Vertrekkende Eric Looijen mist duidelijke lijnen binnen vereniging; Robur houdt nacompetitie als reddingsboei achter de hand

By | 24 mei 2022

Na het 0-0 gelijkspel tegen AZC is Robur et Velocitas in de laatste twee competitieduels in de derde klasse D afhankelijk van een misstap van de Zutphense koploper. Voor het geval het vlaggenschip van Apeldoorns oudste voetbalvereniging er niet in slaagt kampioen te worden heeft het altijd de nacompetitie nog als reddingsboei achter de hand.

Na de achtbaanvaart van de afgelopen drie maanden blijft Robur hoe dan ook tot het einde toe meedoen om de prijzen, concludeert Eric Looijen tevreden. “Misschien hebben we nu net weer op tijd de smaak te pakken. Aan de andere kant blijft het altijd nog mogelijk om te promoveren via de nacompetitie. Die biedt echt wel een unieke kans om je doel na te streven. Haal je het op die manier, dan bereik je hetzelfde dan wanneer je kampioen wordt.”

De technisch manager beaamt dat prestatiecurve van de zondagderdeklasser uit Kerschoten een grillig verloop kende. “Als we begin maart uit bij AZC hadden gewonnen, dan had er in feite nog weinig kunnen gebeuren. Dat het daarna wat minder liep, gebeurt elk seizoen weleens. Het viel samen met dat wij de boel niet op orde hadden. Speel je dan tegen clubs als ABS, dan kan het weleens lastig worden. Trainers als Hans van der Hoop kennen Robur natuurlijk door en door. Die weet hoe wij spelen en ook hoe hij het moet ontregelen en traineren. Natuurlijk moet zo’n periode ook weer niet te lang duren. Op een gegeven moment dacht ik al dat we ons moesten gaan richten op de nacompetitie.”

De 53-jarige inwoner van Deventer staat op het punt om Robur et Velocitas te verlaten. Met ingang van het nieuwe voetbaljaar gaat hij de functie van hoofd opleidingen vervullen bij klassegenoot Sportclub Overwetering uit Olst. Bij elkaar opgeteld en met enige onderbrekingen was Looijen ruim twee decennia lang verbonden aan Robur. Met een bloeiende jeugdopleiding als levensader werden in de optiek van de oud-eerste elftalspeler en -trainer weliswaar volop stappen gezet, desondanks mist hij een duidelijke en overzichtelijke structuur binnen de club.

“Toen ik begon speelden de hoogste jeugdteams in de tweede- of eerste klasse. Nu is dat in principe op Hoofdklasse- en zelfs divisie-niveau. De kern van het eerste elftal bestaat ook uit spelers uit de eigen jeugd. Dit seizoen zijn er met Jip Smale en Noah Janssen weer een paar doorgebroken. Naarmate je hoger komt, wordt het wel steeds moeilijker om het met alleen maar eigen jeugd te doen. De PTT is niet meer in beeld, zoals vroeger. Maar voor wie graag bij Robur wil komen voetballen zijn de randvoorwaarden uitstekend. Met frisse trainers erop die lekker aanvallend voetbal willen spelen”, oordeelt de cultuurbewaker.

“Noodzaak om te promoveren bestaat niet. Wel is het een innige wens om een stapje hoger te gaan en te kijken naar waar je plafond ligt. Promoveer je, dan moet er wel wat meer neergezet worden aan organisatie. Als het niet lukt, dan is er bij veel mensen binnen de club ook niet echt een man overboord. In die zin is Robur echt een jeugdvereniging. Op zaterdagen is het veel drukker dan op de zondag”, meent Looijen.

In het jaar van het 140-jarig bestaan draagt de omvangrijke jeugdafdeling bij aan een voorspoedig toekomstperspectief. “Klaar is het hier nooit. Het is ook niet zozeer tijd voor nieuw bloed, wel voor méér bloed. Voor mij werd het de laatste drie of vier jaar steeds onduidelijker wat mijn rol precies was. In 2013 ben ik in deze rol terechtgekomen. Ik had telkens genoeg motieven om te blijven. Maar je kan niet blijven zeggen van ‘kijk maar wat je doet’. Ik moet vaak nee zeggen. Ik wil gerust meedenken, maar wil niet overal verantwoordelijk voor zijn. Het is echt tijd om een helder beleid te gaan schrijven”, maant de vertrekkende ‘tm’ de demissionaire clubleiding tot handelen.

De club is volgens Looijen gebaat bij duidelijke lijnen. “Robur moet een gedegen jeugdopleiding neerzetten. Met corona is dat toch een beetje op de achtergrond geraakt. Er zouden meer mensen moeten zijn die dat verenigingsbreed inzien. Je moet niet alleen maar individueel bezig zijn. Hoe ze dat gaan invullen, is aan hun. Ik blijf gewoon lid. Ik zal hier ook nog regelmatig komen. Robur is een andere club dan WSV of CSV Apeldoorn. Je moet je wat breder laten zien. Met een eigen signatuur. Beter kan het altijd. Als vereniging moet je die ambitie hebben. Dát moet bij Robur verder ontwikkeld worden.”

De Stentor maandag 23 mei 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.