Dranghekken

By | 1 juni 2020

Ik kon het niet nalaten zelf even polshoogte te gaan nemen. Een week nadat de burgemeester het centrum van ons dorp liet afgrendelen, ben ik de brandhaard ter plekke gaan inspecteren. Ik week daarom zaterdagochtend af van mijn gebruikelijke route. In plaats van mijn dagelijkse rondje door het Orderbos heb ik me op loopschoenen in de binnenstad gewaagd. Met gevaar voor eigen leven…

Nee, dat is maar gekheid hoor. Ik heb me nergens door bedreigd gevoeld. Uiteraard zou ik haast willen zeggen. Bijna drie maanden duurt de coronagekte nu. Ondanks dat het verschrikkelijk is dat het virus in Nederland inmiddels al bijna 6000 mensenlevens heeft geëist, slaat die zorgvuldig door de overheid geregisseerde paniekzaaierij bij mij niet echt aan. Het krijgt me maar niet bang. Mooi hoor, zo’n lichtreclame op de PWA-laan die Apeldoorners erop wijst voldoende afstand van elkaar te houden in de binnenstad. Wat denkt een gemeentebestuur nou te bereiken met zoveel betutteling?

Al was het wel meteen raak toen ik vanaf de Hofstraat de hoek om stapte de Hoofdstraat op. Een oud wijf, dat voor C&A op een bankje zat, begon meteen te blaffen. Ik noem haar bewust geen dame, want erg vriendelijk klonk het niet toen ze me ervan in kennis meende te moeten stellen dat ik blijkbaar te dicht langs haar heen liep. Een klein wonder dat het secreet niet meteen dood van het bankje viel. Dít zijn nou precies die Nederlanders die gedurende de Tweede Oorlog hun buren verlinkten aan de Duitse bezetters. Schijtvolk. Er worden tegenwoordig boa’s voor minder vervelende opmerkingen door een stad gejaagd.

Erg veel mensen waren er kort na tienen in de ochtend niet op de been in Apeldoorns meest prestigieuze winkelstraat. Handhavers verblijdden de spaarzame passanten al wél in overvloed met hun aanwezigheid. Slechts scherpschutters ontbraken. Misschien een idee voor in de nabije toekomst. Er waren zelfs dranghekken neergezet. Compleet met verkeersregelaars. Vanaf de Oranjerie tot aan het Raadhuisplein was de straat in tweeën gedeeld. Eenrichtingverkeer. Onhandig, al die hekken. Wanneer ergens naar verluidt al te weinig ruimte is, getuigt het van weinig intelligentie om de doorstroming door middel van obstakels verder te bemoeilijken.

Op de hoek van de Mariastraat trok de forse gestalte van een jongedame in een blauw uniform mijn aandacht. Op haar brede rug stond met grote witte letters het woord ‘handhaving’. Afgetraind zag ze er niet bepaald uit. Ik probeer me een voorstelling te maken van wanneer zo’n meisje handelend moet optreden. Ik kan me niet voorstellen dat wie dan ook er erg van onder de indruk raakt wanneer een veredelde padvinder met minstens 20 kilo overgewicht hem tot de orde roept. Ik denk niet dat een wapenstok of pepperspray daar veel autoriteit aan toevoegt. Zelfs al douwen ze zo’n wicht een AK-47 in haar knuisten, zelfs dán vrees ik dat ze niet veel ontzag inboezemt.

Zelf zou ik absoluut niet geschikt zijn om in zo’n apenpakkie op straat te paraderen, zeg ik er meteen bij. Ik denk niet dat ik contactgestoord genoeg ben om anderen dusdanig het bloed onder de nagels vandaan te halen zodat ze me te lijf gaan. Of het verantwoord zou zijn om mij met een gummiknuppel en een spuitbus los te laten op onschuldige mensen, waag ik ook te betwijfelen. Op zoveel zelfkennis vallen weinig boa’s te betrappen. Die lijden (met een hele lange ij) aan schromelijke zelfoverschatting, zo krijg ik vaak de indruk. Prachtig, zo’n uniform. Het gaat echter niet om de verpakking, maar om de inhoud. Behoort het niet tot de taken van de overheid om deze mensen tegen zichzelf in bescherming te nemen?

Ik ben er maar niet te lang bij stil blijven staan. Ik heb me stilletjes uit de voeten gemaakt. Voordat ik misschien zelf ongevraagd wel het slachtoffer was geworden van buitensporig boa-geweld. Je weet maar nooit. Veel mensen die niet vooraan hebben gestaan bij het uitdelen van hersens, zijn onberekenbaar. Je moet de ellende nooit opzoeken. Ik moet er niet aan denken om op klaarlichte dag midden op straat door zo’n zwaargewicht in een verstikkende nekklem gehouden te worden. Gelukkig maar dat Apeldoorn Minneapolis niet is.

Wanneer het bekeurende personeel volgens het boekje had gewerkt, dan had het op de markt heel wat bonnen moeten uitschrijven. En dan niet eens zozeer aan kopers, maar wel aan verkopers. Er zat overduidelijk een groot verschil tussen de verplichte anderhalve meter afstand aan de ene kant van veel kramen dan aan de andere kant. Een voorbeeld van een oogje toeknijpen? Of gelden voor marktkooplui andere regels dan voor medewerkers van slachthuizen? Zoals ik de afgelopen weken al vaker constateerde: de willekeur regeert in coronatijden. Als ze al handhaven en niet op de vlucht slaan, meten de handhavers met twee maten. En dat wordt dan nog gehandhaafd ook! Hoe vallen verschillen in interpretatie van richtlijnen voor de gewone burger nog te begrijpen?

Voordat ik aansluitend in m’n eigen sukkeldrafje aanzette voor de drie kilometer huiswaarts, zag ik hoe verschillende horecaondernemers op het Caterplein hun terrassen in gereedheid brachten voor de (her)opening op 1 juni. Coronaproof welteverstaan. Voorlopig zucht Nederland nog wel eventjes onder die anderhalvemeterterreur met bijbehorende protocollen, voorschriften en al het overige dat valt te rangschikken onder de noemer klinkklare onzin. Wie denkt dat met de aangekondigde versoepelingen de idioterie meteen voorbij is, vergist zich.

Des te triester is het dat eerst in Amerika een klootzak in een uniform iemand moet vermoorden om iedereen te doen beseffen dat dat fucking virus niet het enige is dat de wereld verziekt.

© RK

2 gedachten over “Dranghekken

  1. Enrico Belfi

    Toch vond ik het leuk dat ik je tegenkwam, Rob. Om een uur of 9 in de Paslaan. Het mooiste voorbeeld van de Corona-zotheid vandaag was Femke Halsema. Honderdduizenden mensen gaan wekenlang door een hel. Maar bij Femke in de stad komen vijfduizend mensen tegen elkaar aanleunen om te protesteren tegen de Amerikaanse (!) politie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.