Compleet van slag raken van een potje ‘pelota’

By | 7 januari 2017

Vandaag 10 jaar geleden

Wie één keer in Guantánamo geweest is, komt er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit meer terug. Ik vorm een uitzondering op de regel. Na mijn eerste visite in 2004 volg ik nadien vaker de lokroep van la Guantanamera.

Al is het verstandiger om het wat dichter bij huis te zoeken. Anderhalf uur met een touringcar van Viazul van Santiago de Cuba valt op zich te overzien. Meer dan 20 uur onderweg van of naar Havana is andere koek. Als ik er aan terugdenk, voel ik de pijn in m’n gewrichten weer.

En dan dat honkballen. Cuba is béisbol. Pelota. Man, man, ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal honkbalwedstrijden uit de Serie Nacional de Béisbol dat ik heb bijgewoond. Ik begrijp niet waar miljoenen in (Latijns-)Amerika en Azië zo opgewonden van raken. Je moet er van houden. Kwestie van voorkeuren. Cultuur. Mijn favoriete sport zal het nooit worden. Te langdradig.

De sfeer (en het weer) maken stadionbezoek nochtans wel de moeite waard. Om midden in de winter in T-shirt, korte broek en met slippers aan een sportwedstrijd bij te wonen, kent zeer zeker z’n aangename kanten. Vandaag op de kop af tien jaar zoek ik op een bloedhete zondagmiddag een plekje in de schaduw op de tribunes van het naar een (Noord-)Vietnamese Viet Minh-strijder vernoemde estadio Nguyen Van Troi. De peloteros van Guantanamo proberen daar hun slag te slaan tegen de oranjehemden uit Villa Clara.

7 januari 2007 Guantánamo-stad

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.