Maandelijks archief: september 2021

Paul de Bruin bouwt aan de toekomst van csv Apeldoorn

Csv Apeldoorn hoeft niet te wanhopen zolang de jeugd de sportieve richting bepaalt. Met 43 junioren- en pupillenteams staat de zaterdageersteklasser er zowel kwalitatief als kwantitatief uitstekend voor. Hoofd jeugdopleidingen Paul de Bruin zou het vooral toejuichen wanneer Apeldoorns hoogst spelende voetbalclub meer ‘zelfvoorzienend’ wordt en talenten uit eigen jeugd kan blijven laten instromen in het eerste elftal. “Al kun je het nooit voor 100 procent met eigen spelers doen. Hoe hoger je komt, hoe moeilijker dat wordt.”

De Bruin, die de voetbalsport en het leraarschap al meer dan 40 jaar combineert, windt er geen doekjes om. “Doordat het betaalde voetbal is weggegaan, vind ik dat csv de rol moet overnemen die AGOVV in Apeldoorn had. Anderen zullen me misschien niet in dank afnemen wat ik zeg, maar bij csv zit veruit de meeste potentie. Daar kan ook de rest van het Apeldoornse voetbal van profiteren. Csv is heel ambitieus. Het wil zo snel mogelijk terug naar de Hoofdklasse. Maar om dat te realiseren moet je wel een goede visie hebben, zo heb ik ooit geleerd van Peter Bosz. Als je onderscheidend wilt zijn, moet je de beste spelers uit Apeldoorn hebben. Om die te krijgen is het dus zaak om te zorgen voor een goede organisatie en goede faciliteiten.”

Elders talent losweken is echter niet de intentie, verklaart de 64-jarige voetballeraar. “Bij de jeugd halen wij geen spelers. Wij scouten niet bij andere clubs. Misschien dat dat voor het eerste en de o23 in de toekomst wel nodig zal zijn. En er loopt een discussie om het bij de 018 en 016 ook te gaan doen. Maar zover zijn we nog niet.”

Sinds november 2020 probeert De Bruin met de overige leden van het jeugdmanagementteam, interne begeleiders en trainers bij de Orderbosclub de juiste balans te vinden tussen de prestatieve en recreatieve jeugdelftallen. “Het algemene beleidsplan dat er was, was niet voetbalspecifiek genoeg. Inhoudelijk konden jeugdtrainers daar weinig mee. De trainers hebben zelf een nieuw plan geschreven. Dat is gebaseerd op spelprincipes. Het gaat over de intentie waarmee we van de o8 tot en met de o19 willen voetballen. In de onderbouw is het belangrijkste principe niet afspelen, maar juist uitspelen. BVO’s werken ook zo.”

Primair doel blijft om de grootste csv-talenten klaar te stomen voor de hoofdmacht, legt de voormalige coördinator onderbouw van de Vitesse-AGOVV-voetbalacademie uit. “De o18 zien wij als ons hoogste jeugdteam. De o23 is een tussenstop, een verlenging van de jeugdopleiding. Dat moet een springplank worden. Voor die o23-elftallen is dit seizoen een geheel nieuwe competitie gestart. Ook WSV en Robur et Velocitas spelen in die klasse.”

Voetballiefhebber De Bruin is onder de indruk van wat de huidige technische staf van csv1 klaarspeelt. “Het eerste elftal van nu is leuk om te zien. Jan Kromkamp is een prima trainer. Hij heeft ook oog voor jeugdspelers. Van de twintig selectiespelers van het eerste komen er negen uit onze eigen opleiding. Dat is niet verkeerd, maar het moet beter.”

De Stentor woensdag 29 september 2021

Verzachtende omstandigheden

Zou het bier in Nederlandse voetbalstadions nou werkelijk zó slecht smaken? Als onvervalst Apeldoorns geheelonthouder ben ik misschien niet de meest geschikte persoon om een vergelijkend warenonderzoek te starten. Zelf drink ik geen druppel alcohol. Nooit gedaan ook. Toch vind ik het hoogst opmerkelijk hoeveel schuimend gerstenat er de afgelopen weken bij eredivisiewedstrijden lukraak verspild is. Nou heb ik door dat k..corona al meer dan anderhalf jaar geen stadion meer van binnen gezien – en zolang al die coronapassen in gebruik blijven, gebeurt dat ook nooit meer –, maar moet iemand die 5 euro voor een volle beker neertelt en daarmee vervolgens spelers op het veld op een bierdouche trakteert zich niet hoognodig eens onder behandeling van een psychiater laten stellen? En – veel schokkender nog – waar hangen de politieagenten, boa’s en stewards uit wanneer ze in moeten grijpen?

Al die ophef die daar dan over ontstaat, vind ik weer typisch Nederlands. De KNVB kan het wel volstrekt onacceptabel noemen hoe supporters zich misdragen. Diezelfde voetbalbond laat al wel 40 jaar de oren hangen naar politici die van alles roepen maar zelden ergens concrete oplossingen voor aandragen. Verbied stadionbezoekers gewoon om drinken mee te nemen de tribune op, dan lost het probleem zich vanzelf op. Zelf werd ik jaren geleden in België eens bijna een stadion uitgezet vanwege het feit dat ik een broodje worst mee de tribune op wilde nemen. Bij Beerschot was dat ten strengste verboden. Inderdaad, onvergeeflijk. Een grotere misdaad is nauwelijks denkbaar. Ik mocht dankbaar zijn dat de Rijkswacht mij niet meteen in de boeien sloeg en ik nadien niet tot een levenslange gevangenisstraf ben veroordeeld.

Bij FC Twente regende het onlangs klachten nadat vanuit het uitvak op de tweede ring bekertjes met pis naar beneden waren gegooid. Drinken die uitsupporters nota bene hun bier wél op, klagen ze dáár weer over. Het is in Nederland nooit goed, hè! Wanneer in de Grolsch Veste het omgekeerde het geval zou zijn, laat zich raden wat er gebeurt. Stel dat het uitvak zich toevallig op de eerste ring had bevonden. Dan krijgen die uitsupporters vanuit de boven gelegen vakken elke wedstrijd de volle laag. Het blijft wel Nederland, hè. In de Adelaarshorst zat het uitvak een jaar of vijftien geleden een poosje in de hoek van de IJsseltribune. Direct naast de B-Side! Ja, in plaats van moeilijkheden zo veel mogelijk uit te bannen, kun je er ook zelf om vragen. Dat vak moest daar note bene komen op last van de politie. Een strategisch niet al te slimme zet, zo bleek wel.

Zelfs de dresscode van de meest fanatieke voetbalfans roept tegenwoordig al vragen op. Ik las vorige week een heel verhaal over waarom hooligans massaal in het zwart gekleed gaan. Ken je klassiekers, zou ik zeggen. Lees het boek The men in black – inside Manchester United’s football hooligan firm van Tony O’Neill maar eens. Zoals alles ligt ook hiervoor de oorsprong in Engeland. Aan de overkant van de Noordzee vielen de minst opvallenden 25 jaar geleden al op door zich in het zwart te misdragen. Daar kwam geen Rus aan te pas, zoals werd gesuggereerd. Kopieergedrag is voetbalsupporters altijd al eigen geweest. Aan na-apers schort het niet. Meelopers komen niet alleen uit Zwolle.    

Het past volledig in deze tijd, maar is het niet uitermate storend dat veel mensen die ergens professioneel mee bezig zijn wel erg veel onzin uitkramen? Als de operationeel manager van PEC Zwolle om een reactie wordt gevraagd naar aanleiding van gebeurtenissen bij de meest recente IJsselderby, dan begrijp je meteen waarom wat ooit bekend stond als de Engelse ziekte nooit en te nimmer opgelost gaat worden. Van die voorzitter van de supportersvereniging van de Zwolse club, ben ik trouwens wel een groot fan. Die man wordt ook continu opgevoerd als deskundige. Die heeft werkelijk overal een mening over. Als ik me niet vergis, werd zijn eigen zoon in een niet al te ver verleden eens opgepakt voor het belagen van een politieagent. Hij weet dus verdraaid goed waar hij over praat.

Zeg nou zelf, het kan toch niemand verbazen dat sommigen van ons compleet losgaan in voetbalstadions. Kijk maar eens goed om je heen. Nederlanders en medelanders hebben over het algemeen nogal moeite met gezag. ‘Wij’ zijn er ware meesters in om regels naar eigen inzichten te interpreteren. Of zelfs compleet te negeren. In het verkeer. Op straat. In het uitgaansleven. Of in het bos. Staat er duidelijk aangegeven dat honden aangelijnd moeten zijn, dan laten ze die lieve beesten toch vrolijk loslopen. Ik kom ze dagelijks tegen in het Orderbos of het park Berg en Bos. En wee degene die er wat van durft te zeggen. De in veel gevallen nogal opgefokte baasjes blaffen vaak harder dan hun troeteldiertjes. Door corona en de daarmee samenhangende inperking van allerlei vrijheden, lijkt het wel of Nederlanders en medelanders steeds ongehoorzamer worden.

Vrijdagmiddag was ik toevallig eventjes bij ons in het dorpscentrum. Ik kijk niet eens meer op van al die fietsers in de voetgangerszone. Ik had me voorgenomen om op een straathoek te wachten om overtreders te fotograferen. Op heterdaad betrappen! Maar dat hoefde niet eens. Op het stukje Hoofdstraat tussen de Korenstraat/Deventerstraat en de Kapelstraat/Paslaan was het komen en gaan van fietsende voetgangers. Negentig procent scholieren. Het leek wel lopendebandwerk. Het ene brugpiepertje was nog maar nauwelijks voorbijgefietst, of het volgende groepje kwam er alweer aan. En stuk voor stuk met zo’n grote krat op de bagagedrager. Want zonder krat op de bagagedrager hoor je er tegenwoordig kennelijk niet meer bij.

Een stelletje hulp-boa’s in blauwe hesjes, dat langsliep, liet het gewoon begaan. Zelfs even vriendelijk doch dringend verzoeken om af te stappen, was al te veel gevraagd voor de heren. Handhaving heeft geen prioriteit voor de handhavers, las ik in de krant. Die handhavers zijn altijd druk, al weet niemand precies waarmee. In Nederland moeten eerst ongelukken gebeuren voordat er ergens handelend tegen opgetreden wordt. Er schijnen nu zelfs 2500 tot 5000 boa’s bij te moeten komen. Zo’n meneer van de boa-bond vertelde op televisie dat de opleiding daartoe maar liefst drie jaar duurt. Er komt heel wat bij kijken om coronapassen te mogen controleren. Onderschat dat niet. Het is jammer dat ik er al te oud voor ben en niet zo geschikt ben om klakkeloos bevelen op te volgen, anders zou ik me meteen aanmelden. Nee echt, ik ben bang dat het nooit meer goed komt in Nederland.

Geef al die rondrazende jongvolwassenen in zo’n voetgangerszone gewoon een boete van 100 euro, dan leren ze het wel af. Maar ja, zo’n sanctie schiet elke ruimdenkende ouder, fatsoensrakker of moraalridder ongetwijfeld in het verkeerde keelgat. Zodra het hun eigen kroost betreft, gaat dat veel te ver natuurlijk. Net als laatst met dat zielige jochie dat bij het Nederlands elftal het veld opstormde voor een selfie met Memphis. Hun lieve kinderen, die dag in dag uit de regels overtreden, zijn natuurlijk geen voetbalsupporters. Die arme Nederlandse jeugd heeft het al zo moeilijk.

Voor al die bier gooiende voetbalfans is het trouwens wel fijn dat er momenteel sprake is van verzachtende omstandigheden. Ze hadden namelijk wel allemaal een geldige QR-code waarmee ze het stadion binnen mochten.

© RK

Jan ten Hove weer als vanouds langs de lijn namens RTV Apeldoorn

Voor een voetbaldier dat als jong ventje bij Sportclub Enschede nog samenspeelde met de legendarische Abe Lenstra waren de afgelopen anderhalf jaar geen pretje. Jan ten Hove (81) vond het heerlijk dat hij zondag weer als vanouds langs de lijn commentaar mocht leveren.

Zoals hij het al dertig jaar doet, zat de voormalig voetbalbestuurder én bovenal liefhebber aan de Landdrostlaan namens RTV Apeldoorn langs de lijn om live verslag te doen van de topper in de ‘Apeldoornse Bundesliga’ tussen Groen Wit ’62 en Apeldoornse Boys. Alsof hij nooit weg was geweest. De lange voetballoze periode deed geen enkele afbreuk aan de gedrevenheid waarmee de graag geziene gast bij elke club het thuisfront al sinds jaar en dag informeert over wat zich op de plaatselijke velden afspeelt. Ten Hove had er zichtbaar zin in. Hij leefde mee als vanouds. Tussendoor vrolijk keuvelend met bekenden die hij door de gedwongen coronapauze lange tijd niet had gezien of gesproken.

De vrijwilligers van RTV Apeldoorn weten van geen ophouden en blijven voorzien in een behoefte. Ondanks dat de jarenlange licentiehouder in het voorjaar de licentie verloor om lokale radio- en tv-uitzendingen te mogen verzorgen, zijn Ten Hove c.s. dit voetbalseizoen voornemens door te gaan met het populaire wekelijkse programma ‘Apeldoorn Sport’. Terwijl Valouwe Media Stichting (VMS) het aan haar toegekende subsidiegeld bijna een half jaar later nog altijd niet in daden en uitzendingen omzet, blijft Radio Apeldoorns nestor samen met andere coryfeeën als Dick van Bloemendal, Belinda Kerkhove en Gerard Phylipsen in balbezit. Via internet kunnen de thuisblijvers ook het nieuwe voetbaljaar weer beluisteren hoe alle Apeldoornse clubs het er vanaf brengen.

“We gaan er weer voor. Eigenlijk had ik op m’n tachtigste willen stoppen. Maar ach, dat zijn ook maar getallen. Vanaf vandaag sta ik weer elke week langs de lijn”, sprak Ten Hove toen hij in de rust van de wedstrijd eventjes een adempauze nam.

Hoewel hij zijn wekelijkse uitstapjes naar de velden miste, had Ten Hove de afgelopen anderhalf jaar voldoende om handen. “Ik heb geholpen bij de aanleg van het mountainbikepark in het Orderbos. Onkruid gestoken. Joh, je wilt niet weten hoe hard dat groeit. In februari heb ik m’n memoires geschreven. En dan zing ik ook nog bij het matrozenkoor. Dat lag ook stil, maar inmiddels hebben we alweer vier of vijf optredens gehad.”

De Stentor maandag 27 september 2021

Groen Wit en Apeldoornse Boys willen allebei meer

De ene trainer was vooraf blij geweest met een punt, maar baalde achteraf dat het er geen drie waren geworden. De andere trainer had bij de competitiestart gerekend op een driepunter, maar moest zich na 90 enerverende minuten tevredenstellen met een 2-2 gelijkspel. De topper op de eerste speeldag in de vierde klasse F tussen Groen Wit en Apeldoornse Boys maakte duidelijk dat de vooraf hoog geprezen Apeldoorn Cupwinnaar niet de enige titelfavoriet is. De bezoekers uit Zuid stapten als morele winnaar van het veld. “We wilden ze van hun roze wolk schieten. Dat is bijna gelukt.”

Het seizoen in 4F kon nauwelijks mooier van start gaan dan met de clash tussen twee sleeping giants van wie kenners aannemen dat ze dit seizoen weleens een rol van betekenis kunnen gaan spelen in de ‘Apeldoornse Bundesliga’. Aansprekende resultaten in de voorbereiding hebben weliswaar nog nooit een club kampioen gemaakt, de referentie van het winnen van de Apeldoorn Cup schept hoe dan ook verwachtingen. Met hoe het de complete lokale voetbalelite aftroefde maakte het Groen Wit van trainer Marcel Vink veel indruk.

Als speler maakte de huidige hoofdtrainer in de tweede helft van de jaren ‘90 deel uit van een team waarmee de Matense club furore maakte in het zaterdagvoetbal. Aanvoerder Vink en consorten schopten het zelfs tot de eerste klasse, destijds de op één na hoogste speelklasse. Of zijn Groen Wit eindelijk ook eens bij de zondagamateurs sportief aan de weg gaat timmeren, daarover haalde Vink na de voor hem toch wel enigszins teleurstellende seizoensouverture zijn schouders op. “Dat zijn lang vervlogen tijden, maar het is duidelijk dat wij te laag spelen.”

Over de mentale weerbaarheid en fitheid kon de Groen Wit-trainer wel tevreden zijn. Toen Apeldoornse Boys na een uur een 0-2 voorsprong nam, leek het over en uit voor de thuisploeg. Door doelpunten van Michael de Zwaan, een minuut later al, en Jordy Stouten (89.) hield de favoriet alsnog een zwaarbevochten punt over aan het eerste competitieduel. “Door toch nog gelijk te maken zie je gewoon dat wij heel fit zijn. Deze ploeg blaakt van de energie en de drive. Na die 2-2 hebben we niet voor niets nog geprobeerd om nog die 3-2 te maken.”

Vink beaamde echter dat het in de voorgaande 88 minuten niet helemaal liep zoals gehoopt. “Er stond bij ons toch veel spanning op. Na de Apeldoorn Cup kijkt heel Apeldoorn naar Groen Wit. Ik moet ook zeggen dat Apeldoornse Boys de hele wedstrijd heel goed stond, het zat er telkens heel kort op. Aan doorbewegen en uit de dekking weglopen, sterke punten van ons, kwamen we nauwelijks toe. Apeldoornse Boys is gewoon één van de betere ploegen in deze klasse. We hadden zeker niet verwacht dat het een makkie zou worden.”

Apeldoornse Boys verraste in positief opzicht. Weinig vierde klasse-trainers kunnen een beroep doen op spelers van het kaliber Burak Tekay of Rachid Boughalab zoals Stephan Quack. De overige Wapendragers mogen voor vierde klasse-begrippen eveneens behoorlijk balvaardig worden genoemd. Over de ploegdiscipline bestaat nochtans weleens twijfel. En dan moest de Boys-trainer ook zijn beoogde aanvalsleider Moreno Schoenmakers nog missen wegens een blessure.

“Vooraf teken je voor een punt hier. Zo kort na afloop is het even balen dat het er geen drie zijn. Als er een kans was geweest om Groen Wit te verslaan, dan was het vandaag geweest. Individuele kwaliteiten hebben we inderdaad genoeg. Belangrijkste is om er een eenheid van te maken. Het zou mooi zijn als we dit elke week op de mat kunnen leggen”, loofde Quack het gedisciplineerde optreden van zijn ploeg.

De Stentor maandag 27 september 2021

AGOVV Futsal neemt volle buit mee uit Zeeland

De zaalvoetballers van AGOVV hebben vrijdagavond hun eerste overwinning geboekt in het nog prille eredivisieseizoen. Na het pak slaag van twee weken geleden op de openingsspeeldag bij FC Marlène bleven de Apeldoorners in Vlissingen hekkensluiter Groene Ster met 2-3 de baas.

De bijna 240 kilometer lange reis van Apeldoorn naar Vlissingen vormde geen beletsel voor de enigszins gehavende ploeg van Serkan Kav. “Ik miste zes mensen. Normaal ga je met twaalf man naar een uitwedstrijd. Wij hadden vandaag zeven spelers en twee keepers. En dat merk je aan het eind van de wedstrijd conditioneel wel. Het ging moeizaam. Kijk je naar de kansen die we gehad hebben, dan was onze overwinning zeker verdiend”, verklaarde AGOVV’s coach na afloop.

AGOVV Futsal toonde in de verste uitwedstrijd van de eerste fase van het seizoen veerkracht nadat het tot twee keer toe op achterstand kwam. Nadat Zaroiouh in Sporthal Baskensburg de score had geopend in het voordeel van de thuisploeg, bracht Yasin Erdal de bezoekers op slag van rust op gelijke hoogte. Ondanks twee opgelegde kansen in het begin van de tweede helft, kwamen de Blauwen door toedoen van Sandee opnieuw op achterstand. Dankzij twee goals van Ismar Maglajlic gingen de drie punten alsnog mee naar Apeldoorn. Een lekkere opsteker met de lange thuisreis in het vooruitzicht.

“Vijf seconden voor de rust maakte Yasin uit een vrije trap gelijk. Dan ga je in elk geval met een goed gevoel de rust in. Toen we weer achter kwamen, konden we terugvallen op onze ervaren spelers. We hebben onze tactiek omgegooid. Die winnende goal viel doordat Ismar heel fel op de bal verdedigde. Groene Ster probeerde het in de slotfase met een meevoetballende keeper. We hebben echter niets meer weggeven”, constateerde de winnende coach tevreden.

AGOVV’s eerstvolgende wedstrijd is op vrijdag 1 oktober in de eerste ronde voor de beker. Daarin treft het team van Kav het niet. Het mag namelijk wederom op bezoek in Heerhugowaard bij FC Marlène, waar het bij de competitiestart op 10 september met 9-1 een gevoelige draai om de oren kreeg.

Voor hun eerste thuiswedstrijd op zondag 3 oktober tegen FCK/De Hommel wijken de Blauwen uit naar sporthal Zuiderpark. In de Mheenhal, die de afgelopen maanden dienst heeft gedaan als vaccinatielocatie, kunnen Kav en zijn manschappen nog niet terecht. “Naar wat ik heb begrepen kan dat wel november worden, maar mij maakt het ook niet uit waar wij spelen”, aldus de AGOVV-coach.

Foto: agovv.nl

www.destentor.nl zaterdag 25 september 2021





Lege witte stippen en oogverblindende LED-boarding

Achter de bal aan (70): Veenendaal

Dinsdag 21 september 2021

Ik sluit Prinsjesdag 2021 af met een bezoek aan de wedstrijd in de eerste ronde van de KNVB beker tussen tweededivisionist GVVV en derdedivisionist VVOG. Aangezien er geen gezeur is met coronapassen en andersoortige belemmeringen, bestaat er geen reden om het Veenendaals-Harderwijks onderonsje te boycotten.

‘Het is voor deze wedstrijd nog niet verplicht om in het bezit te zijn van een vaccinatiebewijs of negatieve test. Daarom is het verplicht om afstand te houden tot andere bezoekers. Heb je klachten? Dan blijf je uiteraard thuis’, lees ik voorafgaand op de website van de thuisclub. Het is elke bezoeker van de blauwe kant van Sportpark Panhuis op deze dinsdagavond zelfs nog toegestaan om in de kantine een plas te doen. Met ingang van de nieuwe ‘versoepelingen’ op 25 september mag dat alleen nog maar met een bewijs van goed gedrag.

Ik koop online kaartjes voor Willy en mezelf. De bevestiging en het e-ticket krijg ik meteen naar mijn Samsung Galaxy gestuurd. Voor 5 euro kan ik me geen buil vallen. Daags voordien zijn er nog meer dan 800 toegangsbewijzen verkrijgbaar. Als ik kort voor vertrek naar Veenendaal nogmaals de website van GVVV check nog maar 437. Daaruit maak ik op dat GVVV op de wedstrijddag bijna 400 tickets heeft verkocht. Abusievelijk, zoals later ter plekke blijkt.

Nadat ik Willy heb opgehaald, overbrug ik in minder dan 40 minuten de ruim 40 kilometer van Apeldoorn naar Veenendaal. Je staat toch elke keer weer versteld wat een idioten er op de weg zitten. De vrachtwegenchauffeur die me tussen Hoenderloo en Otterlo als een waanzinnige voorbij raast, is blijkbaar niet op de hoogte van dat de maximumsnelheid op de N304 tussen Apeldoorn en Ede slechts 80 km/u bedraagt. En al die beroepschauffeurs altijd maar klagen over onverantwoord rijgedrag van andere weggebruikers. Wát een eikel. Op de rondweg in Ede rij ik weer achter hem. Veel sneller thuis geraakt hij dus niet door zijn roekeloze inhaalmanoeuvre.

We komen veel te vroeg aan in Veenendaal. Ruim een uur voor de aftrap. Op de parkeerplaats bij het sportpark, het neutrale gedeelte tussen GVVV en de buren van DOVO, is nog volop plek. Bij eerdere gelegenheden heb ik dat weleens anders meegemaakt. Bij een wedstrijd tegen IJsselmeervogels moest ik een aantal jaren geleden in de woonwijk aan de overkant van de straat een plekje zoeken voor mijn bolide. Misschien dat het er mee te maken heeft dat het een dinsdagavondwedstrijd betreft. Bij het kassahokje dat toegang verschaft tot het GVVV-terrein staan bijkans meer stewards dan er op de parkeerplaats auto’s staan. Clubs uit de tweede divisie, ofwel de Jack’s League, zoals het sinds dit seizoen heet, moeten hun eigen ordedienst hebben. Vandaar.

Terwijl Willy bij het loket zijn e-ticket laat scannen en alvast naar binnen gaat, wandel ik eerst nog naar het nabijgelegen winkelcentrum Ellekoot. Om een lange neus te trekken bij Snackbar Pinokkio. Goedkoop is anders, 4,95 euro voor een broodje hamburger, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het uitstekend smaakt. Het vult de rammelende maag. Om niet extra vatbaar te worden voor ziektes moet ik toch mijn dagelijkse hoeveelheid vitaminen, mineralen en proteïnen binnenkrijgen.

Rond half acht betreed ik het GVVV-complex. Omdat er nog meer dan voldoende tijd is voordat de wedstrijd begint, onderwerp ik het terrein aan een grondige inspectie. De spelers van beide ploegen staan al op het kunstgras voor hun warming-up. Er is een blik van herkenning met VVOG’s Pernelly Biya. Leuk. Apeldoorners onder elkaar, hè.

Ik sta versteld van de huisvlijt. Amateurvoetbalverenigingen in heel Nederland kampen nota bene met een enorm tekort aan vrijwilligers, maar langs het veld hebben terreinmedewerkers van GVVV kostbare tijd verspild aan het markeren van toegestane staanplaatsen met witte stippen. Om de anderhalve meter is er een stip op de tegels gekalkt. De staantribune achter de dug-outs aan de lange zijde telt vier rijen. Alleen op de onderste en de bovenste rij mogen de bezoekers volgens het vandaag nog geldende coronaprotocol plaatsnemen. De twee middelste rijen moeten leeg blijven. Aan de tribunekant heeft men hetzelfde bedacht.

Maar geen weldenkende clubbestuurder die het in zijn hoofd haalt om de bedenkers van zulke maatregelen erop te wijzen dat ze volslagen krankjorum zijn. In de wetenschap dat het voortbestaan van clubs zeker in huidige tijden voor een groot deel afhangt van steun van de (lokale) overheid, valt het ze niet eens kwalijk te nemen. Die bestuursleden gaan natuurlijk niet in hun eigen vlees snijden. Zij gaan hun eigen vereniging geen extra schade berokkenen. Ook zonder gemeentes en ambtenaren tegen zich in het harnas te jagen hebben clubs het al moeilijk genoeg om overeind te blijven.

Liefst 5000 toeschouwers stonden en zaten langs hetzelfde veld samengeperst toen GVVV in december 2019 PSV op de rand van uitschakeling bracht. Pas diep in de tweede helft van de verlenging behoedde Mo Ihattaren de Einhovenaren met zijn winnende 1-2 voor een bekerblamage. VVOG is duidelijk minder in trek bij de voetballiefhebbers uit Veenendaal en omstreken. Ik heb het waarschijnlijk fout geïnterpreteerd door uit de hoeveelheid overgebleven kaarten op te maken dat alleen op de wedstrijddag meer dan 400 mensen een kaartje aanschaften.  Met de helft van dat aantal houdt het wel op als er om 20.00 uur wordt afgetrapt. Het merendeel van alle stippen rondom het veld blijft onbemand. Of onbevrouwd. En vooral niet te vergeten onbegenderneutraald.

Samen met Willy ben ik nota bene de enige die in de eerste helft achter de goal aan de straatkant plaatsneemt. De twee professionele fotografen alsmede twee jongeheren van GVVV’s eigen mediateam, die ons aan de andere zijde van de boarding gezelschap komen houden, hebben hun positie nog maar net ingenomen als de thuisclub recht voor onze neus razendsnel de score opent. Tot aan het moment waarop de Voetbalvereniging Ons Genoegen tot ons genoegen gelijkmaakt, genieten we vooral van de LED-boarding voor de staantribune. In één woord oogverblindend. De voorbijkomende reclameboodschappen teisteren het netvlies van de weinige aanwezigen meer dan de LED verlichting die het veld eigenlijk moet beschijnen. Willy ziet het nogal duister in. De lampen aan de masten branden volgens hem niet zoals zou moeten. Een van de mannen van het mediateam beaamt dat. Voor het maken van verhelderende wedstrijdfoto’s is het licht alles behalve ideaal.

In de rust zoeken we de warmte op van de kantine. Op de drempel van de herfst koelt het in de avonduren alweer behoorlijk af. Willy doet zich te goed aan een bak patat en zelf gooi ik er nog maar een broodje bal tegenaan. Nu kan het nog zonder apk-keuring. Over vier dagen zijn sportkantines enkel nog toegankelijk met testbewijs. Ik ben benieuwd hoe clubs dat gaan handhaven. Het lijkt mij onbegonnen werk. Politiek Den Haag gaat er blijkbaar maar vanuit dat sportverenigingen onbeperkt vrijwilligers op kunnen trommelen om politieagentje te gaan spelen. Terwijl degenen die nota bene betaald krijgen om politieagentje te spelen niks doen. Die zijn veel te druk met klagen over dat ze zo druk zijn.

Gelukkig maar dat ons demissionaire kabinet nog eens 45 miljoen over de balk smijt om het handhaven van coronapas in goede banen te leiden. Je zou toch denken dat zo’n bedrag veel nuttiger besteed kan worden aan opschaling van zorg. Uit de troonrede komt tevens naar voren dat het Koninklijk Huis weer ruim bedeeld wordt. Máxima gaat er zelfs op vooruit, terwijl het demissionaire kabinet de minima het komend jaar nóg verder gaat uitkleden. Waarschijnlijk kunnen steeds meer Nederlanders zich binnenkort niet eens meer zo’n dure smartphone veroorloven waarop zij de app met hun QR-code moeten downloaden om een sportkantine te mogen betreden.

Om een lang verhaal kort te maken: GVVV wint na verlenging met 3-1 en plaatst zich voor de tweede ronde van de KNVB beker.

Jeugdig WSV heeft volop toekomst, maar geen afmaker

Met een 1-1 gelijkspel tegen Schalkhaar kwalificeerde WSV zich relatief eenvoudig voor de knock-out fase van de districtsbeker. Het voornaamste winstpunt van het heropstarten na de lange voetballoze periode schuilt er voor trainer Jordy Vakkert vooral in dat hij kan terugvallen op een klein contingent talenten uit eigen jeugd dat zich quasi moeiteloos staande houdt. Het afsluitende pouleduel bracht alleen een schrijnend gebrek aan stootkracht aan het licht.

Wanneer Niels Verschuur in de blessuretijd het vizier iets meer op scherp had gehad, had WSV de zege tegen Schalkhaar maar zo in de schoot geworpen gekregen. Arbiter Klopman overzag buitenspel, waarna de WSV-invaller zich op zijn beurt verkeek op waar Schalkhaar-goalie Lukassen stond. Zo bleef het 1-1. Trainer Vakkert kon er vrede mee hebben. “In principe zijn we nu allebei door. Alles valt of staat met een doelpunt, hè. Als die bal erin gaat, win je ook nog. En winnen is altijd de beste doping die er bestaat. Ons voetbal is op zich vrij verzorgd. Als je me vraagt wat er nog aan mankeert, dan is het dat we in de laatste fase voor de goal een stukje creativiteit tekortkomen.”

Met keeper Largo Karrenbelt, Jesse Grabijn, Dylan Katerberg, Dani Schaufeli, Jorrel Herboldt en Mattijs Gijse stelde de WSV-trainer zondag liefst zes spelers op die na het jaar 2000 het levenslicht zagen. Wat de tweedeklasser wél lukt daarin slagen de hoogst spelende clubs ter plaatse veel minder, namelijk het structureel aanvullen van de selectie van het eerste elftal met talent uit eigen gelederen. Het speelt momenteel dan wel een klasse lager, maar met een selectie die voor 85 procent bestaat uit spelers uit eigen jeugd ligt WSV feitelijk mijlenver voor op plaatsgenoten csv Apeldoorn en Columbia.

De tussentijdse contractverlenging van procesbewaker Vakkert in augustus getuigt in dat kader van continuïteit. De 35-jarige trainer zal in elk geval de komende twee seizoenen proberen de ploeg en alle spelers beter te maken én de aanvoer van talent vanuit de eigen jeugd verder te stroomlijnen. De nieuwe overeenkomst behelst niet voor niets een optie voor nog een derde jaar. Het raamwerk staat. WSV 2.0 staat stevig in de steigers. Want ondanks dat de afgelopen twee seizoenen door de coronapandemie een voortijdig einde kenden, slaagden Vakkert en zijn assistent Piet Panman erin een hecht collectief te smeden dat in staat moet worden geacht elke willekeurige tegenstander een hoogst onaangename middag te bezorgen. Het onverzettelijke zit nou eenmaal in het dna van de club opgesloten.

Of zijn jonkies al volwassen genoeg zijn om komend seizoen de ‘grote jongens’ in de tweede klasse I serieus partij te bieden, durft Vakkert niet te zeggen. “Ik kan alleen oordelen over die vier tegenstanders die we vorig jaar gehad hebben. Met clubs uit de Achterhoek treffen we denk ik toch andersoortige verenigingen dan we in 2J gewend waren. Tegen een club uit Enschede is het anders, dan wanneer je in Varsseveld speelt. Ik heb het idee dat er in Twente wat meer gevoetbald wordt. Voor mezelf leg ik de lat wel hoog en mik ik op een top-5 klassering.”

De Stentor maandag 20 september 2021

IJzeren Rinus

Ik vind het oprecht jammer dat er bij ons Nederland geen sportdagbladen verschijnen zoals in Zuid-Europese landen. Ik kan echt genieten van hoe in Spanje de Madrileense kranten Marca en As en de in Barcelona zetelende periodieken Sport en Mundo Deportivo elkaar continu de laatste nieuwtjes proberen af te snoepen. En dan vooral hoe ze al die berichten naar geheel eigen kleur en willekeur invullen. Zowel de serieuze items als het gebakkenluchtgedeelte. Dagelijks tien pagina’s of meer vullen over Real Madrid of Barcelona vergt oneindig veel fantasie. Elke scheet opblazen tot donderslagen. Rook laten uitgroeien tot complete bosbranden. Geweldig. Machtig mooi. Natuurlijk moet je er een beetje doorheen prikken, maar ik vind het wel geinig hoe men ook de IJsselderby tussen Go Ahead Eagles tegen PEC Zwolle optuigt en de allure probeert te geven van een onvervalste Clásico.

Als je Robert Maaskant dan opvoert als prominent oud-speler (en trainer) van beide clubs, dan weet je eigenlijk al hoe laat het is. Maaskant kan heel goed in één adem worden genoemd met clubiconen als Alfredo Di Stefano, Johan Cruijff of Cees van Kooten. Als supporters van Go Ahead Eagles ooit nog eens de slechtste voetballer uit de clubgeschiedenis gaan kiezen, dan komt de zoon van oud-Eagles-manager en -trainer Bob Maaskant met zekerheid in aanmerking voor een Top-10 klassering. Groot, fit en sterk zijn compenseert veel in het voetbal. En wie dan ook over kruiwagens beschikt, kan het maar zo tot prof schoppen. Hooguit in zijn nadagen bij de amateurs van Kon. UD liet Maaskant junior het kanon weleens tot ontploffing komen. Als trainer kreeg hij terecht het predicaat kroonprins opgespeld, al is hij nooit koning geworden. Als voetballer heb ik eerlijk gezegd wel grotere talenten gezien dan Maaskant. Ik heb alleen nooit zo goed begrepen waarom de altijd objectieve Hans Go Ahead de welbespraakte ex-Eagle en -Zwollenaar de bijnaam Blaaskant heeft gegeven.

Wanneer ik me mijn eigen meest memorabele IJsselderby-moment voor de geest haal, dan komt Robert Maaskant daar in elk geval niet in voor. Sorry. Dan ga ik voor de botsing tussen Cees van Kooten en Rinus Israël. Heenwedstrijd kwartfinale KNVB-beker. Seizoen 1980-1981. Meer dan 40 jaar geleden alweer! Wát een knal! Het gekraak waarmee beide clublegendes in de ondergesneeuwde Adelaarshorst met hun schedels op elkaar klapten was waarschijnlijk tot in Zwolle hoorbaar. Bebloede hoofden. Een ellenlange blessurebehandeling. En heel wat verband om de gevallen idolen weer op de been te krijgen. Op zulke momenten ontstaan mythen. Het was niet voor niets in een tijd dat de man die later bekendheid kreeg als Klaas D. samen met IJzeren Rinus symbool stond voor Zwolse onverzettelijkheid. Maar die bekendheid had geloof ik niets met voetbal te maken.

Van recenter datum staat me de 3-1 zege van Go Ahead Eagles in het seizoen 2007-2008 nog helder op het netvlies. Op die gedenkwaardige middag maakte niet Jannie ze gek, maar dreef Orlando Smeekes alles en iedereen wat Zwols was tot regelrechte wanhoop. Als je het over bijzondere voetballers hebt, dan Smeekes wel. Publieksvoetballer bij uitstek. Un poco loco… Eentje van alles of niets. Maar die keren waarop het alles was, kreeg hij er wel iedereen in het stadion mee op de banken. En, zoals na het legendarische duel in kwestie, kreeg hij er ook de supporters van de tegenpartij mee in de hekken.

Op hoe de rivaliteit tussen de meest vurige aanhangers van beide clubs ontstaan is, heb ik ook het antwoord. Ik lees dat Menno Pot de IJsselderby de meest grimmige burenstrijd van Nederland noemt, maar Menno Pot was er niet bij. Ik wel. Boeken die de Ajax-supporter over zijn eigen club en de tribunecultuur heeft gepubliceerd, kan ik ook schrijven. Als ventje van twaalf, dertien jaar was ik in het seizoen 1978-1979 al van de partij toen het pas naar de eredivisie gepromoveerde PEC voor het eerst aan de Vetkampstraat mocht opdraven.

En ook toen beide supportersgroepen voor het eerst clashten… In het begin van die jaren ’80 heb ik weinig IJsselderby’s gemist, al noemde niemand die burenruzies toen al zo. Met het moment waarop een alom bekende Apeldoornse Go Ahead Eagles-supporter in enigszins benevelde toestand in Zwolle in een arrestantenbusje werd afgevoerd, was de toon wel zo’n beetje gezet. Ik vermoed dat het weleens de eerste arrestatie bij het beladen Overijsselse onderonsje kan zijn geweest. De hilariteit bij omstanders was in elk geval groot toen de arrestant bij zijn aftocht zijn grote Eagles-vlag voor het raam van het busje hing. Vandaag de dag kan iemand zo’n onschuldig geintje op misschien wel tien jaar stadionverbod komen te staan.  

Ik behoorde tot de beruchte Apeldoornse groep. Een benaming ooit bedacht door de toenmalige chef-sport van het Deventer Dagblad, de vader van de huidige fractievoorzitter in de Tweede Kamer van de BoerBurgerBeweging. Tegenwoordig noemt de woke medemens zoiets framen of stigmatiseren, maar dat soort typeringen is alleen van toepassing op groepen die stelselmatig in de slachtofferrol kruipen. Ach, natuurlijk gebeurde er weleens iets wat niet mocht. Er bestaat echter wel een groot verschil tussen kwajongensstreken en zware criminaliteit.

De uitwedstrijden naar Zwolle waren van begin af aan een ware happening. Bij aankomst stond het ontvangstcomité telkens al klaar. De Zwolse veldwachterij die de orde moest handhaven rond voetbalwedstrijden stond destijds onder leiding van een soort Oberfeldwebel, die zo leek weggelopen uit een Duits oorlogsmuseum. Wát een klootzak was dat. Lange vent. Grijs haar. Gladgestreken gereformeerd smoelwerk. Als Herman Nijman ooit nog eens een verkiezing houdt van de meest onsympathieke Blauwvinger aller tijden, dan wint deze man glansrijk. Zelfs vóór Diederik Boer of Dominggus Lim-Duan.

Supporters die zijn bevelen niet klakkeloos opvolgden, waren de pineut. Ik stond er met de neus bovenop hoe die hufter ongehoorzamen en afvalligen aan hun haren over het perron op Zwolle Centraal sleurde. Aangezien matjes in de nek in die dagen gemeengoed waren, bood dat voldoende houvast voor grijpgrage dienders. Elke agent die tegenwoordig zulke fratsen uithaalt bij vreedzame demonstraties van extincte rebellen, het dierenbevrijdingsfront of de anti-Zwarte Piet fanclub, wordt meteen op staande voet ontslagen.

Toch waren het mooie tijden. Pure nostalgie. Het dagelijkse bestaan was destijds nog niet zo overgeorganiseerd en opgefokt als nu. Met combiregelingen, omwisselpunten voor kaarten en QR-codes hoefde niemand rekening te houden. Ik heb meegemaakt dat de Zwolse politie de pas gearriveerde Eagles-meute op het station in gereedstaande bussen naar het voetbalveld wilde laten vervoeren. De groep dacht daar anders over. Even een sprintje trekken volstond om de bussen en de agenten te omzeilen. Om aan de wandeling naar het drie kilometer verder gelegen stadion te beginnen. Toen na 250 meter een mannetje of 30 spontaan wat wilde gaan drinken bij het sjieke Hotel Wientjes, was heel Zwolle in rep en roer. Alle stoppen sloegen door bij de politie. De mars dwars door de stad mondde zo uit in een hit and run met de leden van de volledig gedesoriënteerde Zwolse gendarmerie.

Maar ja, al doende leert men, hè. Na één seizoen eredivisie hadden de Zwolse veiligheidsdiensten de zaken beter onder controle. Toen hadden ze ook FC Utrecht, FC Den Haag, Feyenoord en Ajax een keer mogen verwelkomen en waren ze er wel van doordrongen geraakt dat ze niet iedereen zomaar konden laten lopen… Nee, kinderachtig ging het er sindsdien nooit meer aan toe. In de schaduw van de Peperbus houdt men duidelijk niet van zoutloos gehannes.

Ik weet niet meer in welk jaar het was, maar na een van die verhitte IJsselderby’s in Zwolle had het nogal wat voeten in aarde om weer thuis te komen. Met een twintigtal andere Eagles-fans was ik met de bus uit Apeldoorn gekomen. Lijn 24 was dat toen nog, als ik me niet vergis. De Zwolse politie stond ons na afloop van de wedstrijd niet toe om op dezelfde manier huiswaarts te keren. Samen met de overige Eagles-supporters werden we bij terugkomst op het station letterlijk de gereedstaande trein naar Deventer in geknuppeld. Er was alleen één probleempje. In al het gedrang had iemand met lucifers lopen spelen. Waarschijnlijk om te de brandveiligheid van de stoelen te testen… Tsja, en waar rook is, ontstaat vanzelf vuur. Dus ja, nadat we goed en wel de trein ingeslagen waren, een mannetje of 200 sterk, werd iedereen er even hard weer uit gemept. Dat kon allemaal in die dagen. Wonder boven wonder ben ik dezelfde avond wel levend en wel weer in Apeldoorn teruggekeerd.

Verder geen kwaad woord over de politie hoor. Die arme agenten hebben het al zo zwaar. Die mensen moeten immers ook hun werk doen. Maar als Go Ahead Eagles kwam, gaf dat de politie in Zwolle en de honden van de spoorwegrecherche bizar genoeg een vrijbrief om zich structureel te misdragen. In Duitsland hadden de blaffende brigades van de ordetroepen al in de laatste twee decennia van de vorige eeuw mondkapjes op, tot Zwolle was het bestaan van muilkorven niet doorgedrongen. Menigeen heeft dat in de loop der jaren moeten bekopen met lelijke bijtwonden. Het is dat ik er zelf bij ben geweest, anders zou ik misschien ook wel bij hoog en laag durven beweren dat het nooit aan de politie ligt wanneer het rondom wedstrijden in het betaalde voetbal weer eens ergens misgaat met supporters…

© RK

Martijn Jongbloed geeft Apeldoorns oudste club vernieuwende impulsen

Bij zijn vorige vereniging Victoria Boys keek niemand vreemd op toen er ineens een imposante installatie langs de lijn stond voor het maken van video-opnames. Robur et Velocitas raakt inmiddels ook langzaam maar zeker gewend aan het aanstekelijke enthousiasme en de vernieuwingsdrift waarmee Martijn Jongbloed zich op zijn taak als voetbaltrainer en opleider stort.

Het Apeldoornse trainersgilde bezit weinig vakbroeders die meer werk van hun passie maken dan de nieuwe hoofdtrainer van de zondagderdeklasser. De 31-jarige eigenaar en naamgever van Jongbloed training & coaching (JTC) verdeelt zijn tijd over Robur 1, Go Ahead Eagles o13, de voetbalschool van de Deventer eredivisionist en het leveren van bijdragen aan ontwikkelingsprojecten van de KNVB. Zelfs voor het geven van voetbaltrainingen als kinderfeestje kan men de duizendpoot boeken. En alsof hij nog niet genoeg om handen heeft, lanceerde de veelzijdige Apeldoorner een heuse JTC-kledinglijn.

Dankzij de opvolger van Ewald de Boer raakt de iPad ingeburgerd bij het 139 jaar oude Robur et Velocitas. Data van spelers worden verzameld en geanalyseerd, onvolmaaktheden in het spel gevisualiseerd. “Ik denk dat het altijd zin heeft om wedstrijden terug te kijken, al is het alleen maar voor mezelf”, legt de nieuwe trainer uit hoe hij voortdurend zoekt naar verbeterpunten. “Ik denk dat ik spelers beter kan maken. Uiteindelijk gaat het wel om het resultaat.”

Het gaat Jongbloed te ver om Robur op voorhand te bestempelen als titelfavoriet in de derde klasse D. “De ambitie is echt wel om omhoog te kijken. De ploeg heeft heel veel individuele kwaliteiten. We zijn er zeker niet zwakker op geworden. Er zijn twee jongens van buitenaf bijgekomen en we hebben er een talentvol o.23-elftal onder zitten. We willen wel bovenin meedraaien. Of we favoriet zijn, weet ik niet. Ik denk dat je daar pas na vier of vijf speelronden iets meer over kunt zeggen.”

In de districtsbeker schiet zijn ploeg zich vooralsnog ongeremd warm voor de competitiestart. De 21 gescoorde goals in twee bekerduels – dertien tegen vijfdeklasser SV Terwolde, acht tegen vierdeklasser Ulu Spor – roepen desondanks wat tegenstrijdige gevoelens op bij Jongbloed. “Ik denk dat dat iets is voor de KNVB om eens naar te kijken. Je hebt er niets aan, ook al haal je uit elke wedstrijd wel iets waar je wat mee kunt. Je wilt liever tegen gelijkwaardige tegenstanders spelen. In zulke wedstrijden krijg je met veel meer situaties te maken die je ook in competitiewedstrijden tegenkomt.”

De Stentor woensdag 15 september 2021

Lid van SV Orderbos wil niet tégen eigen club vlaggen in bekerderby; Grensrechter van WWNA neemt een middagje vrijaf

Het enige opmerkelijke voorafgaand aan de bekerderby tussen WWNA en SV Orderbos had feitelijk betrekking op de grensrechter van de thuisclub. Wessel Eijkman, de vaste vlaggenist van de derdeklasser uit Wenum-Wiesel, nam bewust een middagje vrijaf. Om niet tégen zijn eigen club te hoeven vlaggen! De clubgrensrechter van WWNA is namelijk al jarenlang lid van… SV Orderbos.

Voor het overige was het hooguit interessant voor de statistieken dat de Wenums-Ordense burenruzie op de tweede speeldag van de poulefase in een 1-2 zege voor de bezoekers eindigde. De districtsbeker winnen doet geen van beide, zo weten beide clubs al op voorhand. Twee weken voordat het weer écht om de punten gaat, deden beide teams in elk geval weer wat ritme op. Prettige bijkomstigheid voor Orderbos-trainer Bernard van Werven was bovendien dat Mark Fennebeumer het scoren nog niet verleerd is. De 36-jarige routinier nam beide treffers van de gasten zijn rekening.

Van Werven keerde terug bij de vereniging die hij twee jaar geleden voor het eerst in haar bestaan naar de derde klasse loodste. Om dit kunststukje als trainer van SV Orderbos te herhalen, zal de bescheiden vierdeklasser komend seizoen in de ‘Apeldoornse Bundesliga’ moeten afrekenen met ambitieuze plaatsgenoten als Groen Wit ’62 en Apeldoornse Boys. “Ik zie Groen Wit als favoriet. Ik hoop dat wij aan het einde van de rit bij de eerste vijf of zes staan. Al weet je het maar nooit. Vandaag was het een fijne overwinning voor ons. Ik vond dat wij het beste van het spel hadden. We hebben allemaal heel lang stilgelegen. Iedereen wil graag weer lekker voetballen. Naarmate we fitter worden, wordt het voetbal vanzelf ook weer beter”, gelooft de winnende coach.  

Als de nieuwe trainer Sven Slop bij WWNA op termijn evenveel succes kent als Van Werven, is de club spekkoper. Nadat corona de teller in het vroegtijdig stopgezette promotieseizoen deed stokken op slechts drie duels (en evenzovele nederlagen), is voetbalminnend Wenum-Wiesel vooral nieuwsgierig naar hoe de lokale voetbaltrots zich in het eerste volledige jaar als derdeklasser staande houdt. Met op handen zijnde derby’s tegen Robur et Velocitas, Albatross en niet in het minst KCVO en SV Vaassen als garantie voor een goede kantine-omzet.

De pas 29-jarige Amersfoorter, afgelopen jaar assistent-trainer bij de Utrechtse derde divisionist Hercules, beleeft op sportpark Wiesel zijn debuut als hoofdtrainer. “We hebben een heel leergierige groep. Een jonge groep ook. Er zitten er maar drie bij die ouder zijn dan ikzelf. Er zit nog volop groei in. Wat wel grappig is, is dat het bij voorgaande clubs waar ik gezeten heb altijd ging om spelers beter te maken. Hier draait het meer om het op de juiste plaats zetten van de poppetjes. WWNA wil uiteindelijk een stabiele derdeklasser worden. Als we ons handhaven, doen we het prima. Alles wat er meer inzit, is mooi meegenomen.”

De Stentor maandag 13 september 2021