Onvergetelijke thuiskomer na EK-visite aan Bern

By | 17 juni 2016

Vandaag 8 jaar geleden

Wanneer ik op 12 juni 2008 na een verblijf van drie weken in Cuba terugkeer in Nederland, blijk ik tot de gelukkigen te horen die in aanmerking komt voor één van de extra kaarten die KNVB/Supportersclub Oranje toegewezen hebben gekregen voor Oranje’s derde groepswedstrijd op het EK2008. Hoe een ontketend Nederlands elftal wereldkampioen Italië verplettert, heb ik gezien in een hotelbar boordevol Italianen in Santiago de Cuba. Al ver voor het einde taaien de meesten van de schreeuwerige bambini di Mama af. Belissima! Chiao! Arrivederci! Thuis voor de tv zie ik hoe Van Bastens gretige jonge honden aansluitend ook Frankrijk, de nummer twee van de wereld, achteloos aan de zegekar binden. Het afsluitende pouleduel tegen Roemenië doet dus feitelijk al niet meer ter zake. Door de twee magistrales zeges heeft Oranje zich al verzekerd van een plekje in de kwartfinale.

Deze vroege kwalificatie betekent geen diskwalificatie van mijn trip naar Bern. Tom, hoewel niet in het bezit van een kaartje, vergezelt me naar Zwitserland. De wedstrijd is op dinsdag. We vertrekken een dag eerder al. Na een overnachting in Freiburg rijden we ’s ochtends de laatste 170 kilometer verder naar de Zwitserse hoofdstad. Rond het middaguur bereiken we Bern. Parkeren is prima geregeld. Op grote velden kunnen de voetbalfans uit Nederland (en Roemenië) hun voertuigen stallen. Kosten 15 euro of 25 Zwitserse Franken. De parkeerplaatsen liggen op loopafstand van zowel het Stade de Suisse als het centrum. Eigenlijk valt alles wel te belopen in Bern. Zo groot is het niet. In het historische centrum lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Uiterlijke schijn. De wereldberoemde Zytglogge tikt nog als een tierelier. Zwitsers precisiewerk. Even vermaard als de gaten in ‘s lands kaas.

De oude binnenstad is vast in Nederlandse hand. Op de Fan Zone is het dringen geblazen. Met alle gebruikelijke Oranje-gezelligheid vandien. Of moet ik het ergernissen noemen? Even na zessen sluiten we aan bij de Oranjemars richting stadion. We moeten toch die kant op. Eén groot oranje lint trekt door de straten van Bern. Na de twee eerdere Oranjeduels is de plaatselijke bevolking al gewend aan de optocht. De Berners kijken geamuseerd toe, vanaf hun balkons zwaaien en juichen de bewoners die maffe Nederlanders toe. Duizenden lopen er mee. In het geel geklede Roemenen gelden als rariteit.

Het stadion is bijna helemaal oranje gekleurd. Toch blijft de stemming lauw. Niet ongebruikelijk bij die beregezellige oranjefeestjes. Alle drank die het legioen de hele dag genuttigd heeft, zal daar ongetwijfeld een rol bij spelen. De Nederlandse B-keus wint ook het afsluitende groepsduel.

Het meest memorabele overkomt me pas bij terugkeer in Nederland. Als ik me twee dagen na het oranjefeest in Bern in Deventer terugmeld op mijn werk deelt directeur Den Hertog van het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme mij tussen neus en lippen door mee dat mijn baan vanwege een reorganisatie komt te vervallen. Voor mijn vakantie had diezelfde integere meneer mij nog nadrukkelijk te verstaan gegeven dat ik me nergens zorgen over hoefde te maken. Voor professionals zoals ik zou ook binnen het ‘GOBT nieuwe stijl’ altijd plaats blijven. Niet dus.

Bij zo’n mededeling mag ik denk wel spreken van een onvergetelijke thuiskomer…

17 juni 2008 Nederland – Roemenië

I was there…

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.