De tijd lijkt te hebben stilgestaan in Dens Park

By | 14 mei 2016

Achter de bal aan (13): Dundee, Schotland

11 mei 2016

Nadat ik een dag eerder pas laat in de middag op Dundee railway station voet zette op Dundee-se bodem, heb ik natuurlijk niet de gelegenheid gehad the sights of town aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Die schade haal ik de volgende ochtend in. Al valt de schade bij nader inzien wel mee, zóveel valt er namelijk niet te beleven in de vierde stad van Schotland.

Wel interessant om te weten is dat alle zakken ter plaatse niet alleen op een voetbalveld staan. In de tweede helft van de negentiende eeuw groeit Dundee namelijk uit tot ’s werelds jute-hoofdstad. Jute, ja. Stevig spul. Degelijke kwaliteit. Tussen 1841 en 1901 verdrievoudigt de plaatselijke bevolking maar liefst, van 45.000 tot 161.000. In 1883 worden meer dan een miljoen balen ruwe jute in de stad aangeleverd om machinaal verwerkt te worden. Bij de eeuwwisseling zijn liefst 50.000 Dundonians in meer dan 100 molens te werk gesteld. Zo staat althans vermeld in het foldertje van Scotland’s Jute Museum. Het enige echte. Een van de weinige toeristische trekpleisters in town.

Een verdere ontdekking schijnt de RRS Discovery te zijn. De historische driemaster, waarmee Captain Robert Scott op poolexpeditie ging, ligt voor anker pal tegenover het station. Het schip stamt uit de nalatenschap van de Dundee Shipbuilders Company. In 1901 volgde de tewaterlating in de Firth of Tay. In het Discovery Point herleven de reizen van Scott en zijn bemanning. Een ochtendje rondneuzen volstaat om te begrijpen waarom de legendarische kapitein de Zuidpool verkoos boven een lang verblijf op Tayside.

Enkel de vele studenten verlevendigen de stad enigszins. Het grote aantal pubs en barretjes duidt op een dynamisch en studentikoos uitgaansleven. Maar daar heb je het dan ook wel zo’n beetje mee gehad in Dùn Dè, zoals de Kelten de nederzetting noemden. Wie buiten de deur gaat eten in een land waar gemalen schapenlever als delicatesse bovenaan de menukaart staat, moet trouwens over een sterke maag beschikken. Maar een beetje Schot spoelt de nasmaak van zo’n overheerlijk portie Haggis moeiteloos weg met home made whisky. Al is een distilleerderij van naam en faam niet het enige waar men in Dundee niét op kan terugvallen.

Bruisen doet het waarschijnlijk alleen wanneer stormachtige winden de golven van de Tay flink laten dansen. Of tijdens de hoogtijdagen van Dundee United en Dundee FC. Maar voor die glory days moeten we al heel ver terug in de tijd. Als ik omstreeks half zeven in de avond op weg ga naar Dens Park om mij te verlekkeren aan de wedstrijd tussen Dundee FC en Kilmarnock, maakt de city een uitgestorven indruk. Het lijkt de Hoofdstraat in Apeldoorn wel. Na zes uur ’s avonds kan je er een kanon afschieten.

Lefhebbers van voetbalnostalgie zijn in Dens Park, het stadion van Dundee FC, in elk geval wél op hun plaats. Een veredeld openluchtmuseum. Met een ratjetoe aan tribunes. In 1899 namen de Dark blues hun intrek op Sandeman Street. Wie de South Enclosure en de Main Stand (met een vreemde knik in het midden) in ogenschouw neemt, krijgt de indruk dat er gedurende de afgelopen 117 jaar weinig is veranderd. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan.

Ik neem voor de wedstrijd tegen Kilmarnock plaats op de Bobby Cox Stand. Vernoemd naar een local lad & Dundee legend. Achter de goal, aan de Provost Road-zijde van het stadion. Liefst 22 Pond kost het geintje me. Meest opmerkelijk is dat enkele Dee-supporters een vlag ophangen van… FC Groningen! Ook ontwaar ik spandoeken van een vriendschapsband met Union Berlin én van de Aberdeen Dark Blues. De 4.335 toeschouwers (onder wie 96 away fans) nemen het gelaten. De stamgasten van Dens Park zijn niet zo verwend. Al met al is het weinig spectaculair. Wie erop rekent in Dundee op krokodillen te stuiten, moet duidelijk wat verder Down Under zijn…

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.