Tussen Berg en Bos: Stramme gewrichten

By | 17 mei 2016

Ik heb al twee dagen niet hardgelopen. Nou moeten we dat ‘hard’ in mijn geval vooral in het juiste perspectief plaatsen, ik doe het tenminste wél elke dag. Bij regen en bij zonneschijn ploeter ik op m’n sukkeldrafje door het Orderbos. Al jaren achtereen. Natuurlijk trek ik weleens met tegenzin de loopschoenen aan, maar dat ik op grond van een lichamelijk ongemak moet capituleren overkwam me tijdens mijn lange loopbaan niet zo vaak. Een hamstring baart me zorgen. Wandelen levert geen noemenswaardige problemen op, zodra ik iets aanzet komt de pijn. Dan slaat de verkramping toe en blokkeer ik. Daarom lijkt het me verstandiger de komende dagen wat gas terug te nemen. Het vooruitzicht om iets af te scheuren, stemt me niet vrolijk. Voorkomen blijft altijd beter dan genezen.

Mijn tweedaagse uitstapje vorige week naar Schotland was waarschijnlijk iets te veel van het goede. Vanwege het ontbreken van deugdelijk openbaar vervoer ben ik in Dundee iets te veel aan de wandel geweest. Je moet het op mijn leeftijd niet overdrijven, zo blijkt wel. Ik ben immers geen achttien meer. Het is nogal heuvelachtig op Tayside. Bij nader inzien vermoed ik dat vooral de klim naar de stadions van Dundee United en Dundee FC, twee avonden achtereen, me is opgebroken. Die was nogal steil. Pittig. En bovenal lang. Het stijgingspercentage moet me achteraf iets te machtig zijn geweest. Doordat ik iets té fanatiek door bleef stappen, schoot het erin. Kwestie van overbelasting. Onwillige spieren. Ouderdom. Gebreken komen met de jaren.

Ik probeer dagelijks mijn beste beentje voor te zetten. Al wel dertig jaar lang houd ik de schwung er zo in. In de loop der tijd heb ik al heel wat loopschoenen versleten. Je moet een beetje in beweging blijven, hè. Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n liefhebber van lopen. Maar ja, wanneer ik het niét doe, voel ik me helemaal niet prettig. Dat is het tegenstrijdige. Vervelende bijkomstigheid is dat ik de kilo’s in periodes van non-activiteit maar moeilijk kan bijbenen. Die vliegen er dan in rap tempo aan. Het vergt weliswaar de nodige discipline om mezelf er steeds opnieuw toe te bewegen het bos in te gaan, gelukkig hoeft niemand me er toe te dwingen. Ik doe het volledig uit vrije wil. Niet om goede voornemens aan het begin van een nieuw jaar kracht bij te zetten. Of om in het spoor te kunnen blijven van de meelopers van de plaatselijke krant.

Hoewel ik een dagje ouder word, bleef ernstig blessureleed me tot dusverre bespaard. Afkloppen maar. Is het slakkentempo waarin ik me voortbeweeg tenminste toch nog ergens goed voor. Het moet wel heel raar lopen wil ik met me dergelijke ‘snelheden’ ergens een buil aan vallen. Slechts één keer ging het mis. Stapte ik bij het invallen van de duisternis in een kuil. Terwijl de rest van mijn lichaam al verder was, bleef m’n voet steken. Het had een lelijke smak tot gevolg. Opgezwollen enkel. Flinke bloeduitstorting. Bij de Eerste Hulppost werd de volgende ochtend een verbandje om het gekneusde gewricht gewikkeld. Twee weken later draafde ik alweer als vanouds door het Orderbos.

Zo zal het nu ook wel weer gaan, verwacht ik. Het pijnlijke gevoel trekt vanzelf weg. Rust is vaak de beste remedie. Betere tijden zijn in aantocht. Als we ons eerdaags weer mogen verheugen op warmer weer, komt dat de stramme gewrichten alleen maar ten goede. Gelukkig ben ik in fysiek nog prima in staat om m’n ene voet voor de andere te zetten. Pas als me dat niet meer lukt, zal ik me zorgen gaan maken. Met de aftakeling loopt het zo’n vaart niet. Voorlopig kan ik nog wel eventjes vooruit.

© RK

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.