon toe dat de heren geen anderhalve meter afstand van elkaar houden. Behalve zichzelf infecteren ze dus mogelijk ook onschuldige buurtbewoners!

Het is geen wonder dat de verwarring onder gezagsgetrouwe Nederlanders almaar toeneemt. En ondertussen gaat die ouwe Eagles-hooligan in zijn column in de Apeldoornse editie van het Algemeen Dagblad onverminderd voort met het door het slijk halen van alle doorgesnoven Tokkies die de democratie ondermijnen. Het gaat véél te ver!

Nederland beleefde een snikhete augustusmaand. Ook al zoiets vreemds. Werden goedgelovige AD-lezers bij voorgaande hittegolven bedolven onder onheilspellende berichten over bejaarden die vanwege de tropische temperaturen massaal het loodje legden. Maar nu, na nota bene de langste aaneengesloten periode met tropische dagen die Nederland ooit geteisterd heeft, neemt enkel het aantal coronabesmettingen toe! Afgezien van een handjevol pechvogels dat terloops op straat is doodgeschoten of -gestoken, kende naar verluidt hooguit Waterleidingbedrijf Vitens problemen die de moeite van het vermelden waard waren.

Ik heb wel diep respect voor die supporters van Feyenoord die uit liefde voor hun club met een mondkapje op soms al wel een uur voor de aftrap van een weinig verheffend potje tegen FC Twente in de brandende zon in de Kuip gingen zitten. Volledig coronaproof. Zij namen ademhalingsproblemen, hartklachten of een zonnesteek op de koop toe. Ook al is dat ongetwijfeld lang niet zo erg als besmet raken met Covid-19, je kunt er toch maar beter van bespaard blijven.  

Ik ben misschien wel gek, maar zó gek toch ook weer niet. Ik vink daarom liever op een A4’tje af dat ik de voorgaande dagen geen snotneus heb gehad en netjes mijn handen heb gewassen. Dat lijkt me veel gezonder.

© RK

Draisma Dynamo mikt op deelname aan de Champions League

Draisma Dynamo droomt van een deelname aan Europa’s sterkste clubcompetitie. Nu de koppositie van de in maart afgebroken competitie de Apeldoorners het recht geeft zich in te schrijven voor de Champions League, wil de clubleiding dit buitenkansje met beide handen aangrijpen.

“Als je de kans krijgt om Champions League te spelen, dan moet je het doen. Puur uit sportief oogpunt is het een geweldige kans en past het in de ontwikkeling die we als Draisma Dynamo aan het maken zijn. Hoewel dit jaar door de coronacrisis alles iets minder normaal is dan normaal, hebben we gezamenlijk besloten de uitdaging aan te gaan. Daar hebben we niet lang over na hoeven denken”, geeft Peter de Vries te kennen dat het inschrijven aan het meest prestigieuze Europese bekertoernooi voor het bestuur van de Stichting Topvolleybal Dynamo zelfs in onzekere coronatijden eigenlijk geen moment ter discussie heeft gestaan.

De stichtingsvoorzitter juicht het van harte toe als er voor het eerst sinds het seizoen 2008-2009 weer Champions League-volleybal in de Draisma Dynamo Arena kan worden gespeeld. De organisatorische en financiële rompslomp die plaatsing voor de hoofdfase met zich meebrengt, schrikt de beleidsbepalers van de ambitieuze Apeldoornse club niet af.

“Dynamo heeft in het verleden bewezen een club te zijn die Europacupwedstrijden heel goed kan organiseren. De draaiboeken liggen klaar. We prijzen ons gelukkig dat we een brede vereniging achter ons hebben staan. Ook de Nevobo heeft al laten weten dat ze de Nederlandse clubs die Europees spelen meehelpt met het afdekken van de risico’s. Daarnaast hebben de businessclub en een aantal sponsoren al toegezegd ons te willen helpen. Binnenkort gaan we ook met de Gemeente Apeldoorn in gesprek”, beseft De Vries dat er nog veel werk te doen valt alvorens de droom werkelijkheid wordt.

De enige zekerheid die Draisma Dynamo vooralsnog heeft, is dat er een kaartje met de naam van de Nederlandse vertegenwoordiger in de koker zit wanneer er eerdaags geloot wordt. “In verband met corona is ons nog heel veel onduidelijk. Zo is nog niet bekend of de wedstrijden mét of zónder publiek afgewerkt mogen worden. Het enige wat wél duidelijk was, was dat we ons konden inschrijven en dat op 21 augustus in Luxemburg de loting is. We zijn dan wel geen kampioen geworden, maar omdat wij bovenaan stonden toen de competitie werd afgebroken kregen wij de kans om ons namens Nederland aan te melden. Alles valt of staat bij wat de komende maanden wél en niét mag. Juist in deze tijden moet je flexibel en dynamisch zijn. Dat maakt de uitdaging misschien wel nóg uitdagender voor ons.”

Het spelen van een groot aantal wedstrijden op topniveau komt de ontwikkeling van het team hoe dan ook ten goede, meent de voorzitter van de Stichting Topvolleybal Dynamo. “Wie wil doorgroeien zoals wij dat willen, moet steeds stappen naar voren zetten. Na de CEV Cup betekent de Champions League een volgende stap. Het is nu kijken hoe ver we komen. Ik ga er vanuit dat we hoe dan ook vier of vijf rondes Europa Cup gaan spelen. Om uiteindelijk de poulefase van de Champions League te halen, moeten we drie voorrondes overleven. We zullen in dat geval sterke tegenstanders uit sterke competities moeten verslaan. Bij verlies gaan we naar de CEV Cup. Gemakkelijk wordt dat dus allerminst. Maar niets is onmogelijk, zegt onze trainer Redbad Strikwerda altijd. Elke wedstrijd begint bij de stand 0-0…”

Volleybalkrant.nl zaterdag 8 augustus 2020/Foto Draisma Dynamo/Wout van Zoeren

Broekhoest

Het deed me goed dat de persafdeling van Go Ahead Eagles de afgelopen week de moeite nam om me te informeren over het coronaproof aanvragen van persaccreditaties voor het nieuwe seizoen. Ik behoor toch een beetje tot de inventaris op de perstribune van de Adelaarshorst. Ik vond het daarom wel attent dat de perschef mij persoonlijk mailde. Met alle heisa over het beperkt toelaten van publiek had ik voor mezelf echter al het besluit genomen voorlopig geen wedstrijden in het betaalde voetbal bij te wonen. Ik blijf thuis. Ik wil niemand in de weg zitten. Naar voetballen gaan kijken moet wel leuk blijven. Het moet niet voelen als een straf. En dat doet het met al die coronaregels wel.

Voor mij als voetballiefhebber behoort juli normaal gesproken tot de mooiste maanden van het jaar. Niet alleen het tijdschrift Voetbal International kijkt jaarlijks vol verlangen uit naar het ‘pezen in de provincie’. Het begin van de voorbereiding op een nieuw seizoen. Bijna elke avond wel ergens een wedstrijdje in de buurt meepikken. Naar Terwolde, Garderen, Arnhem, Putten of Wenum-Wiesel. Vaste prik. Of eventjes vlot de grens over hoppen naar Duitsland, België of Luxemburg. Of, zoals de afgelopen jaren, naar Oost-Europa. Jaren waarin ik zei de gek zelf de maand met 20 tot 25 live-wedstrijden op de teller afsloot, waren eerder regel dan uitzondering.

Helaas is in 2020 alles anders dan anders. Door toedoen van dat schijtvirus is niets meer normaal. Nu in Nederland in het nieuwe normaal de bal opnieuw rolt en er zelfs mondjesmaat publiek bij wedstrijden aanwezig mag zijn, zou je misschien denken: mooi, het mag weer. Maar als het op deze manier moet – als ik als stadionbezoeker bij wijze van spreken van tevoren in drievoud online moet aanvragen om in de rust een plasje te mogen doen – hoeft het voor mij niet. Ik vind het wel best. Ik zie er voorlopig vanaf aanspraak te maken op de spaarzame ruimte in een Nederlands stadion. Geen nood. FOX Sports zendt oefenpotjes als Go Ahead Eagles tegen Telstar in z’n geheel uit. Thuisblijvers worden dus op hun wenken bediend. Als brood en spelen voor het volk!

Ik sluit nergens de ogen voor. 53.374 besmettingen – volgens de RIVM-cijfers van 28 juli – is niet niks natuurlijk. Ik begrijp heel goed dat overal gevaar op de loer ligt, zeker nu het aantal besmettingen weer stijgt. Maar het houdt geen tred met de steeds verder toenemende paranoia. Registratie. Looppaden. Eenrichtingverkeer. Waarschuwingsstickers. Mondkapjes. Hou alsjeblieft op zeg. Wie de behoefte voelt om zich te laten afblaffen door stewards omdat hij toevallig twee centimeter naast een aangegeven vlak staat, wens ik daar veel sterkte bij. Het mankeert er nog maar aan dat gemeentelijke autoriteiten complete woonwijken rondom stadions laten evacueren. In zo’n geval blijft iedereen die zich buiten waagt gevrijwaard van ronddwarrelende luchtdeeltjes die de atmosfeer verzieken. Het wordt echt steeds gekker. De overheid slaat onderhand compleet door.

Zelfs bij oefenpotjes van amateurclubs dreigen Noord-Koreaanse toestanden. Maximaal 250 toeschouwers. Bij sommige clubs alleen toegang voor eigen leden. Vooraf een formulier invullen waarin de bezoeker plechtig verklaart de voorgaande dagen niet stiekem geniest, gehoest of gesnotterd te hebben. Wie aan ‘broekhoest’ lijdt, kan wel gewoon komen kijken. Al willen dat mens uit Amsterdam en haar Rotterdamse collega plaatsgenoten bij wie het dun door de broek loopt naar verluidt wel verplichten tot het dragen van een luier.

Zolang toeschouwers maar voldoende afstand houden. Dat is de hoofdzaak. De Treffers uit Groesbeek kreeg al een officiële vermaning van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid omdat Groesbeekse onverlaten bij een oefenduel tegen De Graafschap té dicht op elkaar stonden. Bij Grol tegen Silvolde namen té veel mensen op de tribune plaats toen het begon te regenen. Deze zware criminelen lapten de coronaregels aan hun laars. Ze hadden zich aan het protocol dienen te houden en zich zeiknat moeten laten regenen. Zoals ieder weldenkend mens bij een stevige bui zou doen. Of niet? Schijnveiligheid rijmt op schijnheiligheid.

Het is maar voetbal, hè. Het inconsequente optreden van de Nederlandse overheid moet iedereen maar door de zorgvuldig gedesinfecteerde vingers zien. Iemand die vanuit een ‘risicoland’ op Schiphol landt, kan zo, zonder verdere restricties, verder reizen. En virussen verspreiden… Hetzelfde geldt voor al die landgenoten die zo nodig in het buitenland op vakantie moeten. Registratie van al die duizenden Nederlanders, medelanders, Duitsers en Belgen die de afgelopen dagen verkoeling zochten aan het strand of recreatieplassen kostte vast en zeker ook te veel werk. En bij een willekeurige demonstratie hoef je natuurlijk helemaal niet te proberen zulke privacygevoelige maatregelen te nemen die vreedzame bezoekers van een doorsnee voetbalpotje door de strot gedouwd krijgen. Dan is het hek meteen van de dam.

Al die burgemeesters kunnen het mooi vertellen. Wel is het zo dat ze nu eindelijk een mooi excuus hebben gevonden om bij voetbalwedstrijden supporters van de tegenpartij te weren. En voor het geval in Amsterdam en Rotterdam de mondkapjesplicht niet werkt, kan iedereen altijd nog een zak over de kop trekken. Succes gegarandeerd. Dát helpt altijd. Het effect is vergelijkbaar met al die bvo’s die hun trouwe supporters laten stikken.

Ik kijk nu uit naar de ontknoping van de Champions League. Van pure ellende kruip ik maar voor de buis. Je moet toch wat, hè.

© RK

Robbert Andringa bevorderd tot kapitein van het ‘Groene Leger’

Robbert Andringa bereidt zich met Indykpol AZS Olsztyn al bijna een maand lang voor op de start van de Plusliga. In zijn vierde seizoen in Poolse dienst mag de 30-jarige Assenaar de aanvoerdersband dragen. Hij is bevorderd tot kapitein van de Zielonej Armii, ofwel het Groene Leger, zoals de bijnaam van zijn club luidt.

“De coach belde me in mei met de vraag of ik het zou willen. Ik was er positief verbaasd door, maar ook heel vereerd. Ik vind het wel tof. Behalve ooit eens een half jaartje bij Lycurgus ben ik nooit echt ergens aanvoerder geweest. Een buitenlander als aanvoerder komt ook niet vaak voor, zo heb ik me laten vertellen. Daar spreekt wel vertrouwen en waardering uit”, meldt de nieuwe Olsztyn-captain telefonisch vanuit Polen.  

Hoewel de taal na drie seizoenen af en toe voor Babylonische spraakverwarringen blijft zorgen, kent de Nederlander weinig twijfel dat zijn troepen zijn commando’s zullen volgen. “Gelukkig spreken al mijn teamgenoten goed Engels. Maar inderdaad, de taal blijft wel moeilijk. Ik kan het Pools inmiddels wel redelijk verstaan, al heb ik niet de kennis om een uitgebreid gesprek aan te knopen. Meer dan de Poolse scheldwoorden ken ik niet…”

Tussen eind april en eind juni verbleef Andringa thuis in de Drentse hoofdstad om de accu opnieuw op te laden na de door het Covid-19 virus voortijdig afgebroken Poolse competitie. Met al een nieuw contract op zak kende hij niet de onzekerheid en stress van het moeten zoeken naar een nieuwe werkgever. “Het was mooi dat ik mijn contract zo vroeg kon verlengen. Niemand wist in die periode hoe het zou zijn. Ik was al in gesprek met de club. Na die corona-uitbraak is het eigenlijk in een soort van stroomversnelling terechtgekomen.”

Een zomer zonder verplichtingen kon de Oranje-international best bekoren. “Thuis zijn was een soort vakantie. Om familie en vrienden weer eens over een langere periode te kunnen zien, was wel fijn. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een zomer zonder volleybal heb meegemaakt. Twee jaar geleden was ik net geopereerd en ben ik ook thuis geweest. Maar dan heb je niet echt vakantie, dan ben je alleen maar met je herstel bezig.”

Andringa was hoe dan ook blij na een gedwongen pauze van bijna vier maanden weer de zaal in te kunnen. “Ik ben op 30 juni naar Polen teruggevlogen. Na een hele poos alleen te hebben getraind, was het wel weer leuk om met de groep te trainen. We trainen elke dag twee keer. Er is gekozen voor een rustige opbouw. Eerst hebben we alles zonder springen gedaan. Pas na twee weken zijn we weer voorzichtig gaan aanvallen. Binnenkort staan de eerste oefenwedstrijden gepland. Maar het is nog maar de vraag of die doorgaan, omdat er bij tegenstanders spelers positief getest zijn op Covid-19.”

Ook in het noorden van Polen blijft het coronaspook rondwaren, ondervindt de Drent. “Op straat vind ik het qua maatregelen wel meevallen. Wel is het zo dat in winkels of in het openbaar vervoer een mondkapje verplicht is. Ik vind het moeilijk te vergelijken met de situatie in Nederland. In Assen hield men best wel rekening met het social distancing en lette iedereen goed op die anderhalve meter afstand. Dat is hier wat minder. Hier zitten de mensen op terrassen dicht op elkaar. Het is niet zo dat ik angstig ben, maar ik zoek het ook niet op. Gelukkig valt het in deze omgeving mee met het aantal besmettingen. Dat speelt meer in grotere steden.”

In hoeverre het virus het verloop van sportieve evenementen in het Oost-Europese land dwarsboomt zullen voor captain Andringa en zijn manschappen de komende weken en maanden uitwijzen. “Bij onze trainingen mogen alleen de spelers de zaal in. Bij binnenkomst moet iedereen zijn handen desinfecteren. Onze trainingen zijn niet open voor publiek. Er is sprake van dat bij wedstrijden 50 procent van de hallen gebruikt mag worden. Bij ons zouden dan tussen de 1500 en 2000 toeschouwers welkom zijn. Hoe dat gaat en of het überhaupt mag, blijft afwachten.”

Over waartoe het verjongde Indykpol AZS Olsztyn in de Plusliga in staat is, kan de kersverse aanvoerder evenmin uitsluitsel geven. “Hoe sterk onze ploeg is moet nog blijken. Er zijn nog maar vier spelers over van vorig jaar. De spelers die zijn vertrokken zijn allemaal vervangen door jongere spelers. Qua ervaring hebben we dus wel wat ingeboet. Er hangt wel een heel andere sfeer. Vorig jaar was het wat negatiever en was er wat meer gezeik”, rept Andringa over een frisse wind die door de Uraniahal waait.

Volleybalkrant.nl dinsdag 28 juli 2020/foto Indykpol AZS Olsztyn

Onsterfelijk

Gelukkig hoef ik me niet al te veel zorgen te maken. Aan rondvliegende insecten die mij terloops naar de keel vliegen of een beetje bloed plassen na een uurtje hardlopen, bezwijk ik ongetwijfeld niet meteen. Pas als het weer in de herfst weer wat onbestendigere trekjes gaat vertonen, moet ik waakzamer worden. De loopneus en verkoudheid waarop de vertrouwde Nederlandse regen en wind mij elk najaar trakteren, maken mij dit najaar extra verdacht. Ordinair snotteren wordt binnenkort bij wet verboden. In de alledaagse praktijk loopt het meestal wel los, maar wie zich wel té veel verdiept in alle onheilstijdingen van moralisten, doemdenkers en het AD kan weleens het ergste gaan vrezen.

Als ik dezer dagen met mijn fiets over de Hoofdstraat in Apeldoorn loop, loop ik een serieus risico besprongen te worden door zo’n paramilitaire fanatiekeling in blauw gevechtstenue. Bij ons in het dorp uit zich de paranoia in het verwijderen van fietsen. Een gemeente moet wat doen om de ongeruste burger gerust te stellen, hè. Voordat in maart het pandemonium van de pandemie losbarstte, had niemand er oog voor. De rijwielen stonden niemand in de weg. Nu draagt het fietsvrij maken van winkelstraten bij aan symptoombestrijding. Of moet ik het fantoombestrijding noemen gezien de gestage toename van het aantal spoken dat steeds meer Nederlanders en medelanders ziet?

Het gaat meer om het idee, hé. Je zult het maar gezien hebben. De aanblik van ontzielde lichamen. Met tientallen tegelijk opgestapeld voor de Hema… Zoiets gaat door merg en been. Iedereen met té veel fantasie draagt de horror een leven lang met zich mee. De fictieve slachtoffers konden geen kant op als gevolg van die lukraak in de voetgangerszone gestalde rijwielen. Sinds de burgemeester de daders elders laat stallen, komen gemeentelijke hulptroepen tijd tekort om al die duizenden autochtonen en dagjesmensen weer één richting op te sturen. Hopelijk zadelt zoveel ellende toekomstige generaties niet op met trauma’s waar zij vervolgens hun eigen kinderen weer mee aansteken. Op zo’n manier verspreidt de gekte zich almaar verder.

Vijf maanden kan het in Nederland zonder mondkapjes. Als donderslag bij heldere hemel moet nou ineens toute la Hollande stante pede alsnog aan de mondkapjes. Als vrij ademhalen dan nu blijkbaar daadwerkelijk gevaar oplevert, zou dan eigenlijk niet elke Nederlander met terugwerkende kracht aangifte moeten doen tegen het Outbreak Management Team en het RIVM? Die hebben dan wel mooi vijf maanden lang het hele Nederlandse volk op schaamteloze wijze voor het lapje gehouden. Het is een klein wonder dat ik het nog kan navertellen. Ik mag Lewis Hamilton wel op mijn blote knieën danken dat ik nog in zijn wereld mag leven.

Ik respecteer ieders mening. Iedereen moet vooral doen wat hij niet laten kan. Als iemand zich veiliger voelt met zo’n mondkapje voor, moet hij vooral zo’n ding dragen. Om degenen die er geen behoefte aan hebben gemuilkorfd door het leven te gaan daarom maar meteen te brandmerken als onverantwoord, een gevaar voor de volksgezondheid of zelfs crimineel, gaat mij wat ver. De inmiddels onvermijdelijke mevrouw Koopmans kan dan wel zeggen dat we niets te willen hebben, maar bewerkstelligen dwangmaatregelen in Nederland niet eerder het tegendeel?

Tenzij de overheid natuurlijk van zinnen is om nóg meer bekeuringen uit te laten schrijven. Misschien is het dan ook een idee om de dienstplicht weer in te voeren. Als na de ziekenhuizen ook het boeteapparaat van de overheid de almaar toenemende werkbelasting niet meer aankan, gaat het land helemaal naar de Filistijnen. Kan meneer Rutte al die miljarden die hij steeds opnieuw in die bodemloze Europese put kiepert in eigen land niet veel nuttiger besteden?

Het wordt erg over-rated, hoorde ik een aantal dagen geleden een jongedame op RTL Nieuws zeggen. Zo, dat meisje durfde. Misschien wel onbewust begaf ze zich op glad ijs. Iets in het juiste perspectief plaatsen, mag vandaag de dag immers niet meer. Wie iets beweert dat niet overeenstemt met wat schnabbelende beunhazen, een outcast uit de Turkse gemeenschap van Deventer of een met metaforen strooiende woordkunstenaar beweert, wordt openlijk verketterd. De ‘goeien’ bepalen de norm waar normale gekkies zich aan dienen te houden. Haal vooral niet in je hoofd om te zeggen of schrijven wat je denkt. Zelfs wanneer je moeiteloos kunt beargumenteren of weerleggen waarom bepaalde groeperingen in dit land compleet krankjorum zijn, is het verstandiger dat niet te doen. Carrière-technisch is dat dodelijker dan elk bestaand virus.

Stel – puur hypothetisch dus – dat ik iemand zou besmetten omdat ik mij mét fiets maar zónder mondkapje op de Hoofdstraat in Apeldoorn begeef. Dan moet ik toch wel eerst zelf besmet zijn geraakt. Of niet? En hoe groot is de kans om ergens mee besmet te raken wanneer – volgens de meest recente RIVM-update (21 juli) – slechts 1 op de 326 Nederlanders mij kan infecteren? Het lot moet iemand wel heel slechtgezind zijn wil hij uitgerekend tegen diegene aanbotsen. Bovendien moet het dan ook nog eens op de een of andere manier tot een overdracht komen van die rondvliegende luchtdeeltjes die iemand echt ziek maken. Als ik me dan toch ga bezondigen aan het doen van kansberekeningen, schat ik de mogelijkheid om ooit in bezit te komen van een winnend Staatslot hoger in.

Doet iemand die normaal doet niet al gek genoeg? Wie het gevaar uit de weg gaat en de drukte niet opzoekt, beperkt de kans op onaangename verrassingen. Ik doe het zelf ook. Ik begeef me nooit in zeven sloten tegelijk. Ik kijk wel uit. Ik loop nooit door de Kalverstraat in Amsterdam. Om te mogen protesteren op de Dam, ben ik niet belangrijk genoeg. Op die markt in Beverwijk die eerdaags ongetwijfeld van naam moet veranderen, ben ik nog nooit geweest. Op straat hijg ik niemand in de nek. Noch behoort het tot mijn dagelijkse routines om in winkels personeelsleden of andere aanwezigen in hun gezicht te spugen. 

Hardlopen doe ik altijd in mijn eentje. De namen van de mensen met wie ik sinds het uitbreken van de coronacris tijdens mijn dagelijkse ommetje door het bos een praatje heb gemaakt, kan ik desnoods zo opschrijven ten behoeve van een contactonderzoek. De keren dat ik de afgelopen maanden in de schouwburg, op een terras of in een restaurant heb gezeten, kan ik op de vingers van één hand natellen. Bij voetbalwedstrijden ben ik als toeschouwer voorlopig niet welkom. En het weinige werk dat ik momenteel heb, doe ik thuis. Het gevaar te verworden tot slachtoffer van computervirussen ligt daarbij meer op de loer dan het coronavirus.

Cijfers liegen niet, heet het. Of in dit geval misschien juist wel… Ik blijf benieuwd naar hoeveel besmettingen er zijn geweest als direct gevolg van al die recente demonstraties. Is dat gemeten? Of waren de OMT- en RIVM-hotshots soms te druk met hun dagelijkse mediaverplichtingen om er serieus onderzoek naar te verrichten? En hoe zit het met vergelijkingsmateriaal? Ik vind het namelijk erg moeilijk om me een beeld te vormen van de hoeveelheid coronadoden, terwijl ik niet weet hoeveel mensen er in eenzelfde periode ‘gewoon’ zijn doodgegaan. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

Meer duidelijkheid over de aantallen Nederlanders voor wie het uitstel van ziekenhuisbehandelingen afstel betekende, lijkt me ook best interessant én relevant. Hoeveel mensen die dringend medische bijstand behoefden, hebben het niet overleefd dat zij tijdens die eerste coronapiek niet in het ziekenhuis terecht konden? Zelfmoordcijfers, ook al zoiets onbespreekbaars. Hoeveel mensen zijn door toedoen van de ingestelde coronamaatregelen doorgedraaid, gek geworden of in een zware depressie beland?  Wanneer brengen de overheid en de RIVM zulke cijfers eens naar buiten? Ze lijken mij als leek best wel de moeite waard. Op de een of andere manier krijg ik de indruk dat ze die getallen angstvallig verborgen houden.

Volgens de officiële cijfers zijn er in mijn woonplaats sinds 13 maart 50 mensen overleden ten gevolge van het virus. Er waren 97 ziekenhuisopnames en 461 geregistreerde besmettingen. Of dat veel is op een bevolkingsaantal van 160.000, moet elke deskundige maar zelf beoordelen. Of het er minder waren geweest wanneer de patiënten verplicht hun gezicht hadden moeten bedekken met een stuk stof dat in slecht geventileerde ruimtes tussen neus en lippen door de ademhaling bemoeilijkt, zal niemand ooit weten.

Gezien de toename van de hoeveelheid besmettingen her en der bieden die mondkapjes kennelijk weinig soelaas. Dankzij feest- en vakantiegangers gaat het naar verluidt weer overal mis. En ondertussen gaat elke azijnzeiker vrolijk verder met klagen over anderen die er een potje van maken. Of iedereen daar nou slapeloze nachten van moet krijgen en er zijn leven verder door moet laten vergallen. Tsja, zeg het zelf maar.

Laat in Nederland dagelijks eens 200 mensen besmet raken met Covid-19. Met een eenvoudig rekensommetje kom ik dan uit op 1400 in de week. Op jaarbasis betekent dat, als ik het goed uitreken, een aantal van 72.800. Ter vergelijking: alleen bij mij in het dorp wonen al meer dan twee keer zoveel mensen. Onder voorbehoud dat er geen virus zit op mijn rekenmachine, zou het zodoende om en nabij de 233 jaar duren voordat alle 17 miljoen Nederlanders en medelanders het virus onder de leden hebben. En dan moeten we voor de goede orde maar afwachten voor hoeveel van al die besmette mensen daadwerkelijk een ziekenhuisopname noodzakelijk zou zijn. Ik zou bijna zeggen: koop gauw een Staatslot, nu het nog kan.  

Zelfs al krijg ik recent tot vervelens toe ingewreven dat ik als blanke onwetend ben, ik durf gerust met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te veronderstellen dat het overgrote deel van alle 17 miljoen Nederlanders en medelanders tussen nu en 2220 al lang en breed via een natuurlijk verloop op de eeuwige jachtvelden vertoeft. Onsterfelijk zal een vaccin, dat in de 23e eeuw ongetwijfeld bij Albert Heijn, de Jumbo en het Kruidvat naast de Paracetamol in de schappen ligt, niemand maken.

Bij onsterfelijkheid is de farmaceutische industrie bovendien helemaal niet gebaat. Voor menig instantie, ministerie, nieuwsmedium of gemeentelijke fietsophalingsdienst zou het evenzeer een gevoelige klap betekenen. Het zou een groot aantal wijsneuzen in één klap overbodig maken.

Wat ze je ook wijsmaken, ook in de toekomst zal geen enkele aardbewoner tot in de eeuwigheid blijven voortleven. Dood gaat iedereen een keer. Het zal altijd de enige zekerheid blijven die elk mens in zijn leven heeft.

© RK

Ewoud Gommans stapt over naar Roemeense Craiova

Ewoud Gommans verlegt zijn werkterrein in het nieuwe seizoen naar de Roemeense Divizia A1. De 29-jarige Oranje-international maakt de overstap naar SCMU Craiova.

De Roemeense landskampioen van 2016 maakte de komst van de passer/loper uit Voorschoten maandag officieel bekend. Tegelijkertijd met de Nederlander presenteerde de club ook de Kroaat Marino Marelic, afkomstig van Mladost Zagreb. In het als gevolg van de coronacrisis voortijdig geëindigde afgelopen seizoen eindigde de club uit Craiova als tweede achter het door de Roemeense volleybalfederatie als kampioen aangewezen CSM Arcada Galati.

De komende twee weken bereidt Craiova’s nieuwe Nederlandse aanwinst zich op Papendal met de Oranje-selectie voor op zijn nieuwe sportieve uitdaging. “Ik heb niet eerder voor een club in Oost-Europa gespeeld. Roemenië wordt een nieuw avontuur voor mij. Niels Klapwijk speelde vorig jaar in de Roemeense competitie. Ik kan er nog niet veel over zeggen. Ik laat me verrassen. Ik heb zelfs nog nooit tégen Roemeense clubs gespeeld, hoewel ik toch vrij veel wedstrijden voor de CEV Cup heb meegemaakt. Ik kan dus wel gaan speculeren of de competitie sterker is dan in Duitsland of ergens anders, maar dat heeft geen zin. Ik zie het wel.”  

Zijn eerste indrukken zijn desondanks positief. “Ik weet dat er vier sterke teams zijn. Daar is Craiova er één van. Van het team weet ik dat ze een oude rot als diagonaal hebben Laurențiu Lică, een grootheid in het land, en bovendien één van de betere spelverdelers in Roemenië. Die Kroatische jongen ken ik niet. Er schijnt nog één buitenlander bij te komen. Met de trainer heb ik al wel gesproken. Dat was een goed gesprek. Craiova is de tweede grootste stad van het land. Dat zit dus wel goed. Het is bovendien maar vijf uur rijden van mijn tweede thuis, Belgrado.”

De afgelopen twee maanden verbleef Gommans met zijn Servische echtgenote in de Servische hoofdstad. Vorige week keerde hij alleen terug naar Nederland. “We hebben bekeken hoe het met Covid-19 gaat. Omdat er toch iets van lockdown lijkt aan te komen, ben ik hier naartoe gekomen. Stel dat de grenzen dicht gaan, dan zou ik daar in Servië zitten en kiest de club misschien wel iemand anders. Ik vlieg nu begin augustus vanuit Nederland naar Roemenië. Daar krijgen we eerst een Covid-19 test. Als we allemaal negatief zijn, gaat de voorbereiding van start. Eind september begint de competitie.”

Na Duitsland, Frankrijk en Zwitserland wordt Roemenië het vierde land waarin Gommans zijn sportieve geluk gaat beproeven. Na Moerser SC (2011-2013), TSV Unterhaching (2013-2014), AS Cannes (2014-2016), Arago de Sète (2016-2017), Lindaren Volley Amriswill (2018-2019), Chaumont Volley-Ball 52 (tweede helft 2019), United Volleys Frankfurt (eerste helft 2020) wordt Craiova alweer zijn achtste buitenlandse werkgever.

Volleybalkrant.nl maandag 20 juli 2020

Sjoerd Hoogendoorn sluit topsportcarrière af bij Draisma Dynamo

Oranje-international Sjoerd Hoogendoorn keert terug in de eredivisie. Na zeven seizoenen in buitenlandse dienst gaat de 29-jarige diagonaalspeler zijn topsportloopbaan afsluiten bij Draisma Dynamo.

Alvorens Hoogendoorn zich gaat toeleggen op zijn maatschappelijke carrière, wil hij met de Apeldoornse club nog één seizoen om de prijzen spelen. “Daarna ga ik samen met vrienden bij VIVES in IJsselstein volleyballen.”

De student Geneeskunde droeg van 2009 tot medio 2013 al eerder het shirt van Draisma Dynamo. Nadien kwam de inwoner van Nieuwegein uit voor het Finse VaLePa Sastamala (2013-2015) en de Italiaanse clubs Globo BP Frusinate Sora (2015-2016), Olimpia Bergamo (2016-2018) en Sir Safety Conad Perugia (2018-2020).

Zijn keuze uit Italië te vertrekken is weloverwogen, licht Hoogendoorn kort toe. “Ik ga beginnen aan mijn Master Geneeskunde in Utrecht. Ik had mijn Bachelor zeven jaar geleden gehaald voordat ik bij Dynamo vertrok. Het doen van coschappen valt niet te combineren met volleyballen in het buitenland. Ik had nog wel mogelijkheden om langer in Italië te blijven. Vanwege mijn studie en omdat mijn dochter naar de lagere school moet, keer ik terug naar Nederland.”

Hij hoefde evenmin lang te denken om er na twee seizoenen Perugia in Apeldoorn nog een jaar eredivisie aan vast te plakken. “Draisma Dynamo was de enige club waar ik in Nederland voor wil spelen. Ik heb er in het verleden een mooie tijd gehad. Met trainer Redbad Strikwerda heb ik toen ook al drie jaar gewerkt. Ik heb destijds veel van hem opgestoken. Qua niveau is er misschien wel sprake van een teruggang. Perugia heeft als doelstelling de Champions League en de Scudetto te winnen, maar Draisma Dynamo wil gelukkig ook alle prijzen winnen.”

Bij de recente Oranje-trainingen op Papendal maakte Hoogendoorn al kort kennis met een aantal van zijn toekomstige teamgenoten. “Met spelverdeler Freek de Weijer had ik al meteen een goeie klik. Hij speelt een lekkere snelle bal.”

Afgelopen week onderging hij een kleine operatieve ingreep aan zijn linker duim. “Daar zat een klein breukje in. Het herstel vergt een weekje of twee. Als op 3 augustus de trainingen bij Draisma Dynamo beginnen, ben ik erbij.”

Volleybalkrant.nl zaterdag 18 juli 2020/Foto Mediateam Draisma Dynamo